MAANDAG 17 DECEMBER 2012, Welcome to the Republic
of Namibia
Na de gemakkelijke grensovergang Namibië in, is het heel even wennen aan het
links rijden, juist omdat er geen ander verkeer is ben je geneigd je gewone
patroon aan te houden. Het schijnt dat we ook nog ergens roadtax moeten betalen,
maar trouwe lezers weten dat als we moeten betalen we daar niet zelf naar
vragen.
We pakken de Kunene river road richting Swartbooi's Drift,
een gravelpad dat de rivier de Kunene volgt. Het is een goede piste, maar af en
toe zitten er wel behoorlijk steile klimmetjes in waar we even voor terug naar
de 1e versnelling moeten. Regelmatig staat er langs de weg aangegeven dat
wildkamperen verboden is. Toch vinden we een mooi zijpaadje dat ons direct naar
de oever van de Kunene leidt, en waar we heel stiekem toch gaan overnachten. Het
is een prachtplekje. De Kunene buldert wild over de rotsen en is hier erg breed.
In een boom aan de waterkant zit het enorme nest van een hamerkop. De niet eens
zo grote vogel bouwt een nest van takken dat ruim een meter hoog wordt, met een
mooi rond gat er in als ingang.
|
Het enorme nest van de Hamerkop |
Op de plek waar we staan hangt ook een bordje van een jongen die
hier op zijn 21e overleden is. Het is een Nederlandse naam, een blanke
Namibiër of Zuid Afrikaan waarschijnlijk. Dan wordt je toch benieuwd wat
er gebeurd is, maar het staat er niet bij. Gaan pootje baden in de wilde
Kunene? Overvallen door een wild beest? Of door een wild feest?
Coma-zuipen is een grote hobby van Namibiërs en Zuid Afrikanen. Het kan
natuurlijk ook zijn dat hij hier stiekem kampeerde en betrapt werd door
de landeigenaar... We staan er rustig, maar het is ongelofelijk warm. 's
Nachts koelt het niet eens echt af. 's Morgens
zit er een groepje van zo'n 20 agapornissen bij ons voor de deur. Leuk!
Dat is de eerste keer dat we die in het wild zien. Het water in de
rivier is aardig gezakt. De rivier is lang zo wild niet als gisteren.
Dat zal wel met die dam verderop te maken hebben. We ontbijten buiten.
Het is nu nog net te doen, maar het warmt al wel snel op. De thermometer
binnen had het gister 42 graden. Om in slaap te komen hebben we dan wel
een tijdje de airco aan, maar niet de hele nacht. We lopen nog wat rond. Delen die gisteren nog onder water stonden kun je nu zo overheen lopen. De rapids stellen niet veel meer voor. We rijden naar Swartbooi's Drift en bekijken het monument en de graven van de Dorslandtrekkers. Zij trokken met hele families met paarden en huifkarren richting noorden, naar het huidige Angola, op zoek naar vruchtbaarder land. Velen overleefden de barre tocht niet.Het dorp zelf stelt niet veel voor. We vervolgen de piste richting Epupa Falls. Maar die piste wordt nu wel erg smal. Veel stenen en boompjes waar we tussendoor moeten laveren. Na zo'n 15 kilometer hebben we er genoeg van. Het is leuk, maar de moeite van de piste niet waard. En met zo'n tien kilometer per uur duurt het nog dagen voor we in Epupa aankomen. Ook willen we onze banden hier niet voor opofferen. We draaien om en nemen de goede gravelweg via Otjikete naar Epupa. Dat rijdt een stuk fijner en schiet lekker op. Ook hier zitten weer behoorlijk steile stukken in de weg, zodat we het soms maar net halen in de 1 laag. We vragen ons af of we ook wat trekkracht verloren hebben. Misschien weer vuile Angolese diesel? De natuur is wel mooi maar niet echt spectaculair.
Het is het begin van het regenseizoen hier. De kleine bomen en struiken,
tot ongeveer een meter of vier hoog, zijn allemaal wel groen, maar aan
de kale rotsige bodem is te zien dat dit een erg droog gebied is. We
komen wel door 50 kleine droge rivierbeddingen. De meeste erg smal, maar
sommige toch ook enkele tientallen meters breed. Lastig is dat die
natuurlijk altijd onderin een kuil zijn, en je dus geen vaart kunt
houden om de volgende steile heuvel weer op te rijden. Telkens moeten we
terug naar de 1e versnelling om rustig het droge kreekje door te rijden. |
Veel zicht door de bosjes hebben we niet. We hebben langs
de route zover één antilope en één klein hertachtig beestje gezien, een duiker
of een dikdik of zo. Verder alleen koeien, ezels, schapen en geiten. En
verschillende vogels natuurlijk. Het is al de volgende dag als we bij Epupa
Falls aan komen. Hoe is het mogelijk, ze zijn nog gratis te bezichtigen ook.
Maar het is meer E-poepa Falls. Overal tussen de rotsen liggen menselijke
uitwerpselen, en nee, die zijn niet van toeristen, (dat kunnen we zien, we zijn
inmiddels experts). Het stinkt er behoorlijk naar stront. Dat die mensen nu nog
steeds hun eigen water vervuilen. Dat leren bij ons de padvinders al om dat
juist niet te doen. We hadden een aantal jaren geleden een varken in huis, en
die wist het zelfs op een vaste plek bij zijn voerbak vandaan te doen. De
watervallen zijn wel mooi om te zien. De Kunene is hier behoorlijk breed en
stort zich dan in een kloof. De grootste vrije val is 37 meter, verder zijn het
cascades.
| We lopen zo'n 1,5 kilometer stroomafwaarts om alle cascades die
tussen de rotsen door stromen te bekijken. Het is een mooi gebied. Net
een oase, met overal palmbomen, die je verder in de droogte hier niet
ziet. Maar o jee, wat is het warm. Eigenlijk is het geen weer voor een
wandeling. Als we terug komen bij de DAF blijken we onze eigen waterval
te hebben. Het water stroom vanonder de achterklep vandaan. We
schrikken, wat is er gebeurd, is er een watertank geknapt? Jan hoort dat
binnen de waterpomp volle toeren draait en schakelt hem direct uit. Het
is dus geen geknapte watertank, maar ergens na de pomp lekt iets flink.
Er blijkt een slang van de boiler te zijn losgeschoten, en het euvel is
zo gepiept. Het water in de boiler heeft door de enorme zonnekracht een
temperatuur gekregen van 94 graden! Daardoor is de slang wat week
geworden en klemde de slangklem niet voldoende meer. Misschien moet de
voordruk in het expansievaatje ook iets omlaag zodat er minder druk op
het warmwatercircuit komt te staan. Zo heet hebben we het ook nog niet
gehad, zelfs niet in de Sahara in Mauritanië. Goede test. Er komt nog een Duits echtpaar langs dat al twintig jaar met vakantie naar Namibië komt. Ze hebben een eigen Landcruiser hier staan die ze ergens stallen als ze in Duitsland zijn. Met veel interesse bekijken ze onze wagen. De man heeft zelf al vier keer een dergelijk vrachtwagen gebouwd. In Duitsland heeft hij nog twee volledig opgebouwde MAN Kat's staan, waar hij een beetje mee door Europa reist. Dat zijn 4x4 vrachtwagens uit het Duitse leger, een maatje groter dan de onze en met extreme off-road capaciteiten. Zo'n groot 4x4 monster lijkt ons wat minder geschikt voor Europa en des te meer voor Afrika, dus we vragen hem waarom hij daar niet hier mee rondtoert. “Veel te duur” is het antwoord. Onbegrijpelijk, waarom heb je die monsters dan? In Europa is de diesel ook nog veel duurder dan in Afrika. |
Epupa Falls |
We rijden weer een stukje terug naar Okongwati. We hebben
bijna geen drinkwater meer over, maar zien bij de plaatselijke politiepost een
groot vat water op een stellage staan. De politie is erg druk, we kunnen ze
eigenlijk niet storen, maar als er net weer opnieuw rondgedeeld wordt met
speelkaarten kunnen we even onderbreken om te vragen of we wat water uit hun vat
mogen tappen. Dat mag, maar slechts 20 liter. En die moet Jan bij de forse
politiedame afrekenen. Op de vraag wat het kost krijgt hij een knipoog
toegewenkt. Brrrr... We tanken zo'n 200 liter water bij, er zit toch geen meter
op en de agenten hebben het te druk om het in de gaten te hebben. Het duurt wel
een ééuwigheid. Jan meldt zich weer braaf bij mevrouw agent om te vragen wat het
kost. “Something sweet” Ja, ja... We halen de doos met dropjes uit de auto en
geven ze er allemaal een paar. Ze vinden het nog lekker ook. En zo is onze
schuld weer ingelost. We vragen ze naar de conditie van de weg naar Etanga. Ze
kijken eens naar onze truck en zeggen dat het te doen moet zijn. We vragen of er
niet teveel scherpe stenen zijn die de banden kapot kunnen maken, maar dit is
volgens hen niet het geval. Mooi, laten we het maar eens proberen dan. Op onze
kaart is het namelijk maar een klein stippellijntje, alleen voor 4x4 geschikt.
De route leidt ons langs de Van Zylspas, een beruchte pas
onder 4x4 enthousiasten. Tik het voor de gein maar eens in op Google. We weten
nog niet of we die pas ook gaan doen. Het eerst stuk gaat goed. We komen over
een groot groen veld waar wat vee loopt. Het veld is zo groen omdat er in het
midden een warmwaterbron ontspringt. Nu is met deze buitentemperaturen alle
oppervlaktewater al wel aardig warm, maar dit is echt behoorlijk warm zeker 50
graden en glashelder. De beesten kunnen het alleen drinken een eindje van de
bron af, anders is het te heet. In een van de poeltjes dat al helemaal bruin is
van de paarden-en koeienpis en poep (nu eens niet van mensen) zwemmen nog
schildpadjes ook. We vervolgen het track tot we kamp opslaan, ergens tussen
Okongwati en Otjitanda.
|
Regelmatig moeten we stukken uit de zijwand hakken van deze, voor ons te smalle, rivierbedding om verder te kunnen richting Van Zylspas |
Aangezien we wat hoger in de bergen zijn koelt het 's nachts aardig
af. Af en toe hebben we ook een klein buitje. We hobbelen verder en het
track wordt steeds slechter, smaller en de stenen scherper. Erg veel
stenen trouwens. We horen oom agent nog zo zeggen dat er geen scherpe
stenen zijn. We zouden ze graag naar zijn hoofd gooien. Overal ook veel
struikjes en boompjes pal langs het pad. Als het vlak is gaat het, maar
de afdalingen naar de vele rivierbeddingen zijn vaak uitgesleten en erg
ruig. We schieten niet erg op, de snelheid, of beter gezegd traagheid is
zo'n 5 tot 15 km/hr. We rijden tot de Ovivero dam en hopen dat de weg
vanaf daar beter wordt. Die dam is toch gebouwd en moet onderhouden
worden dus er zal vast vanaf de andere zijde een betere weg naartoe
zijn. Volgens de Lonely Planet is de dam de kans om een verfrissende
duik te nemen. Als we bij de dam aankomen blijkt het niet meer te zijn
dan een grote zandwal met een klein stukje beton. Het enige water is een
vies troebel poeltje waar je dood nog niet in wilt liggen. Die lui van
LP zijn er duidelijk in een andere tijd geweest. In het poeltje zitten
nog schildpadjes ook, die je alleen kunt zien als ze met hun
neusje boven water komen om adem te halen. Het vee van de Himba's komt
hier naartoe om te drinken, maar zal nu hopelijk een ander poeltje
weten. Het is er wel mooi. We zien nog wat patrijzen en andere vogels,
en een eekhoorn. We zijn het pad even zat, na de dam lijkt het niks
beter. We besluiten maar bij de dam te overnachten. VRIJDAG 21 DECEMBER 2012, Het einde van de wereld Vandaag vergaat de wereld. We denken aan de Duitser die we in Ouzoud in Marokko ontmoet hebben. Hij zit vandaag met zijn gezin in zijn zelfgebouwde bunker onder de grond om de ramp af te wachten. Wij niet. Onze ramp ligt voor ons, een beroerd pad vol stenen. Soms halen we nog geen twee kilometer per uur. Hele stukken rijden we door een te smalle rivierbedding. We slepen grote stenen weg om er langs te kunnen, en af en toe moeten we stukken van de kanten afhakken met de schop. We komen er achter dat we onze grote bijl kwijt zijn. Vergeten ergens of gejat, we weten het niet. We hadden die hier goed kunnen gebruiken om wat stenen uit de zijkant van de rivierbedding te hakken. Af en toe schuren de wangen van de banden er vervaarlijk langs. |
Ook blijken we weer veel troep in het eerste dieselfilter
te hebben, af en toe zuigt de motor via de retourleiding weer lucht aan. Jan
schroeft de kolf van het filter er onderweg en die blijkt vol met een
klei-achtige drab te zitten. Wat hebben die Angolezen toch in hun diesel zitten?
Als alles is schoongemaakt trekt de DAF weer als een beer, maar aan snelheid
hebben we nu niet veel, het is een en al manoeuvreren. Toch is het maar goed dat
de volle trekkracht terug is, want we krijgen nog een paar erg steile moeilijk
stukken met grote stenen. Af en toe moeten we met de DAF recht over grote
rotsblokken denderen, met zeker dertig centimeter steile hoge kanten. Toch geeft
de wagen geen krimp, en in de eerste lage gearing met 4x4 klautert hij overal
overheen. Ook de banden houden het nog goed, al komen er wel steeds meer kleine
sneetjes in het loopvlak. Maar dat is niet zo erg als in de wangen.
|
Eekhoorntje |
Op een gegeven moment is er zo'n steile ruige klim dat we
eerst de wagen even stil zetten om te kijken of het wel te doen is, en hoe de
weg er daarna uit ziet. Het blijkt dat net na deze klim het omlaag gaat een
vallei in, waar zo te zien een redelijk goed zandpad verder gaat. Eindelijk
wordt de weg beter. Hopelijk blijft het dan ook zo. Maar het moeilijkste stuk
komt nog. Waar we de wagen hebben stilgezet is het al zo steil dat de diesel via
de vulopeningen langs de doppen er uit gutst. Er liggen stenen voor ons die half
zo hoog zijn als onze banden, te zwaar om aan de kant te duwen. Deels zijn het
ook gewoon uitstulpingen van de berg zelf. Mariska stapt uit en ziet het niet
echt zitten. Jan heeft ook zo twijfels, maar drie dagen over dat &**%$@#!-pad
terughobbelen is ook niet echt een optie. En trouwens, omdraaien kunnen we hier
niet eens. In de eerste versnelling, lage gearing, 4x4 en vol gas stuitert hij
de oude DAF over de rotsen. Het klappert en ziet er akelig uit, maar het lukt!
En niets kapot zo te zien. Nu maar hopen dat de rest van het pad zo blijft als
het er voor ons uitziet. Nadat we de berg afgehobbeld zijn rijden we heerlijk op
een zandpad. Na al die dagen hobbelen voelt het aan of we zweven, zo glad. Zo bereiken we Otjitanda. Daar passeren ons vier opgedirkte 4x4's vol met Zuid-Afrikanen. Ze zijn op weg naar de Van Zylspas. We kunnen het pad er naar toe niet goed vinden, dus we volgen ze. Volgens hen is de Van Zylspas onmogelijk met een vrachtwagen. Das gevaarlijk, zulke dingen moet je niet tegen Jan zeggen... Ook zij kunnen de weg naar de pas niet vinden en rijden een paar keer fout. Onderweg komen we nog een groep prachtige Himbavrouwen tegen. Helaas zijn zij ook al bekend met het bedelen. Ze hebben ook prachtige hutten waar ze in wonen, gemaakt van hout, leem en dierenhuiden, maar achter hun hutten liggen de bierflessen zo hoog opgestapeld dat het meer op camping de Appelhof in hoogzomer lijkt. |
We vragen ze de weg, maar dat willen ze alleen tegen en
vergoeding vertellen. Dan niet! Het pad naar de Van Zylspas blijkt nog zo'n
veertien kilometer te zijn. Een al te best pad is het ook niet en waarschijnlijk
moeten we hem helemaal terug rijden omdat de Van Zylspas toch te gek wordt met
de vrachtwagen. We besluiten halverwege het pad, op een mooi plekje bij een
grote boom te gaan staan voor de nacht. Er komen nog meer 4x4's voorbij met Zuid
Afrikanen. Ze gaan allemaal naar de campsite in de rivierbedding, net voor de
pas. Dat wordt lekker druk morgen op de pas. Er komt ook nog een Landrover
aangereden met Engels kenteken. Ze stoppen bij ons en zijn verbaasd hier een
vrachtwagen te zien, uit Nederland nog wel. Het zijn Terri en Jonny, een leuk
spontaan stel, mid 20-ers. Ze zijn via de oostkant naar beneden gereden en nu
zeven maanden onderweg. Terri is van oorsprong Zuid-Afrikaanse, maar woont al
tien jaar in de UK. We kletsen een hele tijd en ze bekijken de DAF. Een gezellig
stel. Ze gaan verder naar het kamp, want ze willen info van de anderen of de pas
te doen is met hun vrij standaard Landrover met niet al teveel bodemspeling.
Mariska maakt heerlijk avondeten klaar met onze
zelfgevangen vis uit Luanda. We eten buiten met twee truien aan, want het is
behoorlijk fris. Geen ongedierte, dat is lekker. We zagen nog twee hertachtige
beesten in de verte voorbij lopen en verder alleen wat vogels.
|
Na het ontbijt pakken we de volgende dag de motor
uit om maar eens naar het begin van de pas te rijden. Het kamp blijkt al
helemaal leeg te zijn, iedereen is al op pad. De pas mag alleen van
boven naar beneden gereden worden omdat hij smal en steil is. We gaan
het maar niet doen met de DAF, want halverwege omkeren of achteruit
terug is al helemaal geen optie. We rijden met de motor verder. Het
eerst stuk is mul zand. Dan komen veel losse stenen. Na een paar
kilometer loopt de weg langs de bergwand. Vrij smal met aan de ene kant
een steile afgrond. De ondergrond is erg ruw, met af en toe redelijke
hoogteverschillen. Dikke puntige stenen en dan een stuk over een vrij
gladde rotsplaat behoorlijk steil naar beneden. Met de motor moeten we
deze weg ook weer omhoog, want een rondritje om weer bij de DAF te raken
is zo'n 120 kilometer over slechte piste. Jan denkt dat hij op de
terugweg wel weer tegen de steile pas opkomt. Mariska zegt dat ie dan
maar alleen verder moet. Achterop is het al niet zo comfortabel, en
alleen gaat het een stuk makkelijker. Vrij snel komt Jan al weer terug. Het is steil en
erg ruw. Naar beneden gaat wel, dat is niet zo moeilijk, maar er weer
tegenop is de vraag. We hebben behalve een helm ook geen beschermende
kleding aan, alleen T-shirt en korte broek. Je kunt dan dus ook niet te
gek doen. Om de hele rondrit van 120 km door het Marienfluss dal op de
motor te doen zien we ook niet zitten. Als je ergens op die stenen je
band lek rijdt zit je mooi. Toch jammer, we hadden deze beruchte pas
graag gereden. Op de terugweg moeten we bij één zeer steil gedeelte
afstappen. De rotsplaten zijn erg glad, met vervelende geulen en gaten,
waar de band van de motor makkelijk in kan schieten en kan omzwaaien. Er
tegenop rijden gaat niet. Niet met z’n tweeën op de motor, maar ook niet
als Jan het alleen probeert. Jan staat naast de motor en geeft
voorzichtig gas en Mariska duwt aan de achterkant mee. Het gaat niet
makkelijk, maar het lukt. Als we later bij de DAF terug zijn zien we op
de GPS dat Jan al verder dan halverwege was, en volgens Tracks4Africa de
moeilijkste stukken al gehad had. Met een gewone 4x4 Landcruiser of iets
dergelijks is de pas dus best goed te doen. Een beetje bodemvrijheid is
wel handig. Een Unimog zou ook nog gaan, maar een vrachtwagen als de
onze is gewoon te breed. We vinden dat het risico ook niet waard. |
Route over de Van Zylspas. Naar beneden ging toch makkelijker, dan nu weer terug omhoog (waarom lijkt het op de foto toch altijd een stuk minder spectaculair dan wanneer je er voor staat?) |
|
Himba vrouwen |
We zetten de motor weer in de DAF en rijden verder
richting Etanga, wat zo'n 45 km verderop ligt. De piste is al stukken
beter. Wel af en toe nog smal, maar dan door bosjes en bomen en niet
door stenen. Ook nog wat stukken met mul zand, maar zelfs met redelijk
harde banden baggeren we daar goed doorheen. We komen langs bijzondere
graven van de Himba’s. Zo op het oog ziet het Himbavolk er nogal arm
uit. Eigenlijk is dat niet echt het geval, ze leven gewoon primitief.
Ondertussen hebben ze grote kudden vee. Als een (vooraanstaand) Himba
overlijdt worden er vele koeien geofferd, en de schedels met flinke
hoorns worden in de bomen gehangen boven de graven. Die graven zijn heel
modern, van gepolijst en gegraveerd marmer en graniet, gemaakt door
moderne bedrijven in de hoofdstad Windhoek. Wat een contrast met de
manier waarop ze leven. Vanaf Etanga moet de weg beter worden volgens de
kaart. En dat blijkt nog zo te zijn ook. Vanaf Etanga tot aan Epuwo,
zo'n 100km verder ligt een mooie brede gravelweg, waar we rustig tussen
de 50 en 70 km/hr op rijden. Van rechts komen er twee struisvogels op
ons afrennen. Ze rennen parallel met ons mee, halen ons in terwijl we
daar zeker 50km/hr rijden, en schieten met een zelfde vaart naar links
voor onze auto langs. Geweldig om dat zo te zien. Wat snel zijn die
beesten! Helaas wil de DAF tegen het eerst heuveltje na Etanga al weer niet trekken. Jan reinigt het eerste filter zonder resultaat. Dan het tweede filter eens flink uitslingeren en weer terugmonteren. Intussen hadden we al besloten om op de plek waar we gestrand zijn te overnachten. De volgende ochtend blijkt de Daf nog niet goed te trekken, hij komt het bultje niet over. Jan haalt als laatste het Triple-R filter er ook uit en wil het lege filterhuis volpompen, maar merkt dan dat het handpompje vrijwel geen diesel oppompt. Er zit dus halverwege de aanzuigleiding ergens een verstopping. Voor niks het 3-R filter weggegooid. Dan maar rigoureus vanaf de dieselopvoerpomp met perslucht de hele aanzuigleiding doorblazen tot het flink bubbelt in de dieseltank. Dan een nieuw 3-R filter er in en nu wil hij wel diesel oppompen. De DAF loopt weer geweldig en met een mooi vaartje rijden we richting Opuwo. |
Tot halverwege de mooie piste doorsneden wordt door een brede
rivierbedding waar ook al wat water in staat. Geen brug, en de kanten zijn best
steil en brokkelen al af van het stromende water. We moeten er over, want we
gaan echt niet 200 kilometer terug die beroerde piste rijden. Er zijn ook geen
sporen van andere auto's te zien die er door zijn gegaan. We lopen een stuk
beide kanten van de rivier af, en zien dan een plek waar we zouden moeten kunnen
oversteken. De rivier stroomt daar over keien en wordt daar wat breder en
ondieper. Het is wat manoeuvreren tussen de bosjes door maar we kunnen met de
DAF op die plek de oever bereiken. De afdaling de rivierbedding in is goed te
doen. Het riviertje stelt hier niet veel voor, maar de hele bedding is zacht en
modderig. Mariska filmt als Jan er door rijdt. Als hij het riviertje uit de
bedding weer inrijdt lijkt het even of de DAF blijft steken. De wielen malen
rond, maar langzaam komt hij toch vooruit. Dan tegen de steile wal de kant op.
De banden graven weer wat zand weg, maar we komen er zonder scheppen, zandplaten
of lieren door. Niet slecht.
| En zo komen we toch nog bijtijds en zonder brokken in Opuwo aan. Van
een afstandje zien we een grote lodge op een heuvel liggen, het Opuwo
Country Hotel. Het heeft het grootste rieten dak van Namibië, volgens de
Lonely Planet. Het ziet er posh uit, vast te duur voor ons. Opuwo zelf
is niet zo’n mooi dorp om te zien, maar het straatbeeld is wel
bijzonder. Naast het “gewone” volk lopen hier mooi geklede Herero
vrouwen. De Herero zijn een trots volk, ooit de talrijkste in Namibië,
maar tijdens de Duitse bezetting is hun aantal flink gedecimeerd. De
vrouwen, vrijwel allen behoorlijk in omvang, gaan gekleed in kleurrijke
Victoriaanse jurken met op hun hoofd van dezelfde stof een soort grote
knipmuts in de vorm van koeienhoorns. Ze dragen meerdere jurken/ rokken
over elkaar, wat meteen de sociale status aangeeft. Hoe meer jurken, hoe
rijker en hoger hun aanzien. Soms hebben ze wel tot vijftien jurken over
elkaar aan, en dat met die hitte. Je begrijpt dat dit de lijvige vrouwen
niet bepaald afkleedt, maar juist tot een enorme bonte, rond waggelende
kerstboom maakt. Prachtig om te zien. Ook lopen er veel Himba’s rond in het dorp, wat met name in de moderne supermarkt nogal een merkwaardig contrast oplevert. Je ruikt ze van een afstandje, huid en haar volgesmeerd met een mengsel van dierenvet en oker, gekleed in dierenhuiden, borsten bloot en op blote voeten. En zo staan ze in die moderne supermarkt voor het lange vak met zuivel een keuze te maken. Of helaas nog vaker bij de drankwinkel, hoewel de keuze daar gauw gemaakt is: de grootste bierflessen zonder statiegeld. Ze hebben geen zakken, hun geld verstoppen ze los tussen de leren omhulsels rond hun enkels. De Himba-jongens hebben prachtig gevlochten haar, vaak van achter naar voren, met een staart over het gezicht hangend. |
Twee Herero vrouwen op stap met hun kinderen. |
Die supermarkt is voor ons ook een verademing. Het lijkt al
behoorlijk op de luxe supermarkten die we in Nederland hebben, en ook de prijzen
zijn weer betaalbaar, hoewel nog altijd een stuk duurder dan in Nederland. Maar
wat een verschil met West-Afrika. Alcohol is er vandaag niet te krijgen. Het is
zondag, supermarkten zijn gewoon open maar in het weekend en op feestdagen wordt
er geen alcohol verkocht. Vreemd, dat zijn normaal juist de dagen voor een
biertje of en wijntje. We zien een net restaurantje en dat heeft T-bone en
rumpsteaks voor een heel schappelijke prijs, dus we nemen het er maar eens van.
Die steaks vallen erg tegen, was ook te mooi om waar te zijn. Taai, veel vet, en
het beloofde gewicht is zeker inclusief bord. Bah. En ook hier kun je bij het
eten geen biertje drinken op zondag. Dit strenge alcoholbeleid heeft te maken
met de vele dronken lui op straat die voor overlast zorgen, met name de
Himba-mannen, maar volgens ons mist dit beleid op deze manier de doelgroep.
Bovendien helpt het niets aan het zuipen op straat door de week, en het lijkt
ons niet dat de Himba nu zo zeer volgens klok en kalender leven.
We lopen nog wat rond in het dorp op zoek naar iets als een
camping of lodge waar we kunnen staan. Bij voorkeur iets met wifi, want het is
morgen kerstavond, en we hebben al lang geen contact met familie gehad. We
kunnen niets vinden. Herhaaldelijk worden we verwezen naar de grote sjieke lodge
op de heuvel, maar dat ligt waarschijnlijk te ver boven ons budget. We doen maar
weer een bushcamp iets buiten het dorp. Wel gaan we de volgende dag even kijken
bij de lodge, Opuwo Country Hotel, misschien dat we er wel gebruik van internet
kunnen maken als we er iets nuttigen.
|
Uitzicht vanuit Opuwo Country Lodge over het zwembad en de mooie omgeving. |
Zo sjiek als de lodge eruitziet van een afstand, zo
is hij ook van binnen. Een mooie hoge ruimte, sfeervol en met dure
materialen ingericht. Op het terras een mooi tot de rand toe gevuld
zwembad met uitzicht over de onderliggende vallei. De prijs voor
internet is wel erg duur, 60,- Nam$, maar dat is dan ook voor de hele
dag, en we mogen er met twee computers tegelijk gebruik van maken. We bekijken de prijzen en eigenlijk is het hier
helemaal niet zo duur. We besluiten ons zelf met kerst te trakteren. Bij
de lodge is een campsite waar we kunnen staan. Er staan nog vier
Zuid-Afrikaanse paren die aan het braaien zijn, hoe kan het ook anders.
Wij hangen rond in de lodge. ’s Middags eten we een heerlijke lunch en
op kerstavond een uitgebreid diner met een echte goede sappige en grote
biefstuk. En heerlijke butternutsoep vooraf. We zitten op het terras,
heerlijk weer en mooi uitzicht over de vallei. Geen echt kerstgevoel,
maar speciaal is het wel. In de middag stelde een man, Wouter, zich voor als
eigenaar van de lodge. Hij had onze auto zien staan en is geïnteresseerd
in onze reis. Wouter zelf komt uit Swakopmund, heeft een bouwbedrijf en
15 cash loan kantoren door heel Namibië. Vroeger was hij piloot en hij
heeft veel in Angola gevlogen. De lodge in Opuwo was altijd zijn droom,
en vier maanden geleden heeft hij het kunnen kopen nadat de vorige
eigenaar is overleden. Onlangs kreeg hij een prettige verrassing: het
bleek dat bij de verkoop van de lodge eigenlijk ook een groot stuk grond
van 10x5,5km hoort, waar allerlei wild loopt, veelal overschot van
Etosha. Het ligt op zo’n 80 kilometer afstand, in Ovambuland. In eerst
instantie was dit voor hem verzwegen, maar toen hij er van hoorde heeft
hij er direct voor getekend om zo dit stuk grond, eigenlijk kostenloos
dus, ook in handen te krijgen. De enige voorwaarde was dat hij er een
lodge op moet bouwen, de vorige eigenaar was er al aan begonnen. Geen
probleem voor iemand met een bouwbedrijf. Wouter is er erg enthousiast
over, vooral over het rijke dierenbestand. Het wordt een luxe lodge, met
acht grote tenten, sjiek ingericht, allen gebouwd op een heuvel met
uitzicht over een pan, ervoor een privé terras. |
We praten zo wat met elkaar en dan vraagt Wouter of we
misschien zin hebben om de volgende dag, 1e kerstdag, met zijn
familie naar zijn wildpark heen te gaan voor een braai, en als we willen, kunnen
we zo lang we willen kamperen op dit stuk grond tussen de wilde dieren. Er zijn
verder geen voorzieningen, wat wij prima vinden, we hebben immers alles zelf bij
ons. Als klap op de vuurpijl stelt hij voor om ons zolang een 4x4 pick-upje er
bij te doen, zodat we onze auto mooi ergens neer kunnen zetten en kunnen laten
staan, en met het pick-upje, bakkie in het Afrikaans, op safari door het
privé-park kunnen. Wouter wil graag dat het wild daar wat meer aan auto’s went,
voor als straks de lodge klaar is en toeristen komen. Ook wil hij graag wat
mooie foto’s van zijn dieren. Hij heeft er onder andere 8 zwarte neushoorns
lopen, waarvan één met jong.
|
DINSDAG 25
DECEMBER 2012, eens wat anders, op eerste kerstdag Bij een afgesproken kruispunt staat Wouter ons al
op te wachten. We volgen hem vanaf daar over wat zandpaden en komen dan
bij een hoog omheind gebied terecht. Aan de buitenzijde, op hoogte,
stroomdraden, tegen olifanten, die op zoek naar water het gebied wel
eens willen binnendringen. In het gebied van Wouter zijn geen olifanten,
daar is het te klein voor, hetzelfde geldt voor grote jagers als
leeuwen. Wouter heeft wel plannen om er nog omliggend gebied bij te
kopen. Het hek wordt geopend en we rijden achter Wouter aan de grote
vlakte op, een uitloper van de Etosha-pan. Uukwaluudi heet het park. We
zien direct al groepen hartebeesten, springbokken en aan de rand van de
pan giraffen. Het is even zoeken, maar dan hebben we de familie
gevonden, die Wouter ergens in het bos met de koelbox en braai heeft
achtergelaten. We maken kennis met zijn vriendelijke vrouw Lientjie
(spreek uit Lienkie), haar vader, twee kinderen van een jaar of zestien
en kleine Woutertjie (spreek uit Wouterkie) van vier. Die laatste is een
druk mannetje. En hij is al niet in zo’n goed bui, want hun hondje, een
Maltees Leeuwtje, was een paar dagen terug gebeten door een slang, en
heeft het niet overleefd. Het is een gezellige barbecue, of braai zoals ze
het hier noemen, zomaar midden in het bos. In de namiddag gaat de
familie op gamedrive, allen in de Landcruiser, 4 liter bakkie van
Wouter. Wij parkeren de DAF bij een watergat niet ver van waar de nieuwe
lodge gebouwd gaat worden, en waar nu tijdelijk drie bewakers in een
caravan wonen. Als de familie klaar is met hun tocht door het gebied
nemen we afscheid. Tegen de bewakers wordt gezegd dat ze ons met rust
moeten laten, en als we wat nodig hebben dat we wel naar hen zullen
toekomen. Tegen ons dat we zo lang mogen blijven als we willen, dat
Wouter wel af en toe diesel voor de Mahindra zal brengen, en als we
willen, kunnen we ook gratis komen overnachten in de lodge in Opuwo. En
natuurlijk zijn we ook uitgenodigd bij hun thuis als we in Swakopmund
zijn. Ongelofelijk, wat een gastvrijheid. We bedanken ze hartelijk,
zeggen dat we niet zo heel lang zullen blijven, en dat we ze zeker in
Swakop zullen opzoeken. We zijn wel bofkonten dat we dit zo aangeboden
krijgen. |
Black-faced Impala |
Het wild hier moet nog erg aan auto’s en mensen wennen. In
de periode dat de vorige eigenaar is overleden en dat Wouter het overnam, is er
flink (illegaal) gejaagd op de dieren. En dat door iemand die al dertig jaar
werkt voor natuurbehoud. Wouter heeft hem direct de deur gewezen en gezegd dat
hij nooit meer een voet op dit grondstuk mag zetten. We rijden tegen de avond
wat rond en zien direct al zwarte neushoorn, een mannetje, prachtig in de
avondzon. We zijn op een redelijke afstand. Direct de motor uit. Ondanks dat de
wind van de goede kant komt, heeft hij ons natuurlijk wel in de gaten.
Neushoorns zien slecht. Hij wordt eerst wat zenuwachtig, maar gaat dan door met
eten. Wouter wil graag het pasgeboren jong op de foto hebben, maar dat wordt nog
een lastige klus voor ons. We zien op dit eerste ritje nog allerlei andere
dieren. Wat later gaan we voor de DAF zitten om in het schemer nog wat dieren te
spotten bij het watergat. Dan lopen ineens de drie bewakers rond het watergat.
Geen beest te bekennen dus!
Zwarte neushoorn
De volgende ochtend om ongeveer 5:30 uur worden we uit onze
slaap gewekt: “Hallo, het is nu een goede tijd om te gaan dieren spotten.” Het
is Kappie, één van de drie bewakers. (don’t come to us, we come to you...)
|
|
Mariska blijft bij de DAF, en Jan rijdt met de jongens
naar het “dorp”. Dit zijn meer wat verdwaalde huisjes, met natuurlijk
een café. Daar moeten eerst een paar grote flessen bier gekocht worden,
en terplekke opgedronken. Dan moet er nog langs allerlei hutjes gereden
worden, Jan maakt met het halve dorp kennis. Daadwerkelijk wordt er als
boodschappen één fles shampoo gekocht, verder alleen bier. Pas laat in
de middag komt Jan terug met de knapen. Balen. We zitten gewoon te dicht
bij ze in de buurt, en besluiten om maar direct de DAF aan de overkant
van de pan neer te zetten, dat is hemelsbreed zo’n 4,5 kilometer verder.
Daar zullen ze ons wel met rust laten. Als smoes zeggen we maar tegen ze
dat we zo dicht bij het watergat de dieren er van weerhouden te drinken.
Wat eigenlijk ook zo is, als de dieren schuw zijn. Eigenlijk is de plek aan de andere kant, aan de rand
van de pan veel mooier. We staan net bij een paar bomen waar we lekker
onder kunnen zitten, en al ’s morgens bij het ontbijt lopen giraffen,
zebra’s en hartebeesten voor ons op de pan. In het regenseizoen staat er
een klein laagje water in de pan. Nu is het een groot veld met goudgeel,
droog gras. En zo blijven we maar liefst twee weken op dit speciale
plekje. We rijden in totaal zo’n 700 kilometer door het park, en brengen
alle paadjes in kaart via de GPS en proberen zoveel mogelijk foto’s en
films van de dieren te maken voor Wouter, en voor onszelf natuurlijk.
Ook doen we af en toe een wandelsafari, op zoek naar de neushoorn met
jong. Best spannend. De enige neushoorn met jong wat we zien is een
moeder met een kalf van toch al wel een jaar of twee. Een pasgeborene
kunnen we niet vinden, we betwijfelen zelfs of die er wel zit. Oud en
nieuwe gaat eigenlijk aardig aan ons voorbij. Oudejaarsnacht zijn wij
tot een uur of twee nog op zoek naar een aardvark. Dit zijn heel
bijzondere beesten, die grote gaten graven en termietenheuvels
plunderen. We weten waar er één moet zitten, maar kunnen hem niet
vinden. Als we wilden, hadden we oudejaarsavond in de lodge in Opuwo
mogen doorbrengen, maar we hebben dit aanbod afgeslagen. Achteraf
misschien wel jammer. De Spaanse versie van “Groeten uit de rimboe” werd
vlakbij opgenomen, maar het verblijf tussen de Himba’s werd de
welgestelde verwende Spaanse familie wat te gortig, dus hebben ze samen
met de hele crew intrek genomen in de lodge, en daar met oud en nieuw
een feestje gebouwd. Helaas hoorden we dit later pas. |
Het is en geweldig relaxed leventje hier. Overdag lezen we wat
en genieten we van de dieren voor ons op de vlakte. Doen de was met opgepompt
grondwater. Rijden ’s morgens en tegen de avond een rondje door het gebied op
zoek naar dieren. We brengen nog een middag in het verscholen kijkhutje bij een
watergat door, en zien de dieren van heel dichtbij zonder dat ze ons in de gaten
hebben. ’s Avonds zitten we buiten en genieten van het jammerende geluid van de
jakhalzen en de mooie roep van de hyena’s. Ze komen behoorlijk dicht bij de DAF.
| Van de drie bewakers hebben we geen last meer, ook al komen ze soms
nog steeds langs. Af en toe komt Wouter langs, vaak met kleine
Woutertjie, soms met vrienden of een aannemer voor de lodge. Samen met
Wouter maken we een rondje door het park. Wij rijden in zijn
Landcruiser, Wouter staat liever met zijn zoontje achter in de laadbak.
Woutertjie zwemt in één van de grote betonnen waterbuffers. Tijdens een
hekcontrole (een complete ronde langs het hek van ruim dertig kilometer)
samen met de drie bewakers achter in de bak, zien we een dode springbok
met zijn hoorns verstrengeld in het hek, aan de buitenzijde van het hek.
Volgens de jongens is het dier een uur of vijf dood, te oordelen aan de
oren die nog zacht zijn en de knieën die ze kunnen knikken. Het beest is
hoogzwanger, erg jammer. Volgens de jongens is het opgejaagd door een
hyena, maar dat lijkt ons gek. Het tijdstip dat het overleden is, is
midden op de dag, geen tijd voor hyena’s. Eerder misschien stropers of
honden van her en der wonende lokalen. Dat denkt Wouter ook. We gooien de springbok achter in de bak van de Mahindra, en brengen het naar het kamp van de jongens. Als we daar de volgende dag weer komen, hangt de hele springbok in stukjes gesneden te drogen aan de balken van de overkapping voor de caravan. In een doos liggen de ingewanden, de huid, de kop, de poten en de baarmoeder met daarin het complete jong, zo goed als klaar voor geboorte. Wij nemen die doos mee en legen de inhoud vlak bij het hol van de hyena’s. Als we tegen de avond terug komen om te kijken hoe de hyena’s de resten zullen oppeuzelen, zien we dat er al vrijwel niets meer van over is. We vinden nog een paar totaal kaalgevreten botjes en de maaginhoud dat uit stinkend gras bestaat. De gieren zijn de hyena’s al voor geweest. Er zitten hier twee soorten gieren, van de één zelfs een grote kolonie. Ook zitten er maraboes, secretarisvogels en nog wat arend- en valkachtigen. Het lijkt erop dat de dieren aan de DAF gaan wennen. Giraffen, oryxen, zebra’s, hartebeesten en zelfs een enkele neushoorn komen tot heel dichtbij. Zolang wij ons maar niet teveel bewegen. De jakhalzen zitten ’s nachts pal naast de wagen de jengelen. Aan de Mahindra wennen ze maar slecht. Dat ding kraakt en piept op de hobbelpaden en de motor tokkelt en ratelt alsof ze er in India geen lagers in hebben gezet. En het is natuurlijk dezelfde wagen als waar die verrekte kerel het halve gebied mee heeft leeg geschoten. De dieren herkennen het geluid van de Mahindra alleen als gevaar. |
Wouter en Woutertjie |
|
|
Op een morgen zitten we weer aan het ontbijt onder
de boom, als Jan Mariska waarschuwt om even op te staan en een paar
passen van de boom te lopen. Vanachter haar stoel komt er een lange,
vrij dunne slang aangekropen. Olijfgroen van kleur, ongeveer twee meter
lang. Hij ziet ons blijkbaar wel, komt dichter naar ons toe en klimt dan
langs ons in de boom omhoog tot in de takken boven de ontbijttafel. Het
is duidelijk een gifslang, maar we weten niet zeker welke.
Waarschijnlijk een bruine boomslang of een black mamba. Beide kunnen
deze kleurslag hebben. Een black mamba is erg giftig, bij een beet kan
het binnen een uur met je gedaan zijn. Het lijkt ons beter om maar een
boompje verder te gaan ontbijten. We genieten enorm van ons eigen stukje
“wildernis” maar het wordt nu ook wel tijd om wat mee van Namibië te
gaan zien. MAANDAG 7 JANUARI 2013, tijd om te
vertrekken
|
's Avonds spotten we nog een hyena