Namibië deel 3
MAANDAG 28 JANUARI
2013, op naar Spitskoppe
Vandaag rijden we naar Spitskoppe, wat weer het binnenland in ligt. Dit is
een prachtig gebied van bijzonder gevormde rotsen, die vrij abrupt uit een
redelijk vlak landschap oprijzen. De rotsen zijn roodbruin en lijken gedoopt in
boter en dan in paneermeel. Het hele oppervlak zit vol met kleine steentjes. Er
is een prachtige natuurlijke brug in de rotsen. De rotsen lopen halfrond over
elkaar heen, en er op klimmen gaat makkelijk, de kleine steentjes die vast
zitten in het oppervlak geven veel grip.
|
Het ruige landschap rond Spitskoppe, met de enorme natuurlijke brug |
Tussen de rotsen liggen mooie kampeerplekjes, soms zelfs half onder
een rots. We zijn echter via de artiesteningang gekomen, volgens de
Lonely Planet zat de hoofdingang aan de andere zijde. De kant waar
wij inreden zat wel iemand in een hokje, maar hij wuifde ons door.
Halverwege hebben we de DAF neergezet en zijn toen de hele middag
gaan rondstruinen tussen de rotsen door. Het was al 17:15 uur als we
er via de dezelfde ingang weer uitgaan, maar het hokje is nu leeg.
|
De dag er op rijden we een prachtige route door de Erongo
Mountains, ook weer geheel over gravelwegen. En die gravelwegen beginnen hun tol
te eisen op onze banden. Als we aan het eind van de dag, midden in een mooie
omgeving, waar aan de vele uitwerpselen te zien veel wild zit, de wagen
neerzetten om vroegtijdig kamp op te slaan, horen we de band links-achter
sissen. Er zit een diepe snede in het loopvlak, de staaldraden zijn te zien en
er loopt lucht uit. In plaats van luieren en van langskomend wild genieten kan
Jan dus weer flink aan de slag. En we hebben weer het zelfde probleem als in
Angola, de band wil niet van de velg af. Jan haalt de band met velg en al er af,
en probeert van alles. Onder andere door de band vlak onder de as te leggen en
het gewicht van de vrachtwagen op de band te laten zakken om zo de band van de
velg te drukken, maar het lukt niet, en het is zwaar werk. Eerder hadden we een
tweede krik, en daarmee kon je de band van de velg krikken door hem plat onder
de achterbumper te leggen met de krik ertussen, maar helaas, die krik lekte zo
erg dat we hem in Benin hebben achtergelaten. Jan zet de velg er maar weer op,
en dicht zo goed als het kan de scheur van buitenaf met vulkaniserende staafjes
die normaal bedoeld zijn om een rond gat te dichten. Hopelijk kunnen we daarmee
morgen het dichtstbijzijnde dorp bereiken, om bij een garage de band te
wisselen. Erg jammer, want we zijn hier in een mooi gebied e hadden nog wel wat
meer willen rondrijden hier.
|
Het lukt om de volgende dag Umaruru te bereiken en
we laten bij Simon’s Auto en Truck repair de band repareren. Ze hebben
geen automaat om de band van de velg te krijgen, maar een grote zware
staaf met schuifgewicht, en met grof geweld krijgen ze met twee man de
band er wel af. Terwijl zijn zwarte medewerkers de band van binnen
opschuren en op twee zwakke plekken plakken, praten wij met de blanke
eigenaar. Het is een aardige man. Hij is op vijf jarige leeftijd met
zijn opa en oma meegekomen vanuit Nederland naar Zuid Afrika, en heeft
28 jaar in Kaapstad gewoond. Maar dat land gaat met de huidige politiek
zo hard achteruit dat hij besloten heeft om hier in Namibië te gaan
wonen. Namibië gaat ook achteruit, verteld hij, maar niet zo erg als
Zuid Afrika. Hij is al de zoveelste Zuid-Afrikaan / Namibiër die ons dit
verteld. Het is natuurlijk goed dat de apartheid is afgeschaft, maar met
het badwater hebben ze blijkbaar het kind ook weggegooid. Corruptie
tiert weer welig, veel vriendjespolitiek waardoor incompetente mensen
belangrijke posities bekleden. Onderwijs gaat achteruit. Straten
vervallen, fabrieken en grote boerderijen (vaak overgedragen aan de
“oorspronkelijke” bevolking) verdwijnen, herhaaldelijk stroomuitval,
meer armoede onder blank en zwart, en vooral veel meer criminaliteit. We
horen zelfs af en toe zwarten die klagen dat ze het vroeger beter
hadden! Als de band er weer opzit, en we 450,- N$ hebben
afgerekend, halen we wat eten bij de Spar en rijden we verder naar
Wilhelmstal over de gravelweg C36. Na zo’n dertig kilometer stoppen we
om een schildpadje van de weg te halen. Als we weer naast de auto staan
horen we dezelfde band weer sissen. Shit, de reparatie is niet goed
uitgevoerd. Pissig rijden we terug, ze moeten het maar overnieuw doen.
Helaas zit de garage al dicht, de eigenaar zegt dat we wel op het stuk
gras voor de deur kunnen staan. Morgenvroeg zijn we als eerste aan de
beurt. ‘s Avonds lopen we nog wat door het dorp. |
Spitskoppe |
|
Alleen lijm langs de randen van de plakker |
Jan staat er de volgende dag met de neus op als de
mannen met de band aan het werk gaan. Hij had gevraagd kopervet op de
hiel van de band te smeren in de hoop dat die er dan makkelijker af wil.
Dat hebben ze gedaan, maar aan de verkeerde kant, de sufferds. Aan de
voorzijde zit de afneembare kant van de velg, daar klemt hij nooit, maar
daar hebben ze wel vet aan gedaan. Aan de kant waar ze zelf moeite
hadden om hem er af te krijgen, hebben ze geen vet aan gedaan. De twee
plakkers bleken ze er in willekeurig richting, schuinlings ingeplakt te
hebben, terwijl op iedere plakker duidelijk een richting aangegeven
staat. De plakker die over het gat zat bleek alleen aan de randen te
zijn ingesmeerd met solutie, geen wonder dat die losliet. De ander
plakker die Jan preventief op een zwakke plek had laten aanbrengen bleek
helemaal op de verkeerde plek te zitten. Diep zucht... Alles wat fout kon hebben ze fout gedaan, en wat is
er nu zo moeilijk aan het plakken van een band? Jan schuurt en plakt nu
zelf de band, waarna de mannen hem er weer opzetten. We hoeven uiteraard
niets bij te betalen, ook niet voor de nieuwe plakkers. De eigenaar
verontschuldigd zich voor het geleverde werk. We kunnen van hem nog een pulleytrekker lenen om
onze stuurstang te verstellen, zodat we nu ook weer een gelijke
stuuruitslag links en rechts hebben. Sinds het ongeluk in Congo was dit
nog niet goed. We rijden tot dertig kilometer voor Windhoek en slaan dan
de D1499 in voor een bushcamp. |
We willen de volgende dag in Windhoek eigenlijk eerst naar
Supertyres om te informeren naar nieuwe banden en of ze onze beschadigde banden
warm kunnen vulkaniseren. We komen langs een groot vrachtwagenbedrijf met veel
gebruikte en wrakken van vrachtwagens en stapels banden. We informeren naar
banden, een koplamp en onderdelen voor de ISRI-stoel. Na wat zoeken in
containers vol gebruikte stoelen en een rondje over de plas blijkt dat ze ons
niet kunnen helpen. Jammer.
Dan komen we langs het project Penduka. Jan’s zus
Anne-Marie heeft daar zo’n tien jaar geleden een jaar vrijwilligerswerk gedaan.
We zijn benieuwd hoe het er nu uitziet. Het is ruim twintig jaar gelden opgezet
door Nederlandse vrouw, om lokale vrouwen een bestaan te bieden door ze een vak
te leren en een baan te bieden. Vaak gaat het om verstoten vrouwen, bijvoorbeeld
als ze gescheiden zijn van hun man, of om gehandicapte vrouwen. Als we het
terrein oplopen zien we buiten een aantal vrouwen bezig om grote lakens te
batikken. Enthousiast begroeten ze ons en laten ze zien wat ze aan het doen
zijn. Het ziet er mooi uit. Twee van de vrouwen blijken Anne-Marie nog te kennen
van toen. Na nog wat praten over toen vragen ze ons of Anne-Marie inmiddels
dokter is geworden. Euhhh, toch een andere Anne-Marie misschien?
|
We lopen om de hoek naar de winkel, waar allerlei
spullen die ze hier maken uitgestald staan. De oudere vrouw achter de
balie kent Anne-Marie nog wel, kunnen we merken aan de dingen die ze
over haar verteld. Ze is erg vriendelijk en biedt aan ons een
rondleiding te geven. Naast het batikken is er een borduur- en
naaiatelier en wordt ingezameld glas door twee doofstomme vrouwen
omgesmolten om er kralen voor sierraden van te maken. De vrouwen die we
bezig zien zijn allemaal erg enthousiast, en het steekt ons aan. We
maken ook nog kennis met Gea en haar dochter Femke, uit Nederland. Ze
doen hier twee maanden vrijwilligerswerk. Ze proberen op de achtergrond
zaken bij te sturen. Gea op bestuurlijk en financieel gebied en Femke
geeft Engelse les. Momenteel zijn ze echter druk om een Koreaanse order
van allerlei hoezen voor lap tops en I-pads de deur uit te krijgen. Gea
zit zelf achter de naaimachine, maar de overige bezetting is laag. Ze
lopen achter, en het schijnt dat als de vrouwen stress krijgen, ze maar
gewoon thuis blijven. Dat is wel erg gemakkelijk. We vinden het een erg interessant project en
bovendien ligt het geheel prachtig aan een stuwmeertje, dus we vragen of
we op hun terrein mogen kamperen. Voor 50,- N$ per persoon mag dat. Die
banden moeten nog maar even wachten. Ze verhuren ook een aantal
rondavels (ronde hutjes) en er is een mooi houten restaurant met grote
veranda dat uitkijkt over het water. Het is een gebouw van een
voormalige Duitse jachtclub. Op het water zitten verschillende
watervogels, waaronder pelikanen. Het worden gelijk drie overnachtingen
die we er blijven. ’s Middag in de pauze en na werktijd is het gezellig
met Gea en Femke. Ze vertellen ons over de problemen en de successen bij
Penduka. Femke heeft ook drie maanden op Hawaii gewerkt en kan ons er
veel over
vertellen. Goede vrienden van ons, hebben plannen om
naar Hawaii te emigreren, dus wie weet, komen wij er ook nog eens. |
Restaurantje bij Penduka |
Op zaterdagochtend rijden we op de motor naar het centrum
van Windhoek. We vinden Windhoek eigenlijk een beetje saai. Een paar
shoppingmalls, maar op straat is niet veel te beleven. Helemaal niet als om
12:30 uur de winkels ook nog eens sluiten (op een zaterdag, in een hoofdstad!)
en de straten uitsterven. Het wordt gewoon een spookstad met wat hangvolk. Er is
wel een mooi oud station dat nog steeds in gebruik is, en buiten staan
verschillende oude locomotieven ten toon gesteld. We bezoeken nog een grote
winkel waar lokaal gemaakt handwerk, schilderijen en foto’s worden verkocht. Er
is inpandig ook een soort toeristenbureautje. Het valt ons op dat er niets is
dat verwijst naar Penduka, geen foldertje, niets. Laat staan dat er spullen van
Penduka verkocht worden. Later horen we van Jan’s zus dat zij dit tien jaar
geleden allemaal al gedaan had. Reclame maken bij de toeristenbureau’s en
opdrachten proberen te scoren bij plaatselijke hotels en lodges om bijvoorbeeld
servetten en ander linnengoed te mogen leveren. Daar is nu niets meer van over.
|
Prachtig kerkje in Windhoek |
We willen de botanische tuin bezoeken, maar als we
aankomen na een lange wandeltocht blijkt ook die gesloten te zijn.
Openingstijden van 8:00 uur tot 17:00 uur. In de weekenden en op
feestdagen en tijdens publieke vakanties gesloten, staat er op het bord
bij de ingang. Wanneer heeft een normaal werkend mens dan de
mogelijkheid om het te bezoeken? Waarom zijn ze juist op de topdagen
gesloten? Afrika blijft onbegrijpelijk. In de verte zien we boven op een
heuvel nog een mooi kerkje. Daar lopen we nog even langs en gaan dan
terug naar Penduka. Bij Penduka helpt Jan Gea om een paar horretjes te
maken voor het huisje waar Gea en Femke de twee maanden wonen. Van
restjes van oude horren en wat duct-tape lukt dit best. Het huisje is
leuk gebouwd met gemetselde muren van oude flessen. Dit geeft binnen een
kleurig effect als de zon er op schijnt. Met die ronde flessen kost het
wel veel cement, ze hadden beter Bokma kunnen gebruiken. Vaak is rond
beter, soms vierkant. Mariska verzamelt witte en rode peper dat van de
vier grote peperbomen af valt. De bomen zitten helemaal vol, en de vloer
ligt er mee bezaaid. Mariska heeft al zo een plasticzak vol. Dat moet
natuurlijk nog gedroogd en uitgesorteerd worden, het zit nu nog aan
trosjes. Eén van de vrouwen vertelde dat de peper altijd al verzameld en
gesorteerd werd en dat het goed verkocht. Maar ze hebben het daar nu
véél te druk voor. We zien de vrouwen vooral veel lummelen, hangen en
slapen op de veranda. In totaal zijn er zo’n 80 vrouwen betrokken bij
het project, maar we zien er bij Penduka zelf telkens maar zo’n tien à
vijftien. En zo zien we helaas veel verval bij Penduka. We waren bij
aankomst best enthousiast, maar als je dan goed rondkijkt, zie je wat er
allemaal mis gaat. Er hangt een bord met allerlei zelfgemaakte pie’s
(een soort pastei met vlees of groente vulling) die ze serveren. We
bestellen er beide één, maar krijgen te horen dat ze geen pie’s meer
maken. Iets later bestellen we avondeten. Dan bestellen we een gewone
maaltijd. Dat smaakt op zich goed, maar duurt ontzettend lang. Er zijn
ook nog gasten in één van de rondavels. Als zij wat willen eten, is het
restaurant gesloten. Ze gaan om 17:00 uur dicht, en in de weekenden zijn
ze ook gesloten. Het lijkt de botanische tuin wel. Ons maakt het niet
zoveel uit, wij hebben onze eigen volle koelkast, maar die andere gasten
staan toch beteuterd te kijken en waren niet blij. Zij konden niet eens
een kop koffie halen. ’s Avonds komen allerlei lokalen op het terras
zitten, en ze nemen hun eigen drinken mee. Die mensen die voor
sluitingstijd komen gebruiken zelfs de glazen van Penduka om hun zelf
meegebrachte drankje in te gieten. Dat wil je toch niet? |
Een eerdere vrijwilliger is begonnen met het maken van
zonneboilers uit gebruikte materialen, maar daar wordt niets meer mee gedaan.
Ook liggen er her en der verroeste zonneovens. Dit zijn gepolijste of
verchroomde metalen platen in een dusdanige vorm dat ze de zonnestralen bundelen
om een maaltijd te kunnen koken, zonder dat je stroom of brandstof nodig bent.
Gratis koken dus. Ideaal voor arme landen met veel zon. Dit koken duurt redelijk
lang maar werkt wel. Voorwaarde is wel dat je de zonneovens voorzichtig
behandeld en goed schoon en glanzend houdt. Dat hebben we al meer zien mislukken
in west Afrika.
Op het dak liggen redelijk wat zonnepanelen, maar de
bedrading hangt er als een mistroostig knoopje onder. Binnen blijken er alleen
wat kleine halogeenspotjes op te branden. Als we kijken naar het totale
oppervlak aan zonnepanelen, en zien wat we uit ons veel kleinere oppervlak op
het dak van onze auto halen, dan zou je met de aanwezige panelen alle
naaimachines moeten kunnen laten lopen. Als er maar iemand het spul goed
aansluit. En spullen moeten onderhouden worden, en daar gaat het mis. Er zijn
inmiddels al zoveel vrijwilligers geweest die goed initiatieven hebben opgezet,
maar als er binnen de organisatie niemand is die dit blijft doorzetten is het
allemaal
voor niets geweest.
|
En als je het hebt over verloren zonne-energie: Gea
klaagt over de hoge energierekening. We zien net dat de lokale
drankenleverancier een splinternieuwe grote dubbeldeurs vitrinekoelkast
komt plaatsen, in het restaurant. En er staat al zo’n koelkast, die
amper gevuld is. De nieuwe loopt bijna aan een stuk door, en maakt ook
nog eens behoorlijk herrie. Maar wat een energieverspilling. Twee
halflege joekels van koelkasten. Temeer omdat ze ’s avonds, als je zin
hebt in een koud biertje, gesloten zijn, dus er is zo weinig omloop in
gekoelde drank, dat dit gemakkelijk uit kan met een kleine
huishoudkoelkast, of een enkeldeurs vitrinekoelkast. Ook de rekening
voor het stadswater is veel te hoog. Het blijkt dat ze met dit water
domweg al het gras rondom en de rest van de tuin staan te sproeien,
terwijl ze notabene aan een stuwmeertje zitten. Er is een pomp, maar die
doet het niet goed zeggen ze. Jan kijkt er eens naar, maar die pomp is
eigenlijk bedoeld om als een hydrofoor te werken. Het ding heeft maar
een heel beperkte aanzuig en opvoerhoogte. En dan zit er ook nog een
prestostaat op die de pomp bij een beetje tegendruk laat afslaan. En die
tegendruk is er, want er zit een slang van zo’n dertig meter aan die in
allerlei bochten en knikken ligt. Jan legt de man die de technische
zaken regelt uit wat voor pomp ze eigenlijk nodig hebben, en dat hij
beter de prestostaat kan bypassen en de slang wat korter moet maken en
dan gewoon de pomp wat vaker verplaatsen. Dit scheelt al stukken, en
hopelijk sproeien ze nu het gras nog met het water uit het stuwmeer. En zo gaat er wel meer mis. De oprichtster woont
inmiddels in Nederland. Ze komt nog wel regelmatig langs, maar haar
visie is, dat de dames nu zelf de tent moeten rooien. Dat is eigenlijk
ook zoals wij zulke projecten graag zien, maar helaas hebben we dit
altijd zien mislukken, hoe goed het initiatief ook is. Telkens als we
onderweg een project bezochten en het liep goed en gecoördineerd, dan
was er een Europeaan of Amerikaan die het runde. En zagen we een project
dat verwaarloosd was, dan bleek dat het ooit gerund was door een
Europeaan of Amerikaan, maar dat diegene of die organisatie nu zijn
handen er van af hield. |
Uitzicht vanaf Penduka's restaurantje over het stuwmeer |
Ook hier scheelt het dus aan goed management. De dames die er
werken doen redelijk hun best, zijn erg enthousiast en maken mooie, ietwat
prijzige spullen. En de keren dat ze een goede lokale manager hadden, en er dus
wat geld verdiend werd, ging die er uiteindelijk met de kas vandoor. Geld is dus
nog steeds een probleem, en donaties uit Nederland zullen helaas ook terug
lopen, zeker nu met de crisis. En gezien de mogelijkheden zouden ze helemaal
niet op donaties hoeven te draaien, maar is het zeer goed mogelijk om er een
winstgevend bedrijf van te maken. Als je alleen al kijkt naar de prachtige
ligging aan het water, met een mooi restaurant en veranda, en goed ingerichte
keuken, mooie rondavels, slechts 8km van de hoofdstad Windhoek. Alles is er om
echt goed geld te verdienen. We denken aan Vital uit België, die in Kamanjab dit
nog allemaal zelf moest opbouwen en met zijn campsite en restaurant toch ook een
goede boterham verdiend. Dit ligt gewoon aan inzet en goed management.
DINSDAG 5 FEBRUARI 2013, tijd om verder te gaan
Eerst moeten we een bandenbedrijf zien te vinden. Onze banden worden erg slecht.
Scheuren in de wangen, en ook veel sneden van scherpe stenen in het loopvlak. We
komen uiteindelijk terecht bij Rema TipTop in Windhoek. Zij kunnen de scheuren
wel repareren door middel van warm vulcaniseren, maar ze zeggen er bij dat dit
de band niet verstevigt. Het is puur cosmetisch, en het voorkomt dat eventueel
blootliggende staaldraden beschermd worden tegen corrosie. Als ze laten zien dat
ze voor het vulcaniseren ook nog eens draden uit het karkas doorknippen, lijkt
ons dit niet zo’n goede optie. Wel laten we twee onbetrouwbare plakkers in één
van de banden vervangen door één grote. Ze raden ons aan om eens bij het grote
filiaal van Goodyear, net om de hoek, navraag te doen voor nieuwe banden, en
anders om eens bij een militaire kazerne langs te gaan of daar iets te regelen
is.
Bij Goodyear waren ze niet echt behulpzaam. Was zeker
teveel moeite. Alsof er niet zoveel te verdienen is op zulke banden... We hebben
een prijsopgave van Supertyres uit Windhoek voor Michelin XZL 365x85R20 banden:
14.000,- N$ per stuk! Dat is zo’n 1200,- euro! Diezelfde banden kochten wij in
Nederland voor 450,- euro per stuk. Welliswaar niet splinternieuw, maar
ongebruikte oudere voorraad. Het probleem met die banden is dat ze hier als
militair zijn geclassificeerd, en als zodanig niet voor iedereen beschikbaar
zijn. Er schijnt een hele papierhandel voor ingevuld moeten worden om aan die
banden te komen. Er zit niet veel omloop in en voorraden zijn schaars. Een
vuurwapen is hier makkelijker te krijgen.
|
Treinstation in Windhoek |
Verder rijdt alleen energiemaatschappij Eskom er
mee. We bellen nog met iemand van de technische dienst van Eskom om te
kijken of daar iets te regelen valt, misschien een goede gebruikte, maar
ook daar komen we niet verder. Op naar de militaire basis net buiten
Windhoek dus. Er is ons verteld dat we die banden onderhands moeten zien
te krijgen via de chef van de technische dienst daar, en we moeten met
een smoesje op het terrein zien te komen. Lijkt een vrijwel onmogelijke
opgave op een zwaar bewaakte militaire kazerne. We parkeren onze truck
iets buiten de poort en melden ons bij de wachthoudende soldaten. We
zeggen dat onze truck een militaire truck is, en dat we daar een
technisch probleem mee hebben waar de garage in Windhoek ons niet mee
kon helpen, maar dat ze ons doorverwezen naar het hoofd van de
technische dienst van deze kazerne. En dat we helaas de naam van de man
kwijt zijn. De soldaten zijn makkelijk. Ze geven ons de naam van de man
die we moeten hebben, en verwijzen ons naar een gebouw op het terrein,
dat we daar naar de man moeten vragen. Ze vragen geen identiteitsbewijs,
niets. Daar bij de receptie doen ze ook al heel gemakkelijk en wijzen
ons de grote loods waar de vrachtwagens worden onderhouden, en dat we
daar zelf maar naar toe moeten lopen om de bewuste man op te zoeken. Dat
gaat makkelijk, denken we nog. Tot we om de hoek tegen een man in een
net strak pak aanlopen, geen uniform dus. Hij doet zich voor als een
hoge pief en vraagt ons wat we willen. We proberen het maar eens met ons
eerlijke verhaal, dat we op zoek zijn naar banden. Misschien is het een
geschikte vent en hij lijkt hoog op het laddertje te staan, dus kan vast
iets regelen. Mis gegokt. Hij zegt bars dat er slechts eenmaal in de
maand uitverkoop van overtollige spullen is en dat is pas over drie
weken. We leggen uit dat we niet zo lang in de buurt zijn, maar dat
maakt hem niets uit, we moeten direct naar de uitgang, wegwezen. Mariska
gaat in de DAF zitten, maar Jan probeert nog wat te regelen bij de
bewakers. Hij krijgt de mannen zover dat ze via de receptie de man van
de technische dienst bellen. Maar ook die geeft te kennen dat hij niets
kan regelen. Tsja, nu weten er ook teveel mensen van, dus zal het voor
hem wel te gevaarlijk worden om stiekem wat bij te verdienen. |
Als Jan net terug is in de DAF en we weg willen rijden komt er
een vrouwelijke soldaat aan en ze vraagt of we met haar mee willen lopen naar
een gebouw buiten de kazerne. Ervoor staat de man in het nette pak. We vragen
ons af wat hij wil, misschien heeft hij zich bedacht en kan hij ons toch helpen?
Niet het geval. Hij is heel boos en schreeuwt ons toe terwijl we pal voor hem
staan: “Zijn jullie er nog steeds? Ik had jullie gezegd te vertrekken, je bent
hier op verboden terrein, wegwezen!” Nou zeg, wat een arrogante bullebak, laat
hij ons daarvoor komen? En we waren al buiten de hekken van de kazerne. We
hebben maar gedaan wat hij beval, dat waren we immers toch al van plan. We hopen
dat de banden het tot Zuid-Afrika houden, daar zijn ze wat goedkoper.
Vanaf Windhoek rijden we eerst een stukje de C26 en daarna
de D1982. Een mooie gravelweg door de bergen. Wel is er sinds Windhoek iets geks
met de DAF aan de hand. Telkens als we optrekken vanuit stilstand braakt hij
even een flinke witte walm rook uit de carterontluchting aan de onderzijde. Ook
lijkt hij bij stationair draaien meer carterdruk te hebben dan normaal. Dit zou
duiden op een versleten motor, maar de motor heeft amper 50.000 km gedraaid. Het
luchtfilter klopt Jan regelmatig uit. Voor de zekerheid loopt Jan het hele
inlaatkanaal na, of er ergens een scheur zit na het luchtfilter, dat overmatige
slijtage heeft kunnen veroorzaken. Dit is ook niet het geval. Het kan zoveel
zijn, bijvoorbeeld een gebroken zuigerveer of vastzittende zuigerveren door
vervuiling. Op zich rijdt de wagen nog goed, en hebben we voldoende trekkracht.
Wel start hij moeilijker en walmt hij meer blauwe rook uit de uitlaat als hij
koud is. Alles duidt er op dat we dus compressieverlies langs de zuigers hebben.
Zo gauw we in een stad van betekenis zijn moeten we hier eens goed naar kijken.
|
Enorm nest van sociable weavers, kleine vogeltjes die een steeds grotere villa bouwen. |
Omdat ook hier de gravelwegen voorzien zijn van
hekwerken aan beide zijden, parkeren we de DAF voor de nacht langs de
weg. We genieten van een prachtige zonsondergang over de heuvels. Na een korte rit komen we de dag erop bij zijn boerderij. Helaas is Errens er zelf niet. Zijn waterpomp is kapot gegaan en hij is ermee naar Windhoek gereden voor reparatie. Hij blijft daar ook voor de komende nacht. We praten nog wat met zijn personeel en besluiten toch om die nacht er te blijven. We maken ’s middags een flinke wandeling door een droge rivierbedding die zich diep heeft uitgesleten in de grond. Errens had ons verteld dat de dag ervoor een luipaard was gesignaleerd op zijn grond, en dat zijn personeel naar het beest op zoek is om het af te schieten. Officieel mag dit niet, maar de boeren doen het nog steeds. Wij willen graag een glimp van het beest opvangen maar, gelukkig net als de jagers, zien we hem niet. Wel zien we één van zijn mensen op een paard de kloof uitkomen met een geschoten klipdassie hangend aan zijn zadel. Ook die eten ze hier op. DONDERDAG 7 FEBRUARI 2013, Swakopmund |
| Het gedeelte van het Namib-Naukluft Nationaal Park waar we
doorrijden is één grote vlakte. Vlak voor Swakopmund beginnen hoge
zandduinen richting Walvisbaai. Swakop is een mooi stadje met veel oude
koloniale Duitse gebouwen. Er wonen ook nog veel Duitsers, en dat is ook
aan de restaurants te merken. We gaan op zoek naar een garage voor een
olie en filterwissel. Jan denkt/hoopt dat het roken veroorzaakt wordt
door versmering van de olie. Hierdoor blijven misschien de zuigerveren
plakken. Dit kan gebeurd zijn door de smerige diesel die we in
West-Afrika en met name Angola getankt hebben, maar ook omdat het al
lang geleden is dat we olie ververst hebben. We hebben immers het extra
Triple-R bypassfilter dat constant de olie fijn uitfiltert, waardoor de
interval van verversen verlengd kan worden. De garage die we uiteindelijk gevonden hebben vraagt wel een erg hoge prijs voor het verversen van de olie. We zeggen dat we er nog even over nadenken en bellen eerst Wouter eens. Wouter en zijn gezin hebben we ontmoet in hun lodge in Opuwo, en we hebben twee weken in hun eigen wildpark gekampeerd. Ze wonen in Swakop en hadden gezegd dat we beslist bij hen langs moesten komen. |
Ingangen naar de nestkamers |
Wouter is net onderweg om zijn zoontje Woutertjie op te
halen van school, en in no time staan ze beide naast de DAF. We rijden achter
Wouter aan naar zijn huis. Woutertjie (4) zit bij ons voor in de Daf en geniet
van het ritje. Het huis blijkt een enorme villa te zijn direct aan het strand.
Eén van de grootste huizen van Swakop. Het is vorig jaar nieuw gebouwd en is
zeer modern, met veel glas en een prachtig uitzicht over strand en zee. Helaas
is de kustlijn van Swakop aardig volgebouwd, dus ligt het niet vrij, maar zijn
er huizen direct naast en achter.
De woonkamer is enorm ruim. Woutertjie fiets er op zijn
fietsje doorheen. Maar liefst acht zitgroepen zijn er. Een meterslange sierhaard
in een zitkuil, en verder op een grote openhaard dat gelijk dienst doet als
indoor-braai. Een enorme open keuken, en aan de andere zijde apart een bar met
toog en een goed gevulde drankkast. Daar wordt eerst gezellig samen eens wat
gedronken. Lientjie, Wouters vrouw, is er ook bij.
|
Huis van Wouter en Lientjie |
Later laat Wouter ons de rest van het huis zien. We kijken onze ogen
uit. Alles is enorm groot. Beneden hebben ze een soort bioscoopruimte.
Een donkere ruimte met een enorm groot 3d-plasmascherm en surround sound
installatie en heerlijke relaxte stoelen. Met een open trap naar boven
kom je bij de grote slaapkamers, elk met hun eigen volledige badkamer
met ligbad en dubbele stortdouche. Zelfs vierjarig Woutertjie heeft een
kamer waar menig luxe suite in een hotel niet tegenaan kan. De
slaapkamer met aangrenzende open badkamer van Wouter en Lientjie zelf is
groter dan menig bovenverdieping in een gewoon woonhuis. En alles is met designspullen ingericht, luxe en een mooie stijl. Lientjie heeft de hele inrichting zelf gedaan. Het ontwerp en de bouw van het huis komt van Wouters eigen bouwbedrijf af. En de standaard is hoog. Zo is bij iedere deur niet een gewone lichtschakelaar, maar meer een klein controlepaneeltje waar de lampen op verschillende plekken in huis bediend kunnen worden, en ook de kamertemperatuur. En alle deuren zijn hoog en breed, speciaal gemaakt. We kijken nog even in hun fitnessruimte en lopen dan door naar het enorme dakterras, dat een mooi uitzicht over Swakop en het strand en de zee geeft. Ook hier is een kleine keuken en toilet en zelfs een liftschacht zodat je van binnen uit de huiskamer en de 1e verdieping met de lift omhoog kunt. De lift zelf is nog niet geïnstalleerd. |
Aan de zijkant van het huis, van binnenuit te bereiken, is
de grote garage waar hun auto’s en motoren in staan. Er boven het gastenverblijf
dat wij aangeboden krijgen. Zo luxe hebben we het op deze reis nog niet gehad.
Een grote slaapkamer met uitzicht op zee. Een ruime badkamer en nog een apart
toilet. Een grote open keuken en woonkamer met een breedbeeld flatscreen van 1,2
meter, waar we zelfs BVN op kunnen ontvangen. En een groot balkon met natuurlijk
een braai. Als klap op de vuurpijl geeft Wouter ons de sleutels van zijn motor,
een BMW GS 1200 R. Kunnen we mooi Swakop en omgeving mee verkennen, zegt hij er
bij. We zeggen dat we zelf wel een motor hebben, maar hij staat er op dat we
zijne gebruiken. Zijn motor is net twee weken terug van herstelwerk bij de
garage. Wouter reed vrij hard op een gravelpad tijdens een tour met vrienden,
toen er plotseling een springbok overstak. Hij probeerde het beest te ontwijken
maar ging hierbij hard onderuit. Zelf moest hij met behoorlijke verwondingen met
een helicopter afgevoerd worden, het springbokkie is er ongedeerd vanaf gekomen.
Gelukkig heeft Wouter er zelf uiteindelijk niets aan over gehouden.
|
De motor ziet er weer als nieuw uit. Wat worden wij
hier even verwend. Jammer is wel dat de laatste gast een hond had met
vlooien. Die vlooien hebben zich flink vermeerderd in het hoogpolige
tapijt in “onze” woonkamer. We gooien het tapijt op het balkon. Bewerken
het flink met Doom (verdelgingsmiddel), en laten ook twee flessen Doom
leeglopen in het gasten verblijf. We hebben niets meer van de beestjes
vernomen. En zo blijven we een paar dagen in Swakop hangen.
Overdag moeten Wouter en Lientjie werken, en verkennen wij Swakop en
omgeving op de GS 1200. ’s Avonds wordt er whiskey gedronken in Wouters
bar. Ook braaien we nog een avond. Er zijn ook vrienden van Wouter en
Lientjie bij. Jan helpt nog met het verwisselen van de achterband
van Leehan’s crossmotor. Leehan is de 16 jarige zoon van Lientjie, en
woont ook in het grote huis. De crossmotor is een mooie, vrij nieuwe
250cc Honda. Na school pakt Leehan regelmatig de motor om even in de
duinen te gaan crossen. Dat is wel lekker hier. Geen kenteken of
rijbewijs nodig. Zo van huis af wegrijden, uurtje crossen en klaar. Ze
hebben een stukje verderop met vrienden een baan aangelegd waar ze
meestal rijden. Ook gaan ze af en toe op een meerdaagse tocht op de
crossmotoren de woestijn in. Extra jerrycan benzine mee en slapen in de
open lucht. Het leven van een zestienjarige is hier wel wat anders dan
in Nederland. Daar kunnen ze alleen motorcrossen op de Nintendo. |
Jan, Woutertjie en Wouter |
|
Eén van de vele mooie pandjes in Swakopmund |
Ook kleine Woutertjie van vier heeft een mooie
Yamaha quad. We gaan nog samen op een avond met hem crossen op een nabij
gelegen stuk zand. Het ding gaat nog hard ook. Maar na tien minuten
heeft Woutertjie het al wel weer gezien. Jammer, het ging best goed.
Terug maar weer naar huis, wat drinken aan de bar. Jan en Wouter zitten
daar elke avond bij elkaar. De whiskey vloeit rijkelijk. Wouter verteld
over zijn bedrijven, de cash loan kantoren, het bouwbedrijf, het
transportbedrijf en nu de nieuwe lodge en de lodge in aanbouw. De
plannen en wat er zoal misgaat. Hij heeft veel op zijn schouders, en dat
is te merken, hij is behoorlijk gestrest. Tsja, keuzes die je maakt.
Veel geld verdienen en veel stress, of weinig geld en meer rust. Hij wil
ook graag wat rustiger aandoen en meer reizen, maar dat zit er zo nog
lang niet in. Hij denkt er zelfs over om de mooie villa al weer te
verkopen en in Opuwo te gaan wonen. Dichter bij de lodges, dus beter aan
te sturen, en de opbrengst van de villa geeft een mooie financiële
back-up dat voor rust zorgt. Wel is het lastig straks met school voor
Woutertjie. Hij is nu 4 en schoolplicht begint pas met 7 jaar in Namibië
en Zuid Afrika. In Opuwo is geen goed onderwijs. Wouter, die zelf piloot
is geweest, denkt er daarom aan om een vliegtuigje aan te schaffen en
Woutertjie straks in Swakopmund door de week naar school te laten gaan,
en met het vliegtuig vrijdags op te halen en maandag weer terug te
brengen. Tsja, ook een oplossing, je kind met het vliegtuig naar school
brengen. |
|
Wij komen de dagen zonder stress door. We mogen
onze was aan de bedienden geven, die het keurig gewassen en gestreken
terug brengen. Jan kijkt nog even het waterzuiveringssysteem na in de
DAF, en maakt een extra inspectiegat in één van de watertanks. Het
2BSure zuiveringssysteem functioneerde niet naar behoren en nu bleek één
van de twee titanium plaatjes van het systeem voor de helft weg te zijn
door corrosie. Vreemd, wat kan hier nu de oorzaak van zijn? We sturen
een mailtje naar de firma, maar krijgen geen antwoord op onze vragen.
Eigenaardige mensen. We bezoeken ook nog een middag het kleine
sportstadion in Swakop. De school van Leehan houdt daar een atletiekdag
en dat gaat er behoorlijk professioneel aan toe. Hardlopen, horden,
verspringen, kogelstoten, discuswerpen, hoogspringen, en behoorlijk
fanatiek allemaal. De tribune zit helemaal vol met ouders en familie.
Chearleaders zorgen voor de aanmoediging. Wouter en Lientjie maken zich weer klaar om naar
Opuwo te gaan, toch zo’n 1100 km verderop. Wij vertrekken ook. Als dank
voor het verblijf hier en in het wildpark hebben we een mooie foto die
we gemaakt hebben van één van hun neushoorns laten afdrukken op een
canvas doek, A2 formaat. Ze zijn er erg blij mee en zeggen het in hun
nieuwe lodge te zullen hangen als die klaar is. |
De BMW GS 1200 die we van Wouter mochten lenen. Niet slecht! |
Wouter en Lientjie, nogmaals bedankt voor alles!
DONDERDAG 14 FEBRUARI 2013, op bezoek bij Ernst
Wij blijven nog een dag in Swakop en gaan tegen de avond op bezoek bij Ernst
Ritter. Ernst is een tourgids van Duitse komaf. We hebben zijn naam en nummer
van Tommy en Conny die we in Marokko hebben ontmoet. Volgens Tommy en Conny
moesten we in Swakop Ernst beslist opzoeken want hij is “ein super Kerl”. Dus
dat doen we dan. We hebben bij zijn huis afgesproken en als we er aan komen
rijden komt Ernst er zelf ook net aan. Bij het hek worden we uitbundig begroet
door een grote Deense dog, Jenny. Jenny is gelukkig erg lief. Binnen drinken we
in de keuken een glaasje koude rooibosthee met mint en gember. Ernst maakt dit
zelf. Lekker, erg verfrissend.
Ernst verteld dat hij en zijn vrouw Linda in een scheiding
liggen. Zij is er al vandoor met de kinderen van 14 en 16. Ze geeft muziekles en
alle instrumenten, gitaren, drumstel e.d. staan er nog.
We nodigen hem uit om uit eten te gaan en Ernst stelt voor
om naar de Wurstbude (kan het nog Duitser?) om de hoek te gaan. Jenny mag ook
mee. Als we bij de Wurstbude aankomen is alles gesloten tot 21 februari.
“Looking for the rain” staat er op een bordje aan de poort. De regen is laat dit
jaar, als die überhaupt nog komt.
Ernst is inderdaad een gezellige kerel, hoewel gezien zijn
omstandigheden niet echt in tophumeur. Als tourgids weet hij veel over de
omgeving te vertellen, en geeft ons veel tips. Helaas is het eten in “The
lighthouse” niet echt top. Mariska vindt het zelfs waardeloos. Jan heeft een
T-bone steak van 800 gram besteld, maar zeker de helft is een stuk vet. Hij zegt
er wat van, maar daar komt geen reactie op. We pakken het in voor Jenny, zij is
er vast erg blij mee.