Namibië deel 4
VRIJDAG 14 FEBRUARI 2013, op naar Walvisbaai
We rijden eerst even langs het kantoor van M.E.T. die over het beheer van de
wildparken gaat. We willen namelijk langs/door de duinen naar Walvisbaai rijden
en dat valt onder het Dorob Nationaal Park, dus hebben we daar een vergunning
voor nodig. Die is gelukkig gratis. We rijden toevallig ook nog lang het kantoor
van Wouter en Lientjie, en zien daar hun beide auto’s voor staan. Gek, ze zijn
dus toch niet naar Opuwo gegaan. Zeker iets tussen gekomen. We gaan niet bij hen
aan, maar rijden verder de duinen in, die hier tot een kleine 100 meter hoog
reiken. Op één van de duinen zijn ze aan het sandboarden. Liggend op een stuk
hardboard dat ze aan de voorzijde omhoog houden vliegen ze de duinen af naar
beneden. Het ziet er geinig uit. Het zand zit ze tot in de onderbroek.
Er gaan er ook wat op snowboards de duinen af. Dat leek Jan
ook wel wat, maar in werkelijkheid ziet het er toch niet zo spectaculair uit.
Het gaat veel te stroef en te langzaam. Alleen op de heel steile kant van het
duin komt er wat vaart in, maar dan ben je ook zo beneden, en kun je in de hitte
er weer tegenop klauteren. Dat moet je toch echt op sneeuw en ijs doen.
Dat er tegenop klauteren valt ook nog niet echt mee. Iedere
pas die je zet zak je weer half terug. Voordat we beginnen aan de klim, ziet Jan
één van de begeleiders van de zandbakclub op blote voeten naar boven lopen. Dat
lijkt Jan ook beter als met schoenen, dan heb je dat zand niet overal tussen te
schuren. Jan loopt blootvoets een aantal passen tegen het zandduin op, en komt
dan sprintend en hinkelend terug, bijna een wereldrecord verbrekend. Het zand is
veel te heet om op te lopen, je verbrandt je voetzolen. Auw, dat doet zeer!
Eenmaal met schoenen aan bovenop het duin ziet hij het trucje van de begeleider:
de jongen heeft van die lage sneaker-sokken aan. In het zand valt dat helemaal
niet op.
|
Prachtig duinengebied tussen Swakopmund en Walvisbaai |
We rijden een stukje verder langs de duinen op zoek
naar een plekje om te kunnen overnachten. Wildkamperen mag hier niet,
dus we moeten ons verdekt opstellen, dus achter de duinen zien te komen.
Eroverheen gaat nooit lukken, daar zijn ze veel te steil en te hoog
voor. Dan zien we een wat lager duin waar we overheen kunnen, en er
achter ligt een prachtige opgedroogde pan met rondom de hoogste duinen
uit het gebied. We rijden de pan over en parkeren de DAF onderaan zo’n
hoog duin. De pan bestaat uit een grote keiharde vloer met vrij
regelmatige breuklijnen waardoor het lijkt alsof het betegeld is met
zeskantige grote natuurstenen Een heerlijk plekje om te staan. We genieten van
het uitzicht voor onze deur. Af en toe komt er een sloom groepje
quadrijders aan, huurquads, met voorop de begeleider met een vlaggetje.
De slome automaatjes tokkelen wat voort, dit kan toch geen kick geven?
Twee keer komt er ook een tweetal op snelle schakelquads voorbij, 450 en
700cc Yamaha’s. Mensen uit de omgeving die zelf een quad hebben. Dat
ziet er wel spectaculair uit. Ze proberen om via de steilste hellingen
boven te komen. Net voor het moment dat de quads achterover willen slaan
weten ze naar links of rechts te sturen om weer in een zandlawine naar
beneden te komen. En zo blijven we hier drie dagen staan. We lopen
een stuk door het zand. Steil tegen het duin opklimmen en dan met grote
sprongen als maanmannetjes weer naar beneden. Je wordt hier zo weer een
jaar of tien... Jan wil ook graag met de motor de duinen in, maar heeft
een scheur ontdekt onderaan de voorvork bij de opname van de vooras. Er
lekt al vorkolie uit. Ai, niet echt veilig om nog mee te rijden, als de
vooras er uit knapt dan maak je een mooie koprol. Jammer. Moet dus zo
snel mogelijk gelast worden, hopelijk zit in Walvisbaai een goede
aluminiumlasser. |
We krijgen ook nog een sms-je binnen van ene Ellen. Ze is
Belgische maar woont al vijftien jaar in Namibië. Ze had onze auto zien staan
afgelopen week in Swakopmund. Samen met haar Namibische vriend Vincent hebben ze
ook zo’n truck laten bouwen, en beginnen ze binnenkort aan hun grote reis. Ze
willen ons graag ontmoeten. Om ze te kunnen bellen moeten we eerst het negentig
meter hoge duin achter ons opklimmen. Vanaf daar maken we een afspraak voor de
volgende dag, we geven onze coördinaten door en zij komen ons hier opzoeken. Ze
vraagt nog of we wat van de supermarkt nodig zijn. “Eeuh, alleen bier, dat is
net op”.
|
De volgende dag tegen 15:00 uur gaat de telefoon.
Slechte verbinding, we lopen snel, nou ja snel, het duin op. Het is
Ellen. Ze zijn in de buurt maar kunnen ons ondanks de coördinaten niet
vinden. Ja, goede verstopplek hè? Vanaf het duin kunnen we ze al zien
staan en we dirigeren ze naar de DAF toe. Het blijkt een erg leuk stel
van eind veertig te zijn. Vincent was jarenlang tourbegeleider in
Namibië en Ellen is gewoon zeer prettig gestoord. Samen hebben ze ook
nog een lodge gerund in de Caprivi. Na de kennismaking worden direct de koude blikken
Windhoek Draught losgetrokken. We bekijken elkaars trucks. Die van hen
is een splinternieuwe Mercedes Atego 1118 4x4, een prachtige wagen. De
opbouw hebben ze in Namibië laten maken, geheel uit staal. Hun
leefruimte is iets langer als de onze, en door alle wit en een mooie
indeling lijkt het heel ruim. Achterop hebben ze twee kleine Yamaha
PW200 motoren. Het is duidelijk een mooiweer truck. Hij is ongeïsoleerd,
er zit geen verwarming in en ze hebben niet alleen binnen, maar ook
buiten een keuken. Die klapt ingenieus uit de zijwand. En zelfs achter
een klepje zit een buitenkoelkast, zodat je voor je koude biertje niet
helemaal naar binnen hoeft. Ze willen met deze truck in Afrika blijven,
tot onder de evenaar. Ze hebben er net een testrit naar de Caprivistrook
opzitten. Er zijn nog wat dingen die niet helemaal goed zijn. Die worden
hersteld, dan nog hun bakkie verkopen en ze kunnen vertrekken. Een huis
hebben ze al niet meer. Het klikt goed tussen ons en het is al weer een
uur of acht ’s avonds als ze vertrekken. We spreken af elkaar weer in
Zuid-Afrika op te zoeken. Zij zijn in Kaapstad rond twintig april
vanwege het concert van Metallica. Ellen is waarschijnlijk de enige
Metallica-fan die in kleurige Pipi Langkous maillots rondloopt... Wij zijn daar rond die tijd omdat Mariska’s ouders
dan overkomen om met ons door Zuid-Afrika te toeren. |
Goed verstopplekje voor enkele rustige dagen |
Wij rijden die dag erop naar Walvisbaai. Een oude bekende
van ons uit Nederland, Gerard-Peter, heeft er een aandeel in een visfabriek,
Seawork genaamd. We hebben hem gezegd dat we die graag eens bekijken, dus zijn
we daar nu door de eigenaar, Peter Pahl, uitgenodigd. We krijgen een uitgebreide
rondleiding en kijken onze ogen uit. Het is groot, er werken zo’n 1300 mensen,
waarvan zo’n 1000 vrouwen. Ze hebben en eigen vloot van vijf schepen, die direct
voor de deur kunnen afmeren.
Ze leveren een erg mooi product af, veelal diepgevroren,
door middel van snelvriezen. Er wordt dagelijks zo’n 45 ton verwerkt. De hygiëne
standaard is hoog, op Europees niveau, en dat moet ook wel, ze leveren aan de
hele wereld, o.a. aan Europa en grote supermarkt ketens in Amerika. Ze zijn
gespecialiseerd in heek, maar verwerken verder alle bruikbare bijvangst, zoals
op het moment blauwe haaien. Het fileren van de heek gaat geheel handmatig. Dit
levert een veel betere kwaliteit dan machinaal gefileerde vis, wat in Europa
steeds meer trend is. Dit omdat het handmatig fileren in Europa vanwege de hoge
loonkosten haast niet meer uit kan.
|
Eén van de schepen van Seawork |
Toch krijgen de mensen bij Seawork een voor Namibische begrippen
royaal salaris, en ook goede secundaire voorwaarden, zoals doorbetaling
bij ziekte, en een ziektekosten verzekering. Ze hebben voor het werk
liever vrouwen. Die zijn voor het fileren vanwege de fijngevoeligheid in
de vingers beter geschikt, maar vooral ook hebben ze meer
verantwoordelijkheidsgevoel. Mannen zijn wat minder betrouwbare
arbeidskrachten hier. Ze komen nogal vaak niet of niet op tijd opdagen.
Vooral als ze kort ervoor hun salaris hebben ontvangen en te veel hebben
gezopen. We denken terug aan het project Penduka in Windhoek, waar ze er al twintig jaar aan werken om een bestaan voor vrouwen op te bouwen. Seawork bestaat nog maar zeven jaar, is klein begonnen, en heeft nu al ruim 1000 vrouwen aan het werk. Dat ligt volgens ons niet alleen aan het verschil in management, maar vooral aan de grondslag waarop een bedrijf of project gevestigd wordt. Alle hulpprojecten die we tot nu toe gezien hebben zijn gecreëerd vanuit het standpunt dat er iets moet worden gedaan voor de bevolking, en daar moeten dan inkomsten bij gezocht worden. Dit resulteert al gauw op iets toeristisch gericht, en gaat vaak niet verder dan handwerk, sierraden en kunstvoorwerpen. |
Seawork bijvoorbeeld is duidelijk geen hulpproject maar een
commercieel bedrijf, ontstaan uit de gedachte dat er met de vangst, verwerking
en export van vis geld verdiend kan worden. Dit blijkt, mede door goed
management, een succes, dus is er groei mogelijk, zijn er meer mensen nodig en
heb je als bijprodukt een verlaging van de plaatselijke werkloosheid.
Omdat Jan in de machinebouw voor de
voedingsmiddelenindustrie heeft gezeten, heeft Gerard Peter gevraagd om de
machines en machineopstelling bij Seawork goed te bekijken en eventuele
verbeterpunten door te geven. Jan kan eigenlijk alleen zo snel kleinigheden
ontdekken en neemt dit door met het hoofd van de technische dienst en
rapporteert dit per e-mail aan Gerard Peter. Jan zit nog een tijdje met het
hoofd van de TD, Tjaard, te praten en tekeningen door te nemen. Seawork heeft
net een andere visfabriek overgenomen, vlak in de buurt, en er zijn plannen om
de fabrieken samen te voegen, in ieder geval uit te zoeken welke machinery
vernieuwd moet worden, en welke niet. Mariska zit er wat bij te gapen. Het is al
18:00 uur als we vertrekken bij Seawork. We krijgen nog drie kilo heerlijke
verse heekfilets mee.
|
De dag erop staan we op tijd voor de deur van een
RVS en aluminium verwerkend bedrijf om de voorpoot van de motor te laten
lassen. We hadden het adres gekregen van Tjaard, het hoofd TD van
Seawork. De eigenaar, ene heer Van Wyk, is een aardige kerel. We zeggen
dat Tjaard ons gestuurd heeft. “I knew he would come up with some shitty
job.” Jan kan er op de binnenplaats de voorpoot er uit
halen, en deze compleet kaal maken. Inwendig zitten er plastic delen in,
en dat moet er natuurlijk uit, anders zit alles straks na het lassen als
een klompje aaneen gesmolten. Het bedrijf is erg rommelig, zoals de
meeste bedrijven die we tot nu toe gezien hebben in Namibië. Je vraagt
je af hoe mensen kunnen werken in die bende. Overal, binnen en buiten,
zijn mensen wat aan het doen, en alle doorgangen zijn versperd. Jan laat
de kaal gebouwde poot achter om te laten lassen, tegen 16:00 uur zou het
klaar zijn. Intussen laten we de olie aan de overkant bij een
garagebedrijf, net zo’n rommeltje, vervangen. De DAF rookt nog steeds
enorm uit de carterontluchting, en we hopen dat verse olie het motorblok
inwendig wat reinigt. Helaas merken we direct geen verschil. Tegen en uur of 13:00 hebben we afgesproken met
Ellen en haar Nederlandse vriendin Tamara, op een mooi terrasje aan de
baai. Vincent kon niet meekomen, want hij moet vanmiddag examen doen
voor zijn motorrijbewijs. We zitten bij “The Boardwalk”, een houten
platform iets boven zee gebouwd met allerlei kunst-, souvenir- en
horecazaakjes. Bij koffie en tapasbar Cuppa zitten we op het terras, de
tafel vol met tapas en een lekker drankje. Tamara is van onze leeftijd,
woont al weer enige tijd in Namibië en runt een camping. Ze heeft haar
voet gebroken bij een val van de trap. “Ik was echt niet dronken...” Het is leuk gezelschap en we hebben een heerlijke
middag. Prachtig uitzicht over het water, en rechts van ons ligt een
grote boortoren in het dok voor onderhoud. We zijn rond vier uur terug
bij het lasbedrijf. Het werk ziet er goed uit, maar als Jan de poot
afgemonteerd heeft en olie er in giet, blijkt deze toch nog iets te
lekken. Ze zullen het kleine gaatje morgen dichtlassen. Jan hoeft de
poot niet te demonteren, dat doen ze morgen zelf wel even, om 16:30 uur
gaan ze immers al dicht. Prima geregeld. |
Olieboortoren in de haven van Walvisbaai voor onderhoudswerkzaamheden |
Wij gaan weer terug naar “The Boardwalk”. We zetten de DAF
op de open parkeerplaats van de yachtclub. Lopen wat rond en zien flamingo’s en
pelikanen in de baai. Het is hier fris ’s avonds. We nestelen ons lekker binnen
bij Cuppa op de relaxbank. Eten een pizza-tje, Jan besteld een hot chocolat met
kaneel en rum en Mariska één met hazelnootsiroop. Heerlijk.
“The monkeys screwed it up” is wat we van de blanke
medewerkers krijgen te horen over hun zwarte collega’s als we de volgende dag
onze vorkpoot komen ophalen bij het lasbedrijf.
De lasser was te lui en gemakzuchtig om de voorvork te
demonteren en heeft geprobeerd om zo het gaatje te dichten. Maar juist bij het
lassen van aluminium komt het er op aan dat het te lassen deel zuiver schoon is.
Doordat er dus nog olie in het gaatje zat is het een grote sputterbende
geworden. Daarop probeerde de lasser met nog meer warmte de boel weer dicht te
smelten, maar goed, met 500cc olie in de vork gaat dat niet lukken. Resultaat:
binnenin alle kunststof delen aan elkaar geklonterd, de schroefdraad in het
aluminium beschadigd, en een uitgebrand gat aan de zijkant.
Pfff, wat nu? Ze raden ons aan een andere voorpoot op te
scharrelen. Dat is gemakkelijk gezegd. Deze voorvork komt uit een KTM, en zit er
al ruim tien jaar in. Jan weet niet eens precies uit welke KTM, waarschijnlijk
een LC4, maar daar waren zoveel verschillende types van. Op de draai- en
freesafdeling van het bedrijf werken een aantal fanatieke blanke motorrijders.
Zij gaan aan het bellen met verschillende KTM-filialen in Zuid-Afrika en Namibië
en komen er al gauw achter dat het een hopeloze zoektocht wordt. KTM bestaat in
Zuid-Afrika nog niet zo heel lang, dus van motoren uit die tijd zal er niet veel
te vinden zijn. We hebben nog een vorkpoot van 42mm, en tegenwoordig heeft KTM
alleen nog 48mm vorkpoten. Het is een poot van het merk White Power (niet echt
een gepaste naam hier) maar ook daar kunnen ze ons niet verder helpen.
|
Pelikanen vliegen over het strand in Walvisbaai |
Ook blijkt de onnozele lasser zijn massaklem op het
hardchroom van de binnenpoot gezet te hebben. Door de stroomoverdracht
tijdens het lassen brand het daar dan in, dat behoort elke lasser te
weten. Het chroom is dus onrepareerbaar beschadigd, en waarschijnlijk
zal de oliekeerring daar op gaan lekken. Al met al zijn we nu een stuk
slechter af. Maar wat de lasser aan kwaliteiten ontbreekt, heeft
de (blanke) jongen achter de draaibank in overvloed. Het duurt de hele
dag, maar hij levert een prachtig stukje werk af.
|
’s Morgens rond een uur of zeven staat er onder het
openstaande raam een vrouw zeurderig te zingen: “It’s not allowed to camp here,
I hope the police will catch you...” Tsjonge wat een zeurtit zeg. We staan
gewoon geparkeerd op een ruime, officiële parkeerplaats waar niemand last van
ons heeft. We lozen geen water of toiletinhoud, zitten niet buiten met stoeltjes
en luifel, waar heeft ze last van?
We gaan eerst even langs het lasbedrijf om te vragen naar
de onkosten die we gemaakt hebben aangaande het hele gedoe met die voorvork.
Gisteren toen we weggingen was het bedrijf immers al gesloten. Ze rekenen
gelukkig en eigenlijk ook logischerwijs alleen het eerste laswerk, à 300,- N$,
zo’n 25,- euro. Dat is erg schappelijk. Een nieuwe vork was heel wat duurder.
Dan rijden we door naar Radio Electronics, dat onder andere
dealer is van Victron. We vragen hen of ze onze lader/omvormer die door
blikseminslag beschadigd is, kunnen repareren. Alleen het acculaadgedeelte is
kapot. Ze zeggen dat ze daarvoor het hele moederboard moeten vervangen, dat ook
nog eens uit Nederland moet komen. Dat gaat lang duren en is kostbaar, dus we
doen het maar niet. Tot nu toe redden we ons altijd prima zonder landstroom.
Gelukkig is er nog steeds genoeg zon in Afrika.
Om 15:00 uur gaan we weer even langs Seawork. Gisteren
hadden we een onduidelijk mailtje van Gerard-Peter, met de vraag of we even
contact op willen nemen met Peter Pahl van Seawork, dus dat hebben we gedaan.
Het blijkt dat ze Jan een klus willen aanbieden in verband met het net
overgenomen visbedrijf, waarbij machines geselecteerd en lijnen opnieuw
opgebouwd moeten worden. Erg aardig aangeboden en op zich is het niet zo gek om
een zakcentje bij te verdienen, maar het is wat vroeg op de reis. Jan geeft
eerlijk aan dat hij er nog niet zo’n zin in heeft. Ook komt het ongelegen, het
werk zou over twee maanden gaan beginnen, en dat is net de periode dat Mariska’s
ouders aankomen in Kaapstad.
|
VRIJDAG 22 FEBRUARI 2013, lekke band Jan wisselt de band om voor de reserveband die we
in Windhoek professioneel hebben laten repareren bij Rema Tip Top. Die
met de allergrootste plakker. Het is een lekker werkje in deze hitte.
Gelukkig hebben we een goed plekje in een droge vlakke rivierbedding. Om
de lekke band weer in de auto te krijgen houdt Mariska een net voorbij
komende Zuid Afrikaanse toerist aan, om te helpen tillen. Dat gaat
sneller dan met de kettingtakel. We moeten de band nog even oppompen en als we daar
op staan te wachten stopt er nog een bakkie met opzet-unit, met Zwitsers
kenteken. Wat reizen er toch veel Zwitsers rond. Het zijn Christa en
Johann. Ze zijn ook al twee jaar onderweg, eerst in Azië en nu dus in
Afrika. Ze komen vanaf Kenia, en rijden tot hier in Namibië. Vanaf
Walvisbaai verschepen ze hun auto naar Colombia. Het schijnt een
vaarroute te zijn met weinig stoppunten, dus weinig laden en lossen, dus
minder kans op beschadigingen of diefstal. En in Colombia schijn je in
de haven niet zoveel (corrupte) invoer- en havenbelasting te betalen als
in overige Zuid-Amerikaans landen. We wisselen wat gegevens uit en zij
rijden verder. Wij rijden een klein stukje verder tot de Gaub-pas. Daar
stoppen we op een mooi vlak stuk naast de weg met een prachtig uitzicht. |
Fijn klusje, in die hitte |
Net als we weer in de auto willen stappen, moet Jan een keer met zijn ogen knipperen van wat hij ziet aankomen. Het lijkt zowaar wel een Nederlands politiebusje. Een witte Mercedes Sprinter met schuinlinkse blauwe reflecterende strepen op een hoek van de motorkap en aan beide zijden onderlangs de zijkant. Het ding heeft ook een gele kentekenplaat. Als de wagen dichterbij komt blijk het om een Engels kenteken te gaan, het stuur zit rechts en de wagen is redelijk verroest. Op de zijkant de cast van Madagaskar, en de wagen blijkt toepasselijk “Rusty” te heten. Uit Rusty stappen Ada (voluit Adriana) en Charlie (zijn echte naam onuitspreekbaar).
|
Charlie en Ada zijn met hun busje vanuit Schotland door oost Afrika gereisd |
Ada en Charlie zijn een jong stel uit Polen, maar
hebben de laatste vijf jaar gewerkt en gestudeerd in Edinghburg,
Schotland. Vandaar het Engelse kenteken. Ze reizen low-budget en hebben
het voormalige aannemersbusje voor slechts 500,- pond (!) gekocht in
Engeland, en zijn daarmee via de oostkant van Afrika naar beneden
gereden. Ze zijn zelfs nog door Syrië en Jordanië gekomen. Nu inmiddels
negen maanden onderweg. Op wat kleinigheden als lekke en gladde banden,
een kapotte bladveer en sloten die door
het stof niet open willen na, hebben ze eigenlijk geen problemen
met het busje gehad. Geweldig als je ziet hoeveel reizigers, wij
incluis, best veel geld in hun voertuig pompen voor een rondtoer door
Afrika, en dan toch nog aardig wat problemen met hun voertuig hebben.
Met name de Landroverrijders die we tot nu toe ontmoet hebben. Verder heeft dit busje ook geen 4x4 aandrijving,
maar zijn ze toch op heel wat plekken geweest die eigenlijk alleen met
4x4 voertuigen te bereiken zijn. Het is een leuk stel en we kletsen er
wat af. We besluiten op dit mooie plekje samen te kamperen. Net als wij
kamperen Charlie en Ada zoveel mogelijk wild. Om kosten te besparen,
maar ook omdat je vaak op veel mooiere plekken staat. Naast visa en
diesel was hun duurste uitgave op de reis de boete van 250,- Euro toen
ze in Amsterdam weggesleept waren wegens fout parkeren. De avond wordt
laat en gezellig. ’s Morgens als we gezamenlijk zitten te ontbijten
komt er een nieuwsgierig grondeekhoorntje aan. Het beestje is wel op
zijn hoede, maar beslist niet bang. Het laat zich mooi fotograferen in
het ochtendlicht. Charlie en Ada willen net als ons naar Sesriem en
Sossusvlei, dus we rijden samen verder, via de route C14, Gaub-pas,
Solitaire, C19, C27, Sesriem. |
|
In Solitaire stoppen we voor een heerlijk stuk
appelgebak met koffie. Solitaire, de naam zegt het al, ligt erg
afgelegen in het midden van nergens. Het is eigenlijk niet veel meer dan
een tankstation met campsite en restaurant en een paar boerderijen in de
omgeving. Maar het tankstation en restaurant met groot terras is in een
mooie stijl neergezet. Het geeft je echt een outback gevoel. Rondom oude
auto’s half in het zand. Nog verrassend goed bewaarde carrosserieën,
vanwege het gortdroge klimaat. De meeste zijn Chevy’s en Chryslers maar
ook een verzande Austin Seven met een heel fraaie voorruit in
onaangetast chroom ligt tussen de bloemperken. Opmerkelijk aan de
Amerikaanse auto’s is dat ze toch rechts gestuurd zijn. Het is een fotogeniek geheel, en vooral Charlie kan
niet ophouden met plaatjes schieten. We informeren nog even bij een
lodge in de buurt met een groot grondstuk, dat bekend staat om zijn
kolonie stokstaartjes. Helaas vragen ze een forse prijs voor het
overnachten op hun grondstuk, en mogen we ook niet zo met onze auto’s op
zoek op hun landgoed naar de beestjes. Wel wandelen we nog een stuk in
de hoop ze te zien. Maar het is erg warm, en het grondstuk vele hectares
groot, dus die poging wordt snel gestaakt. We kijken nog even bij hun
tamme oryx, die een loshangende hoorn heeft. De oryx houdt wel van
knuffelen en vooral van tongzoenen. Dat is even oppassen. We informeren bij Sossusvlei even naar de
entreeprijzen (80,- N$ p.p. en 10,- N$ voor de auto) en boeken vast voor
de volgende ochtend zodat we dan geen tijd verliezen. We willen er
namelijk vroeg in. Dan is het nog koel, en de opkomende zon schijnt
prachtig te zijn tegen de rode zandduinen. Als je blijft overnachten op
de te dure campsite bij de ingang van het park, dan mag je er een uur
eerder in. Erg flauw. Wij rijden een stukje terug en overnachten bij een
picknickplek. Er komt nog een auto langs als het al donker is. De man
stopt en zegt dat we daar niet mogen overnachten. Als er een ranger
langskomt, zal hij ons een bekeuring geven, zegt de man. We gokken het
er op. Behalve twee woestijnvosjes komt er niets langs, en slapen we
heerlijk rustig. |
Eén van de vele oude auto's bij Solitaire |
’s Morgens staan we al vroeg in een rij voor de gesloten
ingang. Zo’n tien auto’s staan voor ons. Jan heeft bedacht om met de motor het
park in te gaan, er staat nergens aangegeven dat het niet mag, en de eerste 70
kilometer is toch asfalt. Grote roofdieren zitten er niet in het park, dus dat
is het probleem niet. Het zou een mooi ritje zijn en het scheelt behoorlijk aan
brandstof. De laatste vijf kilometer is mul zand, daar mogen alleen 4x4’s in. Je
kunt daar met een safariwagentje het laatste stuk naar Deadvlei gebracht worden.
Daar rekenen ze wel maar liefst 100,- N$ p.p voor, een taxi in Amsterdam is
goedkoper.
Jan vraagt voor de zekerheid even of het wel mag met de
motor. De mannen aan de poort weten het niet, Jan moet maar even binnen bij de
balie vragen. Intussen is de poort open, Charlie en Ada rijden vast het park in,
zij wachten op ons waar het asfalt op houdt. Zij mogen met hun 2wd auto daar
niet verder.
|
Sossusvlei nationaal park |
Jan kan aansluiten bij een rij tourbegeleiders die
de permits nog moeten hebben. Jammer van onze tijd. De onvriendelijke en
onbehulpzame dame aan de balie weet eerst niet zeker of het wel of niet
mag met de motor. Er volgt een discussie onder de tourbegeleiders,
waarvan de helft zegt dat het wel mag, en de helft dat het niet mag.
Daarop beslist de dame achter de balie ineens resoluut dat het niet mag.
Jan vraagt naar het parkregelement, maar dat is er niet. Ook vraagt hij
of ze nog even met haar chef wil bellen om het na te vragen. Nergens
hangt namelijk een bord dat motoren verboden zijn, zoals dat bij andere
wildparken wel hangt. De dame wil er niet aan mee werken, ze zegt gewoon
dat het niet mag, terwijl ze het duidelijk niet zeker weet. Als Jan
vraagt waarom het niet zou mogen, antwoordt ze dat in het verleden
motorrijders off road achter oryxen zijn aangegaan, dus nu zijn motoren
verboden. Wat een onzin. Alsof je met een 4x4 bakkie niet off road kunt
gaan achter wild aan, en alsof dus iedere motorrijder dat wel doet. In ieder geval hebben we veel tijd verknoeid en
hadden we gewoon op de motor het park in moeten gaan, niemand die er wat
van gezegd zou hebben, of zou kunnen hebben. Er staan immers geen
verbodsborden en een regelement hebben ze niet. Nu staat iedereen op
scherp, dus we rijden maar met de DAF het park in. Scheelt in ieder
geval 4x 100,- N$ voor de laatste 5km, want de DAF is 4x4, dus hebben we
geen dure taxi nodig. |
|
Het is een mooie rit tussen hoge rode duinen door. De
ochtendzon kleurt ze extra rood, hoewel we door alle vertraging daar nog amper
van kunnen genieten. De zon klimt hier sneller dan de vooruitgang. Ongeveer
halverwege is duin 45. Deze duin kun je omhoogklimmen. Het is er echter zo druk,
je loopt gewoon in een rijtje, en het zand is dan al vol voetsporen. Daar hebben
we niet zo’n zin in. Aan het einde van de asfaltweg zitten Ada en Charlie braaf
op ons te wachten. Ze wijzen naar een bordje waar op staat dat alleen 4x4’s
verder mogen, motoren en trucks niet. We worden behoorlijk pissed. Je mocht dus
toch met de motor tot hier rijden. En dus niet met een 4x4 truck verder. Dit was
dus echt de laatste keer dat wij in Afrika ergens beleefd naar gevraagd hebben.
In het vervolg doen we gewoon wat ons goed dunkt. 140 km met de DAF kost ons
hier ongeveer 35,- euro. Met de motor zo’n 7,- euro. Van het verschil hadden we
zo ongeveer de dure taxi kunnen betalen voor ons alle vier. Maar Afrika zal Afrika niet zijn als er dan in
ieder geval wat te ritselen valt. Charlie heeft met één van de
chauffeurs afgesproken dat wij met zijn vieren voor half geld mee mogen
met de overprized taxi. Maar dan moeten we wel eerst een klein stukje
lopen, zodat we uit het zicht van de andere chauffeurs zijn. Na een kort
wandelingetje in de hete zon door het mulle zand, worden we braaf
opgepikt. De andere toeristen in het karretje vreemd kijkend en niet
wetend dat wij het ritje voor de helft van het geld meerijden. We worden afgezet bij een paadje, dat na tien
minuten lopen over een laag duin tot aan de rand van de Deadvlei reikt.
Het is een prachtig palet van extremen: een witte, uitgedroogde,
zongebleekte, vlakke zandvloer, met daarop enkele zwarte dode
boomstammen rechtop als sculpturen tegen een achtergrond van hoge rode
zandduinen. Daarboven een kraakheldere intens blauwe lucht. We verbazen ons over de massa toeristen die snel
met hun klik-klak-klaar-cameraatjes een paar plaatjes schieten en na
vijf minuten al weer terug lopen, zonder ook maar een voet op de witte
vloer gezet te hebben. Rijden ze daarvoor 140km? Gelukkig maar voor ons,
we hebben de vlei voor ons vieren. Ada, Charlie en Mariska lopen de
vlakte op. Jan klimt het hoge duin ernaast op om zo de vlei en de
ongeschonden duinen van bovenaf te filmen. We struinen de vlei rond, en
ontdekken nog twee spiesbokken die in de schaarse schaduw liggen. Ook
twee springbokken lopen er, die direct de benen nemen. Hoe kunnen die
beesten in deze omstandigheden in leven blijven? Ongelofelijk. We filmen en fotograferen er wat af, vooral Charlie
en Mariska kunnen er geen genoeg van krijgen. |
Deadvlei |
|
Deze kraai heeft het zo warm, dat hij alleen nog maar tegen het paaltje kan leunen |
Onze corrupte chauffeur staat op ons te wachten en
brengt ons een kilometer verderop, naar de Sossusvlei, alwaar er weer
een duin beklommen kan worden. Voor Charlie nu sowieso geen optie, Jan
heeft net een hoog duin beklommen en de dames hebben er ook geen puf
meer voor. Volgens de thermometer van Charlie en Ada is het in de
schaduw 43 graden. We genieten van het uitzicht vanaf een bankje onder
een boom die nog blad draagt ook. Er struinen nog drie struisvogels
rond. Het blijkt ook nog dat er twee grote uilen in boom
zitten die ons vanaf daarboven goed in de gaten houden. Als je zo
rondkijkt denk je dat er geen leven zit hier, dat het gewoon onmogelijk
is. Maar kijk je beter, dan blijkt dit toch echt niet zo te zijn. Ook
die uilen moeten weer prooi zien te vinden. De chauffeur verteld ons dat een toerist met eigen
auto hier een stuk is gaan lopen. Hij kon de auto niet terug vinden. De
volgende dag werd hij gevonden op een plek niet ver van zijn auto
vandaan, in de schaduw van een van de weinige bomen. Hij leefde nog wel,
op het nippertje. Al zijn lichaamsopeningen zaten vol met teken. Zijn
tong en lippen zijn er door verminkt. Bah. We laten ons door de chauffeur terug brengen naar
de parkeerplek waar onze auto’s staan. We zetten ze een eindje verderop
en gaan daar lunchen. Eén van de chauffeurs vraagt ons om koud
drinkwater, hij had het zijne in de zon laten liggen. We geven hem koud
water en gieten zijn warme in een bakje en zetten dat neer voor de
vogels. Daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Allerlei soorten komen
er op af. We moeten het bakje meerdere keren bijvullen. Vooral de
kraaien hebben erg last van de warmte. Ze hijgen het uit, en we zien er
zelfs een paar hangend tegen een boomstronk, te bekaf om te vliegen of
te lopen.
|
Het loopt al tegen een uur of vier. We verlaten het park en
rijden samen tot ongeveer veertig kilometer buiten het park waar we wildkamperen
bij een pick-nick plek onder een grote boom. We willen niet te dicht bij het
park staan, want dat geeft weer gezeur. Ze willen je natuurlijk graag op hun
campsite hebben, maar dan moeten ze eerst eens normale prijzen hanteren. Het is
gezellig zo samen. Ieders kookt voor zich, maar we eten samen. Wel zo handig,
geen verplichtingen.
Charlie en Ada hebben contact gehad per e-mail met
Hammerstein lodge. Ze willen daar graag naartoe, want ze hebben daar twee
cheeta’s, twee caracals en een luipaard. Bij de caracals en de cheeta’s mag je
in de kooi, en je kunt ze aaien, volgens de website van de lodge. Voor ons hoeft
dat niet zo. We zien die beesten liever op een afstand in hun natuurlijke
leefomgeving, dan een tamme in een kooi. Maar Ada is er helemaal weg van. We
laten ons overhalen en gaan de volgende dag met hun mee. De lodge ligt toch op
onze route.
| De weg is mooi, tussen ruige gebergten door over grof
gravel. Wel is het zwaar voor de DAF. Vaak wil hij niet harder dan 70, terwijl
het ogenschijnlijk vlak lijkt. Vals plat, op de navi zien we dat het toch
gestaag omhoog gaat. Het is ook erg warm. Meerdere keren stoppen we omdat de
koelwatertemperatuur tegen de honderd graden loopt. We denken dat er iets niet
in orde is met de DAF, hij rookt immers ook nog steeds behoorlijk als hij koud
is en er komt behoorlijk damp uit de carterontluchting. Toch blijkt ook de
Mercedes Sprinter van Charlie en Ada het zelfde probleem te hebben. Ze kunnen
ons amper bijhouden en ook hun meter staat tegen de honderd graden. Kalm aan dus
maar.
Twaalf kilometer voor de lodge krijgen we ook nog
weer een lekke band. Balen, moeten we voor dat kleine stukje nog
verwisselen. Charlie helpt Jan mee. Maar we hebben nu een probleem. Het
blijkt dat met deze hitte geen van de reparatieplakkers het houdt. Ze
vliegen er gewoon na 150 à 200 kilometer weer af. We hebben nu dus van
onze zes banden in totaal drie lekke banden. We komen dus nog een goede
band tekort. De minst lekke zetten we er maar op, pompen hem goed vol en
hopen dat we er in ieder geval mee tot de lodge kunnen komen. Dat lukt
gelukkig. Charlie en Ada hebben al geregeld dat we er gratis kunnen
staan als we een cheetatoer boeken. We rijden direct naar de kampeerplek
waar de Sprinter al staat, en krikken de DAF bij de lekke band op. Die dag doen we niets meer. We liggen wat bij het
zwembad, drinken bier en fris, en ’s avonds gaan wij met z’n tweeën naar
het all you can eat buffet. Het blijkt een lodge te zijn voor groter
groepen. Zo’n typische waar het personeel dansjes doet en liedjes zingt,
en de mensen wat verveeld zitten te klappen omdat ze elke avond zoiets
voorgeschoteld krijgen, inclusief het bekende amarula-lied. |
Even bijkomen van ons "lekke banden probleem". |
We vinden het nogal sneu. De bedienden doen hun best, het
ziet er grappig uit, maar ook wel een beetje denigrerend. Vooral ook vanwege de
passieve houding van de gasten. Dat zijn dan ook wel oudere Duitsers, dus je
moet al flink je best doen om daar gang in te krijgen. Wat moeten die
Oktoberfesten in München saai zijn…
|
Bij deze cheetah mochten we in het verblijf. Aanraken verboden. |
De cheetahtoer de volgende dag valt ons allemaal
behoorlijk tegen. Vooral Ada is erg teleurgesteld want we mogen wel bij
de cheeta’s in de kooi, maar we mogen ze niet aaien. Je mag zelfs niet
eens iets door je knieën zakken, alleen rechtop blijven staan. Dit
terwijl ze via de e-mail bevestigd had gekregen dat dit wel mogelijk
was, en dat er ook foto’s van mensen die cheetah’s aaien op de website
van de lodge staan. Volgens de begeleidster mag dit bij wet nergens in
Namibië. Ada voert er nog een heel pittige discussie over met de
manager. Ons kan het niet zoveel schelen. We staan daar in die kooi.
Krijgen wat feitjes te weten over cheetah’s en de geschiedenis van deze
beesten, terwijl ze een beetje om onze voeten dralen en dan lekker
languit gaan liggen. De twee caracals zijn niet te vinden in hun kooi,
en het luipaard (ja, het is “de” luipaard, maar dat klinkt toch niet?)
is gewoon een zielig beest dat stereotype bewegingen maakt en treurig
door zijn tralies naar buiten kijkt. Daar mag je niet bij in de kooi. Omdat we de caracals niet zien kregen mochten we
nog een keer mee de kooi in ’s middags. Tezamen met zo’n dertig
Duitsers. En als die dan gründlich de kooi hebben uitgekamd, krijgen we
die beesten ook te zien. Jan is op de middagtour niet mee geweest. Hij
is de hele middag op internet op zoek geweest naar een oplossing voor
onze banden. We moeten eigenlijk vier nieuwen hebben. De Michelins die
we nu hebben zijn hier in Namibië verschrikkelijk duur, zo’n 14.000,- N$
per stuk. Zo’n 1.100,- euro dus. In Zuid-Afrika zijn ze al iets
goedkoper, 12.000,- Rand per stuk. (Namibische Dollar en Zuid Afrikaanse
Rand hebben de zelfde waarde). Maar daar zijn we er nog lang niet.
Opsturen vanuit Zuid Afrika, met alle douane formaliteiten maakt het
verschil al weer ongedaan. Jan neemt contact op met alle bekende
bandenmerken. De leveranciers vertellen ons dat het probleem met die
banden die wij zoeken is, dat die banden hier geclassificeerd zijn als
militair, en daardoor eigenlijk niet voor de gewone gebruiker
verkrijgbaar. |
We kijken nog naar gewone straatbanden, maar dat is ook erg
lastig omdat we 20 inch velgen hebben, en gewone straatbanden zijn allemaal 22,5
of 19 inch. Via een Belgisch internet forum van overlanders (wereldreizigers die
niet per boot of vliegtuig reizen) www.overlanders.be, komt Jan aan een contact
in George, Zuid-Afrika. De eigenaar, Peter, is een erg geschikte kerel en weet
gloednieuwe Goodyears in soortgelijk profiel en dezelfde maat als onze Michelins
(365/85R20) aan te bieden voor zo’n 7000,- rand per stuk, excl. tax. Deze moeten
nog per boot vanuit Europa komen, en zullen 27 maart arriveren. Het is nu 26
februari. Pfff, dat duurt dus nog even. In tussentijd moeten we het met deze
banden zien uit te zingen, en Zuid-Afrika zien te bereiken, al is het maar het
uiterste noorden. Dan kunnen die banden zonder douaneformaliteiten daar naartoe
getransporteerd worden.
|
Een ander optie blijkt ongebruikte, maar oudere
voorraad Michelins via Vrakking in Nederland te laten op sturen. Een
palletvracht (er kunnen 6 banden op een pallet) blijkt niet eens zo heel
duur. Wel zitten we dan zelf met douane-gedoe, en ook dit duurt lang. De
prijs is uiteindelijk hetzelfde als de Goodyears uit George. We hebben
eigenlijk liever de Michelins, dat zijn gewoon de beste. Maar dan wel
splinternieuwe Michelins, en geen oude ongebruikte voorraad. Die hadden
we er nu ook op, en het blijkt dat je het profiel niet afrijdt, maar dat
je vanwege ouderdom, vooral in combinatie met de zon en hitte hier, al
gauw scheuren in de wangen krijgt. Het versturen van splinternieuwe
Michelins vanuit Nederland blijkt ook geen zin te hebben. Dat komt
totaal op ongeveer het zelfde als in Zuid Afrika nieuwe Michelins kopen.
Voorkeur ligt nu dus bij de Goodyears. Peter reserveert ze vast voor
ons, wij hebben nog even bedenktijd. Intussen plakt Jan een band en komt er achter dat
hij door de vulkaniseervloeistof heen is. Shit, we zitten in de middle
of nowhere. Het blijkt dat er overmorgen iemand naar de dichtstbijzijnde
stad gaat, tweehonderd kilometer verderop. Hij wil voor Jan wel cement
(zo noemen ze dat spul hier) meenemen. Zo lang zitten we hier nog
gevangen dus. |
Gestrand met drie lekke banden! |
’s Avonds zitten we weer gezellig met Charlie en Ada op het
terras, genieten van een koud biertje. Er lopen hier drie tamme springbokjes
rond, zo over het terras. Grappige beestjes. Ze hebben ook en tamme spiesbok,
die loopt achter draad direct achter onze kampeerplek. Maar het beest heeft rare
nukken. Als je hem probeert te aaien, begint hij tegen het draad aan te bokken.
En dat is nog best oppassen, met die scherpe spiesen van een kleine meter op
zijn kop.
Charlie en Ada gaan verder, wij kunnen niet verder, want we
moeten wachten op de vulkaniseerpasta. Het was gezellig samen met hen, en we
spreken af contact te houden. Wie weet zijn we nog weer eens bij elkaar in de
buurt.
Wij komen de volgende dagen door met wat hangen, en het
doen van kleine klusjes. Het lijkt of in Namibië alles kapot gaat. De wc geeft
een storing op het display. Er blijkt een schakelaar te blijven hangen waardoor
hij niet meer detecteert dat er een cassette in zit. Gelukkig hebben we alle
onderdelen dubbel, dankzij een zeer attent lid van het overlandersforum, die ons
bijna twee volledige toiletten in onderdelen toegestuurd heeft toen we afgelopen
zomer even in Nederland waren. Dat komt ons nu zeer goed van pas. Dus Campo, als
je dit leest, nogmaals hartelijk dank.
|
|
Jan struint ook nog wat rond op plekken bij de
lodge die eigenlijk niet voor toeristen bedoeld zijn. Erg interessant,
vooral de decennia lange verzameling van tractoren en andere
landbouwmaterieel. Als hier iets kapot gaat en de moeite van het
repareren niet meer waard is, wordt het ergens in het land neergezet.
Ophalen voor oud ijzer heeft met deze afstanden hier geen zin. Zo staan
er heel wat oude trekkers, waaronder zelfs een Lanz-Bulldog met enorm
vliegwiel. En allemaal zijn ze goed bewaard gebleven door het droge
klimaat. Ook is er een grote loods, meer een enorme stal, die volgepropt
is met van alles. Van oude koelkasten tot autobanden. En tot verbazing
vind Jan tussen de rommel een goede Michelin XZL band, 365/80R20. Hij is
iets lager dan onze maat 365/85R20, maar zou een heel goede reserveband
zijn om in ieder geval het eerste stadje Mariëntal te kunnen halen. De eikelige manager is niet erg behulpzaam, maar
eindelijk krijgt Jan de eigenaar van de lodge te spreken en met hem
spreekt hij af dat we de band mogen lenen tot aan het eerst stadje
Mariëntal, waar een bandenbedrijf zit. Hij komt daar wekelijks en neemt
de band weer mee retour. De band is namelijk niet van hem, maar van een
tourorganisator die hier vaak komt en de band als noodhulp bij de lodge
heeft achtergelaten. ZATERDAG 2 MAART 2013, op weg naar een
oplossing |
De eerste 100 kilometer is nog gravel, tot aan Maltahöhe, dan
100 kilometer strak nieuw asfalt.
De hele maandag is Jan bezig met iemand van TrenTyre om uit
te zoeken wat de beste oplossing voor ons is. Nieuwe Michelins zijn ons te duur,
we willen wel graag hier de vier nieuwe Goodyears kopen, of twee goede gebruikte
om in ieder geval in Zuid Afrika te komen. De man van TrenTyre belt er wat af,
ook onder zijn klanten die misschien een gebruikte band hebben en aan het eind
van de dag is er nog geen oplossing. Niemand belt de man terug met een antwoord.
Aan de Goodyears kan hij niet komen. We verbazen ons nog aan de belabberde staat
van de banden die ter reparatie worden aangeboden bij TrenTyre. Ze lijken gewoon
aangevreten, allerlei stukken eraf en sneden in loopvlak en wangen. Die gravel
vreet de banden gewoon op.
|
Dan komt ineens de buurman van TrenTyre, eigenaar
van een metaalbedrijf, naar ons toegelopen. Een aardige, ietwat vreemde
vogel. “Je zoekt zulke banden hè?” roept hij naar ons. “Die heb ik wel”.
Verbaasd kijken we hem aan. Jan loopt met hem mee, en de man blijkt een
vrij nieuwe MAN truck te hebben waar vier van dezelfde Michelins onder
zitten, en hij heeft twee reservewielen. Hij wil ons zijn ongebruikte
reservewielen wel verkopen. Helaas rekent de slimmerik daar de prijs
voor waar we ze ook nieuw bij TrenTyre voor kunnen krijgen, 13.500 N$
per stuk. Maar zijn banden zijn van 2009, bij TrenTyre krijg je dan ook
banden van 2012/2013. Dat doen we dus niet. Jan probeert nog twee van
zijn gebruikte banden die nog op zijn truck zitten te kopen, maar ook
daar rekent hij een behoorlijk hoge prijs voor, gelijk aan een nieuwe
Goodyear. Uiteindelijk blijkt de man ook nog twee redelijk kale Michelin
XZL’s te hebben liggen die hij niet meer gebruikt. De wangen en het
loopvlak lijken nog goed, maar ze liggen buiten. Hoelang liggen die al
in de brandende zon? Ze zijn ook een maatje groter dan de onze 14.00
i.p.v. 13.00. We kunnen de banden voor een zacht prijsje kopen,
2.000,- N$ (ca € 180.-), en dan moeten we twee van onze banden
achterlaten. We kunnen al die banden toch niet meenemen, en we laten de
twee slechtste, onrepareerbare banden achter. De man neemt ook de kosten
voor het overzetten bij TrenTyre voor zijn rekening. En zo gaan we
verder met voorop de twee grotere banden. Het is een raar gezicht, de
DAF is zo net een hyena. |
Mariëntal, we hebben het gehaald! |
We hopen dat we hiermee nog wat van Namibië kunnen zien en
in ieder geval Zuid-Afrika kunnen halen, om dan daar de vier nieuwe Goodyears
van Peter in George te monteren. Vanwege het omtrekverschil van de grotere
voorbanden ten opzichte van de
achterbanden kunnen we nu niet meer in 4x4 rijden. Maar op de gravelwegen hier
is dat ook niet nodig.
DINSDAG 5 MAART 2013, eindelijk weer op pad
Na alle geouwehoer met de banden kunnen we nu eindelijk op pad, onze weg
vervolgen. Nou ja, de route is nu helaas wat aangepast, en het is eerst 230
kilometer asfalt naar Keetmanshoop. Een saaie route door vlak landschap. Zo’n
veertig kilometer voor Keetmanshoop bushcampen we in een kleinere zijweg, de
D3906. De banden lijken het goed te houden. Gelukkig is het ook wat bewolkt en
waait het een beetje. We zijn de enorme warmte al aardig zat aan het worden.
In Keetmanshoop doen we dag erop eerst wat boodschappen en
rijden dan verder naar Gondwana Cañon Park. Het is een schitterende omgeving.
Ruig, halfwoestijn en bergachtig. We willen
hier eigenlijk ergens wildkamperen, maar borden geven aan dat het hier
beslist verboden is. Onderweg stoppen we nog even bij een Duits stel dat met een
4x4 huurauto met een kapotte band staat. De band is slechts een jaar oud, en
compleet aan flarden gescheurd. Gelukkig hebben ze een goede reserve en kunnen
ze zichzelf prima helpen. Echter werkt hun telefoon niet naar behoren en bellen
ze met onze telefoon naar het verhuurbedrijf voor een nieuwe reserveband.
|
|
We stoppen bij het Cañon Roadhouse. Een roadhouse
dat ons van buiten doet denken aan Australië. Jan ziet een foldertje van het roadhouse liggen met
daar achterop het nummer van de Duitse eigenaar. In de auto belt hij die
op, maar de eigenaar blijkt in Duitsland te zitten en is nu niet
bereikbaar. Hij krijgt een manager te spreken. Jan zegt dat hij niets
van DAF in het “museum” ziet, en zegt dat hij wel iets moois heeft, in
ruil voor korting. We hebben de oude, originele, typeplaat nog van de
DAF, die vervangen moest worden toen hij omgekeurd is naar camper. De
man zegt dat hij wel wat regelt en hij het personeel wel even zal
bellen. We lopen met de typeplaat naar binnen, en er komt een blanke
vrouw naar ons toe met op haar borst een bordje met “manager”. Er was
dus wél en manager aanwezig, grrr. Ze heeft de telefoon nog in haar hand
en biedt ons in ruil voor het typeplaatje een gratis overnachting aan.
Perfect geregeld. Jan springt meteen in het zwembad. Heerlijk met dit
hete weer. |
|
Op tijd gaan we de dag erop naar Fish River Canyon.
Dit is na de Grand Canyon in Amerika de grootste ter wereld. Via een
gravelweg komen we tot de rand van de canyon. We lopen een heel stuk
langs de rand en genieten van het super uitzicht. Wat een enorme kloof.
Toch is hij bij lange na niet zo groot als de Grand Canyon, maar mooi is
het hier wel. Er gaan ook twee paadjes naar beneden de kloof in. Weer
staat er een bordje bij dat dit verboden is, en alleen toegestaan met
gids. Erg flauw, alsof we kleine kinderen zijn. Zo’n tour met gids is
dan gelijk een vijfdaagse trektocht door de canyon. Dat is ons met deze
temperaturen sowieso te gortig. We rijden nog een heel stuk langs de kloof op zoek
naar de Sulphur Springs, zwavelbronnen. Het pad wordt wel erg ruw, weer
niet best voor onze gehavende banden. De Sulphur Springs blijken onderin
de kloof te liggen, en alweer mogen we daar niet op eigen houtje naar
toe klauteren. Jammer, jammer. We gaan terug naar de ingang van het park en rijden
de C37 richting Ais Ais, tot we tussen de bergen een mooi plekje vinden
voor de nacht. |
Fish River Canyon |
Na het dagje luieren rijden we naar Ais Ais. Echt de moeite
waard is de rit ernaar toe niet. Ais Ais bestaat uit een vakantieresort dat
gebouwd is aan de oevers van een nu (meestal) droogstaande rivier, rondom een
warmwaterbron. De bron borrelt glashelder water van zo’n 65 graden omhoog. Er is
een betonnen toestand omheen gemaakt, niet een mooi natuurlijk watertje. We
lopen nog een eindje de rivierbedding af, maar eigenlijk is het veel te heet om
wat te doen. We drinken maar wat op het terras met een veel te dure droge
chocoladecake erbij, en gaan dan richting de Oranjerivier.
|
Oranje Rivier |
We vinden daar een mooi bushcamp plekje direct aan
het water, hopende op wat verkoeling. Maar die verkoeling krijg je
alleen als je in het water springt. Het is zo heet hier, we zitten de
rest van de dag in de schaduw te puffen. Het aluminium van onze
buitenstoelen is zo heet, dat je het amper kunt aanraken. Terwijl ze
toch niet in de zon zijn geweest. We blijven nog tot laat op, genietend
van de heldere sterrenhemel tot we buiten in slaap vallen. De Melkweg is
hier heel goed zichtbaar. We blijven op dit plekje nog twee dagen staan. En
wat doe je dan in die enorme hitte? Mariska bakt binnen een amandelcake,
want warmer kan het toch niet worden, en Jan stelt in de palle zon de
kleppen van de DAF. Ook zet hij een nieuwe uitlaatslang aan de kachel,
wie denkt daaraan bij deze temperaturen? (wederom bedankt Campo, voor de
uitlaatslang). De schaalverdeling van onze thermometer gaat niet
verder dan 43 graden, maar het “kwik” staat daar ver boven. Later horen
we van mensen dat het hier maar liefst 54 graden is geweest. |
DINSDAG 12 MAART 2013, op naar Zuid Afrika
We vertrekken ’s morgens bijtijds. Eerst goed voltanken want we hoorden dat
diesel in Zuid Afrika 2 rand duurder is dan in Namibië. In Noordoewer, een dorp
van niks, stoppen we nog even om ons laatste Namibische beltegoed op te maken
aan internet. Het is rond Noordoewer ineens erg groen. Met behulp van water uit
de Oranjerivier zijn hier grote groene druivenplantages opgezet, en dat is een
behoorlijk contrast met de steenwoestijn er omheen.
Dan op naar de grens. Aan de Namibische kant is er een grote scanner. Daar moeten we vlak achter parkeren. Formuliertje invullen en paspoorten en carnets worden zonder problemen gestempeld. Niemand die in de auto wil kijken of iets vraagt. En we moeten ook niet door de scanner met de wagen. We steken de Oranjerivier over en zijn dan in Zuid-Afrika. Bah, het is hier nog net zo warm...