DINSDAG 12 MAART 2013
De grensformaliteiten zijn eenvoudig en efficiënt. Melden bij loketje 1, 2 en 3. Wat stempels en niemand die in onze auto wil kijken. Mooi zo. We rijden de poort uit en zijn in Zuid Afrika. Direct na de grens begint een eindeloze langzame klim van 400 meter naar 850 meter hoogte. Vals plat. Je ziet het niet maar de auto wil in de vijfde versnelling niet echt op toeren komen. Daardoor koelt hij te weinig en om oververhitting te voorkomen rijden we in de vier met een gangetje van zestig. Buiten is het nog steeds een dikke veertig graden. Precies weten we het niet omdat onze thermometer “maar” tot 43 graden gaat. 

Ons doel voor vandaag is het plaatsje Springbok. Maar net voorbij het gehucht Steinkopf, zo’n 60 kilometer voor Springbok, horen we onze linker voorband luid sissen. Het is een van de 2e hands Michelins 14.00 die we in Namibië gekocht hebben. We stoppen om te kijken en het blijkt een scheurtje in de wang te zijn.We willen nog zo’n tweehonderd meter verder rijden waar een inham is naast de weg, om daar de band te wisselen. Maar na zo’n twintig meter horen we een luide sis en geflapper, en krijgt Jan een flinke ruk aan het stuur naar links. De band blijkt volledig aan gort te zijn. De hele wangen zijn aan stukken gereten. Pff, komen we daar goed mee weg, dat zal je maar op hoge snelheid gebeuren. De banden waren dus toch behoorlijk gaar, al was dat van buitenaf niet te zien. Op het nippertje hebben ze ons over de grens naar Zuid Afrika gebracht. We hadden stiekem nog wel gehoopt dat we er George aan de kust mee zouden kunnen bereiken. Daar komen de 27e, als alles goed gaat, de splinter nieuwe Goodyears aan. In tussentijd zitten we nu dus mooi twee weken zonder banden.

We staan op een gevaarlijk punt, net na een onoverzichtelijk heuvel. En vrachtwagencombinaties met dubbele oplegger rijden hier gewoon 100 km/uur! We staan op de kale velg, dus nog verder rijden naar de inham is geen optie. Mariska gaat met een geel calamiteitenhesje (Calamity-Jane) op de heuvel staan zwaaien terwijl Jan de band wisselt. Een aardige man komt langs in de auto en belt voor ons de politie, om de boel te komen afzetten. Dat willen we helemaal niet, want politie in Afrika geeft altijd gedoe. Blijkbaar niet in Zuid-Afrika. Met veel poeha komen binnen een paar minuten twee auto’s met zwaailichten aan gereden en zetten ze de rijstrook af. Ze houden alle verkeer tegen en laten het dan rustig verder rijden. Net zo lang tot Jan de band verwisseld heeft. Dat valt nog niet mee, de krik verdwijnt in het zachte asfalt. Er moet eerst een plank onder. De politie vraagt niets en wuift ons gedag als we klaar zijn.

Op geheel Afrikaanse wijze dumpen we de kapotte band in de greppel naast de weg en rijden we terug naar Steinkopf, waar we voor een eetcafé-supermarkt-tankstation overnachten.

De volgende ochtend probeert Jan nog even de grote Michelin 14.00 rechtsvoor te vervangen door een gerepareerde 13.00 van ons. Dit omdat we verder willen naar Springbok, maar rijden met banden van verschillende omtrek op één as is slecht voor het differentieel. Hij krijgt de rotband zogauw niet van de velg, dus we gaan het er maar zo op wagen, gewoon rustig rijden.

Dan wordt hij aangesproken door een aardige man met behoorlijke omvang en het accent van Joe Carioca. Het blijkt Manuel uit Portugal te zijn, van Madeira om precies te zijn. Het hele winkelblok met tankstation blijkt van hem te zijn, en hij nodigt ons uit in zijn eetcafé. Het is ’s morgens vroeg, we hebben net ons ontbijt op, maar Manuel laat zijn kok twee grote borden met patat, salade en Wiener worsten maken. Uit zijn supermarkt rukt hij een tweeliterpak sap aan. Manuel is gek op reizigers en trots laat hij ons een reisboek zien dat geschreven is door een Duitse motortoerist. Manuel en zijn restaurant worden er ook in genoemd.

Manuel heeft ook nog twee kleine schepen, pardon, één klein schip, het andere is net gezonken. Ze zijn voorzien van zuigapparatuur en daarmee zuigt hij het zand van de bodem bij Porth Nolloth, waar de Oranjerivier in zee uitkomt. De Oranje rivier stroomt namelijk door diamantwinning gebied, en het sediment dat hij meevoert kan ook diamant bevatten. Manuel filtert dit zand, en haalt er af en toe wel een glimsteentje uit. Toch schijnt dit tegenwoordig helemaal niet meer zo lucratief te zijn. Manuel heeft wel goed geboerd. Hij heeft dus hier het kleine winkelcentrumpje, en nog een mooi huis op Madeira.

Hij wil ons graag helpen met ons bandenprobleem en stelt zijn auto ter beschikking om naar Springbok te rijden om daar goede banden op te zoeken. Kun je het voorstellen dat je je auto aan een wildvreemde uitleent? We slaan het vriendelijk af en leggen Manuel uit dat we in Springbok op de banden uit George gaan wachten. Hij stelt voor dat we bij hem op het erf gaan staan en de banden hiernaartoe laten komen. “Iek heb plek plenty” Manuel is erg aardig, maar we hebben niet zo’n zin om twee weken in zo’n klein gehucht rond te hangen. We nemen afscheid, en Manuel doet nog een greep in zijn supermarkt en geeft ons een flinke bak heerlijke druiven en een fles bronwater mee. Wat een sympathieke kerel.

Rustig aan rijden we naar Springbok. Het differentieel kan het bandenverschil makkelijk aan, het wordt niet eens echt heet. We halen Springbok dus met gemak. Bij TrenTyre informeren we nog of zij banden kunnen regelen, maar dat loopt op niets uit. We gaan nog naar een andere bandenzaak, die Bridgestone als hoofdmerk voert, maar ook daar wordt het niks. De vriendelijke jonge corpulente dame blijft maar bellen. “I don’t want you guys to get stuck here”. Ondertussen vertelt ze hele verhalen, over haar leven in Springbok en haar relatie met een schapenboer. We bellen toch maar met Peter van Ramcom Trucks, uit George, en hij heeft goed nieuws! De Goodyears die eigenlijk pas de 27e zouden komen zijn al binnen! Helaas zit het weekend ertussen en duurt het nog vijf dagen voor we de banden in Springbok kunnen hebben. Maar toch een heel stuk sneller dan de 27e.



Bij Conrad thuis

We willen overnachten voor de bandenshop als een man zich voorstelt en vraagt waar we overnachten. Het is Conrad, een man van midden veertig en hij is eigenaar van de “Suspension Clinic” , een garagebedrijf dat gespecialiseerd is in vering van auto’s. Het is gevestigd in hetzelfde pand als de bandenshop. Hij stelt voor dat we bij hem op het erf komen staan Hij heeft een hobbyboerderij zeven kilometer buiten Springbok. We vragen voorzichtig of we daar dan wel vijf dagen mogen blijven staan. “Geen probleem” zegt Conrad, “Mijn vrouw is een aantal dagen naar Kaapstad, ik ben nu alleen met mijn zoon en we kunnen wel wat aanspraak gebruiken”. Conrad wordt opgehaald door buurman Ben, want zijn eigen auto is kapot. Buurman Ben is ook midden veertig, advocaat van beroep. Gelukkig heeft zijn Landrover Discovery zelfnivellerende luchtvering, anders zou de auto onder zijn gewicht flink scheef hangen. Wat een enorme kerel. Niet in lengte maar in omvang. Ben heeft een zoon van 12, Ben Dré, en Conrad een zoon van 16, Dirk-John, afgekort D.J. Beide zonen carpoolen ook mee. Wij rijden achter hen aan. Voor we het dorp uitrijden stoppen we natuurlijk eerst bij de liqourshop, waar de nodige alcohol wordt ingeslagen. We parkeren de DAF achter het huis van Conrad. Het ligt er mooi, met uitzicht op een bergrand.

Het huis is groot en bestaat uit vrijwel één grote ruimte, met uitzondering van de slaap- en badkamers. Het heeft iets weg van een bedrijfshal, vrij ruw gebouwd, maar wel met een bijzondere atmosfeer. Een grote keuken, een biljarttafel tussen keuken en woonkamer en in de woonkamer twee relaxte zithoeken, met ouderwetse bankstellen. In de hoek van de kamer een grote rotspartij met vijver en waterval. Het staat nu droog, net als het grote zwembad buiten bij de veranda. Jammer. Het zwembad moet geschilderd worden. We hadden met dit hete weer best een verfrissende duik willen nemen. Conrad is hier en daar wat aan het opknappen omdat hij het huis te koop heeft gezet. Hij wil terug naar de omgeving van Kaapstad, waar hij en zijn vrouw Issie vandaan komen. Buiten lopen achter een hek allerlei dieren rond te scharrelen. Vijf katten, drie ganzen, drie schapen, vier paarden, eenden en kippen. Ze hebben ook vijf honden, maar die zijn nu allen met Issie mee naar Kaapstad. Ze is op bezoek bij haar vader, die daar in het ziekenhuis ligt.

We besluiten die avond, hoe kan het ook anders in Zuid-Afrika, te gaan braaien bij Conrad op de veranda. Conrads zoons D.J. had Ben en Ben-Dré naar huis gebracht met Ben’s Landrover, en haalt hem nu weer op voor de barbecue. Ook Ben Dré van 12 rijdt zelfstandig rond met de Landrover. Hij mag er alleen niet mee in het dorp komen. We vragen Ben of hij niet bang is dat er wat gebeurt. “Och” zegt Ben, “Ik ben toch advocaat”. De braai is lekker en het is erg gezellig die avond. Als de zon zakt tekent het licht de bergen voor ons knalrood. Er vloeit (te) veel alcohol en het wordt (te) laat. Het is al één uur ’s nachts al we naar bed gaan. De anderen moeten morgen gewoon weer werken.

Die volgende dag regelt Jan het transport van de banden van George naar Springbok met Peter, en zorgt voor de betaling er van. Daarna gaan we nog even met de motor Springbok in. We geven bij de aardige maar kletsgrage dame van het bandenbedrijf door, dat de banden daar maandag zullen arriveren, en of ze ons willen bellen als ze er zijn. Arista, de dame in kwestie, kan echt kletsen, daar is Jan’s moeder een stille tante bij. We krijgen nu alle tips voor op de braai en ander typisch Zuid-Afrikaans eten doorgegeven. En aan haar postuur te zien heeft ze er verstand van, dus we luisteren aandachtig. Pas na een dik uur krijgen we het voor elkaar om er weer vandoor te gaan.

We kijken die middag nog naar de rugby-training van Conrads zoon D.J. Hij is er erg goed en fanatiek in, en speelt hoog. Hij wil graag professional worden. Interessant voor ons om te zien hoe zo’n training er uitziet. Eén knaap komt te laat opdagen. Van de trainer moet hij zich voorover bukken en van het hele team krijgt hij een pets voor zijn kont. Lachwekkend. Ook hebben ze een mooie yel: “Springbokkie spring, Springbokkie spring, Springbokkie spring , spring, spring! Hun club heet de Springbokkies, vandaar. Het nationale rugby-team van Zuid-Afrika heet de Springboks.

Die avond zijn we voor het eten uitgenodigd bij Ben, we worden door zijn twaalfjarige zoon met de Landrover opgehaald. De jongen rijdt prima, het is maar twee kilometer. Ben maakt afvalpotjie (spreek uit: afvalpoikie). Dat is een traditioneel Zuid-Afrikaans recept. Stoofpot in een grote gietijzeren kookpot waar allerlei delen van een dier ingaan dat niet onder gewoon vlees of orgaanvlees valt. Ben laat ons even in de pan kijken en legt uit: Schapenkop met hersenen, ogen en alles compleet er nog in, schapenmaag, schapen-onderpoot en nog meer van die ellende. We zien gelukkig ook wat aardappelen rondrijven. Er komen heel wat kruiden, onder andere veel kerrie bij in. Ben kookt het nu in een snelkookpan op het gas. Normaal gaat het dus in een gietijzeren pot op een houtsvuur. Maar het moet heel lang sudderen en daar is nu na werktijd geen tijd voor, dus vandaar de snelkookpan.

We eten buiten op de veranda bij kaarslicht, het is al stikdonker. We kunnen de kwabbels op de rijst die we voorgeschoteld krijgen niet zien. Misschien makkelijker, maar je kunt ook niet selectief eten. Mariska krijgt een enigszins gecensureerde portie, het ergste, de schapenmaag heeft Ben er op een apart bordje bij gezet. Het andere, wat Mariska kwabbels noemt, noemt hij het vlees. Het is niet echt vies, de kruiden maken veel goed, maar er blijft toch een lichte schapensmaak aan zitten, waar we beiden niet zo gek op zijn. En de structuur van het “vlees” dat je in de mond hebt voelt ook niet echt lekker. Jan denkt er gewoon niet bij na, en kauwt wel door, maar bij Mariska gaat elke hap meer tegen staan. Ze eet de rijst er wat onderweg en excuseert zich dat ze de helft laat staan. Dit is geen probleem, want we hadden ze van te voren al gewaarschuwd dat we geen schapenvlees eters zijn, laat staan deze delen van het schaap.


Ben en Conrad koken "afvalpotjie"

D.J. wil het helemaal niet eten. Vroeger wel, maar hij heeft er nu genoeg van. Ben-Dré vindt het wel lekker, maar hij neemt maar een beetje. Conrad zit heerlijk te smullen van de schapenkop, en Ben doet zich te goed aan de maag. Die maag is taai en chunky.

Op het erf lopen drie teckels waarvan twee puppy’s. Erg schattig. Helaas zijn ze erg bang, als je in de buurt komt beginnen ze te janken en kruipen weg. Het lijkt er op dat Ben-Dré er niet zachtzinnig mee omgaat. Ook moeder teckel is schuw, maar na wat aanhalen klimt ze bij Mariska op schoot en gaat er de hele avond niet meer af. Weer wordt het die avond laat en D.J. ligt al in de auto te slapen. Hij heeft morgen een rekenaartest, een computertentamen.

Jan repareert de achterrem van de motor, die deed gisteren niet al teveel meer. De remvloeistof was al heel lang niet meer vervangen en compleet ingedikt. Tegen 15:00 uur rijden we nog even het stadje in. Net ervoor is een politiecontrole. We moeten stoppen, maar hebben natuurlijk niets geen papieren bij ons. Ze willen het rijbewijs zien. Gelukkig zijn ze makkelijk. We mogen terug naar “huis” om het rijbewijs op te halen. Weer zeven kilometer terug. Als we daarna terug bij de politiecontrole komen wuiven ze dat we door mogen rijden, zonder te stoppen. Rare jongens, die politie hier.

We sjokken wat rond. Snaaien links en rechts wat en voor we het weten zit alles al weer dicht. Vanavond zijn Ben en Conrad op visite bij een buurvrouw, ook weer een kilometer verderop. Wij hebben van Ben een paar DVD’s geleend van “In die voetspore van die grotes”. Dat is een nogal populaire serie op tv hier. Het gaat over een avontuurlijke tocht van zes mannen in drie Landrovers door Namibië, Zuid-Afrika en Botswana. Omdat het Zuid-Afrikanen zijn, één van de reizigers komt uit Springbok, wordt elke aflevering steevast afgesloten met een braai. Tegenwoordig zijn de mannen van “Die voetspore” onderweg van Kaapstad naar Cairo. Niet meer met Landrovers want daar hadden ze teveel ellende mee, maar met VW Amaroks. We kijken tot we erbij in slaap vallen.

ZATERDAG 17 MAART 2013, schapenkop
Conrad moet ’s morgens nog werken en tegen 14:00 uur is hij thuis. Hij komt direct naar ons toe. Hij zegt dat hij het wel gezellig vindt dat we er zijn, en we mogen gerust zo lang blijven als we willen. Erg aardig. We vinden het ook leuk hier, maar vijf dagen Springbok is al best lang. De hele middag kletsen we wat. Het blijkt vandaag zijn verjaardag te zijn, hij is 45 geworden. Als kadootje hebben we hem een zak Nederlandse drop en salmiakballen gegeven. Daar is hij gek op.


Nou, eet smakelijk!
Er komen potentiële kopers langs om te kijken naar het huis. Hoewel ze flink minder bieden dan de vraagprijs, overweegt Conrad toch om akkoord te gaan. Hij had al eerder een koper gehad en dat was bijna doorgegaan. Dat was een zwarte man die de boerderij kon kopen met geld van de staat. Dit in een kader van grondteruggave aan de zwarte bevolking. Het moet dan echter om boerderijen gaan vanaf 100 hectare, en dat is dit grondstuk net niet. De man was overigens helemaal niet van plan om te gaan boeren, daar is dit stuk grond ook niet geschikt voor. Hij wilde er gewoon gaan wonen. En de staat maar betalen.

Conrad bakt popcorn en gooit daar Maggie Aromat over. Snaaks (vreemd), maar het smaakt ook nog. Tegen de avond maakt hij “Cowboys breakfast”, een roerbakmix van eieren, uien, ham en gebakken witte bonen in tomatensaus. Smaakt erg goed! Jan en hijzelf krijgen daar nog wat extra’s bij: elk een schapenkop uit de oven. Mariska gelukkig niet. Jan krijgt er uitleg bij hoe het te eten. Van de tong eerst het velletje er af halen. Hoe de ogen uit de kassen moeten worden gedrukt, en hoe je via het gat achterin de schedel waar de wervelkolom aangezeten heeft de hersenen naar buiten kunt pulken. Brrr. Het vlees op de wangen smaakt nog het beste, maar dat is zo weinig. De ogen zijn vrij smaakloos en veel steviger dan je zou vermoeden. De hersenen zijn net een soort gaargekookte witte kleefpasta, maar helaas met sterke schapensmaak. Niet echt een feest, maar Jan eet hem toch helemaal op. Hij geeft eerlijk toe dat hij toch liever steak eet.

D.J. komt ’s avond terug van zijn vriendin Chantelle, een erg mooie meid. Hij laat ons wat filmpjes op zijn laptop zien van illusionist Chris Angel. Ongelofelijk wat die vent uithaalt. We zitten er de hele avond geconcentreerd naar te kijken, telkens te filosoferen hoe hij dat doet. Onderwijl maakt D.J. ons lekker ijs met Milo en zet koffie. Het is al 1:30 uur als we eindelijk opstaan om naar bed te gaan. We kijken verbaasd om ons heen, geen Conrad te vinden, we dachten dat hij ook nog in de kamer zat. We horen een flink gesnurk uit zijn slaapkamer komen. Jan stinkt naar schaap en moet eerst goed zijn handen wassen en flink tandenpoetsen. Bah!

De volgende ochtend vertelt Conrad ons hoe hij tot drie keer toe had gezegd dat hij naar bed ging, maar geen van ons drieën daar op had gereageerd. Zo geïnteresseerd zaten we naar Chris Angel te kijken. Die zondagmorgen waren we al om 7:00 uur op. We zijn namelijk door Ben en Conrad uitgenodigd om mee te gaan naar Kleinsee, een gehuchtje aan zee, op een uurtje rijden hier vandaan. De kinderen gaan niet mee. D.J. moet studeren en Ben Dré is deze week bij zijn moeder. Ben is gescheiden. De bedoeling is dat we met de Landrover van Ben gaan. Erachter een outdoor-aanhanger, door Conrad zelf gebouwd. Hierin zitten natuurlijk de braai, de koelbox, hout en wat stoeltjes. De bedoeling is wat vis en krab te vangen en op het strand een braai te houden. Ben haalt ons op. Het is al bijna 8:30 als Ben aan komt rijden, zonder aanhanger. In het dashboard steekt een open halve liter bier, zo vroeg al. “Waar is de aanhanger, Ben?” “ Tsja, euhh, die is er onderweg hiernaartoe afgevlogen in de bocht”

We rijden met Ben mee naar de plek waar het gebeurd is. De aanhanger is compleet over de kop geslagen, een wiel is er af. We weten niet wat de oorzaak is, en wat het gevolg. Is de aanhanger over de kop geslagen omdat in de bocht het wiel er af vloog, of nam Ben in de haast de bocht iets te hard en is de aanhanger over de kop geslagen en daardoor het wiel afgeknapt?

Volgens Ben is de aanhanger niet goed aangekoppeld door zijn werker. Blanke Zuid-Afrikanen hebben vrijwel allemaal een of meerder zwarte hulpen in huis, ook Conrad heeft een man en vrouw op zijn erf wonen om de dieren te verzorgen en het huis en grondstuk aan de kant te houden. Gelukkig is de aanhanger niet ernstig beschadigd, maar wel dusdanig dat we er vandaag niet meer mee op stap kunnen. We besluiten om de meest noodzakelijke spullen over te laden achter in de Landrover en dan maar zonder aanhanger op pad gaan. De aanhanger laten we liggen waar ie ligt. Het is toch een zandpad tussen hun twee stukken grond in. Bij Conrad pakken we nog wat spullen in en we rijden nog even naar het dorp voor wat ijs voor in de koelbox.

Als we willen vertrekken blijft de auto scheef hangen. Eén van de luchtbalgen achter blaast zich niet op. We hadden van de week al eerder de auto flink scheef zien hangen. We dachten nog dat het door het gewicht van Ben kwam, maar later pompte hij zich zelf wel weer  recht. Nu dus niet. Ben belt met degene die zijn auto onderhoudt, en dat nog wel op zondag. De man zegt dat we minimaal tien minuten langzaam moeten rijden. Zo rijden we nog wat rondjes door het dorp, maar het mag niet baten, de wagen blijft scheef hangen. Jammer, het tripje gaat dus niet door. We kunnen maar beter ook niet met de DAF gaan want onze banden zijn niet te vertrouwen, en Conrads auto is kapot. Zijn goede Mercedes heeft zijn vrouw mee naar Kaapstad.


Foutje!

We gaan maar wat bij Ben thuis rondhangen. Jan bestudeert het handboek van de Landrover over de werking van de luchtvering, en knoeit nog wat aan de auto. We kijken op tv wat sport en uitzendingen van Top Gear, en drinken vooral veel bier. Mariska blijft zoals gewoonlijk nuchter en temt de teckels. Zelfs de puppy’s komen nu bij haar. Tegen de avond gaat de snoek (andere snoek als in NL, een zeevissoort: barracuda) op de braai, nadat deze eerst flink doordrenkt is met een geheime door Ben en Conrad zelfgemaakte marinade. Hoewel iets aan de droge kant, smaakt de vis goed. Tegen een uur of acht gaan we ’s avonds naar huis. Conrad wil nog wat foto’s maken van de binnenzijde van onze truck, en binnen drinken we nog een biertje. Vroeg naar bed deze avond.

MAANDAG 18 MAART 2013, joepie de banden zijn er
De volgende dag zijn onze banden er. We worden tegen een uur of tien ’s morgens gebeld door Arista van het bandenbedrijf. Helaas is er iets misgegaan in George, en is er niet betaald voor het transport. Ze willen de banden dus niet vrijgeven. Gelukkig regelt Peter  dit alsnog snel. Wel blijkt het profiel van de banden behoorlijk anders te zijn dan het plaatje dat Peter ons heeft toegestuurd. Veel grover, eigenlijk nog iets grover dan de Michelins XZL die we hiervoor hadden. Het plaatje dat hij per e-mail gestuurd had leek iets meer een straatprofiel. Dat hadden we graag willen hebben omdat het misschien wat slijtvaster zou zijn op het vele asfalt dat we in zuid en oost Afrika nog te verduren zouden krijgen. Helaas is dit het enige profiel dat geleverd kon worden, en we moeten het er maar mee doen.

De mannen van het bandenbedrijf beginnen met omwisselen. Eerst met twee man sterk, daarna met drie man. Mariska gaat ondertussen de stad in en Jan kijkt het een tijdje aan. Er zit geen schot in. Ze willen niet luisteren naar Jan om alleen de banden te wisselen en de velgen op de auto te laten zitten. Ze beginnen rechtsvoor de hele velg los te sleutelen. Geschikt gereedschap hebben ze hiervoor niet eens, Jan leent ze zijn eigen grote momentsleutel met dop 32. Hoe een ratelsleutel werkt weten ze niet, en ook al doet Jan het ze voor, ze blijven de dop van de moer halen om hem te verzetten, of ze ratelen net één tikje terug.


Onze nieuwe banden. Ja, die vier kleintjes aan de rechter kant! De rest is voor
op de voertuigen in de mijnen rond Springbok.
Het geklungel duurt Jan te lang, dus hij pakt ook zijn krik en begint rechtsachter te verwisselen, alleen de band. Dat geeft nogal heibel. Ze zeggen dat het absoluut niet mag om alleen de band te wisselen en zo buiten de band weer op te pompen. Veel te gevaarlijk, de band moet in de kooi binnen opgepompt worden. Jan reageert erop door te zeggen dat hij onderweg ook geen kooi bij de hand heeft en het ook zo doet. Bovendien doet hij het zelf, zijn het zijn banden en staat hij buiten het bedrijf, niet binnen. Dan komt de eigenaar er nog bij om te zeggen dat Jan het de jongens moet laten doen. “Ga lekker het dorp in, en kom aan het eind van de dag terug dan is het klaar. Kost je toch slechts 300,- rand”. Tsja, duur is dat niet, maar hij vertrouwd het geklungel van de jongens voor geen meter, en bovendien hebben we geen zin om de hele dag te wachten op slechts het wisselen van vier banden. En Springbok kennen we inmiddels wel. Jan gaat mooi verder, en heeft inmiddels alle drie de andere banden vervangen en opgepompt als hij de andere jongens nog moet helpen met de eerste. Die zijn met een schroevendraaier en een  hamer aan het slaan op de veerring die de buitenste velgrand op zijn plaats houdt. Ze willen die er al af halen terwijl de band nog aan het leeglopen is. Er blijft zo niet veel van de mooie gepoedercoate velgen over. En ze hebben Jan het toch ook zonder hamer zien doen?! Als Jan ze nogmaals voorgedaan heeft hoe je velgrand er van af haalt, en ze daarna weer verder laat gaan, beginnen ze met een schroevendraaier op het afdichtrubber te steken om deze van de velg te krijgen. Dat rubber kun je er zo met de hand afpakken. Als dat rubber beschadigd is laat het lucht door, en krijgen we de nieuwe band nooit opgepompt.

Dan slepen ze de velg naar binnen en zetten hem verticaal op de betonnen vloer. Ze  gooien daar nonchalant de nieuwe band om. Die zakt natuurlijk niet recht over de velg maar blijft scheef hangen. Ze pakken er een grote beitel bij en een joekel van een hamer en beginnen op de hiel van de nieuwe band te slaan om hem over de velg te laten glijden. Jan wordt woest, duwt de jongens aan de kant, pakt de band aan één kant op en laat hem zonder moeite over de velg glijden, en monteert dan de deelbare helft er weer op. Hij legt ze uit dat de band precies de maat van de velg heeft, en er dus niet met geweld op geslagen hoeft te worden. Met die beitel beschadigen ze zo de hiel van de band, waardoor deze niet meer luchtdicht op de velg aansluit. 

Als de band opgepompt is zetten de jongens hem er op. “Klaar” zeggen ze vrolijk. Jan controleert en ziet dat er drie onderlegringen kwijt zijn van de wielmoeren, en een paar wielmoeren zijn niet tot het gewenste moment aangedraaid. “Ja meneer, die ringen zijn weg”. “Dan zoek je ze maar op” snauwt Jan. Ze zoeken in het zand buiten, en het duurt niet lang of ze zijn gevonden. Het is echt verschrikkelijk hoe er door deze mensen gewerkt wordt. Het volgende zal misschien door velen die dit lezen als racistisch opgevat worden, maar die zwarte werkers bakken er echt niets van. Alles krijgen ze kapot of weg, en snelheid zit er helemaal niet in.

Dit komt omdat dit de goedkoopste arbeidskrachten zijn die je kunt krijgen, het minimumloon ligt momenteel in Zuid-Afrika op 105,- rand, zo’n 8,- euro per dag. En dat is dan nog eens na alle stakingen 51% hoger dan het minimumloon vorig jaar. Die mensen hebben geen opleiding, kunnen amper Engels, en zijn vaak analfabeet. Daarnaast zijn ze meestal nog eens stronteigenwijs en vaak ongeïnteresseerd ook… De (meestal blanke) eigenaar van het bedrijf heeft vaak een andere mentaliteit en weet van aanpakken. Maar als de werker ze niet aanstaat, dan zoeken ze zo een ander op. En samen zitten ze in een vicieus cirkeltje. De blanke wil ze niet meer betalen want de arbeiders zijn toch niet veel waard, en de zwarte vraagt zich af waarom hij harder zou werken of beter zijn best zou doen, hij krijgt toch maar een schijntje betaald. Dit is niet racistisch bedoeld, maar gewoon de bittere waarheid zoals we het in Namibië en Zuid-Afrika nu keer op keer ervaren als we iets laten doen ergens. In feite zijn de zwarten over het algemeen nog steeds verkapte slaafjes van de blanken, en zowel blank als zwart maakt het daar zelf naar. En zwarten zijn nu eenmaal, met wat uitzonderingen, langzame werkers en dat hebben we overal in Afrika tot nu toe gezien.

Maar goed, wij hebben onze banden er op liggen. We hoeven niets te betalen voor het omzetten van de banden omdat Jan immers alle werk zelf heeft gedaan. Het hele bedrijf krijgt nog een rondleiding binnen in onze wagen, en dan nemen we afscheid, wat niet snel gaat met Arista die nog honderden dingen te vertellen heeft (ja, daar hebben ze hier onder werktijd toch allemaal maar tijd voor!). We parkeren de auto voor de supermarkt waar we flink inkopen doen. Vanavond is onze laatste avond bij Conrad op de boerderij, en dat vieren we met, je raadt het al, een braai. We slaan veel vlees, chips en bier in, weer een typische mannenbarbecue, Mariska is de enige vrouw. Als we weer bij de DAF komen zien we de Mercedes Atego van onze Belgisch/Namibische vrienden Ellen en Vincent er naast staan. Dat is erg toevallig. We wisten niet van elkaar dat we hier zaten. Erg leuk om ze weer te zien. Ze wilden eigenlijk niet naar Springbok, maar ze zochten een caravanpark, en dat zit hier. We vragen aan Conrad of ze ook niet bij hem op de boerderij mogen staan. Hij vindt het zelfs prachtig, nog zo’n truck op zijn erf.

Erg gezellig dus ’s avonds. Een mannenbraai met twee vrouwen (ook al drinkt Ellen meer bier dan menig man!) Ben de advocaat komt ook nog langs. Hij is resoluut gestopt met dat vele eten en drinkt geen bier meer. We kijken even verbaasd. Maar voor hem is het toch echt wel beter, man wat is die man dik. Maar dikke mensen zijn gezellig, zegt men, en voor Ben gaat dat nu eens echt op. Dus Ben drinkt alleen een glaasje water, en de rest drinkt en eet voor hem erbij. Voor we het weten is het zo weer 1:30 uur.


Braai, braai en nog eens braai

Conrad is de volgende ochtend al lang naar zijn werk als wij eens wakker worden. We spreken met Ellen en Vincent af dat we rustig aan richting de zee rijden en elkaar daar weer ergens treffen. Zij rijden alvast weg, wij hebben nog wat dingen te regelen via internet, en doen dat op een vrije wifi in het dorp. Belastingaangiften invullen gaat snel als je geen inkomen en andere sores meer hebt. Dan nog wat gezeik met de basisverzekering van Jan en het verlengen van de werelddekkende ziektekostenverzekering. Bah, het is al in de middag als we vertrekken. Ellen en Vincent zijn al aan zee, wij komen die dag niet verder dan Lutzville.

Conrad and Ben, thank you so much for everything. We had a real great time. Baie dankie!



Doringbaai
De dag erop rijden we naar Doringbaai aan zee. We struinen daar wat rond en rijden dan via een onverharde weg pal langs zee naar Lambertsbay. Dat is een toeristisch dorpje, maar we snappen niet zo waarom. Er is niet veel aan. Er is een vogelschiereiland met wat pinguïns en Jan-van-Genten, maar vanaf de kant zien we dat er allemaal grote gebouwen op het eilandje staan. Weinig natuurlijks aan. We krijgen een sms-je van Vincent en Ellen dat ze net iets buiten Lambertsbay op een camping staan. We rijden er ook naar toe en delen het plekje. Echt mooi is het er niet, een kale waaierige camping. Er tegenover ligt het beroemde Muisboskerm restaurant. Een visrestaurant in een aparte open stijl. En openluchtrestaurant met dikke muren van takken en bosjes, zeker een meter dik, tegen de zeewind. Binnen wat pick-nickbanken en een open vuur. Om er te eten is nogal kostbaar, zeker gezien de primitieve setting. Vooral het kreeftbuffet is prijzig. We drinken dus alleen een wijntje samen en genieten van de zonsondergang. Later bij de auto’s maakt Vincent een vlugge potjiekos van pasta met tonijn. Smaakt erg goed. Vincent is jarenlang toerbegeleider in de bush geweest en weet erg goed hoe hij zulke maaltijden moet bereiden.

Dit weekend is de camping helemaal volgeboekt. Het is namelijk “kreeffees” in Lambertsbay. Wij dachten dat er dan allerlei festiviteiten in het stadje zouden zijn, en natuurlijk her en der kreeft eten, maar het blijkt een muziekfestival te zijn op een afgesloten terrein. Daar komen ze dan boerenmuziek spelen. Nee, geen boerenmuziek als in Nederland, geen Jovink en de Voederbietels en Normaal, maar meer de lokale Jantje Smit en zo. Vooral Ellen is er erg allergisch voor, en wij staan ook niet te popelen. We maken ons dus weer uit de voeten richting Cederberg. We rijden er ieders voor zich naartoe, en gaan op zoek naar een mooi wildkampeerplekje voor een paar dagen. Wij zijn niet zo van het kamperen op de campings hier. Ergens in de natuur bevalt ons beter, en scheelt bovendien zo’n 20,- euro per overnachting.

We vinden een mooi plekje op een strandje aan een meertje net buiten Clanwilliam. Clanwilliam hebben we even bekeken, maar is niet veel aan. Dat komt ook omdat het een feestdag is en het dorpje uitgestorven is. We bellen met Ellen en Vincent of ze ook al een plekje gevonden hebben. Dat blijkt niet het geval. Ze rijden nota bene op de N7. Tsja, dan vind je nooit een geschikt plekje. Je moet wel de kleine gravelpaden rijden. Ze zitten 35 kilometer van ons af en komen naar ons toe. Het duurt echter uren. We beginnen al te twijfelen of er niets gebeurd is, of dat we misschien de verkeerde coördinaten hebben doorgegeven. Dit blijkt gelukkig niet het geval. Als ze eindelijk komen opdraven blijkt dat ze een pittige bergpas hebben gereden over gravel. En Ellen heeft onlangs op haar 49e ineens een behoorlijke angst voor hoogtes ontwikkeld. Ze heeft het niet makkelijk gehad onderweg. En Ellen kennende Vincent ook niet. Ze vinden de plek ook prachtig. Heerlijk rustig met uitzicht over meer en bergen. Af en toe komt er iemand om een bootje of een surfplank te water te laten.

We blijven een paar dagen op deze plek staan. Ellen en Vincent drie dagen, en wij zelfs vijf. Ellen en Vincent hebben nog een afspraak in Kaapstad staan, en natuurlijk het Metallicaconcert. Vandaar dat ze iets eerder weggaan. We spreken af elkaar in Kaapstad weer te treffen. Het zijn een paar leuke dagen samen. Beetje knutselen aan de auto’s. Jan zet een extra verborgen slot op de deur van het woongedeelte van de Atego. Vanaf een uur of één ’s middags horen we telkens Ellen roepen: “Buurman! Biertje?”. Of we horen alleen een luide klik en het gesis van een bierblikje net achter onze auto. Die lust er wel een paar zeg. Jan doet dapper mee, maar is het niet eens meer zo gewend. Het is gezellig samen. We hebben afgesproken dat ieders voor zich kookt en dan samen buiten eten, om zo geen kookverplichtingen aan te gaan. Toch koken we een keer voor hen en zij weer voor ons. Het smaakt prima. We lopen wat langs het meer, spelen petanque en wisselen films uit.

Af en toe is het bewolkt, en voor het eerst deze reis is de boiler niet heet genoeg geworden van de zon om te douchen, hij haalt net 47 graden. 47 graden lijkt warm genoeg, maar is net toereikend voor één douchebeurt. Hij vult namelijk direct koud water aan in de boiler als je doucht, dus moet ie minimaal op 60 graden staan. We willen elektrisch bijverwarmen, maar het werkt niet. Shit, ook kapot door de blikseminslag in Congo? Jan haalt een afdekkap van de boiler en het blijkt slechts een oververhittingsbeveiliging te zijn die is ingegaan, maar zichzelf dus niet automatisch reset. Knopje indrukken en klaar. Gelukkig maar weer, warm douchen is toch wel erg fijn.

 


Wupperthal

Als Ellen en Vincent al weer op pad zijn, maken wij nog een mooie tocht met de motor. We gaan ’s morgens bijtijds weg en rijden via de Pakhuispas naar het dorpje Wupperthal. Man wat waait het hard onderweg. Wupperthal is een mooi klein koloniaal dorpje met allemaal witte huisjes in Cape Dutch stijl. Centraal staat een grote witte kerk uit1800-nogwat. We eten er onze bammetjes op en struinen wat rond. We bezoeken een kleine schoenmakerij, die op traditionele wijze grappige ouderwetse simpele leren schoenen maakt. Op de foto’s zien we dat Nelson Mandela ons hier al voor was.

Van Wupperthal rijden we via een 4x4 track langs Eselbank en Langkloof over een mooie bergpas naar Matjiesrivier. Hier en daar is de track ruw en steil, maar goed te doen. We zien mannen op het veld rooibos oogsten voor de thee. Dit is het enige gebied ter wereld waar rooibos verbouwd word. Het komt er van nature voor.


Rooibos thee oogst

Ergens halverwege op de route zien we een klein bordje met “waterval” er op.  We volgen het paadje. Een waterval kun je het nauwelijks noemen, maar het is er prachtig. Een stroompje heeft in de gladde roodbruine rots een diep gat uitgesleten, één van de mooiste rockpools die wij ooit gezien hebben. Rondom is het begroeid met allerlei planten zodat je beschut zit, en het uitzicht op de bergen is prachtig. Zo mooi als de natuur dit gecreëerd heeft kun je het zelf niet aanleggen. Doordat het uitgesleten is in een volle, gepolijste rots heb je geen last van losse steentjes of modder onder je voeten als je er weer uitkomt. Jan neem gelijk een sprong in het frisse bergwater. Het is heerlijk, hier kun je de hele dag wel liggen. Helaas lukt dat niet. We zijn halverwege de route, en het wordt al wat later. Nog heel wat kilometertjes te gaan. De voorvork die ze in Walvisbaai een beetje verkloot hebben lekt aardig olie en stoot bij diepe kuilen flink door.

Vanaf Matjiesrivier nemen we de gravelweg over de Uitkijkpas naar Algeria. Met een zere kont en honger stoppen we in Algeria bij de camping op de hoop daar wat te kunnen eten. Een patatje of zo. Helaas, er is helemaal niets te eten te krijgen. Wel een erg mooie campsite, met een helder stromend beekje, grote bomen die veel schaduw geven en een prachtig uitzicht op de bergen. Er lopen wat mangoesten en veel bavianen. Via de Nieuwoudtpas rijden we terug naar de DAF, waar Mariska nog snel wat te eten in elkaar flanst. Een erg mooie, maar wel wat lange route. 210 kilometer bij elkaar over hobbelwegen.

DONDERDAG 28 MAART 2013, de bergen in
We staan op tijd op. Ontbijten, afwassen en we rijden via een gravelweg naar Citrusdal. Mooi langs de Olifantsrivier en wat citrus- en mangoplantages. In Citrusdal lunchen we bij een gezellig restaurantje op het terras. Ze hebben er ook gratis wifi, en eindelijk kunnen we de website weer een beetje bijwerken. We laden het DRC verslag er op. We lopen weer hopeloos achter met de website. Jan wil ook nog wat doen op zijn computer, maar dat ding krijgt steeds meer kuren. Hij doet het nog alleen als ie erg warm is. Je moet hem een tijdje in de palle zon leggen of eerst voorverwarmen in de oven. Pas dan, als het ding stinkt van de hitte, wil die opstarten. De knoppen beginnen er al af te smelten.

We kopen wat brood en vervolgen onze weg. De R303 over de Middelbergpas richting Ceres. Ergens midden op de pas is een kleine zijweg over de kam van een berg. We rijden er in en besluiten daar te gaan bushcampen. Het is een prachtige plek. Midden op de bergkam, we kijken links en rechts van de truck steil naar beneden. Om ons heen nog hogere kale ruige rotsbergen. Jan verzamelt allerlei takken en fijnbos. Het koelt hier in de bergen behoorlijk af ’s avonds, dus tijd voor een kampvuurtje. Ons derde vuurtje deze reis. We hebben twee vuurtjes gemaakt in Marokko, maar dat trok meteen aardig wat ongewilde gasten. En in West-Afrika hebben we het maar helemaal niet geprobeerd, want daar waren die gasten er meestal al zonder vuurtje. Het is lekker warm bij het vuurtje, maar het gaat wel snel. De enorme bos twijgen blijken net genoeg voor twee uur vuur. Als er alleen nog gloed is gaan we maar naar binnen, nog lekker even een filmpje kijken.

De volgende ochtend kijken we in een witte wereld. Om ons heen hangt een dikke mist. We zien geen dal en geen bergen, alleen de struikjes net om onze auto. Als de mist is opgetrokken gaan we een stuk wandelen, het pad af waar we in staan. Onderweg komt ons nog een klein pick-upje met zwarte man en vrouw voorbij gehobbeld. Met een zaag staan ze de ontzettend kleine boompjes om te zagen voor brandhout. We maken ene kort praatje. Ze wonen hier tien kilometer rijden vandaan. Een zakje brandhout koop je langs de straat al voor 8,- rand, zo’n 65 eurocent. Dan is het niet echt de moeite waard om voor die paar twijgen 20 kilometer te rijden.

Het paadje blijkt helaas al na zo’n tien minuten lopen op te houden. We klauteren nog wat tussen een paar stuiken door over een rots om zo een mooi uitzicht te hebben over het volgende dal. Bij de auto verzamelt Jan ook maar weer een flinke stapel takken, en weer hebben we een mooi warm vuurtje die avond voor een uur of twee, met daarna een filmpje binnen. Het is zo fris hier ’s nachts dat we het grote raam boven ons bed maar dicht laten. Alleen het wc-raam staat open, en het raam aan het voeteneind op een kiertje. We horen nog een groep bavianen.  

We pakken ons boeltje en vervolgen onze weg de volgende ochtend over de R303. Een prachtige route door de bergen. De valleien bestaan uit allerlei plantages: citrus, mango, appel, peer etc. Het sinaasappelseizoen is het einde van april. In Ceres willen we boodschappen gaan doen. Maar vanwege het paasweekend is het er enorm druk. De straten zien zwart van de mensen (logisch hier, 99% is zwart). Ze hangen, zitten en liggen overal rond. Lange rijen bij de pinautomaten, want het is ook het einde van de maand, er is weer geld gebeurd. Bij Mariska is de lol er al meteen af. Je staat zo minstens een half uur bij de kassa. We lopen een klein rondje en gaan meteen verder naar Tulbagh.

Dat is een leuk klein dorpje met één straatje helemaal vol oude Cape Dutch huizen. Prachtige witte gebouwen met bogen in de gevel en rieten daken. Gebouwd begin 1800. We lopen wat door het dorpje en vinden dan bij een Chinese supermarkt een buitenkraan. We vragen binnen of we daarmee onze watertank mogen vullen. De supermarkt blijkt gerund te worden door een vriendelijk jong stel, van 26 en 28 jaar oud. Zij vinden de reis die wij maken fantastisch, en wij luisteren vol indruk naar hun verhaal. Ze hebben een kind, maar die is bij oma in China. Ze zijn hier naartoe gekomen en hebben met hulp van familie hier de supermarkt uit het niets opgebouwd. Tien jaar willen ze hier blijven om flink geld te verdienen, en dan terug keren naar China. Inmiddels is hun kind dan al een jonge tiener. Ze willen hun kind niet hiernaartoe halen, want ze vinden het staatsonderwijs hier ver beneden peil, en voor een privéschool hebben ze het geld niet. Terwijl ze hier zeven dagen in de week pokkelen, moeten ze ook hun familie terug betalen. Van elke verdiende 100,- rand gaan er 70,- rand naar China.

Het dorpje vinden ze maar saai, en ’s avonds durven ze niet buiten te komen. Te gevaarlijk volgens hen, terwijl wij het er nog wel vredig uit vinden zien. Moeilijk is het hier niet om goed geld te verdienen, zeggen ze. Dit omdat ze anders zijn dan de meeste bewoners hier, ze willen namelijk wél hard werken. Je steekt er dan al snel met kop en schouders bovenuit, volgens deze Chinezen. Een opmerkelijk stel, en ondanks hun sores erg vrolijk en optimistisch. We doen wat inkopen bij hen, vullen de watertank en overnachten ergens in een doodlopend straatje tussen nette huizen. Het is er rustig.


Tulbagh

 

Zuid Afrika deel 2