Zuid Afrika deel 2

ZONDAG 31 MAART 2013, twee jaar onderweg
Paaszondag, en we zijn precies twee jaar onderweg. We zitten niet echt in een omgeving waar we dit uitbundig kunnen vieren. We lopen een rondje door het dorp, Tulbagh, maar er is niet veel te doen. Ook geen statistieken deze keer, over wat er allemaal kapot ging en dergelijke, van de afgelopen twee jaar. We kunnen namelijk niet meer bijhouden hoeveel lekke banden en kapotte spiegels we hadden. Het enige dat we precies weten is dat we 39108 kilometer hebben gereden met de DAF en dat we er een keer mee op de kant hebben gelegen in Marokko en dat we hem een keer naast de weg in een zandwal geramd hebben in Congo. Hoeveel kilometers we met de BMW gereden hebben weten we ook niet, maar het zijn er heel wat inmiddels. En verder weten we ook dat we met de BMW één keer onderuit zijn gegaan in Kameroen. Gemiddeld verbruik van de DAF hebben we redelijk secuur bijgehouden en ligt op 1:3,5. Van de BMW ergens op 1:20.


Blue Cranes, helaas nemen ze de benen voor onze kleine,
onopvallende vrachtwagen.
De paaszondag begint bewolkt, de bergtoppen zijn niet te zien. We vertrekken via de R44 naar Gouda, richting Wellington. En, oh, wat is die naam een kwelling. Denkende aan onze heerlijke Hollandse kaas. Hier kun je bijna alleen maar die smaakloze cheddar bagger of zeer mislukte lokale Gouda krijgen. Het mag de naam niet dragen. Bij Hermon gaan we van de R44 af en nemen de gravelweg ten oosten daarvan, richting Wellington. We rijden door een mooi glooiend gecultiveerd landschap. Graanvelden, maar alles is al geoogst. Op een veld zien we in de verte een groepje van twaalf blauwe kraanvogels. Mooie sierlijke beesten. Het nationale symbool van Zuid Afrika.

Al gauw maken de graanvelden plaats voor druivenranken. Er zitten veel wijnboeren bij elkaar hier, met af en toe een mooi Cape Dutch stijl landhuis. Het is wel lastig een bushcampplekje te vinden hier. Alles is weer privégrond met hekken er omheen. Vragen bij een boer of we op zijn land mogen staan zou kunnen, maar het zijn zulke enorme landgoederen, dat je vaak de boerderij niet ziet, en niet weet wat bij wie hoort. Ook zijn er aardig wat met een B&B, dus dan zullen ze je daar wel naar toe verwijzen. We hebben nog wat berichten van andere reizigers. Ellen en Vincent zitten in Montagu, Charlie en Ada in Kogelbay en Stonne en Hilda in Langebaan. Allemaal redelijk dichtbij, maar te ver om ze nu op te zoeken.

We rijden verder de Bainskloof in. Aan het begin van de pas staat een groot bord. Voertuigen langer dan 9 meter en hoger dan 3,87 meter verboden. We zijn 8,5 meter lang, en 3,7 meter hoog, dus het moet net kunnen. Er komt zelfs een stalen boog met hangende kettingen om je hoogte te checken. Het lukt, we raken niets aan. Wel ligt er vrij nieuw asfalt. Het zal ons niets verbazen als ze na de hoogtemeting er nog een laag van 5cm asfalt op hebben geknikkerd, en wij straks ergens vastzitten. We weten nog niet wat de hoogtebeperkende factor is op deze weg. Waarschijnlijk een tunnel. En is die halfrond in het midden? Over welke breedte geldt die hoogtegrens dan? We zullen het wel zien.

Als we en stukje verder de weg in zijn, zien we een gravelzijpaadje. Zonder hek ervoor en zonder bord dat het privégebied is. We rijden er in op zoek naar een bushcampplek. Rondom fijnbos, voornamelijk verschillende soorten Protea, hier ook wel Suikerbossie genoemd. Sommigen staan in bloei, mooi! Er zitten grote bloemen aan. We rijden een heel eind via het pad een dal in, tot we bij een kleine dam aankomen. Een dam is hier een waterbuffer voor irrigatie. Vaak een natuurlijk dalletje, zoals hier nu ook het geval is, dat is afgesloten met een kleine aarden dam. Een mooi plekje om te overnachten, misschien komen er nog beestjes drinken bij het water. Het is wel even manoeuvreren om de auto enigszins recht te zetten. Ver boven ons zien we kleine autootjes tegen de berghelling over de pas kruipen.

We staan nog maar goed en wel en het begint te regenen. Het hele dal trekt dicht met een grijze wolkendeken. We hopen dat het niet te heftig gaat regenen, want het laatste stuk van het pad naar beneden was vrij steil en schuin hellend richting dalzijde. En van een kleisoort dat wel eens heel glibberig kan worden bij regen. Dan maar eten koken en een filmpje kijken.

Het heeft bijna de hele nacht geregend en ’s morgens ook nog. Het is mistig om ons heen. Na het ontbijt begint het op te klaren, en wij trekken de wandelschoenen aan. We komen op een gemarkeerd mountainbikepad terecht, dat ook prima dienst doet als wandelroute. Het gaat door de natuur, over kleine houten bruggetjes over riviertjes en langs winery’s. We komen een grote groep schreeuwende bavianen tegen. Verschillende Suikerbossies staan in bloei, geel en roze. Erg mooi. We zijn nog maar weer net terug in de auto of het begint alweer te plenzen. Het dal trekt weer helemaal dicht en de rest van de dag zitten we dus binnen. Beetje werken op de computer en Mariska bakt een cake. Ook de hele nacht regent het door.


Protea ofwel Suikerbossie

’s Morgens staat er een pick-up te toeteren op het paadje, een Toyota Hilux 4x4, zo’n 15 meter van onze auto. Het is inmiddels opgehouden te regenen. Een zwarte medewerker staat op ons trapje en bonst op de deur. Mariska doet open en de man zegt dat zijn baas in de auto ons wil spreken. “Nou” zegt Mariska, “hier zijn we, laat je baas maar komen”. “Ja, maar hij zit in de auto” zegt de man. “Ja, en ik hier in de truck” zegt Mariska. De medewerker staat er wat hulpeloos bij te kijken, maar zijn baas komt er al aangelopen. En dat is best goed voor hem, want hij is de lichtste niet. Zuid-Afrikanen behoren niet tot het slankste volk ter wereld, zijn we al achter. De man is goedgeluimd en vriendelijk. Het is zijn grond, we staan hier op Doolhof Wine Estate. Ja, dat hebben we wel eens op flessen in de supermarkt zien staan. Het is geen probleem dat we hier staan, zegt de man. Maar de volgende keer wel even komen vragen. Tsja, we hebben geen idee waar. Er is in de hele omtrek geen gebouw te zien.

De man gaat weer weg en wij zitten nog binnen. Al een heel tijd horen we een gebrom van motoren. We kijken uit het raam maar zien eigenlijk niets. We denken dat ze met de weg bezig zijn. Na een klein uurtje loopt Jan het paadje af om eens te kijken wat ze aan het doen zijn. Het blijkt dat het paadje door de regen inderdaad erg glibberig is geworden. De wijnboer kon er met zijn Toyota niet tegenop komen. In 4x4, beide differentiëlen gesperd, maar het ding slipte alleen maar weg en gleed rechts naast de weg, richting afgrond. Daarop heeft hij een collega gebeld die hem te hulp schoot met een 4x4 Landcruiser. Maar ook die slipte weg en belande naast de weg. Daarop hebben ze twee 4x4 tractoren er bij gehaald, en die doen nu hun uiterste best om eerst de Hilux te redden. Maar ook die tractoren glibberen steeds, als ze moeten trekken, richting afgrond. Het pad ligt er gewoon niet vlak in. Behalve dat het steil omhoog gaat, neigt het naar de dalzijde. De boer zucht dat hij beter had moeten weten en met dit weer niet op dit pad had moeten komen. Jan vraagt voorzichtig of hij speciaal voor ons naar beneden is gereden. Gelukkig is dit niet het geval, hij wilde het waterniveau in de dam controleren.


Mooi plekje op Doolhof Wine Estate

Tractoren slepen de wagen een heel eind langs de afgrond, maar krijgen hem niet op de weg. Dan rijden ze door de Suikerbossies een stuk hoger over de berg en proberen de auto loodrecht uit de afgrond te trekken. Dit lijkt meer effect te hebben. De wagen glibbert nog een eind langs de rand van de weg, spatlappen en ander plastic vliegt eraf, en eindelijk hebben ze hem dan op de weg. Met de Landcruiser hetzelfde spektakel. Dan allebei voorzichtig achter de tractoren aan het pad verder op. Dat pad is nu behoorlijk vernield door alle geweld. Hoe komen wij hier weer omhoog met 12 ton DAF? En dit is het enige pad om hier weer weg te komen. We wachten nog maar een dagje en hopen dat de zon flink haar best gaat doen. Vincent en Ellen bellen nog of we hun kant op komen, maar we kunnen nu echt niet weg. Veel te gevaarlijk. Als we met de DAF naast de weg raken hier zal hij kantelen en het dal inrollen. Die Toyota’s rolden al bijna om.

We wandelen die dag maar weer een heel stuk. Het is een mooie omgeving hier. Maar de zon laat zich niet zien, het blijft droog, maar zwaar bewolkt. De volgend ochtend horen we al vroeg tractoren in de weer. Ze zijn het pad aan het prepareren, dat nog steeds erg drabbig aanvoelt. We wachten nog tot een uur of één, en gaan dan een poging wagen om boven te komen. In 4x4, rustig aan, en het gaat in één keer goed. We laten wel iets een spoor achter, maar glijden niet weg. De nieuwe banden met vol grof profiel helpen natuurlijk ook veel. Pfff, blij dat we boven zijn.

 

We vervolgen de pas, die geleidelijk iets smaller wordt. Het is een mooie route. Dan komen we bij het punt waar de hoogtebeperking voor stond. Geen tunnel, maar een enorme overhangende rots. Hij lijkt erg laag. Mariska stapt uit om te kijken en Jan rijdt er langzaam onderdoor. Gelukkig hebben ze aardig goed gemeten, we hebben een centimeter of tien (?) over. We zagen het al niet zitten om de hele slingerweg achteruit terug te moeten. Onderweg waren tegenliggers ons al aan het seinen, dus we zaten wel een beetje in de piepzak of het zou kunnen.

We rijden door naar Worcester en eten daar wat bij de McDonalds. Dat was zo lang geleden dat je het bijna lekker gaat vinden. We hoopten op gratis onbeperkt internet, maar helaas, hier zijn ze niet zo ver. Je moet allerlei gegevens invullen en dan krijg je maximaal één uurtje. Daar doen we niet aan mee, dan maar even vlug met onze dongel.

We krijgen een sms-je van Vincent en Ellen dat ze in Paarl zijn. Wij rijden daar ook naartoe, maar het is al schemer als we de stad inrijden. We spreken af elkaar morgen te treffen en rijden een nette wijk in waar we op een grote parkeerplaats de DAF voor de nacht neerzetten. Er komt een coloured (halfbloed) man naar ons toe. We denken dat hij gaat zeuren, maar het blijkt een heel aardige kerel te zijn. Hij woont in het grote huis tegenover de parkeerplaats en nodigt ons uit een sapje te komen drinken. Dat doen we dus. John heet de man. Het is een aardige kerel. Zijn vrouw Bernice werkt op school en is net weg voor een vergadering. John was ook leraar, maar op een gegeven moment vond de regering dat ze teveel leraren hadden en kon John met volledig doorbetaald pensioen, op zijn 32e! Hij laat ons zelfs zijn kortingskaart voor gepensioneerden zien, waarmee hij goedkoper met de bus kan en in musea en dergelijke. Inmiddels is hij 52. Hij mag zoveel bijverdienen als hij wil, dus hij doet van alles. Hij is pastoor geworden en doet wat projectontwikkeling. Zo is hij nu bezig met een groot conferentiecentrum te bouwen, en heeft hij hier en daar nog wat vastgoed wat hij verhuurt. Samen met zijn familie hebben ze het grote grondstuk waar ze wonen gekocht en daar zitten ze nu met drie gezinnen in drie vrijstaande, mooie huizen.


Soms is het toch wel even krap hoor!

We gaan bijtijds naar bed, en voor we de volgend ochtend weggaan, moeten we beslist eerst langskomen koffie drinken. Al om 9:00 uur klopt John op de deur of we koffie komen drinken. Snel springen we eerst onder de douche en gaan dan bij hem langs. Zijn vrouw blijkt zelfs een heel ontbijt voor ons klaargezet te hebben. Wat een verrassing, wat gastvrij. Er wordt weer heel wat afgekletst en we maken kennis met de halve familie, die natuurlijk ook nog even bij ons binnen willen kijken. Allemaal erg aardige lui. We mogen ook nog even onze watertank vullen bij de buitenkraan op hun erf. Helaas zijn de stenen van hun oprit niet echt bestand tegen het gewicht van de DAF, en er knappen een paar spontaan door het midden. Ze vinden het gelukkig niet erg (zeggen ze).

Het is al weer veel te laat geworden. Vlug rijden we weer naar… de McDonalds. Niet omdat we niet genoeg hadden aan het heerlijke ontbijt, maar omdat we daar hebben afgesproken met Vincent en Ellen. McDonalds is Ellens favoriete “restaurant”. En heus, je kunt het niet aan haar zien. Helaas is het maar een kort weerzien omdat Vincent en Ellen morgen een afspraak hebben in Kaapstad, en er dus snel na een milkshake vandoor moeten. Toch leuk om elkaar weer even te treffen, het klikt goed. We zien ze in Kaapstad wel weer. Wij lopen nog wat door Paarl en rijden dan naar Stellenbosch, waar we overnachten in de buurt van de enorme universiteit.

In Stellenbosch gaan we langs een dieselservice. Jan wil daar overleg plegen met iemand waarom de DAF zo rauw loopt en ook af en toe een flinke witte wolk uit de carterontluchting gooit. De man van de betreffende garage kan ons niet helpen, maar is wel erg enthousiast over onze reis. Hij vertelt dat zijn opa in 1952 vanuit Duitsland naar Namibië is gereden met zijn vrouw en maar liefst vijf kinderen! Dat was nog eens een avontuur toen in die tijd. Ze deden dat in een zelfgebouwde auto samengesteld uit een Opel en een Mercedes. Veel geld hadden ze niet, en onderweg verdienden ze een zakcentje bij door muziek te maken. Hij liet ons een dik boek zien met daarin het hele verslag van de reis netjes met de vulpen opgeschreven, aangevuld met vele zwart-wit fotootjes. Echt bijzonder.

Hij verwijst ons door naar een andere dieselspecialist, een vriendelijke Portugees met een zeer net bedrijf. Dat is best zeldzaam hier in Zuid-Afrika. Meestal is het een rommelbende. De man kijkt naar de DAF, overlegt met Jan en samen zijn ze het er mee eens dat het niet aan het dieselsysteem ligt, waarom de DAF zo rauw loopt. Het lijkt een compressieverlies op één cilinder. Maar waarom is onbekend. Lekke koppakking lijkt het niet. Eerder een gebroken of vastzittende zuigerveer. Hopelijk dat laatste. De man verwijst ons door naar een revisiebedrijf in een buitenwijk van Kaapstad. Vijf techneuten kijken ernaar en zeggen dan dat we de volgende dag maar terug moeten komen. Ze willen het motorblok uit elkaar nemen om te kijken wat het is. Daar heeft Jan nog geen zin in. Hij wil eerst de motor inwendig (laten) reinigen met een engine-flush. Als het een plakkende zuigerveer is, dan moet het daarmee op te lossen zijn. Eerst rijden we naar Kogelbay-resort, zo’n zestig kilometer ten oosten van Kaapstad. Daar hebben we afgesproken met Charlie en Ada.

Als we daar tegen 16:30 uur aankomen is het grote hek open maar de slagboom erna gesloten. Het is een camping die valt onder de gemeente Kaapstad, en twee zwarte portiers vragen naar onze reservering. Die hebben we niet, maar we kunnen zien dat de camping, die zo’n driehonderd plaatsen heeft, vrijwel leeg is. Wat is het probleem vragen wij, we kunnen toch gewoon betalen en een plekje zoeken? Nee, absoluut niet mogelijk. We snappen er niets van. Een lege camping, potentiële gasten, maar we mogen er niet op omdat het niet gereserveerd is. Het duurt een tijdje voordat ze ons duidelijk kunnen maken hoe het werkt. Eerst moeten we dertig kilometer terug rijden naar het plaatsje Strand. Daar moeten we bij een kantoortje de reservering doen. Betalen kan daar niet, dat moet bij de Pick ‘n Pay supermarkt in Strand. Pas met en boekingsbewijs en een recuutje van de Pick ’n Pay wordt je toegelaten op de camping. Oh... geen wonder dat de camping leeg is. Wie weet dat nu, en wie rijdt voor zoiets 60km extra?

Ook vertellen ze er nog eens fijntjes bij dat het nu vrijdag is na vijven, en dat dus het kantoortje gesloten is. “We zien u dan wel maandag weer terug,” zeggen ze. “Ja ben je gek!” “We staan hier nu, het wordt haast donker, vrienden van ons staan hier ook ergens of die komen nog, en we hebben geen andere plek om te overnachten. Je regelt maar wat, bel maar met je baas of wie dan ook!” Ondertussen gaan we lopend de camping op om te zien of Charlie en Ada er al zijn. Het was ons steeds niet gelukt om ze aan de telefoon te krijgen. Het is een mooie grote camping, lang gestrekt langs het strand, met direct daarachter hoog oprijzende bergen. We lopen helemaal tot het einde, maar geen Charlie en Ada. Van de driehonderd ruime plekken zijn er vijf bezet door ander gasten. Wat zitten die lui aan de poort moeilijk te doen. Overnachten kost 95,- rand per plaats, waarom laten ze ons er niet gewoon op als we betalen.

Terug bij de auto worden ze erg boos op ons. We mogen toch niet zomaar over de camping lopen! Als Jan zegt dat voordat hij ergens geld voor betaalt de waar eerst wil zien, al is het een pak melk, snappen ze dat niet. We vragen nog eens of het nu een gevangenis is of een camping, maar het heeft allemaal geen zin. We vragen of we dan niet gewoon op de parkeerplaats ervoor kunnen staan, binnen het hek, maar ook dat is geen optie. We moeten van het terrein af. Dat weigeren we. We laten de DAF voor de slagboom staan, en zeggen dat we daar wel zullen overnachten, zonder te betalen. Ze worden erg boos. “Haal je baas er maar bij, dan leggen we uit hoe gastvrij we hier ontvangen worden.” “Of de politie, kan ons niet schelen.” De vrouw blijft met ons doorzeuren: “Waarom laat je de wagen nu zo voor de slagboom staan?” “Ja-ha, helder licht, omdat jij de boom niet voor ons open doet.” Het is al lang donker, de mooie zonsondergang boven zee hebben we gemist, als de man eindelijk onze paspoortgegevens wil noteren en het kenteken, en we een plaatsje op de camping mogen opzoeken. Maar we moeten ons wel direct de volgende ochtend om 7:30 uur melden. Tjonge wat een heisa om een lege camping en 7,50 euro.

Als we goed en wel staan komen ook Charlie en Ada aangereden. Ze wisten van het kantoortje in Strand en de reservering af via andere reizigers. Maar toen zij het eindelijk gevonden hadden, was het kantoortje ook al dicht. Handig in het weekend, als dan juist mensen willen kamperen. Stel je voor dat de werkdruk te hoog wordt. Ook zij hadden enige heibel aan de poort, maar werden al redelijk snel binnen gelaten toen ze bij ons bleken te horen. We zitten die avond bij ons binnen, het is aardig koud buiten. Leuk en gezellig om ze weer te treffen.

Een groepje lokalen is ook met een paar auto’s binnen gekomen en helaas ondanks de vrijwel lege camping vrij dicht bij ons komen staan. Tot diep in de nacht harde muziek, herrie en rondjes rijden over de camping. Door de bewakers wordt er niets van gezegd. Alles mag, als je maar een reservering hebt gemaakt. Om 6:30 uur wordt er hard op onze deur gebonkt. Dezelfde hotnot (scheldwoord hier, afgeleid van hottentot) met één hersencel als gisteravond, die zei dat we ons om 7:30 moesten melden. Ze zijn echt niet goed wijs. We moeten met zijn vieren mee naar een ander kantoortje, dat normaal gesproken in het weekend gesloten is. Daar treffen we een aardige dame, Valencia, die het probleem direct snapt, het erg ongelukkig vindt en ons een klachtenformuliertje laat invullen.

We mogen tot maandag blijven staan, maar moeten dan wel direct komen betalen bij dit kantoortje. Nu kan dat niet, want de beheerder is er niet, die werkt niet in de weekenden. En daarvoor worden we dus zo vroeg uit ons bed gelicht. Ze legt uit dat de mensen op de camping geen geld mogen aannemen, dan verdwijnt het namelijk in hun eigen zakken. Wat een dom volk. Hebben ze een baantje en dan verklooien ze het zo weer. En dan een camping waar je buiten kantoortijden niet terecht kunt, onbegrijpelijk. We vertellen dat we regelmatig in Frankrijk op gemeentecampings hebben gestaan, waar een honesty-box hangt waar je het geld in doet, of waar om een uur of negen een mannetje langskomt die het geld incasseert.  

We drinken nog maar even samen koffie bij ons in de wagen. Charlie en Ada gaan daarna boodschappen doen in Gordon’s Bay. Ondanks het weer, helaas is het helemaal bewolkt en miezert het nu, hebben we besloten om vanavond een braai te doen. Jan zet intussen onze luifel voor de auto. Mocht het blijven regenen dan kunnen we daar onder zitten. Dat braaien lukt best, maar later begint het toch te hard te waaien en wordt het fris. De rest van de avond brengen we dus maar weer bij ons binnen door.

We hebben de gang erin wat braaien betreft, dus de volgende dag rijdt Jan met de motor naar Gordon’s Bay voor meer vlees. We beginnen bijtijds. Op het strand een eindje verderop ligt een aangespoelde boom. Charlie en Jan hakken en zagen het ding in stukken met het kapmes en de motorzaag, zodat we ’s avonds nog warm bij het vuur kunnen zitten. Wel handig zo’n camping waar alles kan. Een beetje moeilijk om erop op te komen, maar als je er dan ook eenmaal bent. Wel echt Afrika: “het mogelijke is onmogelijk, en het onmogelijke mogelijk”.


Reinigen van motorblok en olie verversen.

Maandags kunnen we betalen, en gaan we ieders onze eigen weg. Charlie en Ada hebben een soort sollicitaitegesprek ergens in de buurt. Ze hopen op die manier nog wat langer in Zuid-Afrika te kunnen blijven. Wij gaan op zoek naar een bedrijf waar we de motor kunnen laten flushen. Met daarna nieuwe, veel te dure olie erop, merken we nog niet direct een verschil. Maar er was ons al gezegd dat dat nog wel heel wat kilometers kan duren. Ook vinden we onderweg nog een ruiten bedrijf die ons een gelaagde voorruit op maat snijdt en erin zet voor 700,- rand, zo’n 55,- euro. Dat is echt een koopje, en zijn wij van die lelijke barsten af.

Als we ergens bij een tankstation willen overnachten ontvangen we een berichtje van Charlie en Ada. Ze staan weer op de camping in Kogelbay. Dat is van ons af 23 kilometer, dus we rijden er ook heen. We nemen nog gauw 5 liter rosé mee voor ‘s avonds. Charlie en Ada hebben via de officiële weg de camping gereserveerd, dus wij kunnen er ook zonder problemen op. Erg goedkoop, met twee auto’s en maximaal zes personen deel je een plek van 95,- rand. En het is er erg mooi.

We zitten nog wel een beetje in over de motor van de DAF. De uitlaat van de achterste cilinder wordt bij koud starten veel later warm dan de rest, en loopt dan dus duidelijk niet goed mee, en het gaat gepaard met veel rookontwikkeling. Als de motor warm wordt gaat dit wel over, en voelen we geen krachtverlies. Maar over een week krijgen we Mariska’s ouders op bezoek, en die reizen vijf weken met ons mee. Dan hebben we geen tijd voor gepruts aan de motor. Jan kijkt alles nog na, zover dat mogelijk is. Het is nu toch te kort dag om nog serieus iets aan de motor te doen. Afwachten maar. We willen nog een dagje verlengen op de camping. Maar daar moet je officieel weer helemaal voor naar Strand rijden. Mafkezen. Gelukkig is Valencia er weer, en kunnen we het met haar regelen.

DONDERDAG 11 APRIL 2013, dag Charlie, dag Ada
In de middag nemen we afscheid van Charlie en Ada. Met het vinden van werk hier wil het niet zo vlotten en ze denken erover om naar Zimbabwe te rijden om daar hun Mercedes Sprinter te verkopen. Hier in Zuid-Afrika ligt dat veel te moeilijk met het Carnet de Passage. Ze zijn bang dat ze hun borg, die hoger is dan de waarde van de auto, niet terug krijgen. In Zimbabwe schijnt dat allemaal makkelijker te zijn. Wij rijden naar Betty’s Bay en bezoeken daar een pinguïnkolonie. Helaas vergalt de enorm harde wind het een beetje. De beestjes waaien haast van de rotsen, en wij ook. Uit de wind in het zonnetje liggen nog wat klipdassies. We rijden een stukje terug en overnachten er aan zee in de buurt van een vuurtoren. Een rustige plek met rondom fijnbos.

Die dag erop is het ook de hele dag stormachtig. We blijven binnen. Beetje luieren en zo. We krijgen een uitnodiging per sms voor een bring&braai, van Vincent en Ellen. Morgen om 14:00 uur. Zij staan op camping Ou Skip in Melkbosstrand, zo’n 30 kilometer noord-oost van Kaapstad, zo’n 130 kilometer van ons vandaan. We vertrekken ’s morgens bijtijds. Gaan onderweg naar de supermarkt om inkopen te doen en komen netjes op tijd bij Vincent en Ellen op de camping aan. We boeken maar gelijk tot de 22e, want dan komen Mariska’s ouders, en dit is niet te ver van het vliegveld vandaan. Vincent en Ellen staan op een mooi plekje op een gedeelte dat eigenlijk dicht is in dit seizoen. Lekker rustig. Onderweg kregen we een sms-je van Charlie en Ada. Ze zijn nog niet onderweg naar Zimbabwe, en komen er ook aan. Ook komen er nog twee vrienden van Vincent uit de tijd dat hij in Kaapstad woonde. Het wordt dus een gezellige braai, en daarna nog flink naborrelen om het kampvuurtje.

ZONDAG 14 APRIL 2013, er is er één jarig…
Hoera! Mariska is jarig, 37 jaar alweer. Charlie en Ada wilden eigenlijk vandaag echt vertrekken, maar nu ze hoorden dat Mariska jarig is, blijven ze nog een dagje. Mariska bakt een lekkere amandelcake. Ada heeft nog kaarsjes die er in gaan. Ellen is druk bezig geweest met allerlei kleine kadootjes te verzamelen en heeft ze in een mooie zelfgemaakte schaal van wegwerpbordjes verpakt, compleet met fraaie kleurige tekeningen. De kadootjes zijn koekjes, marsmallows, chocola, jelly pudding en een fraai rietje in de vorm van een piemel. Allemaal mafkezen. We hebben allemaal vlees gehaald en natuurlijk wordt er weer gebraaid. Reneé, de eigenaresse van de camping komt ook nog even op bezoek met haar man, en ze heeft voor Mariska een flinke fles met 1,5 liter rode wijn mee genomen. Er wordt zelfs gezongen. Een erg leuke verjaardag zo.

We nemen de volgende dag nu echt afscheid van Charlie en Ada. Voor de derde keer alweer, dus we zeggen maar voor de grap “tot vanavond”. We blijven de hele week nog kamperen op hetzelfde plekkie met Vincent en Ellen. Zij blijven er tot het concert van Metallica waar ze kaartjes voor hebben, maar waar Vincent niet zo’n zin in heeft. Wij tot Mariska’s ouders aankomen. Ondertussen wordt er natuurlijk veel gebraaid, en gaan we een paar keer samen uit eten met Vince en Ellen in Melkbosstrand. Daar zit best een goed en gezellig restaurantje aan de boulevard, Damhuis genaamd.

 

We doen nog wat klusje in en rond de vrachtwagen. Goed schoonmaken natuurlijk, als je (schoon)ouders op bezoek  komen. Met de motor maken we nog een uitstapje naar Kaapstad. We slenteren wat langs V&A Waterfront. Een leuke omgeving aan het water met allerlei winkels, barretjes en restaurants. Veel bootjes en zelfs nog wat droogdokken die nog in bedrijf zijn. We bekijken de standbeelden van de nobelprijswinnaars en informeren eens naar de boot voor Robbeneiland. Jammer, je mag niet vrij over Robbeneiland lopen, je wordt in de toeristenbus gepropt en moet het programma volgen. Nog niet zoveel veranderd sinds Mandela er zat dus... Doen we dus maar even niet, misschien later nog.


The Red Clocktower is naar onze mening niet erg rood (Kaapstad).

 

Zuid Afrika deel 3