Zuid Afrika deel 3

Rondreis met Karel en Elleke

 

ZATERDAG 20 APRIL 2013, aankomst pa en ma in Kaapstad
Vandaag trappen we de DAF weer aan en gaan, na boodschappen te hebben gedaan, naar het vliegveld. We vinden een mooi gratis parkeerplekje tussen wat touringcars, net naast de parkeergarages. Probeer dat bij Schiphol eens, met een vrachtwagen. Voor zo’n wereldstad heeft Kaapstad dan ook wel een kleine internationale luchthaven. Er is slechts één aankomsthal, lekker makkelijk. Het vliegtuig is iets te vroeg, zeker een binnendoorweg genomen. Het is nog een verrassing of Mariska’s ouders, Karel en Elleke, de weg niet zijn kwijt geraakt bij hun tussenstop in Dubai.

De bagageclaim verloopt allemaal snel, en we zien ze al via een glazen corridor boven ons langs lopen. Ze zien er nog best fit uit na zo’n lange vlucht. Het is een klein stukje lopen naar de DAF terug. Ze nemen plaats op het bed, vanwaar ze via de zijruit en het grote raam voor een goed uitzicht hebben. We hopen dat dit te doen is voor de komende vijf weken. We hebben het zelf nog nooit echt getest, en we weten ook nog niet wat voor straten we allemaal krijgen. Het is mooi weer, dus we nemen de weg naar Melkbosstrand via de strandweg. Onderweg stoppen we nog even voor een mooi uitzicht over de baai met Kaapstad en de Tafelberg er achter. Dan verder naar restaurant Damhuis waar we buiten eerst lekker wat eten en bijkletsen. Alles is goed gegaan op het vliegveld in Dubai, en achterin de DAF tijdens het rijden lijkt het ook goed te doen. Het hobbelt natuurlijk wat als we door gaten of over putten rijden, maar het lukt. Voorlopig hebben we toch (bijna) geen off-road wegen op het programma staan.

Later op de camping drinken we nog wat samen met Vincent en Ellen. Van familie en bekenden hebben Karel en Elleke nog wat kleine kadootjes meegekregen voor Mariska’s verjaardag, dus dat doen we nog eens dunnetjes over. Er moet ook ergens een usb-stick zijn met werk uit eigen atelier van Mariska’s familie, maar dat is in de inpakdrukte even kwijtgeraakt. Hopelijk duikt die nog weer op. Wij zetten ons tentje op en slapen daarin, Karel en Elleke slapen in ons bed in de DAF.

Omdat het de volgende dag mooi helder zonnig weer is, gaan we de Tafelberg op. Die lag de afgelopen dagen namelijk veelal in een dikke deken van mist, het tafelkleedje. Karel en Elleke lopen niet meer als een jonge hinde, dus we nemen de kabelbaan. Er zijn meer mensen op het idee gekomen om vandaag de berg te bezoeken, dus er staat al ruim twee kilometer voor kabelbaanstation een lint van auto’s in de berm van het bergweggetje. We rijden maar brutaal helemaal door tot het station, en krijgen daar netjes een gratis parkeerplekje aangewezen naast enkele touringcars. Met de neus vooraan, dat is handig. Er is ook een behoorlijke rij voor de kassa’s. We vragen direct of we de Wildcard hier kunnen kopen. Daarmee krijg je een jaar lang toegang tot de nationaalparken en bijvoorbeeld hier korting op de kabelbaan. Er was ons gezegd dat deze bij elke ingang van een nationaalpark te verkrijgen is. En dit is het Table Mountain National Park, maar helaas, hier niet te krijgen. We moeten dan bij een kantoortje zo’n twee kilometer de bergweg terug zijn. Dat is voor later, we betalen wel het volle pond van SAR 210,- p.p. retour, voor een erg kort, maar steil stukje. 


Leuke kaarten en tekeningen voor Mariska's verjaardag van
Dirk, Pim, Tom, Guus, Teun en Oscar

Uitzicht vanaf de tafelberg over Kaapstad en Robben eiland.

De gondel is flink vol, en maakt precies één omwenteling tot we boven op het plateau zijn. Vanaf hier heb je een schitterend uitzicht over Kaapstad, de baai en omgeving. We maken een mooie wandeling over het plateau op de berg. Het is mooi begroeid, onder ander met Suikerbossies, en er zitten aardig wat klipdassies, die natuurlijk al behoorlijk aan de mensen gewend zijn. Als we weer beneden zijn melden we ons bij het kantoortje maar alles is gesloten. Het is zondag. We rijden door naar V&A waterfront, waar we wat rondscharrelen en wat eten. Het is al laat als we terug zijn op de camping. Bij Ellen en Vince branden al geen lichten meer.

De morgen erop gaan we eerst langs bij Multi Marine, een bedrijf in Kaapstad waar we onze Victron lader-omvormer achter hebben gelaten. Zij zijn het officiële Victron service-punt hier. Sinds de blikseminslag in Congo werkt het laadgedeelte niet meer, we kunnen dus niet meer aan de landstroom. Normaal gebruiken we dat ook niet, maar nu met Mariska’s ouders staan we toch steeds op campings, waar stroom vaak inbegrepen is. We hebben het ding daar vorige week achter gelaten. Ze konden hem niet repareren,omdat ze allen onderdelen voor een twaalf volt systeem voorradig hebben, maar wij hebben een vierentwintig volt systeem. Helaas hadden ze geen tijd om hem weer in te bouwen voordat Mariska’s ouders er waren. Maar dat is nu in een uurtje gepiept. We hoeven niets te betalen en dat is wel erg royaal.

We gaan eerst maar eens op zoek naar die Wildcard, omdat we de komende tijd toch veel wildparken zullen bezoeken. Hij verdiend zichzelf al gauw terug. We worden van het kastje naar de muur gestuurd. Eerst rijden we helemaal de berg weer op naar het kantoortje twee kilometer voor het kabelbaanstation. Daar kunnen we hem niet krijgen, wordt ons medegedeeld. Zij verwijzen ons naar het kasteel de Goede Hoop, het oudste fort in Zuid-Afrika, destijds door de Nederlanders gebouwd. We rijden daar maar weer naartoe, half Kaapstad door. Maar ook daar kunnen ze ons niet helpen. Ze verwijzen ons naar een toeristenbureau in het centrum. Daar lopen we naartoe, maar ook daar kunnen ze ons niet helpen. “U kunt het wel via internet aanvragen, en dan wordt het naar u thuis gestuurd.” “Ja, maar we wonen hier niet, en hebben de kaart nu nodig, niet over een paar weken.”

Ze geeft ons een adres van een bureau van SANparks dat de kaarten verstrekt, in de wijk Tokai. Dat is nogal een eindje buiten het centrum, vlakbij Kirstenbosch, de beroemde botanische tuinen. We bezoeken eerst het oude Nederlandse fort. We willen wat ruimtes bekijken, maar we worden er niet ingelaten door een bewaker. Verboden voor bezoekers. Via een ander openstaand deurtje komen we aan het struinen in het fort. Door allerlei luxe ruimtes, het voormalige verblijf van gouverneur Simon van der Stel. Mooi ingericht, alsof Simon er nog steeds woont. Op een gegeven moment komen we via een gangetje in een grote kamer waar nog mensen bezig zijn met inrichten. Die kijken verontwaardigd op waar wij wel niet vandaan komen. We mogen hier niet komen. Weten wij veel, nergens stond een bordje verboden toegang, en alle deuren zijn open. Via dit vertrek worden we snel naar buiten geleid, waar voor de deur diezelfde bewaker ons boos aanspreekt. Hij had toch zo gezegd dat we daar niet naar binnen mochten. Ja zeg, we zijn toch heel ergens anders naar binnen gegaan. Er is nog een museumdeel dat we bekijken. Hoewel het niet in alle opzichten het een stukje Nederlandse historie is om trots op te zijn, is het wel zeer interessant om het hier zover van huis aan te treffen, en we proberen er een beetje een voorstelling van te maken hoe het toen was.


Kasteel de Goede Hoop

We rijden door naar het toeristenbureau vlakbij Kirstenbosch, om daar eindelijk die Wildcard te bemachtigen. Natuurlijk, als we er aankomen, is er één jongen, die ons niet kan helpen. De anderen hebben cursus en komen pas om 14:00 terug. “De kunnen u aan die Wildcard helpen”. We parkeren de auto maar een eindje verderop, eten wat en wachten tot het 14:00 uur is. Op Afrikaanse wijze wordt het dan toch 14:30 uur, en dan kunnen we plaatsnemen voor een bureau. Namen, paspoortnummers en adressen moeten we invullen. De dame die ons helpt vult het allemaal netjes in op een internetpagina. We betalen per creditcard, 2.230,- Rand per koppel, maar liefst VIER KEER zoveel als een Zuid-Afrikaan voor dezelfde kaart betaald (559.- Rand per koppel). Apartheid, noemen wij dat, op basis van nationaliteit. En dan nog te bedenken dat een Zuid-Afrikaan het hele jaar de mogelijkheid heeft om van die kaart gebruik te maken. Een gemiddelde toerist heeft vaak maar een week of drie.


Kirstenbosch Botanical Gardens

Als alles klaar is zegt de vrouw laconiek dat de kaart naar het opgegeven adres zal worden opgestuurd. Ja, dat is lekker, dan liggen die kaarten dus in Nederland. We willen nu een kaart mee hebben. Nee, dat kan niet, die worden hier niet gemaakt. Dat duurt een paar weken. Die kaart is alleen on-line te bestellen en wordt dan opgestuurd, en dat heeft ze net op internet voor ons geregeld. Iets wat we ook zelf hadden kunnen doen. En waarom hebben al die toeristenbureaus ons dan doen geloven dat we die kaart ergens kunnen ophalen? We vertellen ons verhaal dat we al twee dagen met een kluitje in het riet zijn gestuurd, kostbare vakantietijd verloren is gegaan en dat toeristen geen vast adres hebben waar zo’n kaart naartoe gestuurd kan worden, maar het interesseert haar niets, zoals we dat telkens hier in (Zuid) Afrika met zulke dingen ervaren.  Ze veranderd het adres naar een kantoor in Pretoria waar we t.z.t. de kaarten kunnen ophalen. Intussen kunnen we de parken in met een geprint betalingsbewijs dat de website vrijgeeft.

Jammer van de tijd, maar een mooi staaltje bureaucratie en blijk van incompetentie waar Karel en Elleke nu ook getuige van zijn. Dat maakt de gemiddelde toerist niet mee, dan heeft de reisorganisator het al geregeld, of het hotel. Nog een beetje pissig rijden we naar Kirstenbosch. Daar klaren we weer behoorlijk op. Het zijn prachtig aangelegde tuinen. Erg groot en mooi gelegen tegen de achterzijde van de Tafelberg. We lopen er de rest van de dag rond, tot sluitingstijd. Dan rijden we terug naar Melkbosstrand waar we lekker eten bij Damhuis.

DINSDAG 23 APRIL 2013, rondje schiereiland
Als we onze tent uitkomen heeft een mol een enorme bult gegraven net voor de ingang. Wat een groot beest moet dat zijn, niet normaal hoe hoog, Kaap de Grote Molshoop. Vandaag rijden we een rondje schiereiland, naar Kaap de Goede Hoop. We gaan eerst in Simons Town langs, daar is een grote kolonie Afrikaanse pinguïns (eerder ook wel ezelpinguïns genoemd). Het printje van de Wildcard werkt, we mogen zo naar binnen. Die beesten kunnen echt balken als ezels. Het zijn grappige beestjes. Ze hebben het druk met hun vele jongen. Van Simons Town rijden we naar de punt van het schiereiland. Het is er redelijk druk. Vrijwel alle toeristen blijven bij het bekende bordje van Kaap de Goede Hoop, foto’s van zichzelf maken. Ze lopen geen stap verder. Wij neen het wandelpad tegen de klippen ernaast op. Het is er heerlijk rustig. Overal schungelen tamme klipdassies rond. Ze vliegen voor je voeten langs. Ook zij hebben veel jongen. Sommigen zijn zo tam dat we ze over de rug kunnen aaien als ze een beetje aan het grazen zijn. Ze grommen wel zachtjes, maar doen niets. Op een afstandje zien we ook nog wat elandantilopen. Grote beesten zijn dat, met een enorme kwab vel aan hun hals. Ze lijken wat op Indiase koeien. We vervolgen de route langs zee, het is een mooie weg. Onderweg stoppen we voor een groepje struisvogels en later nog voor een paar zebra’s.

De dieprode zon zakt al in zee als we het schiereiland afrijden via een smalle zeeweg. Onderweg naar de camping eten we nacho’s met chili con carne bij de Pakalolobar in Bloubergstrand / Table View. Het is laat als we de camping op komen rijden. We willen de DAF op zijn plek zetten, maar daar is nu ook zo’n grote molshoop verrezen. Erboven op een bordje: “Mol’s only” en een tekening van onze DAF met een grote blauwe walm erachter en een rode streep erdoor. Die mafkezen van een Ellen en Vincent! Lachend komen ze hun camper uit. Ze zijn speciaal nog zo laat opgebleven om onze reactie te zien. Echt prettig gestoord.


Stellenbosch

WOENSDAG 24 APRIL 2013, lekker lui dagje
We houden een luie dag op de camping. Jan doet wat klusjes en Mariska, Karel en Elleke lopen naar het strand, en struinen wat over de camping, waar vele mooie vogels rondfladderen. Ellen en Vincent gaan ’s avonds naar Metallica. Op het laatste moment is dat concert verplaatst van het grote nieuwe voetbalstadion naar een kleinere arena. Ellen is er pissig over, ze hebben kaartjes in een VIP lounge, maar dat hebben ze in de kleinere arena niet, dus krijgen ze gewone plekken toegewezen. En natuurlijk geen geld terug.

DONDERDAG 25 APRIL 2013, Stellenbosch
We ontbijten met zijn allen samen buiten en nemen dan afscheid van Vincent en Ellen. Zij blijven nog een dagje staan, wij rijden naar Stellenbosch. Daar lopen we wat rond en bekijken mooie oude Cape Dutch woningen en natuurlijk Oom Samie se winkel. Een bekende oude winkel vol met de meest vreemde curiosa. We overnachten in het bos van camping Mountain Breeze.

VRIJDAG 26 APRIL 2013, Franschhoek
De ochtend begint weer goed. Mooi weer, zoals elke dag sinds Karel en Elleke er zijn. Ze hebben wel geluk want de weken ervoor was het behoorlijk koud met veel wind. Bij het ontbijt buiten krijgen we bezoek van een dikke eekhoorn.Het beestje is gek op onze ongebrande doppinda’s uit Senegal. Hij kruipt er zelfs voor bij Elleke en Mariska op schoot. We rijden over de pas naar Franschhoek, een mooie dorpje in een groene vallei. Gesticht door verjaagde franse Hugenoten, vandaar de naam. Een groot monument herinnert aan die gebeurtenis. We slenteren er wat rond en zetten dan koers richting Hermanus. Ter hoogte van Albertyn zien we wat tenten rondom een klein stuwmeertje staan. Via een weiland rijden we ernaartoe. Het blijkt een vissersweekend te zijn. Een wedstrijd tussen een groep zeevissers en een groep zoetwatervissers. De zeevissers hebben nog niks gevangen. De zoetwatervissers al vijftien karpers. De vissers staan er met hun hele gezinnen, het is een soort familieweekend. Voor een donatie van 150,- rand in de clubkas mogen we er ook een nachtje bijstaan. We vissen niet, en het kampvuur wordt pas zo laat aangestoken dat wij al behaaglijk binnen zitten. Het is er ’s avonds klam en koud.

ZATERDAG 27 APRIL 2013, Hermanus en Gansbaai
We rijden naar Hermanus, waar het gezellig druk is. Het is zelfs zoeken naar een parkeerplek. We lopen wat door het dorp en langs zee over de klippen. Daarna koffiedrinken en een patatje op een terras aan zee. Het is een toeristisch plaatsje, maar wel erg leuk. Het wordt de beste stad ter wereld genoemd om walvissen te spotten. Ze komen hier zo dicht langs de kant, dat je niet met een bootje de zee op hoeft. Nu is er niets te zien, het is het juiste seizoen niet. De walvissen komen pas in juni/juli.

We rijden door tot Gansbaai waar we een kleine camping vinden met deels uitzicht op de vissershaven. De kleine vloot vaart net uit. We wandelen met ons vieren een eind lang zee. Er vliegen duizenden aalscholvers langs, met de kustlijn mee. Het is een aanhoudende zwarte wolk van aalscholvers dat voorbij komt, wel een half uur aaneen gesloten. Ontelbaar, zoveel. Geen tienduizenden, maar honderdduizenden. Waar komen die vandaan, en waar gaan ze naartoe? Ergens waar veel vis zit, dat is zeker.

ZONDAG 28 APRIL 2013, Cape Agulhas
Via Die Dam en Wolvegat rijden we naar Cape Agulhas, het meest zuidelijke punt van Afrika. Onderweg zien we nog drie landschildpadden. We lopen een stukje rond bij Cape Agulhas. De mooie oude vuurtoren staat helaas voor renovatie in de steigers. We willen via De Hoop National Reserve naar Swellendam rijden. Volgens de kaart en de gps loopt er een weg naartoe,maar die blijkt over een militair gebied te lopen, waar we niet door mogen.

Dan maar via Bredasdorp en de N319. In Swellendam overnachten we bij een backpackers. Wel in de tent en de DAF natuurlijk. De DAF loopt trouwens weer veel beter. Nog wel wat lastig starten als hij koud is, en dan ook een blauwe walm, maar wel direct op zes cilinders, en geen rook meer uit de carterontluchting. Waarschijnlijk waren het dan toch vastzittende zuigerveren, en heeft de engine-flush goed geholpen. Blij dat we het motorblok niet uit elkaar gehaald hebben.


De oude haven van Hermanus

MAANDAG 29 APRIL 2013, Bontebok Nationaal Park
We rijden naar Bontebok Nationaal Park. Een heel klein wildparkje omgeven door huizen en akkers. Het is niet erg spannend. We zien wat bontebokken, hartebeesten en grijsbokken. We wandelen een stuk langs de Breederivier, wat wel heel mooi is. In januari hebben ze een flinke overstroming gehad hier. Ze hebben het nu nog niet voor elkaar om de weggespoelde planken van de boardwalks er weer in te timmeren. Er zitten veel vogels. We blijven op de campsite overnachten.

DINSDAG 30 APRIL 2013, groot oranje feest
Bij het ontbijt wemelt het van de vogels. Ook komt er een grijze mangoest voorbij. We rijden nog even door het park in de hoop wat mountain zebra’s te zien, maar helaas. Dan rijden we via de bergen naar Oudtshoorn. Over de route R234 Suurbraak (lekkere naam), Barrydale, Ladismith, Calitzdorp, Oudtshoorn. In Ladismith drinken we koffie en eten we een hapje. In Oudtshoorn staan we op Kleinplaas campsite. Wij lopen met zijn tweeën nog even naar het dorp om boodschappen te doen. Karel schilt aardappelen en Elleke blaast oranje ballonnen op omdat het in Nederland de laatste koninginnedag is. Beatrix gaat met pensioen en geeft het stokje over aan Wim-Lex. En vanaf nu hebben we op 27 april koningsdag. We vinden in de supermarkt oranje muffins in de vorm van een koekiemonster. Daar nemen we er vier van mee om het grote feest compleet te maken. Elleke is helemaal blij.

WOENSDAG 1 MEI 2013
We lopen nog even door het dorp en doen wat boodschappen. Het meeste zit dicht in verband met de dag van de arbeid. Via de N2 rijden we over de pas naar George. Daar hadden we nog even langs willen gaan bij Peter van Ramcom Trucks, maar hij zit nu net rond de Tankwa Karoo, bij het Afrika Burn festival. Dat is de Zuid-Afrikaanse variant van Burning Man in de US. Hij had ons uitgenodigd daar ook naartoe te komen, maar het kwam niet uit met onze planning. Bovendien weten we niet of een feest waar de helft van de aanwezigen in de blote kont rondlopen en hash roken nu erg geschikt is om met je (schoon)ouders naartoe te gaan.

Via de N2 rijden we verder van George richting Knysna. Een mooie route. Eerst groene bergen, daarna allemaal meertjes en lagunes met op de achtergrond bergen. In Plettenberg eten we wat op een terrasje en dan op zoek naar een camping. De eerste heeft geen campsite meer, maar is alleen nog maar een lodge. Bij de tweede passen we niet onder de poort door. Dat is nogal een hype hier in Zuid-Afrika. Een poort voor je camping of landgoed. Vaak erg laag. Gelukkig hebben de meesten nog wel een ingang met een hek ernaast, maar sommigen dus ook niet.

De derde aan de Keurboomrivier is erg luxe en dus ook erg duur. We hoeven die luxe niet, die hebben we zelf al bij ons. We checken dus maar in voor twee personen om de prijs normaal te houden. Ze zien Karel en Elleke in de auto toch niet, het is al laat en stikdonker. Als we ’s avonds voor de auto zitten horen we vlakbij een uil roepen. Een uil aan de andere kant geeft telkens antwoord, en komt steeds een stukje dichterbij. We gaan eens op zoek naar de eerste uil, en vinden hem een stukje verderop in een boom. Hij is duidelijk de andere uil aan het lokken, en die trapt er in. We zien de andere uil op dezelfde tak plaatsnemen. Ze zien elkaar wel zitten en bedrijven heftig de liefde. Daar komen vast een stel uilskuikens van.


Bergen tussen Oudtshoorn en George

Hangbrug in Tsitsikamma Nationaal Park

DONDERDAG 2 MEI 2013, Tsitsikamma Nationaal Park
We zijn al weer bijtijds op. Via de N2 rijden we verder en bij Natures Valley moeten we 95,- rand tol betalen. Bij de Bloukransbrug kijken we nog of ze aan het bungeejumpen zijn. Het is de hoogste brugjump ter wereld, 192 meter hoog. Onderin het dal de Bloukransrivier. Er wordt nu helaas niet gesprongen. Jan twijfelt nog, dit is wel één van de meest ultieme plekken om het te doen, en het is niet eens zo duur, 750,- rand per sprong. Maar Jan ziet er toch maar van af.

Buiten staan ze een nieuw bungee-elastiek in elkaar te draaien. Op de parkeerplaats hebben ze tussen twee auto’s het elastiek gespannen. Dat bestaat uit allemaal lange dunne elastieken die om elkaar gewikkeld worden met veel talkpoeder ertussen. Nieuw ziet het er al rafelig uit. Wel interessant om te zien hoe het in zijn werk gaat. We hadden verwacht dat zo’n elastiek in een speciale fabriek vervaardigd en uitgebreid getest zouden worden. Maar ze doen dat gewoon zelf op de parkeerplaats ?!. We hopen dat die medewerkers iets beter opgeleid en wat secuurder zijn dan degenen die we doorgaans treffen bij de Zuid-Afrikaanse bedrijven.

We rijden door naar Tsitsikamma Nationaal Park, waar we een mooie korte wandeling maken over twee grote hangbruggen. Elleke vindt het nogal eng, wat voor Jan en Karel natuurlijk aanleiding is om extra hard over de bruggen te stampen en schommelen als Elleke net halverwege is. Maar ze loopt dapper door. Het is er dicht bebost en ligt direct aan zee. We drinken er nog een kop koffie en willen dan daar op de camping gaan staan. Weer vinden ze het nodig om Europeanen 4x zoveel te berekenen voor een campingplaats dan Zuid-Afrikanen of Namibiërs (die moeten ook wel wat meer betalen dan Zuid Afrikanen, maar niet 4x zoveel). We betalen zo met ons vieren 480,- rand (37,- euro) voor een kampeerplek. Ze zijn echt niet goedwijs hier. Moeten we in Nederland eens mee beginnen. Bij het Rijksmuseum bijvoorbeeld: Amerikanen 4x zoveel, Duitsers 2x zoveel, Japanners 6x zoveel. Ben benieuwd naar de reacties. We zijn dan zo wereldnieuws. Maar hier kan het allemaal.

In West-Afrika hadden ze die grappen ook nog wel, maar daar ging het om kleinere bedragen, en is de lokale bevolking ook een stuk armer. Zwarten in Zuid-Afrika zie je toch nooit kamperen, als die een beetje geld hebben gaan ze in een posh hotel met veel bling bling. De rest kampeert hun leven lang al in een blikken hutje, die gaan dat hier niet voor de lol doen. En de blanke kamperende Zuid-Afrikanen hoef je geen medelijden mee te hebben. Die komen met dikke SUV’s, zes- en achtcilinders met daarachter dure off-road caravans de camping op. Als ze dan de minder gesitueerden tegemoet willen komen, laten ze dan onder een bepaalde inkomensgrens een pasje maken dat die mensen korting krijgen. Maar op basis van nationaliteit??? Het valt nog mee dat we niet vier keer zoveel voor de koffie moeten betalen. We zoeken dus wel een campsite op buiten het park. In Stormsrivier kunnen we bij een backpackers, Tube ’n Axe,  in de tuin kamperen voor 60,- rand p.p. Dat is al de helft. Het is een mooi plekje. We mogen zoveel brandhout van ze gebruiken als we willen, en ze hebben er een mooie vuurplek voor. We maken een braai en zitten daarna nog lekker bij het kampvuurtje.

VRIJDAG 3 MEI 2013, op weg naar Addo
Via de N2, Humansdorp, en de R75, Uitenhage, rijden we naar Addo Elephant Park. De accommodatie in het park was volledig vol geboekt. Helaas is dat hier veel bij de bekende parken, je moet soms meer dan drie weken in het voren boeken. Erg lastig als je op de bonnefooi rondrijdt en je weet niet wanneer je waar bent. En ook jammer als je geboekt hebt, maar het regent dan net. Het park is niet zo heel groot als bijvoorbeeld Kruger, dus we vinden een campsite net iets buiten het park. Dan kunnen we ook zo nog een tweede dag het park weer in als we willen.

De kleine campsite is op een voormalige citrusboerderij, Homestead genaamd. Het is er prachtig, vol mooie planten en natuurlijk veel fruitbomen. Erg groen. Het wordt gerund door een aardige oude dame. De citrusboerderij is gestopt omdat ze geen gemotiveerd personeel meer konden krijgen. Dit terwijl het plaatsje Addo een grote zwarte gemeenschap heeft met krottenwijken en al. Daar zouden toch mensen moeten zijn die werk willen hebben? Maar volgens de dame zitten die liever de hele dag voor hun hut. Het is te laat om vandaag nog het park in te gaan. We struinen wat over de camping, bekijken de verzameling oude auto’s, en plukken wat mandarijntjes. Tegen de avond gaat het regenen en het houdt de hele nacht niet meer op.


Spotted Hyena in Addo Elephant Park

ZATERDAG 4 MEI 2013, Addo Elephant Park
Terwijl Karel en Elleke lekker hoog en droog in de DAF zitten, zijn wij met ons tentje zowat verzopen. Ook binnen is het behoorlijk nat. Zowel de buitentent als het grondzeil laat water door. We zijn er behoorlijk pissig van. Het is een dure kwaliteitstent, ten minste, dat zou het moeten zijn, van Eureka. We hadden er nog maar één keer eerder mee gekampeerd in Tsjechië, maar toen geen regen gehad. We hebben hiervoor ook eenzelfde tent van Eureka gehad waar we zo’n vijftien jaar mee gekampeerd hebben tijdens onze motorvakanties en andere trips over wereld. Die was zo goed, als de camping onder water stond, dan dreven we rond als een bootje, maar geen drupje binnen. Toen deze dus begon te slijten hebben we geprobeerd exact dezelfde te krijgen. Die was er, maar van nieuwer, lichter materiaal. Ja, lekker licht, scheelt 300 gram, maar wel vijf liter water binnen. Grrr.


Foto genomen door Elleke vanuit het dakluik. De olifant staat pal voor de auto,
onderaan de foto zie je de dakrand nog.

Jan was dus al niet in een goede bui, als hij in de DAF stapt en een sterke poeplucht ruikt. Nee hè, dat teckeltje van de oude vrouw. De hele mat onder de hondenstront, bah. Boos loopt hij met de mat naar de vrouw toe en zegt dat ze haar hond toch niet overal op de camping kan laten schijten, en dat ze die mat zelf maar weer schoon moet maken. We maken na het ontbijt nog kennis met Yvonne en haar man, haar dochter en schoonzoon Mark en kinderen. Ze zijn gisteravond naast ons komen kamperen voor het weekend. Het zijn erg aardige mensen. Ze hebben een B&B in East-London, en nodigen ons uit om daar te komen. Helaas ligt dat niet op de geplande route. East-London is een grote stad, en de grote steden zijn hier, met uitzondering van Kaapstad, niet echt interessant.

We rijden het park in, waar we verwelkomd worden door een aardige oudere heer die de hoofdbeheerder blijkt te zijn. We kijken even op het bord waar de meeste dieren gisteren zijn gespot, en rijden rustig over de paden van het park. We zien veel dieren, vooral olifanten. Ze zijn absoluut niet bang voor de auto’s en komen soms erg dicht in de buurt. We hebben het dakluik er uit, en Karel en Elleke hebben het grote voorraam op een kier staan, zodat we met elkaar kunnen praten als we bij een groep dieren stil staan. Wij zitten dan op het dak.

Net als Elleke even voorin meerijdt, stapt een grote olifantenbul een eindje voor ons de weg op. Elleke staat rechtop, kijkend door het dakluik. De olifant komt dichter en dichterbij. Hij blijft pal voor de auto staan, kijkt nog even en loopt er dan voor ons langs, de spiegels bijna rakend, met zijn slurf zoekend. En Elleke blijft al die tijd dapper staan, open en bloot buiten het dakluik uit stekend, met ingehouden adem. Geweldig om zo’n groot beest van zo dichtbij te zien. We dachten alledrie dat Elleke wel snel een duik naar beneden in de cabine zou maken. Om 18:00 uur, zonsondergang, moeten we het park weer uit. We eten nog wat bij het restaurant bij de ingang. Helaas mogen we niet binnen zitten zonder reservering, alleen buiten onder een zeil. Koud hoor. In het donker rijden we de campsite op, die erg krap is. Gelukkig rijden we niets kapot, en de teckel is ook binnen.

ZONDAG 5 MEI 2013, via Addo Elephant Park naar Grahamstown
Via het Addo Elephant Park rijden we verder. We gaan het park van boven in, en verlaten het weer helemaal onderin. Als we bij het park aankomen en inchecken, staat de vriendelijke oudere man er weer. Net als we even met hem praten, zien we dat er flink wat koelwater uit het expansievaatje van de DAF komt. Hmm, dat is vreemd. De koelwatertemperatuurmeter binnen is ook behoorlijk opgelopen. Misschien de motor iets te snel stopgezet. Hij heeft geen elektrische zelfdenkende ventilator. Dus als de motor erg warm is, en je zet hem snel uit, dan warmt het koelwater nog flink na. Maar de motor was nu op dit kleine stukje toch nog niet zo warm. Even de motor weer laten draaien, en hij koelt direct goed af. Verder hebben we er in het park ook geen last van. We zien weer behoorlijk wat beesten. Vele waterbuffels, een heel klein schildpadje, vleugelloze mestkevers, die hier beschermd zijn, allerlei antilopen, een hyena en vele stokstaartjes. Jammer dat deze laatsten snel de benen namen. Ze zijn erg grappig om te zien.

Als we al een eindje richting zuidkant van het park zijn zien we twee mannetjesleeuwen, die langzaam een wrattenzwijn achtervolgen. We zetten de auto neer, motor uit en volgen het tafereeltje van een afstandje. Het wrattenzwijn is zich goed van zijn belagers bewust, maar zet het niet echt hard op een lopen. Even denken we dat we hier getuige worden van wat ze hier een “kill” noemen. De leeuwen maken niet echt aanstalten om het wrattenzwijn in te halen, waarschijnlijk hebben ze hun buik nog vol genoeg. Het wrattenzwijn heeft geluk, de leeuwen draaien om. Ze komen op ons afgelopen. De ene blijft rechts van de weg naast onze auto, de andere steekt vlak voor onze auto met een huppeltje over. Wij zitten met zijn tweeën nog boven op het dak, maar laten ons toch maar even in de cabine zakken als de leeuw zo dicht bijkomt.


Ma kijkt uit het dakluik van de cabine.

De leeuw die overstak zag aan de ander kant van onze auto een paar zebra’s, waar hij langzaam achteraan sjokt. Dat wordt ook niks. Waarschijnlijk is hij gaan liggen, want we kunnen hem niet meer zien. Intussen zijn er meer auto gestopt, en ze staan elkaar aardig te verdringen om ook wat van de leeuwen te zien. Wij hebben van hoog een goed overzicht. Een man met een busje zet deze asociaal voor een andere auto neer, zodat die inzittenden niets meer zien. Het is weekend, dus redelijk druk in het park. Voor ons dus een kleine verkeersopstopping. De leeuw aan de rechterkant van ons wil drinken bij een watergat, ook rechts van ons. Maar daar staat een volwassen olifant te drinken. Hij trekt zich van de leeuw die iets verder in het gras zit niets aan. Een kleinere olifant, een tiener, wel. Met flapperende oren en de slurf naar voren blaast hij een paar keer richting de leeuw. Dat zou hij vast niet durven als hij alleen was. De leeuw gaat in het gras liggen en komt niet in de buurt van het watergat zolang de olifanten daar nog zijn.

Als de verkeersopstopping voor ons zich een beetje in beweging zet, krijgen we van een gids met een paar gasten in een safari-autootje nog een reprimande, dat we niet zo op het dak mogen zitten. Zelf rijdt hij met zijn klanten in een laag safarikarretje zonder deuren en ramen, geen enkele bescherming. We zeggen hem dat wij veiliger zitten op drie meter hoogte dan hij met zijn klanten. Aan de zuidkant verlaten we het park en rijden naar Grahamstown. Daar vinden we vooraan in het dorp een lege camping. Niet een erg mooie. Per plek is er een eigen douche en toilet, een braai en een gootsteen voor de (af)was. Wat overdreven, dat maakt een camping onnodig duur. Het gebouwtje is zo groot, het is haast gewoon een klein vakantiehuisje. Welke kampeerder zoekt nu zoiets? ’s Avonds is het fris, dus zitten we binnen.

MAANDAG 6 MEI 2013, problemen met de DAF
We vertrekken richting Fort Beaufort. De weg gaat flink op en neer door de bergen. Ineens, na zo’n 50 kilometer rijden, is de motor van de DAF oververhit, de temperatuurmeter staat in het rood. Erg plotseling. Kort ervoor had Jan er nog op gekeken en stond hij netjes op 80 graden. Het is ook niet heet buiten, koel zelfs. Er stroomt een flinke guts water uit de overloop van het expansievaatje, en het blijft maar stromen. Met even de motor stationair laten draaien koelt hij ook niet af. Er is dus toch iets aan de hand. Einde rit vandaag. Het is waarschijnlijk de koppakking. Andere reizigers met een zelfde DAF hebben die ook allemaal al moeten vervangen onderweg. Die pakking is ook al ruim 30 jaar oud, en kan dan poreus worden. Maar waarom dan uitgerekend nu? Net nu we met Mariska’s ouders rondreizen, die maar een beperkte tijd hebben. Erg balen. Al die kilometers hebben we nog geen motorproblemen gehad. Ja, vuile diesel, en roken en slecht starten, maar dat leek nu juist opgelost. Hij reed lekkerder als ooit tevoren. Het kan natuurlijk ook nog iets anders zijn, en dat moeten we eerst uitsluiten. Een defecte waterpomp, of haperende thermostaten bijvoorbeeld. We wachten een hele tijd tot de motor is afgekoeld en gooien dan gewoon water bij de koelvloeistof.


Township waar we langs rijden onderweg naar Fort Beaufort

Omdat op de geplande route voor ons voorlopig geen stad of dorp van enige betekenis komt, keren we om en rijden terug naar Grahamstown. De hele weg terug rijdt de auto normaal, en blijft de temperatuur netjes op 80 graden. We vertrouwen de drukdop op het expansievat ook niet helemaal. Misschien gaat deze wel te pas en te onpas open, en verliezen we dardoor veel koelvloeistof en wordt de motor dan te heet. Het is natuurlijk wel een beetje wishful thinking. We kunnen in Grahamstown nergens zo’n dop vinden, we worden van het kastje naar de muur gestuurd. Het is sowieso geen stadje waar we met motorproblemen goed af zijn. We gaan weer terug naar de camping van afgelopen nacht. Jan loopt nog van alles na aan de DAF. Het enige wat hij kan vinden is dat de v-snaren niet al te strak staan, en één van de twee halfdoor is, met een rare knik. Zouden die misschien hebben staan slippen, waardoor de waterpomp te langzaam rond heeft gedraaid? Voor de zekerheid vervangt Jan de snaren, en zet de nieuwen lekker strak.


Met een gekleurde vloeistof wordt getest of er uitlaatgassen in het koelwater komen.

DINSDAG 7 MEI 2013, lekke koppakking
Voor de zekerheid nemen we vandaag een andere route, langs grotere plaatsen. Mocht de DAF weer kuren krijgen, dan kunnen we makkelijker een garage opzoeken. Als we zo’n 100 kilometer op weg zijn, gooit de DAF er weer een heleboel water uit. We belanden zo in King Williams Town, en zoeken daar een garage op die misschien het e.e.a kan testen voor ons, alvorens gelijk de kop er af te halen. Het is een vervallen stadje, maar gelukkig hebben ze redelijk wat industrie op het gebeid van auto’s en vrachtwagens. We worden een keer of drie doorverwezen tot we bij Silverton Radiators terecht komen. Tot zijn en onze verbazing staat daar Mark, de schoonzoon van Yvonne, achter de toonbank, die naast ons kampeerde bij Addo Elephant Park. Dat is erg toevallig. We dachten dat hij ook in East London woonde, maar hij woont en werkt dus hier.

Hij heeft een blauwe detectievloeistof, dat in een buisje wordt gegoten en op de vulopening van het expansievaatje wordt gezet. Als de motor draait, en er via de koppakking uitlaatgassen koelwaterzijdig ontsnappen, stijgen die naar boven in het expansievaatje door de vloeistof, die dan geel zal verkleuren. We doen de test bij een tijdje op 2000 rpm stationair draaien. De vloeistof lijkt heel iets groenig te worden. Bij dieselmotor werkt deze test sowieso minder duidelijk dan bij benzinemotoren, omdat dieselmotoren op veel hogere drukken werken, en misschien pas bij hoge belasting door de koppakking lekken. We doen de test dus ook nog een keer rijdend, met nieuwe kleurvloeistof. Weer een iets groenige verkleuring, maar echt duidelijk is het niet. Bovendien, als de koppakking wel lekt, maar dan alleen richting een oliekanaal, dan zal de testvloeistof ook niet verkleuren. De medewerkers van Silverton weten het dus niet zeker, en ook Jan twijfelt. Dat maakt het erg lastig. We moeten een beslissing maken, de tijd tikt maar door, en de vakantiedagen van Karel en Elleke verstrijken zo. Jan mag bij Silverton op de plas de motor uitelkaar halen, maar dat is helaas niet overdekt, en er is regen voorspeld, met 80% zekerheid. Op de hoek zit een revisiebedrijf dat de kop kan vlakken. Ze beloven Jan er direct aan te beginnen als hij de kop brengt.

Mark van Silverton regelt voor ons een B&B, 2 Oaks, in een mooi groot oud huis. We mogen de DAF daar binnen het hek zetten. Wij slapen met zijn tweeën in de DAF, Karel en Elleke in een kamer in de B&B. De aardige vrouw, Diane, die de B&B beheert, kletst er wat af met ons, we krijgen er geen woord tussen. Het is de B&B van haar dochter, maar zij is er meer aanwezig. Voor we het weten heeft ze iemand die ze kent gebeld, die een garagebedrijf heeft.

Een vriendelijke forse kerel komt kijken naar de DAF. Ook hij weet het niet zeker, maar eigenlijk hebben wij de beslissing al gemaakt, we vervangen de koppakking. De man biedt aan om het morgen bij hem bij de garage te doen, samen met Jan. Sleutelen met zijn tweeën gaat sneller, en de kop zelf is behoorlijk zwaar. Daar gaan we mee akkoord, Jan zal er morgen zijn om 8:00 uur met de DAF.

Diane zegt ons nadrukkelijk niet in het donker de straat op te gaan. Te gevaarlijk. Ze hebben al een tijd een zwart gemeente-beheer. Die zijn corrupt, en vervullen hun taak niet. Ze doen weinig aan de straten, overal vallen de gaten er in. Vuil wordt niet opgehaald, de stad verpaupert. De blanken trekken er weg, velen zijn naar East-London vertrokken. Hun bedrijven en winkels dichtgespijkerd achterlatend. Sindsdien neemt de criminaliteit toe. En zo gaat het helaas in vele Zuid-Afrikaanse steden sinds het ANC aan de macht is. Diane brengt ons met haar auto naar een klein winkelcentrum waar de Spur, een steakrestaurant-keten, nog open is. Daar eten we wat en haar dochter haalt ons weer op.


En zo belanden we een aantal dagen in een Bed and Breakfast.

 

Zuid Afrika deel 4