Zuid Afrika deel 4

Rondreis met Karel en Elleke

WOENSDAG 8 MEI 2013, aan de slag
We staan vroeg op. Jan ontbijt snel wat in de vrachtwagen. Diane rijdt voor in haar auto naar het garagebedrijf van de man. Mariska rijd met haar mee om te zien waar het is, zodat ze later op de dag Jan daar kan opzoeken. Nadat ze Jan met de DAF daar hebben afgezet, rijden ze direct terug naar de B&B waar Mariska samen met Karel en Elleke ontbijt. Het garagebedrijf van de man blijkt een enorme bende te zijn. Binnen ligt het vol met troep, je kunt er niets eens lopen. De plas buiten staat vol met auto’s die het repareren niet waard lijken. Zo vol, dat Jan met de DAF er niet op kan. “Ja, wacht maar even” zegt de vriendelijke man, “even een benzine tank onder de auto zetten die vooraan staat, dan kan die eruit gereden worden. Dan moeten we zien of we de bus kunnen starten die daarachter staat, en als die weg is, dan kun je jouw auto daar neer zetten.” Jan kijkt het even aan. Twee zwarte medewerkers liggen half onder een auto te klungelen om de benzinetank er onder te krijgen. Het vlot niet erg. Tegen de tijd dat hij met de DAF het terrein op kan, loopt het wel tegen 12:00 uur. En dan sta je nog buiten te knoeien. En waar laat je de losgesleutelde onderdelen? Die raken hier hopeloos kwijt. Jan zegt dat hij wel naar Silverton gaat om daar de kop er af te halen. “Ook goed” zegt de man, ik kom vanmiddag wel even kijken. Maar Jan zag hem nooit weer. Bij Silverton mag Jan in de hoek op de plas buiten sleutelen, en binnen wordt een werkbank vrijgemaakt waar hij de onderdelen op kan uitstallen. Het is er binnen in ieder geval opgeruimd. Jan heeft gelukkig alle gereedschap zelf, inclusief momentsleutel, en ook een nieuwe pakkingset.


Vervangen van de koppakking in King Williams Town.

Intussen krijgen Mariska, Elleke en Karel van Diane uitleg waar ze wel en niet veilig kunnen lopen in het stadje. Ze laten alle waardevolle spullen op de kamer, en lopen naar het centrum. Ze lappen verder alle waarschuwingen van Diane aan hun laars en lopen door de zwartste wijken. Daar zijn veel kraampjes op straat waar ze allerlei prut verkopen. Vooral Karel en Elleke vinden het reuze interessant. Met name de kraampjes met het ongekoelde “vlees” (poten, maag, organen, kippenvoeten en koppen, etc.) In het middaguur lopen ze met twee burgers van de KFC voor de lunch naar Silverton. Jan is al aardig opgeschoten. Alle losse onderdelen zijn er al van af, nu moet alleen de kop zelf nog los gesleuteld worden. Alle losse onderdelen liggen netjes genummerd op een lapje op de werkbank, de injectoren in een bakje diesel. Er hangen al aardig donkere wolken in de lucht. Mariska en Karel lopen nog naar de bouwmarkt om daar en groot zeil van 4x10 meter te kopen waar Jan onder kan werken als het regent. Dan lopen ze weer teug naar de B&B.


Aan moeders de eer om de kip te snijden.

In de namiddag is Jan zover dat de kop gelicht kan worden. Met geen mogelijkheid krijgt hij hem er af. Net een paar millimeter, meer niet. Bij het garagebedrijf ernaast hebben ze motortakel, die kan er misschien vanaf de zijkant boven gereden worden. Dat zou een stuk gemakkelijker zijn. Helaas is het ook daar zo’n enorme bende, dat de motortakel, die helemaal achterin staat, niet te bereiken is. Hoe kunnen die mensen hier toch zo werken? Jan heeft zelf nog een kettingtakel van de reservebanden, en met die takel aan een houten balk tussen cabine en woongedeelte probeert Jan de kop te lichten. Ook dat lukt niet, de balk veert gevaarlijk door. Dan pas komt Jan erachter dat de waterpomp, die nog vast zit aan de cilinderkop, met een klein m6-boutje net blijft haken achter een rand van het cilinderblok. De waterpomp moet er dus ook nog eerst afgesleuteld worden. Dat is alles.

Ondertussen heeft Mark al een bekende van hem gebeld die ook een garagebedrijf in de buurt heeft. Misschien dat hij Jan kan helpen. Het is Anton, en hij lijkt op de grotere broer van Bud Spencer. Een enorme kerel. Jan heeft de waterpomp er inmiddels ook af. Anton gaat met zijn enorme lijf op de chassisbalken staan en tilt in zijn eentje de kop er af. We inspecteren de koppakking goed, en zien een klein verkleurd plekje waar hij waarschijnlijk gelekt heeft. Duidelijk is het nog steeds niet.En dat maakt deze klus nu zo beroerd. Je sleutelt en sleutelt, maar weet niet of het nut heeft. Aan de cilinders, de top van de zuigers en de cilinderkop is ook niets opmerkelijks te zien. Jan wil de kop om te vlakken naar het bedrijf wegbrengen waar hij gisteren al mee gesproken heeft, maar Anton zegt dat hij een beter bedrijf weet, waar hij ook altijd zijn koppen laat vlakken. Het is vlakbij. We leggen de kop achterin Anton zijn bakkie en rijden er naartoe. De man zegt er direct morgenvroeg aan te beginnen. De kleppen moeten er nog wel uit, omdat ze boven het kopvlak uitsteken. Maar dat doet het revisiebedrijf wel.

Anton zegt er morgen weer te zijn. Ze dekken samen nog met het zeil de open motor af en laten de cabine eroverheen zakken. Jan rijdt met de motor naar de B&B, waar de zwarte keukenhulp Miriam, een lekkere maaltijd bereid heeft. Ook wij hebben nu een kamer genomen. Wel zo lekker om na zo’n dag flink te douchen. Jan is net Nelson Mandela, hij gaat er zwart in, en komt er wit weer uit. Het is koud ’s avonds in de B&B. Dat merken we vaker, ook bij mensen thuis hier. Het wordt hier ’s winters soms best koud, maar de huizen zijn amper geïsoleerd, enkel glas, erg tochtig, geen verwarming, hooguit een open haard. Gelukkig hebben ze wel een elektrische deken in bed.

DONDERDAG 9 MEI 2013, sleutelen, testen, zoeken...
Het regent behoorlijk. We zitten net met zijn vieren aan het ontbijt, om 7:30 uur, als Mark binnenkomt. Hij wil Jan wel een lift geven naar Silverton, zodat hij niet op de motor hoeft. Erg attent dat hij daar aan gedacht heeft. Helaas heeft Jan zijn ontbijt nog niet op, en hij wil Mark ook niet laten wachten, zodat die te laat op zijn werk komt. Mark gaat alvast, en Jan rijdt later met plasticzakjes om zijn voeten en Mariska’s te kleine regenjas aan op de motor door de stromende regen naar Silverton. In de tijd dat het revisiebedrijf de kop aan het vlakken is en een druktest doet opzoek naar scheurtjes, gaat Jan met Anton en zijn blanke collega Wade langs een dieselservice. Nu de injectoren er toch uit zijn wil Jan ze even laten testen. Als deze op de testbank zijn geweest blijken ze allen exact op 200 bar te staan afgesteld en geven ze een mooi sproeibeeld. Het werkplaatshandboek schrijft 220 bar voor. Maar omdat ze netjes gelijk staan en de motor er goed op loopt laat Jan het zo. Opnieuw afstellen kost 900 rand (ca 80.- euro), op zich niet duur. Het testen was zelfs gratis.

Ook gaan ze bij een bedrijf langs gespecialiseerd in turbo’s. Onze turbo blijkt teveel axiale speling te hebben. Het inlaatschoepenrad heeft al in het turbohuis een spoor ingevreten. Zo’n Holset turbo of een ander merk met gelijke inbouwmaten blijken ze hier niet te kunnen leveren, en reviseren gaat ook zo makkelijk niet. Ze moeten daar een revisieset voor hebben. Na veel bellen blijkt zo’n set in Johannesburg te liggen, en kost 400,- euro. Dan moet die nog hierna toe gebracht worden. Jan besluit om dit niet te doen. Dat kost weer extra tijd, met het risico dat er iets misgaat en we helemaal geen turbo meer hebben. Dat kunnen we nu met Karel en Elleke op bezoek niet hebben, dan is hun vakantie naar de knoppen. Ook zijn de totale kosten van die revisie net zo duur als een nieuwe turbo uit Nederland. Ze nemen de turbo weer mee, en bij Anton in de werkplaats knippen ze uit dun pakkingpapier een ring die tussen het turbohuis wordt gelegd, zodat de het schoepenrad het huis niet meer kan raken, totdat het lager axiaal weer verder is uitgesleten. Volgens het revisiebedrijf gebeurt dit als er te lang met een verstopt luchtfilter wordt doorgereden. Maar Jan maakt dit toch regelmatig schoon, bij stoffige wegen zelf dagelijks. Voor de zekerheid laat Anton, zonder met Jan te overleggen, Wade een nieuw filter halen.

Ook rukken ze wat te eten aan van de KFC. Ondertussen lopen Mariska, Karel en Elleke naar het Amatholemuseum. Dat gaat over de geschiedenis van de omgeving en ze hebben veel opgezette dieren, grijs van het stof. De entree gaat een beetje vreemd. De prijs is normaal 20,- rand p.p. voor buitenlanders en 5,- rand p.p. voor Zuid-Afrikanen. Beide natuurlijk een schijntje. Maar voor 15,- rand p.p. mogen Mariska, Karel en Elleke toch binnen, maar ze krijgen geen kaartje. Bij de ingang hangt nog wel een bordje: “wees er zeker van dat u een kaartje krijgt”. Ze dringen er dan ook nog even op aan om een kaartje te krijgen, maar de zwarte medewerker geeft er geen af. Iets later komt ie naar hun toe. Hij is wat zenuwachtig en zegt dat ie een beetje ongerust is dat hij geen kaartjes heeft afgegeven. Waarschijnlijk heeft hij het geld zelf in zijn zak gestoken en is bang dat iemand er achter komt. Mariska zegt dat het wel goed is zo, “jij moe nie worry nie”. Er zijn veel luidruchtige schoolklassen in het museum. De kaartjesverkoper komt weer langs met een basisschoolklas. Hij stelt zijn kleindochtertje voor. Mariska geeft haar een hand en ineens verdringen alle kids zich om Mariska, Karel en Elleke alledrie een hand te geven. Dat was wel grappig, al die kleintjes.

Bij Nando’s koffiedrinken en dan kijken bij Jan, hoever hij is. De kop is getest en gevlakt. Er zat gelukkig geen scheurtje in. Twee zwarte medewerkers zijn druk bezig de restjes van de oude koppakking van de kop te schrapen. Jan, Wade en Anton lopen druk te zoeken naar een piepklein onderdeeltje. Het revisiebedrijf had gebeld, dat ze een metalen cupje van één van de klepstelen kwijt waren. Bij het afnemen van de kop was het Jan of de anderen niet opgevallen dat er losse cupjes op de klepstelen zaten. En één daarvan is dus weg. Het is maar een klein ding, het kan zo in het motorblok gevallen zijn. Met een lampje en een magneetje kijken ze in alle kieren, zover dat kan vanaf boven. Ook wordt de werkbank binnen, waar de kop ondersteboven op gelegen heeft goed doorzocht. De vloer van de werkplaats ook. De laadbak van Antons bakkie ook, en ook buiten de hele plas. Er is geen beginnen aan, dat is allemaal zand. Ze graaien in de regenplassen, overal, maar het cupje is niet te vinden. We verdenken het revisiebedrijf ervan het ding kwijt gemaakt te hebben. Voordat de kop op scheuren wordt getest, leggen ze de kop eerst in een grote bak heet water om hem op bedrijfstemperatuur te brengen. Ook daar zoeken Jan en Anton nog. Waarschijnlijk ondersteboven, en is daar het cupje in de bak met troebel water gevallen. Nergens vinden we het ding, en dat is best beroerd. Ten eerste omdat we niet zo’n cupje op reserve hebben, en zonder kunnen we niet verder. Ten tweede omdat het ding dus ook ergens in het motorblok kan liggen, en wat voor schade kan die daar wel niet veroorzaken. Het is ook geen optie om voor de zekerheid het hele motorblok kaal te bouwen op zoek naar iets wat er misschien niet eens in ligt. Het revisiebedrijf komt later met een soortgelijk dopje op de proppen, dat we in ieder geval kunnen gebruiken. Het zit iets ruimer om de klepsteel en is net iets hoger, maar dat laatste verschil is met de klepspeling weg te stellen.

Ondertussen krijgen we ook nog bezoek. Het zijn Elza en Fernand. Een Belgisch echtpaar dat al lange tijd in East-London woont. Via via hadden ze van onze reis gehoord, en zijn speciaal 80 kilometer naar hier gereden om ons te ontmoeten en de vrachtwagen te bekijken. Fernand heeft zelf ook zo’n vrachtwagen gebouwd en binnenkort willen ze vertrekken. Ze laten een foto zien van hun wagen, kolosaal groot, maar liefst 4,2 meter hoog. Jan heeft geen tijd, dat had hij ze al van te voren door de telefoon gemeld. Mariska laat ze onze wagen van binnen zien, en kletst een tijd met ze. Aardig lui, misschien ontmoeten we ze nog ergens onderweg.

Mariska en haar ouders gaan alvast naar de B&B. Jan sleutelt nog door, en komt behoorlijk ver. Gelukkig is het weer ook al stukken beter. Anton komt hem op halen om hem naar de B&B te brengen, maar eerst nog thee drinken bij hem thuis. Hij is net verhuisd en woont op een mooi plekje met uitzicht over het stadje, en een zwembad in de tuin. Jan maakt ook kennis met zijn vrouw. Ook al een erg aardig mens. Als we in de buurt zijn moeten we beslist nog weer bij ze langskomen. Ze willen ons graag wat mooie plekken in de buurt laten zien. Zelf houden ze ook van natuur en kamperen. Het is schemer als Jan terug komt in de B&B, waar Miriam weer heeft gekookt voor ons vieren. Verder zijn er nog steeds geen gasten.

VRIJDAG 10 MEI 2013
Na het ontbijt komt Anton Jan ophalen met zijn Landcruiser bakkie. Hij woont toch in de buurt. Samen met Anton en Wade sleutelt Jan die dag het motorblok verder in elkaar. Silverton repareert intussen nog het expansievaatje, waar bij de tuit een klein scheurtje inzat. Tegen de middag zijn ze klaar, koelvloeistof er op, en starten. Na een paar korte startpogingen slaat de DAF aan. Rokend en kuchend, maar wel mooi ronddraaiend. Ze laten hem eerst maar een tijdje stationair draaien om op te warmen. Nog een beetje met angst dat het klepsteelcupje toch in het blok gevallen is, en er een onheilspellend geluid een einde zal maken aan het mooie ronddraaien. Dit is gelukkig niet het geval.

De bende wordt opgeruimd en Jan wil afrekenen bij Silverton. Daar hoeft hij alleen de koelvloeistof te betalen, voor het gebruik van hun ruimte en voor het solderen en druktesten van het expansievaatje en de testen met de contrastvloeistof willen ze niks hebben. Heel royaal. Het druktesten en vlakken van de cilinderkop was ook al niet duur, dat kostte 1.000,- rand, rond de 80-90,- euro. De nieuwe koppakking en alle koperringen e.d. hadden we zelf als reserve bij ons. Dit was wel een dure set, van Victor Reinz. Kost in Nederland maar liefst 400,- euro. Veel later horen we van John, een andere Nederlander met een zelfde DAF hier in Zuid-Afrika, dat diezelfde koppakking van VR ook hier te krijgen is, voor slechts 420,- rand, 32,- euro. Oplichters in Nederland (of heeft John een Chinese kopie te pakken?).

Als de DAF opgewarmd is en de bende opgeruimd, rijdt Jan achter Anton aan naar zijn werkplaats. Na het op bedrijfstemperatuur brengen moet de cilinderkop namelijk nog nagetrokken worden. En Anton staat erop dat dit bij zijn werkplaats gebeurt. Hij heeft een voor Zuid-Afrikaanse begrippen redelijk nette werkplaats. Erg klein. Binnen staan veel motoren en quads. Dat is Wade zijn afdeling. Ook hier kan binnen niet aan de DAF gesleuteld worden, dat moet buiten, maar er is plek genoeg. Eerst geeft Anton zijn zwarte medewerkers de opdracht om onze wagen met de hogedrukspuit goed schoon te maken. Voor Jan hoeft dit niet zo. Hij doet het liever een keer zelf. Maar Anton staat er op. Jan geeft de werkers duidelijk aan niet alle vet uit de scharnierpunten te spuiten, niet vol in de roosters van de airco te spuiten en ook vooral niet met het koude water op het hete motorblok te spuiten. Hij neemt ze mee op een rondje langs de auto en wijst ze de punten aan waar ze niet mogen komen met de spuit. Nu maar hopen dat ze zich er aan houden. Ondertussen heeft Wade weer flink wat te eten opgehaald bij de KFC. Het is wel duidelijk waar Anton zijn figuur vandaan heeft. In zijn kantoor eten we het op. Het zijn erg aardige lui, die Wade en Anton. Enthousiast vertellen ze over hun werk.

Na het eten zijn de werkers klaar met spuiten en begint Jan met het natrekken van de cilinderkop. Dit is nog best een klusje. De verstuivers moeten er weer uit en de hele tuimelas moet er weer uit voordat je bij alle kopmoeren kunt. Ondertussen krijgt Wade de opdracht van Anton om een nieuwe linker buitenspiegel op te halen en op onze DAF te zetten. Als alles klaar is, is het al tegen vieren. Jan wil met Anton afrekenen voor alle uren die hij er in heeft gestoken, voor alle eten van de KFC de afgelopen twee dagen, voor het rondrijden langs de garages, voor het nieuwe luchtfilter en de nieuwe spiegel, maar Anton wil van alles niets weten. Jan dringt nog aan, Anton is twee volle dagen in de weer geweest, samen met Wade, maar hij wil geen stuiver. Snaaks, maar wel erg, erg aardig en royaal. En dat is al de zoveelste keer dat Zuid-Afrikanen zich zo opstellen. Zul je toch in Europa niet snel meemaken. Het is al schemer als Jan met de DAF bij de B&B aankomt. Het ritje is te kort om al een oordeel te geven of alles nu echt in orde is. Daar komen we morgen wel achter als we weer verder gaan.

Vandaag zijn Karel, Elleke en Mariska door Diane met de auto naar een wat groter shoppingcentre gebracht waar ze wat rondgestruind hebben. Tsja, er is nu eenmaal niet veel te doen in King Williams Town. Het is zeker niet het mooist plekje om te stranden. Ze zijn dan ook wel blij dat ze na drie dagen weer verder kunnen. We slapen die avond nog in de B&B, ondanks dat de DAF al weer voor de deur staat. Diane matst ons nog met de prijzen voor de kamers, 350,- rand per kamer i.p.v. 400,- en 60,- rand p.p. voor het eten, i.p.v. 100,- rand. Voor het wegbrengen en ophalen met de auto wil ze niets hebben. Ook al weer erg royaal.

Mark and all the others of Silverton King Williams Town, Diane from 2 Oaks Bed and Breakfast and of course Anton and Wade:
thanks a lot for all that you have done for us. Thanx!

 

ZATERDAG  11 MEI 2013, door de Ciskei
Eindelijk weer op pad. We vertrekken al vroeg. In het begin rookt de DAF nog wel wat, maar hij loopt verder goed, en gooit er geen water meer uit. Het was dus toch wel de koppakking. Het lijkt er ook op dat het cupje niet ergens in het motorblok terecht is gekomen, of anders in ieder geval veilig onderin de carterpan ligt. We rijden de route King Williams Town-Bisho/N2-Umtata-Kokstad. De hele route was door Hottentottenland, de Ciskei. Onderweg veel schamele hutjes van alleen zwarte bewoners. Nergens dus een overnachtingsmogelijkheid. In Kokstad zitten weer blanke boeren die ook overnachtingmogelijkheden bieden. Bij een wat luxe guesthouse bij een boer met 1600 hectare grond kunnen we in de tuin, zonder faciliteiten, staan. Eerst willen ze daar het forse bedrag van 150,- rand per persoon voor hebben, maar we weten dat tot de helft terug te praten. We kwamen al aan in het donker, en gaan bijtijds weer weg, we gebruiken niets van hun luxe, niet eens stroom. Ze verhuren ook alleen maar huisjes, het is geen camping.

In de Ciskei is het hele landschap bezaaid met huisjes en hutten.

Lekker potjie kos

ZONDAG 12 MEI 2013, tussen het melkvee
Van Kokstad rijden we een mooie route via Underberg, waar we boodschappen doen en koffiedrinken met wat lekkers erbij. Dan door naar Himeville. Daar vinden we een eenvoudige campsite bij een melkveeboerderij. Eens niet zo’n luxe gedoe, maar nog echt kamperen bij de boer. We worden door een drietal enthousiaste honden begroet, we moeten oppassen dat we ze niet onder de auto krijgen. De boer heeft 1000 stuks vee dat twee keer per dag gemolken wordt in een melkcaroussel. Als we aankomen is het net zo ver, dus we gaan er gauw kijken. Mooi gezicht hoe dat gaat. Zo’n zestig koeien draaien in de caroussel, gemaakt door AlfaLaval. Telkens stapt er aan het begin één in en tegelijkertijd één uit, een doorlopend proces. Een medewerker hangt er na het instappen gelijk vier zuigspenen onder, aan het eind iemand die ze er weer afhaalt, en wat desinfectie op de uiers spuit. Ondertussen staan de koeien mooi uit een bakje te eten. Er zijn ook veel kalveren.

De ligging van de boerderij is prachtig. Voor ons een grasveld en een grote dam, met daarachter de machtige Drakensbergen. We zitten in het zonnetje en genieten van het uitzicht. De boer kom er aan met een flinke kan verse romige melk, zo van de koe. Volgens Karel en Elleke moet dat eerst afgekookt worden wegens bacteriën. Jan gaat voor de zekerheid even bij de boer langs om te vragen, maar die zegt dat het niet nodig is. “Niets mis met die melk, kun je zo drinken”. Het smaakt heerlijk, maar Karel, Elleke en Mariska raken het niet aan.

We hebben vlees en groenten gekocht en maken een potjie boven het vuur. Ons eigen potjie hebben we nog nooit gebruikt, dus die moet eerst ingevet en ingebakken worden. Dat duurt even. Ook omdat we hout van de supermarkt hebben, en dat is meestal nog niet droog genoeg. Gelukkig heeft de boer ook aardig wat hout liggen en gooien dat erbij op. Het potjie smaakt heerlijk, we eten ons flink vol. Het koelt aardig af omdat we al redelijk hoog zitten. Maar we hebben de sleutel van het kleine gebouwtje waar we voor zitten, en waar ook de douche en toilet inzitten. Het gebouwtje heeft ook een keukentje en woonkamer, met een grote tafel en een zit-slaapbank, en een houtkachel. Die stoken we op en we krijgen het nog lekker warm binnen. Wij tweeën slapen dan ook maar op die slaapbank, hoeven we ons tentje niet op te zetten.

MAANDAG 13 MEI 2013, de Sani Pas omhoog, naar Lesotho
Dertien jaar geleden dat in Enschede op een zonnige zaterdag de vuurwerkramp voor chaos en ellende zorgde. Toen waren Karel en Elleke veilig bij Mariska op vakantie in Australië, en reden ze daar rond met een campertje, terwijl Jan de schade aan hun huis in Enschede bekeek.

Vandaag wat minder zorgen. Hoewel, nu gaan ze op een zonnige maandag met een campertje de Sani Pas op, Lesotho in. Over de Sani Pas doen nogal wat verhalen de rondte. Sommigen zeggen dat hij tegenwoordig al geasfalteerd is, maar dit is beslist nog niet waar. Anderen zeggen dat hij te steil is om met een vrachtwagen tegen op te rijden, terwijl er ook heel wat zeggen dat het zo steil niet eens is. Feit is wel dat je hem omhoog alleen mag rijden met een 4x4 voertuig. We zullen het vandaag wel gaan zien, en dat wordt nog best spannend, het is het eerste stukje off-road met Karel en Elleke bovenin, op het bed. Is dat te doen? En kan de zware DAF het trekken, steil en op een hoogte van zo’n 3000 meter, dus met minder zuurstof in de lucht, en zijn verse koppakking? Daar kom je allen maar achter als je het probeert. Het is een prachtige route, het eerst stuk gaat door een schitterende vallei. De weg is hier en daar wat ruw. We stoppen dus vaak om te genieten van het uitzicht, en om Karel zijn botten en Elleke haar kunstgebit wat rust te geven. Het moet toch behoorlijk klapperen daar achterin. Ergens bij een kuil zijn ze zowat van het bed gezwiept, Karel zo met de beentjes de lucht in achterover.


Hier moeten we verder omhoog de Sani Pas op.
Iemand is van mening dat het vanaf hier erg mooi wandelen is.

 De weg klimt langzaam, en we komen bij de Zuid-Afrikaanse grens. Formaliteiten gaan snel en simpel. We mogen zelfs foto’s maken bij de grensovergang. Vanaf de grens begint de weg te klimmen, steiler en steiler. Het hele pad is redelijk grove gravel, met her en der wat dikke stenen. Er staan wat machines langs de weg, maar er wordt niet gewerkt vandaag. Het duurt inderdaad niet lang voor het hier geasfalteerd wordt. In een haarspeldbocht stoppen we, de volgende 1,3 kilometer wordt toch wel erg steil, met behoorlijk krappe bochten.


Sani Pas, bijna boven...
We zetten de DAF vast in lage gearing. We vragen of achterin ook alles ok is. Op zich wel,maar Elleke ziet het toch niet meer zo zitten, met de wagen langs die steile afgrond. Ze gaat liever het laatste stuk lopen. Karel loopt met haar mee, het is een mooie wandeling met adembenemend uitzicht. Wij kachelen met zijn tweetjes rustig met de DAF omhoog. Sommige bochten moeten we wel een keer steken, het is krap. Vooral bij één bocht, daar is de binnenbocht erg steil, zeker een meter hoogteverschil op een halve meter lengte. Met een gewone 4x4 heb je daar geen last van, je rijdt er omheen via de buitenbocht. Maar onze vrachtwagen is daar te breed en te lang voor, het achterwiel loopt toch onvermijdelijk naar binnen, en we moeten hem tegen dit hoogteverschil optrekken. In de 4x4, 1e versnelling lage gearing gaat dit toch moeiteloos. We horen wat stenen wegknarsen. Boven op de pas parkeren we de DAF, op 2865 meter hoogte. We lopen terug Karel en Elleke tegemoet. Als we samen weer boven zijn gekomen, gaat er een achterwiel aangedreven vrachtwagentje met werkvolk naar beneden. In de derde bocht blijven ze steken. Het is de bocht met het grote hoogteverschil in de binnenbocht. De chauffeur heeft de bocht veel te krap genomen. Op de hotnotwijze is hij op en neer aan het raggen met wagen. De rook komt van zijn achterbanden af. We zijn blij dat we met de DAF al boven zijn, anders hadden we nog op deze piloot kunnen wachten. We spelen nog even ramptoeristje, en met veel onbenullig geweld weet hij de wagen los te krijgen, in plaats wat te graven en wat stenen te verwijderen. Hij heeft geluk dat zijn achterbanden nog heel zijn. En als met alle gasgeven zijn auto toch wel plotseling grip had gekregen, was hij heel snel beneden geweest.


Welkom in Lesotho

Wij lopen door naar de hoogste pub van (zuidelijk?) Afrika, die boven op de pas ligt. Ietsje verder is de grens van Lesotho (spreek uit Lesoetoe). Die mannetjes zijn druk naar ons aan het zwaaien. Ze wenken dat we naar hen toe moeten. Ja later, denken we. Eerst even koffie drinken. Een mannetje van de grens komt naar ons toe. We moeten eerst over de grens Lesotho in. De pub ligt aan Lesotho zijde, terwijl er toch geen hek omheen staat.

De grenspost is maar een klein droevig hutje. De medewerkers erg vriendelijk. Ze vragen of we nog Maloti’s (Geld van Leshoto) moeten hebben, maar Jan zegt dat hij al drie maloten bij zich heeft. We mogen ook hier wat foto’s van de grenspost maken. En in de grond ervoor zitten behoorlijk wat gaten. Er lopen mooie dikke knaagdiertjes rond. Ze worden ice-rats genoemd.

We drinken koffie in de pub, en eten er ook wat. Het eten, kip-curry, ziet er op het eerst gezicht goed uit, maar is niet te pruimen. Vlees zit er niet in, alleen bot. De pub ziet er gezellig uit. Aan de voorkant een mooie veranda met uitzicht op de pas en het dal. Binnen de muren vol gekliederd met namen van alle reizigers die er geweest zijn. Schijnbaar wordt dit steeds overgeschilderd, want we zien alleen maar recente data. Er staan een aantal potkachels binnen die flink worden opgestookt met gewone steenkool. Een medewerker ploft ze zo vol, dat we denken dat het vuur uitgaat, maar het werkt toch. Het is behaaglijk warm binnen.

Ze verhuren ook kamers en je kunt op hun laag ommuurde terrein kamperen. We vinden het nogal prijzig, en vragen eens aan een medewerker of hij iets aan de prijs kan doen. “Och” zegt deze, “dan ga je toch gewoon net buiten de muur staan, dat kost niets”. Dat is een goeie voor de zaak... We doen het toch maar. ’s Avonds zitten we nog lekker binnen bij de pub. Er zijn nog behoorlijk wat gasten, allen Zuid-Afrikanen. Buiten is het al aardig koud. Jan slaapt in de tent, maar Mariska gaat mooi binnen in de DAF op de bank liggen, met de verwarming aan.


De grenspost van Lesotho.Gelukkig heeft de beambte meer verstand
van paspoorten stempelen dan van foto’s nemen.

In Lesotho zie je veel ronde hutjes met grasdaken.

DINSDAG 14 MEI 2013, het is koud!
De buitenthermometer staat ’s morgens op –7 graden. Het tentje is bedekt met een laagje ijs. Jan leeft nog, maar erg warm was het niet, hij heeft zijn kleren aangehouden, en onze slaapzakken, die een comforttemperatuur moeten hebben van –10 graden, en een minimum van –25 graden, worden duidelijk toch wel oud nu. In Noorwegen kampeerden we er probleemloos mee op de gletsjers, een  jaar of vijftien geleden.

Binnenin de DAF is de verwarming al weer aan, het is er heerlijk. De voorruit boven het bed vindt het iets minder. In Mali is daar een raamhendel van losgegaan, die Jan er toen weer aangelast heeft. Bij dat lassen is er een gloeiende sputter op de ruit gekomen, die direct diep is ingebrand, en een barstje veroorzaakt heeft van een centimeter of twee. Later is dat door trillingen een centimeter of vijf geworden maar daar is het bij gebleven. Tot nu. Door het drukverschil in de bergen, en vooral de hete verwarming direct onder de ruit, is er een dubbele barst ontstaan over de volle breedte van de ruit. Jammer. Maar ook niet echt erg. Het is een thermopaneruit van 2x gelaagd glas. De buitenste ruit is nog ongedeerd. Er komt geen vocht tussen.

We lopen nog een klein rondje door het dorpje dat bij de grens ligt. Het bestaat uit mooie kleine ronde hutjes en her en der komt er door de rieten daken rook van de vuurtjes die binnen branden. Bij een gebrek aan bomen in Lesotho wordt hier veelal op gedroogde koeienpoep gestookt.

 

Jan pakt de tent in en we hobbelen verder over de vrij ruwe pistes. We blijven continu ruim boven de 2000 meter hoogte. De natuur is ruig en er wonen in dit gedeelte weinig mensen. Om ons heen besneeuwde bergpieken, prachtig. Na een tijdje komen we weer op asfalt, tot opluchting van Karel en Elleke, die achterin op bed behoorlijk op en neer deinden de afgelopen kilometers. We komen langs een klein skiresort, waar de Zuid-Afrikanen op wintersport gaan. Nu is er niets te beleven. Het stelt überhaupt niet veel voor, geen vergelijk met Europese skiresorts.

Onderweg passeren we nog wat huisjes, dorpjes kun je het amper noemen. De mensen leven hier sober, Lesotho is duidelijk een stuk armer dan Zuid Afrika. We rijden door tot Oxbow, waar een lodge met kleine camping moet zijn. De camping blijkt gesloten, maar het hek wordt voor ons opengemaakt en we mogen er wel staan. De camping is een stuk grind en modder, en het sanitair is al heel lang niet meer schoongemaakt, drek zit op de muren. Wel vragen ze het behoorlijk forse volle pond voor kamperen. We vragen de vrouw van de receptie of ze dan het sanitair ook even schoon willen maken, maar daar hebben ze geen zin in. Dan vragen we of we dan voor een gereduceerd tarief kunnen staan als we ons eigen sanitair gebruiken, maar ook daar valt niet over te praten. Als laatste poging vragen we of we mogen blijven staan waar we nu staan, op de parkeerplaats naast een generator, die ’s avonds toch uitgaat. Dat is geen probleem, daar mogen we staan, gratis. Vreemd, ze laten ons liever gratis op de parkeerplaats overnachten dan voor half geld op het kampeerterrein. Maar goed. We zitten die avond bij het kolenvuur van de open haard van de lodge, en drinken wat.

Het traditionele kleed in Lesotho is een deken (serieus!)

Later, tegen 22:00 uur als we nog wat drinken in de DAF wordt er op de deur geklopt. Het is de vrouw van de receptie. Schreeuwend staat ze voor onze deur, dat we buiten het hek moeten gaan staan, en niet op de parkeerplaats. Buiten het hek is helemaal geen plaats, dan sta je direct op de doorgaande weg. En dit was toch zo overlegd? Bovendien, als iemand al begint met schreeuwen is de discussie voor ons altijd erg kort. “Nee” zegt Jan, “We gaan nu helemaal nergens meer heen, we gaan hier overnachten, ajuus.” En zo geschiede. De vrouw druipt tierend af. Jan zet de tent nog even op. Als hij hem uitrolt zit het ijs van die ochtend er nog op, zo fris was het dus vandaag, ook in de bagageruimte onder het bed. De bewakers van het parkeerterreintje zijn vriendelijk, en kijken geïnteresseerd toe, alsof ze nog nooit zo’n tentje gezien hebben. Mariska slaapt nu ook in de tent, het die nacht –8 graden.

WOENSDAG 15 MEI 2013, en weer terug naar Zuid Afrika
Als we die ochtend weg willen rijden, zit het hek op slot. Jan loopt naar de receptie en vraagt of ze het even willen opendoen. Maar de tierende vrouw van gisteren zit er nog, samen met een paar anderen. Ze zegt dat we eerst moeten betalen, het volle pond voor de veel te dure camping. Jan zegt dat hij dat absoluut niet doet, maar biedt de helft van het geld, en gooit dat op de balie. Daar is ze het absoluut niet mee eens en gaat door met haar tirade. Jan zegt “dat of niets, dan knip ik gewoon het slot door, je kunt ons hier niet gevangen houden. Desnoods haal je de politie er maar bij.” Terwijl de vrouw zowat uit haar vel springt, had Jan al een blik met één van de aardige bewakers gewisseld. Jan laat het geld op de balie achter en de bewaker loopt met hem mee om de poort open te doen. De vrouw schreeuwt hem na dat ze de grenspost zal bellen, en dat we daar wel opgewacht zouden worden door de politie. We rijden verder door een mooi alpien landschap. Het is nog even oppassen omdat op de schaduwplekken de weg nog glad kan zijn van het ijs. Overal sijpelt er water uit de bergen.

Bij de grenspost zijn de mensen vriendelijk, ze hebben blijkbaar geen boos telefoontje gehad. Bij een paar vrouwtjes die allerlei hand gevlochten spullen verkopen, koopt Elleke nog een mooi typisch hoedje, gevlochten van gras, zoals de mensen hier veel dragen, en wat zelfs een nationaal symbool is geworden. Het staat op hun geld en op hun kentekenplaten afgebeeld.

Terug in Zuid Afrika

Nu Zuid Afrika weer in, naar het Golden Gate Nationaal Park, waar we op een grasveldje stoppen voor de lunch. Het is een prachtig stuk natuurgebied, met opvallende rotsformaties in geel-rode gloed. Die rotsen vormen ook de Golden Gate, het heeft dus niets met de beroemde brug in de VS te maken. Links en rechts van de weg door het Golden Gate park zien we ook nog wat kleine kuddes wild lopen. Springbokken en zebra’s.

We rijden door tot in de buurt van Giants Castle. Op onze navigatie staat een camping aangegeven. Het is nog een behoorlijke puzzeltocht om er te komen, en we rijden al in het donker. We rijden over een hobbelig zandpad een bergkam op, komen door aangeplant bos, en uiteindelijk via een smal weggetje door de bush bij een hek van een klein natuurpark. Dat gaan we in, de weg wordt nog iets smaller en we stoppen bij een informatiekantoortje. Er is ook een toilet bij. Verder niemand te zien, en het lijkt er ook niet op dat hier een camping is. We zetten de DAF op een vlak stukje op de kleine onverharde parkeerplaats, en het tentje op het mooie stukje volle gras voor het informatiekantoortje. Het is er stikdonker en lekker rustig. Morgen maar eens zien waar we eigenlijk gestrand zijn.

DONDERDAG 16 MEI 2013, wandelen bij Giants Castle
Mariska zit de ‘s morgens al in de DAF met Karel en Elleke een kopje koffie te drinken, en Jan ligt nog in de tent te ronken, als er lopend een man of vijftien in oranje pakken aankomt. Om eeuh... te werken. Ze hangen een beetje rond, bekijken het tentje en de DAF, drie knutselen wat aan een omheining, de rest kijkt toe, en zo gaat dat zo’n beetje. Als we ze vragen naar de camping, dan zit deze al zo’n 3 tot 10 jaar dicht, afhankelijk van de persoon die je vraagt. We kijken wat in het kantoortje, dat nu wel open is. Maar er is niemand van de leiding van wat het hier nu ook precies wezen mag.


Rotsen met pasteltinten in Golden Gate Highlands National Park.

Rotstekeningen gemaakt door vroegere San stammen.

We gaan maar weer eens op pad. Naar Giants Castle. Daar bekijken we rotstekeningen van de San. Echt indrukwekkend vinden we het niet. Er zijn best grappige plaatjes bij en sommige redelijk goed gelukt, maar als je je bedenkt dat ze uit dezelfde tijd stammen als bijvoorbeeld Michelangelo’s kunstwerken, dan is het maar wat gepruts. De makers lijken niet ouder dan een jaar of tien. De verplichte gids die er bij is, is echt verschrikkelijk. Met een ongeïnteresseerd gezicht zeurt de dame sloom en overdreven articulerend de feitjes op als een cassettebandje, en nog voor we weer weg zijn ligt ze al weer op een bankje te slapen.

De wandeling er naar toe van een klein uurtje is echter prachtig. Het is hier werkelijk een heel mooie omgeving. We lopen door een met golvend gras en ander planten begroeid dal dat doorkruist word door een riviertje en hoge bergen op de achtergrond. Het weer is ook heerlijk.

Echt genieten. Hier valt nog veel meer te wandelen, maar die routes zijn allemaal een stuk langer en zwaarder. Bovendien moeten we nog een aardig stuk afleggen in deze laatste weken, dus in één ruk trekken we die dag nog door naar de kust. In het donker rijden we voorbij Durban, en in Ballito vinden we een plek op een wat krappe, luxe en dus ook veel te dure camping. Omdat het al laat is en we de volgende ochtend ook bijtijds weg zijn, melden wij Karel en Elleke niet aan, dat scheelt weer in de kosten. Ze zijn dus illegaal op de camping, de boefjes. Het is heerlijk tropisch warm en we zitten nog buiten. Te lui om zelf te koken zo laat nog, halen wij tweeën pizza’s in het dorp. De man van de receptie kijkt nog even vreemd op als we terugkomen met vier pizza’s. We zeggen maar dat we erge honger hebben en lopen vlug door.

 

VRIJDAG 17 MEI 2013, regen in St. Lucia
Zoals gezegd is de camping behoorlijk krap met smalle laantjes en overal laag hangende kabels en takken. De route de camping af leidt zo ongeveer eerst helemaal rond de camping. Mariska rijdt en Jan zit op het dak om de kabels op te tillen. We worden door de halve camping gadegeslagen, de mensen komen er de caravan voor uit. Het zijn vooral senioren. Een dame achter het stuur van zo’n truck vinden ze prachtig, dat zie je hier nooit.

We rijden verder via de tolweg naar St. Lucia. Eén dorpje ervoor stoppen we nog even. Het is een dorp waar overwegend zwarte mensen wonen, en er zijn dus ook aardig wat marktkraampjes waar we wat langs slenteren. Het zijn gewoon kraampjes met spullen die de mensen hier zelf gebruiken. Leuk om te zien, het lijkt waarachtig een beetje op een dorpje in West-Afrika. Het is overal een bende en rommel ligt in alle straten.

Het regent als we in St. Lucia aankomen. We zoeken naar een campsite buiten het nationaal park omdat dit doorgaans een stukje goedkoper is, maar kunnen er hier geen vinden. Als we even kort geparkeerd staan om te overleggen wat te doen, stopt er een auto voor ons. Het zijn René en Rini, een Nederlands stel dat hier jaren een lodge heeft gerund, maar net hebben verkocht om ook zelf te gaan rondreizen. Ze herkennen onze auto van filmpjes die ze gezien hebben op Youtube, internet. Dat is toevallig. Nog toevalliger is: ze vertellen een soortgelijke wagen kant en klaar gekocht te hebben in Frankrijk. Wij kennen die auto wel, hij stond destijds te koop bij dezelfde handelaar in Nederland, waar wij onze DAF gekocht hebben.

       
Langs de straat bij St. Lucia zien we deze witte kruizen staan. Elk kruis staat voor
een gestroopte neushoorn in ZA. Vandaag, 17 mei 2013, zijn er al 249 neushoorns
dit jaar vermoord, met name in Kruger National Park. In 2012 zijn er 668
vermoord. Hoofdschuldige: Azie, waar de hoorn als traditioneel medicijn gebruikt
word. Het is vast weer eens goed voor de potentie.


's morgens stond dit mooie bokkie
naast de wagen.

We eten en drinken wat op een overdekt terras in het kleine centrum van St.Lucia. Het regent nog steeds, af en toe best flink ook. René en Rini komen er ook nog even bij zitten, en willen graag allerlei details weten over het reizen met zo’n truck door zulke landen. Het is gezellig, maar als het regenen minder wordt, moeten we toch nog even op zoek naar een camping. We lopen nog even het centrum op en neer, en worden dan aangesproken door een Portugese man en vrouw. Ze blijken al jaren in het zuiden van Angola te wonen, en stonden tegelijk met ons aan de balie toen we daar ergens in een dorpje brood kochten. Ze zijn nu hier kort op vakantie en herkenden ons meteen. Het moet niet gekker worden, we lijken wel beroemd.

Bij gebrek aan een camping buiten het nationaalpark nemen we er een binnen het park, Sugarloaf campsite. Dat blijkt geen verkeerde keuze te zijn, het is een prachtig camping, erg ruim en middenin de natuur, met hoge bomen en grote stukken groen gras. Allerlei beesten lopen over de camping. Vervet apen houden vanuit de bomen goed in de gaten of er ergens wat te halen valt, en ze donderjagen wat met elkaar. Een groep van zo’n twintig mangoesten doet het zelfde en stroopt als een stel bandieten de camping af. Af en toe zien we wat mooie, kleine antilopen de paadjes oversteken. Waarschijnlijk steenbokkies. De namen van de antilopen zijn erg verwarrend, want dit beestje bijvoorbeeld lijkt in werkelijk niets op een echte steenbok. Het is gewoon een kleine hertensoort met erg grote oren en een prachtige egale roodbruine vacht en kleine steile hoorntjes op zijn kop. Normaal zien we ook overal de gehelmde parelhoenders lopen, maar hier loopt een groep crested guineafowl, ofwel gekuifde parelhoenders.

De camping ligt direct aan het water, waar aardig wat nijlpaarden en krokodillen in zitten. Behoorlijk grote krokodillen zelfs. Een plankenpad leidt naar het strand een stuk verderop. Dat is vooral druk in gebruik door vissers. Gek eigenlijk, in een nationaal park.

 

ZATERDAG 18 MEI 2013, iSimangaliso National Park
Helaas is het ook vandaag wat regenachtig. We maken nog een wandeling langs het water en over de camping en gaan dan met de DAF naar het iSimangaliso Nationaal Park. Dit is een klein wildpark. Het blijft af en toe regenen, wat het niet het beste weer maakt om dieren te zien. Toch spotten we nog een neushoorn met jong, wat verschillende soorten antilopen en gnoes. Nijpaarden alleen op een enorme afstand. We zitten een tijdje in een wildkijkhut, terwijl het buiten giet. Er komen wat bokjes en wrattenzwijnen voorbij. Langs het water lopen Jacana’s, en in de hoeken van de hut enorme golden-orb weaver spinnen. Na het bezoek aan het wildpark lopen we nog wat door St. Lucia, drinken koffie op een terras en gaan weer op dezelfde camping staan.

ZONDAG 19 MEI 2013, Hluhluwe-Imfolozi National Park
Vanochtend schijnt de zon weer volop en lopen we eerst nog weer over de boardwalk langs het water en het moerasgebied. De nijlpaarden en krokodillen zijn nu een stuk dichterbij. Prachtig om zo van een veilig afstandje te zien. We rijden door het Hluhluwe-Imfolozi (spreek uit Shloeshloewee-Imfolozi) nationaal park naar het plaatsje Hluhluwe, waar we bij een backpacker in de tuin mogen staan.

In het nationaalpark zien we nog zes witte neushoorns. Ze liggen languit te dutten en te genieten van de zon. Een bonte kraai zit onder hun staarten te pikken, de viezerik. Tot bloedens aan toe. De neushoorns vinden het wel ok, het zal ze wel van de teken afhelpen. Eén van de neushoorns is een jong, dat zich stierlijk verveelt. Hij loopt maar wat te dralen rond zijn luierende moeder en tantes, probeert wat te donderjagen met ze, maar niemand heeft zin.

De backpackers wordt gerund door een zwarte familie. De tuin is verwaarloosd, en het sanitair nog nooit schoongemaakt. Wel hebben we direct gezelschap van een heel lieve herdershond. Hij verlaat ons niet meer. Helaas zit het beest helemaal onder de vlooien.


Witte neushoorn met jong. Jammer dat het ineens zo hard begon te regenen, dat
ze vrij snel in de bosjes verdwenen.

 

Zuid Afrika deel 5