Zuid Afrika deel 5

Rondreis met Karel en Elleke

 

MAANDAG 20 MEI 2013, op naar Swaziland
De hond heeft de hele nacht voor onze deur geslapen. Als beloning voor het nachtwaken krijgt hij koekjes en brood met leverworst. Zo gauw we de tafel en stoelen inpakken en de auto starten weet de hond dat de koek op is en gaat hij er vandoor. Wij ook, via de N2 rijden we naar het noorden. Bij Golela en Lavumisa nemen we de grensovergang Swaziland in. Aardige lui aan de grens, snel even stempelen en klaar.

 Welkom in Swaziland


In de schaduw van de lapa is het goed uit te houden.

Swaziland is vlak en geeft weer een echt typisch Afrika gevoel. Mensen aan het werk op het land, hier en daar hutjes. De mensen zijn arm maar zien er tevreden uit. We rijden door tot Hlane (spreek uit Sjlane) Nationaal park. We komen mooi bijtijds aan en gaan bij de hoofdingang aan de kant van Simunye op een camping in het park staan. Het is een mooie campsite met wat houten huisjes, een restaurantje en een shopje prachtig gelegen in de natuur. We zitten in relaxte stoelen onder een rieten afdak, wat ze hier een lapa noemen, en drinken wat. Voor ons, bij een watergat liggen een paar nijlpaarden op de kant en er lopen drie witte neushoorns rond te scharrelen. Tussen ons en de beesten slechts drie slaphangende lijnen prikkeldraad, waar, nadat Jan het even getest heeft, nauwelijks stroom op blijkt te staan.

Mariska staat natuurlijk mooi ergens dichtbij met haar fototoestel. Tot twee keer toe bezorgen de neushoorns haar en behoorlijke adrenalinestoot. Bij de eerste keer kwam één van de neushoorns plotseling hard op haar afrennen. Een Spaans vrouwtje dat vlakbij Mariska stond zet het hard op een lopen en kwam na zo’n 150 meter tot stilstand achter een dikke boom. Mariska rende zo’n twintig meter tot het eerste boompje dat ze zag. Neushoorns hebben slecht zicht dus je moet je zo snel mogelijk ergens stil achter verschuilen, ook al is het maar klein. Als je blijft rennen en bewegen wordt zo’n beest er juist door opgefokt. Dat wist het Spaanse vrouwtje kennelijk niet. Gelukkig kwam de aanroffelende tank nog wel net tot stilstand voor de drie prikkeldraden.

 

De tweede keer was zo’n drie kwartier later. Mariska stond met de 500mm lens behoorlijk dichtbij foto’s van één van de neushoorns te maken, verscholen achter en krom dun dood boompje, van zo’n 20 centimeter doorsnede. Plotseling hoort ze haar vader hard haar naam schreeuwen. De andere twee neushoorns kwamen in galop op haar afgerend. Het Spaanse vrouwtje dat iets achter Mariska stond, in haar fel rode trui was er waarschijnlijk de aanleiding van. Weer zet die het als een gek op een lopen. Voor Mariska heeft dat al geen zin meer. Doodstil maar met knikkende knietjes blijft ze zo goed als het mogelijk is verscholen achter het dode boompje staan. De twee neushoorns gaan pas twee meter voor haar in de ankers, en blijven daar staan snuiven, hun ogen naar Mariska gericht. Doodstil bleef ze zo staan, hopend dat ze haar niet zouden ruiken. Het was enorm spannend.

De beesten kalmeerden wat, maar hebben er nog zeker vijf minuten zo gestaan. Toen is Mariska langzaam in het verlengde van het boompje naar achteren gelopen. Ook alle personeel van het restaurantje en de shop stonden met ingehouden adem te kijken, en Karel was zich dood geschrokken. Niet lang daarna zijn de drie neushoorns voor die dag definitief vertrokken. Helaas staat de hele actie niet op film of foto. Karel had geen fototoestel bij de hand en Jan was net met Elleke een stukje met de DAF door het park aan het rijden, op zoek naar wild. Hun safari was iets minder spannend. Eigenlijk alleen wat nyala’s gezien, mannetjes en vrouwtjes, die zo zeer van elkaar verschillen dat je niet zou denken dat ze bij elkaar horen. We zitten nog lekker tot het donker onder het rieten afdak, beetje bijkomen. Wel oppassen hier, want in dit gedeelte komt malaria voor.

Terug in Zuid Afrika


Een Burchell's zebra met twee koppen.

DINSDAG 21 MEI 2013, Kruger Wildtuin
We rijden Swaziland al weer uit naar Kruger Nationaal Park, in Zuid Afrikaans Kruger Wildtuin genaamd. Eén van de beroemdste wildparken ter wereld en grofweg zo groot als Nederland. We nemen de Crocodile Bridge entrance gate. Voor we het park in kunnen is er eerst een betonnen brug over de Krokodilrivier. De brug ziet er vrij nieuw en solide uit, maar er staat een bordje bij: ”Max 4 ton”. Ai, we zijn ruim 12 ton. We stoppen maar even en Jan bekijkt voor de zekerheid even de onderkant, wel oplettend dat die krokodillen daar niet onder zitten. Achter ons stopt een Toyota Hilux. Een parkranger stapt uit en commandeert Jan direct terug te gaan in de auto. Volgens hem hoort het al bij het park, en het is vanwege de wilde dieren streng verboden uit je auto te stappen. Wat een overdreven gedoe. Op dat moment horen we Elleke achterin gillen ”laat me er uit, ik ga lopend over de brug, de wagen is veel te zwaar!” Tsja, das jammer voor Elleke, maar ze mag de auto niet uit. De ranger zegt dat het oké is om over de brug te rijden, en het gaat ook prima.

We hebben geen reservering gemaakt voor een campsite in het park. Dit schijn je al ruim drie weken in het voren te moeten doen, en voor sommige gewilde plekken zelfs nog langer. Maar dat is niet te doen als je rondreist. Je weet nooit precies wanneer je er aankomt. Er blijkt nog een plek verder weg in het park op een campsite te zijn, maar dat is te ver om vandaag nog te halen. Er is ook nog een plek op de camping gelijk hier bij de ingang. Ze hebben deze week pensioners-discount, dus het park zit vol met grijsbokken. We nemen de camping vooraan dus maar. We rijden nog wat rond door het park, in de buurt van de campsite en zien impala’s, kudu’s, zebra’s en olifanten. De bebossing is behoorlijk dicht, dus best lastig om wild te spotten. De camping is helaas weinig spectaculair. Compleet omheind, dus wild komt niet op de camping, en er is ook geen watergat waar je ’s avonds nog wild kunt kijken. Dat valt wel tegen.

WOENSDAG 22 MEI 2013, Oh wat is het nog vroeg
Met moeite staan we vanochtend bij zonsopgang op en rijden het park in. Dat wordt niet echt beloond. We zien wel regelmatig dieren, maar niets met een wow-effect. Of worden we al een beetje te verwend? We zien weer olifanten, buffels en zwarte ooievaars met een witte nek en een zwart gezicht, waarschijnlijk de Woolley-necked Stork. Verder Ground Hornbills, verschillende antilopen en zebra’s. Halverwege het park rusten we nabij Skukuza nog wat uit, en gaan dan verder naar Pretoriuskop, waar we weer op een camping gaan staan. Domweg zijn we op het heetst van de dag naar de camping gereden, waar we tegen drie uur ’s middags aankwamen. Niemand heeft nog puf om een avondrit te maken vanaf een uur of vier. En dat is jammer, want tegen het schemer is de beste tijd om wild te spotten, en maak je ook meer kans om roofdieren te zien. Jan rijdt alleen nog een rondje, maar behalve een grote olifantenbul die vlak naast zijn raam komt staan, niets spectaculairs. Alleen wat antilopen.

Intussen vermaken Karel, Elleke en Mariska zich op de camping. Weer geen mooie camping, te groot en massaal, en omheind tegen groot wild, maar er loopt en vliegt van allerlei klein spul rond. En het is allemaal behoorlijk tam, waardoor je ze goed kunt bekijken en fotograferen. Vooral de dwergmangoesten zijn grappige boefjes. Ze kruipen met een groepje van een stuk of twintig onder onze tent. En zo struinen ze de hele camping af op zoek naar wat te eten. Helaas heeft deze camping ook geen watergat waar je ’s avonds nog wild kunt kijken.

DONDERDAG 23 MEI 2013, Graskop
We rijden nog wat rond door Kruger maar dit gedeelte is niet erg mooi. Grote stukken zijn gecontroleerd afgebrand. Dit ter voorkoming van ongecontroleerd afbranden. Maar dit maakt het aanzicht er niet mooier op, en veel wild valt er ook niet te vinden. Bij een watergat zien we nog wel een groepje waterbokken, met die grappige witte toiletbril op hun achterste. We gaan vrij snel het Krugerpark weer uit. Viel eerlijk gezegd een beetje tegen. We rijden de route Pretoriuskop-Hazyview-Sabie-Graskop. In Sabie zitten we lekker op het terras van Woodsman te lunchen. Een leuke bar/restaurant met gratis wifi en mooi  uitzicht vanaf het verhoogde terras. De omgeving is bergachtig met veel bos, maar helaas allemaal productiebos.

Onderweg naar Graskop nemen we nog een kijkje bij de Mac-Mac Falls. Watervallen die zo genoemd zijn omdat een of andere Schot ze ontdekt heeft. In Graskop vinden we een backpackers waar we voor een geschikte prijs in de tuin mogen staan. Het is wel een gefriemel om de DAF achterwaarts door het smalle poortje te krijgen.


Woolley-necked Stork

Het is tijd voor braai!

De backpackers is ooit opgericht door Nederlanders maar is nu in Spaanse handen, zoals dat tijdens de VOC ook telkens ging. Het zal uiteindelijk wel in Engelse handen vallen. We steken er de braai aan en er gaan een paar enorme stukken vlees op. Zo groot dat Jan het niet eens op kan, en dat is een zeldzaamheid. Als het later wat kouder wordt zitten we binnen bij een knisperend haardvuur. Er is nog slechts een andere Frans meisje en het meisje van de receptie.

VRIJDAG 24 MEI 2013, in en rond de Blyde River Canyon
Na het ontbijt rijden we vanaf graskop de panoramaroute. Een route die leidt langs mooie uitzichtpunten en watervallen. We bekijken The Pinnacle, Gods Window en Wonderview. The Pinnacle is een aparte losstaande steile rots. Gods Window en Wonderview vallen een beetje tegen. Je staat mooi hoog van een klif te kijken, maar het uitzicht is op gecultiveerd landschap, aangeplant bos en weiden. Geen natuur dus. Ook worden er her en der velden afgefakkeld wat voor een blauwe waas in het dal zorgt. Wel staan overal de aloë’s prachtig in bloei. Voorbij Gods Window gaat er nog een mooi paadje omhoog. Het laatste stukje lijkt op de temperate forest zoals je die in Tasmanië en Nieuw-Zeeland aantreft, met lianen en veel mossen en varens. Een klein kruip-door-sluip-door paadje leidt nog tot een plateau met vreemde rotsformaties en vele bloeiende aloë’s. Alleen Jan struint hier nog wat rond, de anderen zitten al lang op hem te wachten bij de parkeerplaats.

We gaan nog langs bij de Berlin Falls en de Lisbon Falls. Kleine, maar mooie watervalletjes. Ervoor een flinke uitstalling van souvenirs, verkocht door de plaatselijke vrouwen. Het is er best gezellig en vooral Elleke is gek op de snuisterijen, en koopt een paar mooie kralenkettingen gemaakt van papier. Inmiddels is het al weer zo laat dat verder rijden geen zin meer heeft. We zijn nog amper tien kilometer van Graskop af, en rijden er weer naar terug. Nu melden we ons bij het Graskop Holiday Resort, gelijk vooraan in het dorp op een prominente plek. Wie denkt dat we ons nu decadent laten verwennen in een heus resort heeft toch wat te hoge verwachtingen. Niet van ons, maar van het resort.

We melden ons bij de poort en de onvriendelijke vrouw van de receptie, zegt dat we maar eerst even naar het sanitair moeten kijken. Dat zegt ze duidelijk niet omdat ze er zo trots op is. Wat een bende zeg. Het gras op de camping staat overal kniehoog, maar daarvoor heet het hier ook Graskop, het zal dus nog wel een stukje doorgroeien. In de toilettenblokken zijn alle stortbakken van de toiletten kapot, alle kranen (ook van douche en bad) lekken water en niet zo’n beetje ook. Het keramiek is gewoon al weggesleten van lekkage. De vloeren zijn overal nat van het lekwater en er is geen enkele lampfitting waar nog een peertje inzit. Compleet onbruikbaar dus. Gasten zijn er natuurlijk niet, maar in de huisjes die ooit voor vakantiegasten bedoeld zijn woont nu het personeel. Zo’n trieste bende hebben we nog nooit gezien. In Nederland zou dit totaal onbewoonbaar verklaard zijn, maar hier is het onverklaarbaar bewoond.


Berlin Falls

Gods Window

We hebben eigenlijk niets nodig en het is lekker centraal dus we willen er wel gaan staan, en rekenen natuurlijk op een lage prijs. Dat valt nog best tegen, de dame van de receptie wil er 240,- rand voor hebben. Op de vraag waarom zoveel, reageert ze triomfantelijk dat het hoogseizoen is. Grapjas. Nadat we haar fijntjes hebben herinnerd aan de staat van het “resort” gaat de prijs omlaag naar 120,- rand, zo’n 2,30 euro per persoon. Meer is het ook beslist niet waard. Later horen dat het resort (opgebouwd door blanken) de laatste jaren van de (zwarte) gemeente is, en dat de verantwoordelijke ambtenaar het geld, dat bedoeld is om de boel op te knappen, zelf in zijn zak steekt (ach, dit horen we ook niet voor de eerste keer). Toch blijft het gewoon open. De lekkende kranen zorgen voor liters drinkwater dat weglekt, en er hangt dagelijks zo’n 6 man bewaking rond en dan nog overig (kantoor???) personeel. Onbegrijpelijk. En aan schoonmaken en onderhoud hebben ze allemaal een broertje dood. Het maakt ze allemaal niet uit. Alles wordt door de overheid betaald, ten koste van de (meestal blanke) belastingbetaler.

Rond vijf uur lopen we het centrumpje in. We willen wat gaan eten bij Harry’s pannenkoeken, maar Harry heeft het weer gezien voor vandaag. Precies om vijf uur, wanneer mensen zo’n beetje honger beginnen te krijgen, doet hij zijn tent dicht. En hij is niet de enige. Alle restaurantjes gaan dicht. Op een vrijdagavond, in het hoogseizoen, tegen etenstijd? Rare jongens, die Zuid-Afrikanen. Eén tentje is gesloten, maar gaat om zes uur open. We zijn dus wat vroeg, maar de aardige man laat ons alvast binnen. Omdat hij de enige is die open is, zit het al rap aardig vol. De anderen zijn zeker wegens overmatige rijkdom gesloten. Het eten is redelijk, behalve de forel van Karel. Die is zo droog dat die zeker al erg lang uit het water is.

ZATERDAG 25 MEI 2013, Bourke’s Luck Potholes en de Drie Rondavels
We hebben lekker geslapen op de camping. Door het hoge gras lig je lekker zacht in de tent. Maar even douchen ’s morgens is er helaas niet bij, en even de wc doortrekken ook niet, dus we hebben nog een boodschap achter gelaten. We rijden naar Blyde River Canyon en bezoeken eerst de Bourke’s Luck Potholes. Ja, we hebben al veel potholes gezien in Afrika, maar deze zitten dit keer niet in de straat. Dit zijn bijzonder uitgesleten rotsen waar de Blyde en de Treur rivier (wie verzint het) samen komen. Dat zal daar dan wel gemengde gevoelens geven.

De Treurrivier is zo genoemd omdat hier vroeger de mannen van de Voortrekkers de vrouwen achter lieten om het gebied verder te verkennen, maar niet terug kwamen. Later, bij een ander riviertje vonden ze elkaar toch weer terug, en dat werd dus de Blyde rivier. Het kolkende water heeft samen met meegevoerd grind grote rondingen geslepen in de rotsen. Het is een apart verschijnsel, erg mooi. Via wat bruggen en boardwalks kun je er een ronde lopen.

We bezoeken nog een uitkijkpunt en gaan dan naar de Drie Rondavels. Je kijkt er in en prachtige vallei met water onderin en aan de overzijde een bergmassief met vooraan de drie afgeronde rotsen die op rondavels lijken. Rondavels zijn de ronde hutjes met rieten daken waar de oorspronkelijke bewoners hier in woonden. Dit is echt een erg mooi uitzichtpunt.

Die middag checken we in bij het Blyde Rivier Forever Resorts. De Forever resorts zijn een keten van lodges en campsites, oorspronkelijk uit de VS. Het is er piekfijn voor elkaar. Netjes, goed verzorgd en ruime douches. We treffen er een jong Nederlands stel, net beide afgestudeerd als arts en nu vijf maanden op reis in zuidelijk Afrika voor de loopbaan begint. Ze hebben een mooie Toyota Fortuner hier gekocht, met daktent. We krijgen wat tips van ze, van plekken in Botswana en de Caprivi, waar we volgende maand met Jan’s moeder heen gaan.


Bourke's Luck Potholes


De Drie Rondavels

Als we in ons eigen Twents wat met elkaar zitten te praten bij de DAF, steekt er een joviale zestiger zijn hoofd om de hoek en vraagt in plat Drents waar wij wel niet vandaan komen. We hadden al wel een gewone Dethlefs camper zien staan (zoals ze je in Europa veel ziet, maar hier eigenlijk nooit), maar die camper heeft gewoon RSA-nummerplaten.

Het blijkt Bert Bouwer (nee, niet Bob de Bouwer) te zijn, oprichter van het in Zuid-Afrika en onder reizigers bekende Bobo-campers. Bert heeft zijn bedrijven overgedaan aan zijn kinderen en reist nu samen met zijn vrouw Greet, waar we even later ook kennis me maken, zuidelijk Afrika rond. Dertig jaar geleden hebben ze Drenthe achter zich gelaten om zich definitief in Zuid-Afrika te vestigen. Ze hebben er beslist geen spijt van. Eerst begonnen met een bouwbedrijf (Bert de Bouwer dus) en later met de fabricage en verhuur van campers. Inmiddels hebben ze zo’n 125 voertuigen in de verhuur, en vestigingen in Kaapstad, Johannesburg en Windhoek. Daarnaast import en verkoop van veelal Europese camperonderdelen. Je kunt er ook je eigen voertuig stallen als je even naar Nederland vliegt, ze hebben een eigen airport haal- en brengservice. Het is een erg gezellig stel met mooie verhalen. We zijn bij ze uitgenodigd op de koffie en er wordt wat afgekletst. Tegen zonsondergang lopen we nog even naar een uitzichtpunt op de camping waar je de drie rondavels ook mooi kunt zien.

ZONDAG 26 MEI 2013, Pilgrims Rest
Vanaf Blyde rivier rijden we via een mooie gravelweg door de bergen, langs Vaalhoek, naar Pilgrims Rest. Dat is een oud goudzoekersstadje, ontstaan toen er goud gevonden werd in 1873. Toen het goud op was zijn de inwoners weer vertrokken. Het stadje is nog vrij origineel. De gebouwen zijn opgeknapt en het dorp is nu een nationaal monument. Een soort openluchtmuseum, maar de gebouwen zijn wel gewoon in gebruik. Prachtig om even langs te slenteren, met een beetje fantasie waan je je honderd jaar terug. We lunchen bij één van de leuke gebouwtjes op de veranda, waar nu een soort gebakszaak in zit. De oude dame achter de kassa is ook een nationaal monument. Past perfect in het geheel.

Later lopen we nog wat rond en komen langs de oude pub. Een vrolijke man buiten roept ons: ”Hé, kom een biertje drinken bij Johnny, ik trakteer!” We kijken een beetje verbaasd. Hij stelt zich voor als Ted, en we maken ook kennis met zijn vriendin en zoon. Ted besteld twee bier en twee cola voor ons vier, en we kletsen wat. Het is een gezellige tent, ook natuurlijk in de stijl van honderd jaar geleden. Ted heeft een grote boomplantage bij Hazyview, en handelt in geïmpregneerd hout. Hij wil er ook een camping openen. Hij geeft ons zijn kaartje. Als we in de buurt zijn mogen we gratis op zijn land kamperen. Aardig.


Winkeltje in Pilgrims Rest.

We doen er ook nog een rondje in en gaan daarna eens kijken of we op de camping vlakbij aan het riviertje kunnen staan. Er zijn verder geen gasten. We kunnen met de DAF niet onder de poort door, maar ze openen een hek naast de ingang. Het duurt een zet voor de sleutel daarvan gevonden is. We staan op best een mooi plekje direct aan het riviertje, maar het is inmiddels al donker. Iets te lang in het café gehangen. Het sanitair op de camping is helaas niet veel.

MAANDAG 27 MEI 2013, Waterval Boven
We ontbijten heerlijk buiten aan de rivier. Dan gaan we weer op pad. Helaas loopt de vakantie van Karel en Elleke al weer tegen het einde, we moeten richting Johannesburg. Via Lydensburg rijden we tot Waterval Boven, waar volgens de boekjes een camping is. Als we daar, net iets buiten het dorp, aankomen blijkt het hek dicht te zijn en is de boel behoorlijk in verval. Wat nu? We lopen een beetje rond en zien dat er nu locals in de vervallen hutjes wonen. We hebben dus niet echt zin om hier te wildkamperen. Terug het dorp in en daar vragen naar mogelijkheden, misschien in de tuin van een backpackers of zo. Het dorp stelt niet zoveel voor. We kloppen aan bij een B&B, maar die hebben geen mogelijkheden. Ze verwijzen ons naar de brug bij de rivier, daar moet tegenwoordig iets zitten.

We rijden het weggetje in en zien een bordje staan, ”Travellers Rest”. Er zijn wat gebouwtjes en een open bar aan het water, maar alles is dicht. Er is niemand te bekennen. Brutaal zetten we de DAF maar op het grasveld, en gaan bij de bar zitten, aan het riviertje, met onze eigen biertjes. Na een hele tijd komt er een auto het gras op gereden. “Hé”, roept de man die er uit stapt, “zijn jullie open?” “Eeuh, we zijn hier te gast, maar er is niemand, alles is dicht.” “Oh, zegt de man,”dan bel ik de eigenaar wel even”. We proberen hem er nog van te weerhouden, want misschien stuurt die ons wel weg, en het is al haast donker, we hebben geen zin om iets anders te moeten zoeken.

Maar de eigenaar komt iets later, een halve hippie van begin dertig. Gerrit (of Garreth, dat weten we niet) is erg aardig en zegt dat hij nog helemaal niet open is, maar dat we gratis mogen blijven staan. We zijn z’n eerste gasten. Gerrit heeft net de boel hier overgenomen en wil er een backpackers van maken, maar dat duurt nog een maand of twee.

DINSDAG 28 MEI 2013, naar Johannesburg
’s Morgens kletsen we nog wat met Gerrit en zijn twintig jarige Duitse hippie-vriendin. Erg aardige lui. Dan trappen we de DAF weer aan voor het laatste ritje met Karel en Elleke naar Johannesburg. De tol over de grote weg hakt er best in: 1x 186,- rand, 1x 96,- rand en nog een kleiner bedrag. We hebben met Bert van Bobo campers afgesproken dat we daar twee nachten op hun camping bij hun verhuurbedrijf staan en dat zij ons naar het vliegveld brengen.

Tim, de zoon van Bert en Greet, vangt ons joviaal op. Aardige vent. We kletsen wat en krijgen een bak koffie. Helaas valt de camping een beetje tegen. Het is piepklein, twee plekken zo groot als onze auto, en aan de rand van hun bedrijfsterrein. De prijs is ook niet mis: 100,- rand per persoon en maar liefst 105,- rand per persoon voor de airportservice, terwijl het vliegveld toch vlakbij is. Maar goed, we hebben ook geen zin om wat anders te zoeken, en het is ook wel een handige plek om de volgende dag nog wat klusjes te doen. En het sanitair is erg netjes. Omdat het ’s avonds toch al aardig fris begint te worden zitten we gezellig binnen.




We eten nog samen een pizza op O.R. Tambo International Airport, Johannesburg.

WOENSDAG 29 MEI 2013, de laatste dag in Zuid Afrika voor Karel en Elleke
De allerlaatste dag al weer met Karel en Elleke. Vijf weken vliegen zo voorbij. We hebben samen ruim 5000 kilometer afgelegd door een mooi stuk Zuid Afrika. Veel gezien, door de steenwoestijn van de Karoo gereden, op de Tafelberg gestaan, langs de zandstranden geslenterd, passen boven de drieduizend meter gereden tussen de sneeuw in Lesotho, en redelijk wat wild gezien. En ontzettend vaak heerlijk gegeten in restaurantjes. En dan komt nu het moeilijkste, het afscheid nemen.

De koffers zijn nog wel een keer gepakt. Jan last intussen met het lasapparaat van Bobo een gescheurde steun van het olie-fijnfilter en we lunchen samen buiten op het kleine grasveldje. Om 16:00 uur komt een werknemer van Bobo met een busje om ons naar het vliegveld te brengen. Jan rijdt er achteraan met de motor, zodat we nog twee uur samen op het vliegveld wat kunnen eten, zonder dat de chauffeur hoeft te wachten.

Bagage inchecken gaat snel want er is geen rij, we zijn vroeg. We eten een pizzaatje en Elleke gaat nog op zoek naar een parfum wat ze ergens gezien heeft, maar ze kan het niet weer vinden. We wachten met zijn drieën bij de pizzeria, maar Elleke blijft lang weg. We zijn al bang dat ze de weg is kwijt geraakt in de enorme hallen, maar gelukkig is dit niet het geval. En dan is het zover. Afscheid nemen en inchecken. Tranen vloeien. Eigenlijk zou je snel afscheid moeten nemen, maar na het inchecken zijn ze nog lang zichtbaar door de glazen afscheiding en een lang zwaaien volgt. We hebben alle vier genoten van de afgelopen vijf weken, maar wat ging het snel voorbij.

Als ze uit het zicht zijn lopen we richting motor. Althans, al die parkeerdekken lijken enorm op elkaar, dus het is nog een hele zoektocht. Ze hebben ook niet zo handig als op Schiphol een fietsje of een molentje als herkenning. Alleen nummers, en die zijn op elk dek hetzelfde. Het zoeken naar de motor duurde langer als de rit terug naar Bobo, lang leve de GPS. Karel en Elleke zullen nu wel ergens hoog over ons heen vliegen. Hopelijk verloopt de vlucht voorspoedig.


En dan het moeilijkste moment van de gezamenlijke reis: afscheid nemen.

 

Lieve pa en ma, we vonden het heel erg fijn dat jullie helemaal naar Zuid Afrika zijn gekomen om een stuk met ons mee te reizen. We hebben een heel erg leuke tijd gehad en het was enorm gezellig. Helaas komt aan alles een eind, maar ik weet zeker dat er één, namelijk Dieka, wel blij was dat jullie vakantie er weer op zat. Heel erg bedankt voor de mooie tijd samen.

 

DONDERDAG 30 MEI 2013, op zoek naar een andere camping
Wij gaan rond Johannesburg op zoek naar een camping met wasmachines, want we hebben amper nog schone kleren in de kast. We komen bij een camping genaamd Fairwinds. Zoiets hebben we nog nooit gezien. Het is een camping met vooral vaste standplaatsen, zoals je dit ook wel in Nederland vindt, alleen wonen de mensen hier echt in wrakken van tourcaravans, uit de jaren zestig en zeventig. Er omheen een bende van sloophout en zeilen als afdak, verschrikkelijk hoe die mensen wonen. Eigenlijk de eerste blanke sloppenwijken die we zien. Het is interessant om even over de camping te lopen, maar we willen er voor geen goud staan. Het sanitair is belabberd en vervallen. En toch vragen ze er 140,- rand per nacht voor twee personen. We zoeken maar iets anders, en komen bij David en Marion terecht. Dit zijn twee heel aardige en nette zestig-plussers die bij hun huis met en redelijk stuk grond huisjes verhuren en een camping hebben. Het is eigenlijk wel grappig, we staan als het ware bij hen in de tuin, in een goede woonwijk van Johannesburg. Volgens hun website zouden ze wasfaciliteiten hebben, maar dit blijkt niet zo te zijn, dus de volgende morgen gaan we weer verder. Maar eerst kletsen we nog wat met een Nederlands stel, Bart en Jeanet, dat net aan kwam. Ze hebben hier een 4x4 auto gekocht en komen telkens voor vakantie naar Zuid-Afrika om enkele maanden rond te reizen. Ze komen oorspronkelijk uit Dronten, maar wonen nu in Hengelo, import Tukkers dus.

Wij vertrekken naar Hartbeespoortdam. Volgens de kaart een stuwmeer met natuurgebied niet ver van Johannesburg. Het valt ons nogal tegen, rond het meer is het volgebouwd met zogenaamde estates. Dit zijn luxe nieuwbouwwoonwijken, kompleet ommuurd met daarbovenop rollen prikkeldraad alsof het een gevangenis of kazerne betreft. Je kunt niet eens zo bij het water komen, en een fatsoenlijke wildkampeerplek kunnen we ook wel vergeten. We hebben maar gewoon ergens tussen de muren van twee estates ingestaan. ’s Avonds liepen er wel een paar beveiligers met zaklampen rond onze auto, maar ze lieten ons met rust.

De dag erop vinden we een grote camping. Het is nu laagseizoen, dus de camping is zo goed als leeg. We kunnen er voor een gereduceerd tarief staan. Weer geen wasmachines, en Mariska besluit om dan de was maar met de hand te gaan doen. Jan doet ondertussen onderhoud aan de DAF, zodat deze er weer tegen kan de komende weken als we met Hedwig, Jan’s moeder, een vijfweekse rondrit door Botswana gaan maken.

 

Botswana deel 1