Zuid Afrika deel 7

 



Pygmy Falcon, de kleinste valk.

ZONDAG 1 SEPTEMBER 2013, op naar de woestijn
We douchen nog even op de camping bij Augrabies en rijden dan via gravelwegen verder naar Kgalagadi Nationaal Park.

Dit park is op het drielandenpunt Namibië, Botswana en Zuid Afrika gesitueerd, en deelt zijn grondgebied met Zuid-Afrika en Botswana. Het mooie kantoorgebouw waar we ons moeten melden is precies op de grens Botswana-Zuid Afrika gebouwd, er loopt een streep midden door het gebouw. Vriendelijk is de ontvangst niet. De vrouw aan de Zuid Afrikaanse kant is te lui om haar computer te checken op beschikbaarheid in de campsites. Ze zegt gewoon dat alles vol is.

De vrouw aan de Botswaanse zijde kijkt wel in de pc, en geeft ons een paar mogelijkheden. De campsite die we willen hebben is helaas volgeboekt, dus we boeken maar twee andere campsites. De douane aan de Zuid Afrikaanse kant doet er nog een schepje bovenop, Mariska is volgens de computer al 85 dagen illegaal in Zuid Afrika. Dat is 1.000,- rand boete! Dat is vreemd. Normaal krijg je bij binnenkomst een visum voor drie maanden, maar bij ons hebben ze een fout gemaakt en gaven ze zes maanden, maar blijkbaar is dat niet zo in de computer vermeld. De man kijkt nog eens goed naar het visumstempel en de daarbij met de hand ingevulde datum, en zegt dat die maar drie maanden geldig was, tot de 6e maand. En inderdaad, als je het heel goed bestudeert is het een zes en geen negen met vage verticale streepjes tussen de cijfers.

Jan heeft geen probleem, want bij hem hebben ze een fout gemaakt bij de vorige binnenkomst vanuit Botswana, en hebben ze hem een nieuw visum van 3 maanden gegeven aan de grens. Bij Mariska hadden ze dit in de gaten en gaven geen nieuw visum en wilden toen ook Jan’s paspoort terug maar toen zijn we er gauw vandoor gereden. De politie die ons achterna kwam en de boel controleerde heeft blijkbaar ook de zes voor een negen aangezien en ons laten gaan.

We houden vol dat dit niet onze schuld is en laten de man zien aan de hand van alle stempels in onze paspoorten dat we altijd samen gereisd hebben, dat ze bij Mariska gewoon ergens een fout hebben gemaakt. Hij moet het maar oplossen, maar we betalen niets. Hij zegt dat hij de computermelding niet ongedaan kan maken, en zo Mariska’s paspoort niet kan uitchecken. Na veel zenuwachtig gebel en gedoe, stempelt hij toch het paspoort af en kunnen we Botswana in, zonder de boete te betalen.

 



Reflectie

 

Kgalagadi Transfrontier Park is het mooiste natuurpark dat we tot nu toe gezien hebben. Veel natuurlijker en wilder dan bijvoorbeeld Etosha, of nog erger Kruger, ondanks dat in die parken misschien meer wild zit. In het Krugerpark rij je meestal over grote, veelal geasfalteerde wegen en overnacht je in lelijke afgeschermde campsites, welke tezamen met de vakantiehuisjes, restaurants, winkels, tankstation, etc, etc net een klein dorp is.

In Kgalagadi is het minder druk, rij je over onverharde wegen, in het Botswaanse deel zelfs door mul woestijnzand alleen toegankelijk voor 4x4’s. Ook is het kamperen aan deze zijde zonder hekken, het wild, ook de leeuwen, lopen zo over je kampeerplek. Bij de meeste kampeerplekken aan de Botswaanse zijde zie je je buren niet eens, die staan zo’n 500 meter verderop. De kampeerplekken zijn veelal leeg, van het boekingssysteem klopt dus niets.

We zien veel wild. Al gelijk bij binnenkomst een paar leeuwen en de grootste kudde springbokken die we tot nu toe gezien hebben. Verder natuurlijk oryxen en meer soorten antilopen. Ook een grote groep jakhalzen die de resten van een prooi van de leeuwen aan het verorberen zijn. Het is moeilijk te zien wat voor beest het geweest is, waarschijnlijk iets van een gnoe. De jakhalzen maken een enorm kabaal en mogen aanschuiven in volgorde van hiërarchie.

’s Avonds in ons open kamp zitten we voor de deur, op onze hoede. Toch flitst er ineens jakhalsje voor ons langs en gaat op een paar meter van ons liggen. Waarschijnlijk afwachtend tot we de braai aansteken. Dat gaat niet gebeuren, want we hebben helaas geen hout of kolen meer. Maar die jakhals had net zo goed een leeuw kunnen zijn, je merkt niet als zo’n beest er zo aan komt sluipen. Zonder vuur is het maar beter om vanaf binnen te kijken wat er langs komt.


Jackhals met overblijfsel van een leeuwenmaaltijd.

 


Brown Hyena

De volgende dagen in het park zien we veel leeuwen. De volwassen mannetjes krijgen hier zwarte manen en zien er indrukwekkend uit. Nog indrukwekkender is als ze vlak bij je in de buurt hard beginnen te brullen. We zien een groep van tien leeuwen die onder het bloed zitten. Ze liggen uit te buiken van een vette maaltijd. Ze hebben een oryx neergehaald en samen opgepeuzeld. Lui liggen ze onder de bomen, zo’n vijf meter van onze truck vandaan. De jakhalzen zijn druk met de restanten van de oryx.

’s Morgens kijken we uit het raam en zien we een bruine hyena een diep gat graven vlak voor onze auto. Daar staat een paaltje met een waterkraan en de hyena heeft ontdekt dat er een lek in de aansluiting onder het zand zit. Hij graaft het uit en likt van het ontstane plasje. Dan loopt hij nog een rondje om onze auto. Wat een lelijke gedrochten zijn die bruine hyena’s. Dan ziet de gevlekte hyena er beter uit. Maar erg mooi om zo bij het wakker worden naar te kijken.

We zitten die dag buiten voor de auto, te genieten van de rust en het uitzicht. Er komt een eekhoorntje en een neushoornvogel langs die de pinda’s uit onze hand eten. We horen leeuwen brullen en even lijkt het of het dichterbij komt.

Later horen we van onze buurman een paar honderd meter verderop dat de groep van zo’n tien leeuwen de avond ervoor zijn kamp was binnengelopen, tegen een uur of 7 toen hij net was begonnen te braaien. Met zijn vrouw is hij gauw de daktent ingevlogen, en daar zijn ze pas weer de volgende morgen rond 7 uur uitgekropen, toen de leeuwen het kamp net verlaten hadden. Spannend.

 

We hebben inmiddels al een paar honderd kilometer gereden in het mulle zand in dit park. Dat is goed te zien aan de dieselmeter. In erg mul zand verbruiken we bijna 1 liter op 2 kilometer. We verlaten het park aan de Botswaanse zijde, waar we ook nog zo’n honderd kilometer erg mul zand rijden, en dan verder op gewone onverharde wegen, langzaam richting Zuid-Afrikaanse grens. Op onze kaart en in de GPS staat een tankstation afgebeeld in een klein dorpje. Dat weten we net op de laatste druppels diesel te halen, maar het blijkt dat hier alleen auto’s van de Botswaanse regering mogen tanken. Wat we ook proberen, we kunnen nog geen 20 liter tanken om het volgende plaatsje met een tankstation te bereiken. We moeten maar gewoon kijken hoever we kunnen komen.

Amper vijftig kilometer voor dat dorpje houdt de DAF er mee op. Jan wil net de motor uit de garage halen om met twee jerrycans naar dat dorpje te rijden, als er een pick-upje stopt met wat mensen achterop. Ze rijden ook naar dat dorp om benzine te halen en komen later weer terug. We kunnen hen de jerrycans en geld meegeven, dan nemen ze voor ons diesel mee. We wagen de gok, geven ze 400 Pula, zo’n 40 euro, en twee stalen 20 liter jerrycans. Zien we ze ooit terug? Na zo’n uur of twee beginnen we al te vloeken dat je ook niemand kunt vertrouwen, want zo ver is het dorp toch niet? Maar dan, als het al lang donker is, verschijnt het pick-upje weer en lachend en bierdrinkend leveren ze netjes twee volle jerrycans af. En zo halen wij ook het dorpje, waar we de volgende dag de grensovergang terug Zuid Afrika in nemen.  En waar we op gehoopt hadden blijkt waar te zijn: dit is zo’n kleine grensovergang dat ze geen paspoortscanners hebben. Ze geven dus zo weer een nieuw visum af voor 3 maanden. Officieel mogen ze alleen een 3 maands visum afgeven als je voor de eerste keer het land binnenkomt, of als je direct uit je thuisland komt. Anders mogen ze maar 7 dagen geven, en moet je naar home affairs om daar een verlenging zien te regelen.

Friends

 


Zal dit echt ooit de hoofdweg geweest zijn?

Eerst rijden we een hobbelig zandpad, dan slaan we af een mul zandpad in, waar we weer de banden moeten aflaten omdat we anders flink ingraven. Gelukkig hebben we voor de grens er nog weer genoeg diesel ingegooid.

We verbazen ons als een kruising van twee mulle zandpaden, waar niemand verder rijdt, zo in the middle of nowhere, volstaat met grote borden met de richting en plaatsnamen. Apart.

We rijden zo nog ongeveer een dag over allerlei paden richting het plaatsje Kuruman. Daar willen we boodschappen doen en de natuurlijke bronnen bekijken. Kuruman is een vieze plaats met veel hangvolk. Hetzelfde voor de dorpjes die we passeerden langs deze route. De zwarte bevolking hier vindt dat ze maar gewoon alle plastic rotzooi van zich af moet smijten. Wat een vieze stinkende bende.

De bronnen in Kuruman vallen ook erg tegen. Het water komt nog op natuurlijke wijze uit de grond, dat wel. Maar verder is er ook helemaal niets natuurlijks meer aan. Het is een parkje met hanglui geworden.

De omgeving waar we verder doorrijden is allemaal mijngebied, ijzererts. Hier rijden de langste treinen ter wereld, tot 4 km lang, vol ijzererts. We dachten dat we in Mauritanië al de langste trein ter wereld hadden gezien, 2,3 kilometer lang, maar hier hebben ze dat overtroffen.

 

Het hart van het mijngebied is Shishen. De hele omgeving ligt onder een laag bruin-rood stof. Werkelijk alles. Het is alsof je door een sepia-foto rijdt. Ziet er niet gezond uit. We stoppen nog even bij een enorme graafmachine en een kipper-vrachtwagen die uit bedrijf zijn genomen en nu langs de kant ten toon staan gesteld. Wat een enorm groot spul. Eén laadschop van de graafmachine kan 34 ton ijzererts pakken.

Het landschap is hier verder saai, eentonig, vlak met lage struikjes. Het wordt pas weer wat mooier als we in de buurt van Beaufort West komen, via Loxton. Een mooi berggebied bij de Molteno- en Rosebergpas.

Beaufort West is ook een mooi net plaatsje, maar helaas zo op zaterdag compleet uitgestorven. We kamperen er wild bij een stuwmeertje. Een mooi plekje. Er zitten flamingo’s, nijlganzen, verschillende soorten eenden en steltenlopers.

We bezoeken het Karoo National Park omdat je daar wat mooie wandelingen zou kunnen doen. Dat valt helaas tegen. Alleen twee korte wandelingen van amper en kilometer kun je doen. Een wandeling van 4 en van 11 kilometer is alleen met een gids mogelijk. Daar hebben we geen zin in. We lopen de korte fossil trail, waarlangs allerlei fossielen uit het dino-tijdperk staan opgesteld. Best interessant.


Kipper van de Shishen mijn.

 


Leopard Tortoise

Dan rijden we nog een paar mooie routes door het park met de DAF. Deels over vlak land en deels door de bergen. Erg veel wild zit hier niet. We zien wat verschillende antilopesoorten en zebra’s maar geen neushoorn of leeuw.

Als we even op de campsite van het park ons waterfilter willen schoonmaken zien we er veel grote schildpadden rondlopen. Het is de leopard tortoise, de grootste schildpaddensoort van Zuid Afrika. Ze kunnen zo’n 45kg worden. Ze lopen op de campsite omdat ze gek zijn op het kort gemaaide gras. Het zijn grappige beestjes. Ze schijnen zo sterk te zijn dat als ze onder een auto kruipen ze deze zo iets kunnen optillen. Een schildpad die dit veel deed heette daarom Jack (krik). Helaas is Jack in een diepe kuil gevallen waar hij niet uit kon en is zo tragisch aan zijn einde gekomen. Er komen hier wel vaker van die schildpadden tragisch aan hun einde, als er met de auto overheen gereden wordt. We zien er een rondsjokken met een flink gescheurd en ingedeukt schild. Toch lijkt het weer goed genezen te zijn.

 

We rijden verder naar het Tankwa Karoo Nationaal Park. Onderweg vinden we een mooi bushcampplekje waar we een paar dagen blijven staan. Het blijkt van een boer te zijn, maar die vind het best. We wandelen er wat en komen bij een groot hek dat niet op slot is. We gaan erin. We wandelen door een mooi valleitje en zien tot onze verbazing ook nog aardig wat wild. Een groep giraffen springbokken en aardig wat struisvogels. We denken dat het van een lodge is, maar later horen we van de boer dat het van een rijke Fransman is die hier slechts zo’n vier keer per jaar komt. En met al dat wild dus niet eens een slot op zijn hek heeft.

DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013, Tankwa Karoo
De route naar het Tankwa Karoo NP is erg mooi. Vlak voor we het park in gaan wildcampen we nog bij een klein meertje met al weer wat flamingo’s en ander gefladderte. We gaan het park binnen bij “Middelpos entrance”. Via de spectaculaire Gannaga pas naar beneden. Je kunt vanaf de pas de enorme vlakte van het park overzien. Veel wild zit hier ook niet, maar het is vooral om de woeste uitgestrekte natuur te doen. En in de juiste tijd van het jaar de vele bloemen. Er rennen nog wel wat bavianen weg en we zien nog een stuk of twaalf springbokken. Het is een schitterende route.


Gannaga Pass

 


Mafkezen.

Als we al bijna het park uitrijden via een gravelweg wordt de weg geblokkeerd door wat auto’s en wat blanken. Ze manen ons tot stoppen, we mogen er niet langs... voordat we allebei een Jägermeister hebben gedronken. Het blijkt een ouwe-barrels rally te zijn. We vragen wat de criteria zijn om mee te doen. Dat is een auto van maximaal 1.500,- euro, minimaal twee deuren en vier banden en de inzittenden inclusief de bestuurder moeten beschonken zijn... Aha. 

Ze kamperen die nacht op een plaas (is Afrikaans voor boerderij) van één van de deelnemers en vragen of wij ook meekomen. Dat is voor ons weer vijftig kilometer terug dus we slaan dit aanbod af. Er komen nog wat ouwe barrels aanstuiven over het gravelpad, het is een illuster gezelschap. Aardig wat mooie oude Chevy’s V8 volgepakt met drank en eten, vier man per auto en kentekens als “Blowjob”. We krijgen nog een grote zak biltong (gedroogd vlees), vier lambchops en wat miniflesjes Jägermeister mee voor onderweg. Nadat we onze handtekeningen op het dak van een auto hebben gezet vervolgen we weer onze weg. Wat een stelletje mafketels, maar ze hebben wel lol.

 

We rijden het Swartruggengebergte in, op weg naar de Cederbergen. Ter hoogte van Kaggakamma slaan we ons wildkamp op. Daar staan we een dag of drie, want het weer is niet best. Koud, rond het vriespunt met regen en natte sneeuw. Pas als het weer wat opgeknapt is rijden we verder. Het zonnetje schijnt, het is nu lekker weer. Een mooi dal met een riviertje, groen er omheen en licht besneeuwde bergtoppen.

We maken een paar mooie wandelingen, o.a. een volle dag naar de Wolfsberg Arch, een grote natuurlijke brug in de bergen. Jan doet er nog een extra wandeling aan het eind van de dag door een smalle kloof. Hij heeft een gebrekkig kaartje van het toeristenbureautje. Voor Mariska is de eerste richel al veel te hoog om op te klimmen, Jan kan er net op komen. Mariska wacht dus, en Jan loopt via de smalle richel de kloof in. Maar hij belandt in de verkeerde kloof. Het is een enorm geklauter en het duurt lang voordat hij merkt dat hij eigenlijk verkeerd is. Terug is erg ver. Hij probeert via een andere route weer op het makkelijker pad van de Wolfberg Arch te komen, maar een grote steile bergwand verhindert dit. Terug klauteren dus. Dat duurt uren en het is al dik 7 uur ’s avonds en stikdonker als hij weer terug is op de plek waar Mariska op hem zou wachten. Daar ligt alleen nog een rugzak, met water, koekjes en navigatie. Mariska is inmiddels (net als Jan) al aardig in paniek geraakt en is eerst naar de DAF gegaan, die nog een uurtje lopen bergafwaarts stond. Daar alle lichten aangedaan als oriëntatiepunt en dan met zaklamp weer terug naar boven om Jan te zoeken. Pas na achten waren we samen terug bij de DAF. Jan kon nog amper fatsoenlijk lopen en zat vol schrammen en schaafwonden op zijn benen. Nooit weer alleen met een gebrekkig kaartje op pad dus. Beter samen en met GPS.

Wel was het een schitterend mooie wandeling door een ruw berglandschap met vreemde rotsformaties en spelonken en holtes. We hebben de DAF maar laten staan waar hij stond en hebben geslapen als een os.


Wolfberg Arch.

 


Red Bishop.

Vanaf Cederbergen rijden we naar de westkust, via de plaatsjes Clan William, Elandsbay, St Helena bay, Langebaan, Paternoster en IJzerfontein. Overal bushcampen we, vaak op mooie plekjes aan zee. Ook in dit gebied barst het van de wildbloemen, schitterend. Allerlei kleuren, velden vol, maar oranje voert toch de boventoon.

Vanuit ons slaapkamerraam zien we af en toe zeehonden. De dorpjes zelf vinden we niet zo interessant. Saai, ongezellig. Zelden een leuk terrasje.

Wat ons ook opvalt is dat projectontwikkelaars hele stukken natuur langs de kust hebben opgekocht om er afgeschermde woongebieden van te maken. Maar voordat er überhaupt woningen verkocht zijn, wordt dat hele terrein omheind en worden er straten en lantarenpalen aangelegd. Ook bouwen ze er 1 of 2 modelwoningen, en daar blijft het dan vaak bij. Het is een lelijk gezicht en jammer van die grote stukken natuur.

We bezoeken nog het kleine maar mooie Rocherpan Nature Reserve. We maken er een wandeling van zo’n 9 kilometer om een waterplas die af en toe in verbinding met zee staat. Er zitten vele soorten vogels. En ook veel bloemen nu. Wat jammer is, is dat ze het in zo’n klein parkje op zo’n korte route toelaten om met de auto over het pad te rijden. Die luie blanke Zuid Afrikanen doen dat maar wat graag met hun dikke 4x4’s. En zo zien we platgereden schildpadjes en slangen op het pad. Zonde.

Ook zien we hier een redelijk grote harige tarantula-achtige spin op de grond. Hij is erg agressief als Mariska het beestje uit een graspolletje wil jagen om het op de foto te zetten. Direct gaat het beest op zijn achterste poten staan. We wisten niet dat zulke spinnen hier voorkwamen. Dit leek ons meer iets voor Midden-Amerika.

 

Vanaf Paternoster worden we al gevolgd door een witte personenauto. Als we in Langebaan aan het strand parkeren, stopt deze auto daar ook. Het blijkt een Nederlands stel te zijn, Roland en Debbie, die natuurlijk ook ons Nederlandse kenteken zagen.  We nodigden ze uit voor een kop koffie op een terras en het blijkt dat Roland ook op het Van Hall in Leeuwarden gezeten heeft. Hij studeerde een jaar later af dan Mariska, in dezelfde studierichting. Ze blijken nog wat gemeenschappelijke kennissen te hebben. Ook toevallig. Voor de universiteit van Pretoria heeft hij een tijdlang reptielenonderzoek gedaan.

We bezoeken ook nog het West Coast National Park. Maar voordat we daar ingaan eten we om amper tien uur ’s ochtends een kroket en een frikandel speciaal! We komen langs een klein marktje waar een maffe Hagenees, die al heel wat jaartjes in Zuid Afrika woont, met een Hollandse kraam staat. De kroketten en frikandellen maakt hij zelf.

In het West Coast NP rijden we wat rond en gaan bij drie vogelhutten langs het water zitten. We treffen daar ook weer Debbie en Roland, en nu nodigen zij ons uit voor een kop koffie op het terras van het restaurant in het park. Het is gezellig kletsen.

We rijden nog een rondje over de Postberg, die alleen toegankelijk is in augustus en september. Er lopen zebra’s, eland antilopen, bonte bokken en struisvogels. De Postberg geeft een mooi uitzicht over Saldanha baai en Langebaan.


West Coast National Park.

 


Kaapstad vanaf Lions Head.

DINSDAG 1 OKTOBER 2013, Cape Town
Vanaf hier gaan we verder voor een tweede keer naar Kaapstad, waar we nu ongeveer een weekje blijven hangen, om in en rond de stad de meeste bezienswaardigheden te bekijken. Eerst een dagje op de camping in Melkbosstrand om de was te doen, en dan staan we een aantal nachten op de bewaakte parkeerplaats direct achter V&A Waterfront, in hartje Kaapstad. En dat voor slechts 90 eurocent per 24 uur. Probeer dat eens met een vrachtwagen in bijvoorbeeld Amsterdam of Rotterdam.

We vinden Kaapstad een heerlijke stad, terwijl we normaal niet zo gek zijn op steden, vooral niet op Afrikaanse steden. Het doet ons wat denken aan Sydney. Zelfde sfeer, en ook een mooi havengedeelte.

We lopen rond in de Maleisische wijk Bo-kaap met zijn fel gekleurde huisjes, slenteren en hangen op terrasjes op V&A Waterfront en lopen door de oude Compagnietuinen. We beklimmen Lions Head, de puntige bergtop met een schitterend uitzicht op Kaapstad en de Tafelberg. Ook rijden we nog een rondje Kaap de Goede hoop en wandelen er wat. Vanaf het pad langs de steile klippen naar de vuurtoren kijken we recht omlaag op een aantal walvissen. Wat een mooi gezicht zo van bovenaf. En het is hier bij de vuurtoren best druk met toeristen, maar slechts een enkeling die de moeite neemt om een paadje af te wandelen. En degenen die het doen zien de walvissen niet eens. Die bustoeristen lijken alleen ergens naar te kijken als de tourleider het ze aanwijst. Onbegrijpelijk.

We genieten van de walvissen die tot op een paar meter langs de kant komen. Een stuk of tien Southern Right Whales. Wij staan er zo’n 100 meter boven.

 

Bij Houtbay parkeren we bij Mariners Warf. In het kleine haventje zien we drie dode zeehonden drijven. Iets verderop staat een zwarte man een zeehond vis te voeren en laat hem omhoog uit het water springen. Toeristen maken er een foto van, waar de man weer wat mee verdiend. We vragen de man naar de dode zeehonden. Volgens hem doden de vissers bewust zeehonden omdat die teveel vis weg eten. Triest. En hier hebben ze geen Pieterburen.

Mariners Warf is een aaneenschakeling van winkeltjes, van de ene kijk je zo in de andere, erg mooi gedaan. Met name gebaseerd op vis. Onderin is ook een rariteitenwinkeltje met van alles van en over de zeevaart. Een soort hobby van de eigenaar van de werf. We eten heerlijk in het grote visrestaurant op de 1e etage. Vis natuurlijk. Het blijkt een waar museum te zijn met van alles over de grote scheepvaart. Mooi om alleen al eens door te lopen. Overnachten doen we op de parkeerplaats.

Via Chapman’s peak rijden we naar Noordhoek. Men had ons gewaarschuwd dat het een steile smalle weg is, dus we waren bang dat het met de DAF misschien niet te doen zou zijn. Dit is echter niet waar, het is gewoon een mooie route en de weg is goed, niet smal en ook niet overdreven steil. Wel vragen ze voor het korte stukje een erg stevige tol, 142,- rand voor een vrachtwagen, dat is ongeveer tien euro. Idioot.


Houtbay.

 


Victoriaanse strandhuisjes.

In Simonstown zit een pinguïn wel erg dicht bij het pad. Hij gaat niet weg als we dichterbij komen en reageert nogal maf op onze vingers. Telkens gaat het kopje plat van links naar rechts. Tot hij opeens flink uithaalt en Jan in zijn vinger bijt. Dat geeft meteen twee bloedende wondjes. Wat hebben die beestjes scherpe punten aan hun snavel!

In Muizeneberg bekijken we de bekende felgekleurde Victoriaanse strandhuisjes langs het strand en we bezoeken ook nog weer een dagje de Kirstenbosch Botanical Gardens. Werkelijk heel mooi aangelegde tuinen met een schitterende setting tegen de zijkant van de Tafelberg.

We rijden verder langs de kust naar Hermanus. Eerst gaan we nog even langs bij een voormalig buurmeisje, Sandra, die nu met een vriendin een soort stage doet in het plaastje Strand, voor drie maanden. Ze geven les aan kinderen vanaf zes jaar, op een staatsschool met alleen zwarte kinderen. Ook van hen horen we hoe belabberd het er aan toe gaat. Van de eigenlijke leraren en leraressen leren de kinderen niets, en van de ouders ook niet.

Kinderen van zes kunnen nog niet tellen en kunnen de verschillende kleuren niet eens opnoemen. In de klas is geen discipline en wordt alleen gespeeld en geschreeuwd. Voor Sandra en Katja een hele ervaring. Gelukkig is het voor hen maar halve dagen en hebben ze vrijdags vrij. Ze maken dus aardig wat uitstapjes om wat van het land te zien, en gaan na de stage nog een maandje rondreizen.

 

In Hermanus vinden we een mooi plekje direct aan zee waar we een aantal dagen blijven staan. Het stikt nu van de walvissen in de baai, vanuit ons slaapkamerraam kunnen we ze ’s morgens al zien. Er zitten veel moeders met kalven, een mooi gezicht. Ze komen tot vlak langs de kant, op amper vijftien meter afstand. We lopen elke dag een stuk langs de baai, tot voorbij het kleine centrum van Hermanus, en genieten van die grote beesten voor ons in het water. Hermanus zelf is een best leuk plaatsje met wat gezellige terrasjes aan het water.

Na Hermanus rijden we een mooie route via Stanford, Riviersonderend, Stormsvlei, Bonnievale naar Montagu en de Oubergpas. Het eerste deel gaat door een mooi glooiend heuvellandschap waar van alles verbouwd wordt, vooral graan. We zien aardig wat blauwe kraanvogels. Deze vogels zijn een nationaal symbool voor Zuid Afrika. Mooie grote sierlijke gladde blauw-grijze vogels.

Vlak voor Montagu wordt het landschap ruiger, met kale rotsen. Na Montagu rijden we verder door het Anysberg Natuur Reservaat, waar we wat wandelen naar een klein stuwmeertje. Niet echt spectaculair maar wel mooi. We zien wat watervogels, oryxen en red hartebeesten.


In Hermanus zwemmen de walvissen vlak langs de rotsen.

 


Cottage van Ben en Stephan, waar wij een paar dagen gebruik van mogen maken.

WOENSDAG 16 OKTOBER 2013, vakantiehuisje
We rijden door een brede vallei met aan beide zijden groene bergen bedekt met lage bosjes.

Als we net op een kruispunt staan te overleggen of we nog de doodlopende route naar de Gamkapoortdam zullen rijden of gelijk door naar de Seweweekspoort, stopt er een bakkie naast ons. De bestuurder, Ben, vraagt of we een overnachtingsplek zoeken. We mogen wel op zijn plaas (boerderij) staan. Dat doen we maar. Hij heeft samen met zijn vriend (partner) Stephan een mooie boerderij met een bonte verzameling dieren en een grote plantage in aanleg. Ze zijn bezig met een nieuw enorm irrigatiesysteem.

We blijven er een paar dagen staan en maken vanaf hier met de motor nog een mooie tocht naar de Gamkapoortdam. Onderweg zien we aardig wat klipspringers en klipdassies. We wandelen een mooi stuk langs een riviertje door een kloof. Daar vinden we, na een tip, nog wat rotstekeningen van bosjesmannen.

Ben en Stephan zijn aardige lui. Ook hebben ze bezoek van de buurvrouw die chef-kok is van een restaurant in het natuurgebied, en haar tweelingzus logeert er ook een weekje, ze is herstellende van een auto-ongeluk.

’s Avonds is het er een gezellige bende. De open haard gaat aan en vijf honden van maatje fox-terrier tot ridgeback liggen op de banken er omheen, samen met drie katten. Wij zitten daartussen.

We braaien samen en ’s morgens brengen ze ons versgebakken plaasbrood, zelfgemaakte boter, zelf gemaakte jam, honing, eieren en 2 liter verse melk, zo van de koe. Heerlijk.

Ook mogen we twee nachten in één van de sfeervol ingerichte cottages slapen die ze normaal verhuren aan gasten. Daar kunnen we gebruik maken van het grote ligbad. Toch slapen we net zo lief in ons eigen bed. Dat staat op een mooi plekje onder een paar grote bomen met uitzicht over de plantage. We maken een paar flinke wandelingen over het grondstuk van Ben en Stephan en dat van de buren. Steevast loopt dan een veel te dikke labrador en een overactieve afvalbakkenrashond mee.

Ben and Stephan, thank you very much for inviting us and spoiling us with all the nice food
and the time we had in your lovely cottage!

Op een avond komt Ben en één van de tweelingzussen in het bakkie bij ons langsrijden. Ze gaan bavianen schieten. Jan wil wel eens zien hoe dat gaat en gaat mee. Het blijkt dat ze de bavianen vangen in grote kooien met lokaas. Dan schieten ze ze af. Helaas hebben de zwarte medewerkers van de plantage de bavianen al gezien in de kooien en ze met stokken door de kooi heen doodgestoken. Wat een ellendige dood, dan kun je ze beter schieten. De bavianen worden, net als veel ander wild, door de boeren hier gedood omdat ze teveel schade aan de gewassen toebrengen.  Boer Ben verteld er nog wel bij dat als hij een moeder met baby in de kooi vindt, hij ze weer laat gaan. Dan kan hij het niet over zijn hart verkrijgen om ze te schieten.

Na afscheid te hebben genomen van boer Ben rijden we de prachtige Seweweekspoortpas. Aan beide kanten mooie hoge rotsformaties. Via Calitzdorp, waar we de BMW voltanken, rijden we verder naar Swartbergpas. Dit is misschien wel één van de mooiste passen van Zuid-Afrika. Een mooie slingerweg met schitterende uitzichten. We rijden hem met de motor. Officieel mag je met een vrachtwagen boven de tien ton of langer dan zes meter niet rijden, maar dit zou best goed te doen zijn. De pas is aangelegd door vele gevangenen onder leiding van Thomas Baines.

We rijden ook nog een dag met de motor de 50 kilometer lange doodlopende route naar Die Hel. Dit is een spectaculaire route, smal op sommige stukken en met diepe afgronden. Het pad is ook ruw. Een paar keer over moeten we een rivier doorwaden, waarbij we aardig nat worden. Het geeft niet, dat is met dit zonnetje zo weer droog. Het is wel even oppassen met de keien in het water. Onderweg zien we weer aardig wat klipspringers. Dit zijn kleine stevige bokjes die verrassend goed over en langs de steile rotsen springen.

Het heet daar Die Hel omdat het vroeger een hel was om over de bergen in het vruchtbare dal te komen. Er leefden een paar boerenfamilies afgescheiden van de rest van de wereld.  Pas in 1960-62 is er het huidige pad naartoe aangelegd.


Pad naar Die Hel.

 


Bij het bedrijf van Peter.

Via Oudshoorn rijden we naar George. Daar bezoeken we Peter en zijn vrouw Dalene. Peter heeft er via zijn bedrijf, hij bouwt vrachtwagens, voor gezorgd dat we erg vlot onze nieuwe banden kregen in Springbok. Sindsdien hebben we contact gehouden. We kunnen bij ze voor het huis op het gras staan. Hier blijven we een paar dagen. Peter geeft ons een rondleiding in zijn bedrijf waar hij schade-herstel doet aan vrachtwagens maar ook speciale vrachtwagens opbouwt, zoals zandkippers en voertuigen voor de brandweer. Zelf is Peter kampeer- en 4x4 enthousiast en zo bouwt hij af en toe ook een 4x4 camper op. Hij is nu bezig met een Iveco Daily 4x4.

Bij het bedrijf werken zo’n 35 man. Peter is bezig het over te dragen aan zijn zoon en partner, zodat hij zelf ook eens flink op pad kan met zijn eigen 4x4 vrachtwagen camper. Minimaal voor twee jaar.

Vanaf hier maken we verschillende uitstapjes op de motor. O.a. naar Wilderness waar we in het kleine Nationaal Park een mooie dagwandeling maken. Ook rijden we de Seven Passes Road, een prachtige gravelweg door bebost berglandschap.

George heeft ook een mooi spoorwegmuseum. Behoorlijk groot met een flinke verzameling locs maar ook andere oude voertuigen. Er is eigenlijk een besloten feestje als we het bezoeken, maar met goedvinden van een bewaker sneaken we toch gauw naar binnen. We wagen het maar niet om aan te schuiven bij het buffet. Dalene heeft weer heerlijk gekookt en er komen Nederlandse vrienden van hen op bezoek, Gerrit en Trudy. Een Fries stel dat 6 maanden in Nederland woont, en 6 maanden hier. Weer is het erg gezellig.

Jan rijdt nog een middag met Peter de Montagupass op de motor. Peter rijdt een Kawasaki KLR. Hij kent de best spectaculaire gravelweg goed en geeft flink gas. Jan moet nog goed zijn best doen om hem bij te houden. Nu zitten er ook bijna geen noppen meer op de banden van de BMW, tijd om eens te vervangen. Met de vrachtwagen is de Montagupass niet te doen. Er zitten te lage doorgangen in.

Peter and Dalene, thanks a lot for everything. For helping us getting new tyres, for us staying in your garden,
the lovely food and showing us around. We had a great time!

Mariska is intussen met Dalene mee naar een tuindersbedrijf met aardbeienveldje waar je zelf kunt plukken. Ook is er een leuk restaurantje, waar een aarbeienshake op het terras goed smaakt. Ook zij hebben een gezellig middagje.

Vanaf George rijden we verder via de N2 naar Knysna. Daar kijken we even rond en nemen dan weer een mooie gravelroute door de bossen. We maken nog weer een mooie wandeling van een kilometer of tien. The white elephant walk, langs Big Tree door mooi jungle-achtig bos. Helaas begint het te regenen. We rijden nog een stukje op de inmiddels modderige weg en vinden weer een mooie wildkampplekje in de bossen.

En zo gaat het eigenlijk maar door in Zuid-Afrika. We rijden de ene mooie pas na de andere, zoveel mogelijk onverhard over kleine weggetjes, bezoeken allerlei wildparken en ontmoeten veel aardige blanke Zuid Afrikanen die ons telkens uitnodigen, vooral om mee te braaien.

We rijden de Alfreds Pass en slaan bij het plaatsje Avontuur (toepasselijke naam) af de Langkloofroute op. Ergens onderweg laat Jan de banden van de motor vervangen, want we willen de Baviaanskloof route rijden en dan kunnen we maar beter weer wat grip hebben. We hebben nieuwe banden zelf bij ons. Overal waar we vroegen bij bandenbedrijven met bandenlicht-apparatuur vertelden ze dat ze motorbanden hier niet met de machine doen, maar gewoon met de hand, met bandenlepels. Uiteindelijk laten we dat dus maar doen, het kost ook niets, slechts 70 rand per band, zo’n 5,- euro.


Jungle-achtige natuur rond Knysna.

 


Lekker braai bij Johan en Charmaine thuis.
ZATERDAG 2 NOVEMBER 2013, avontuur in Patensie
Helaas blijkt, als we de volgende morgen al weer zo’n 100 km verderop vlak voor de toegang naar de Baviaanskloof de motor uitpakken, dat ze het niet goed hebben gedaan, de achterband is leeg. Shit, natuurlijk ook nog net op zaterdag. We rijden een stukje terug met de DAF naar het plaatsje Patensie om te kijken of het bandenbedrijf daar open is. Helaas. We parkeren maar op een klein parkeerplaatsje bij een “Padstal”, een uitspanning met terrasje. Jan gaat nu zelf met de band aan de gang. Van andere motorrijders krijgt hij nog wat plakkers, maar het blijkt dat de sufferds van het bandenbedrijf de binnenband op maar liefst 16 plaatsen kapot hebben geknepen met de bandenlepels. De vriendelijke uitbaatster belt even met de eigenaar van het bandenbedrijf, Johan. Die komt er meteen aangereden en Jan gaat mee om daar een nieuwe binnenband in te zetten. Jawel, op een bandenlicht-apparaat, dus goed deze keer. Ondertussen biedt de uitbaatster, de dochter van de eigenaresse, Mariska een kopje koffie aan en gaat samen met Mariska op het terras zitten kletsen. Ongelofelijk wat zijn de mensen in Zuid Afrika vriendelijk en behulpzaam.

Van motorrijden komt natuurlijk niets meer, het is al haast middag. Johan van het bandenbedrijf nodigt ons uit om in zijn erg ruime tuin te gaan staan, en vanavond mee te braaien. Een goed idee. Vanaf zijn tuin, die hoog gelegen is, net twee kilometer buiten het dorp, hebben we een mooi uitzicht op de omgeving. We maken kennis met zijn vrouw Charmaine en hun twee kleine dochtertjes. Er komen ook nog een bevriend stel met twee kinderen en twee buren meebraaien. Weer een gezellige boel. De braai is in een grote tractorvelg, makkelijk.

Er worden langs het riviertje bamboestokken gezocht. Iedereen doet er aan het uiteinde een flink stuk deeg omheen en zo zitten we met zijn allen met een stokje boven het vuur, broodjes te bakken. Braaibrooitjies (spreek uit: braaibrooikies) noemen ze dat hier. Lekker. Het werkelijke braaien is pas weer erg laat, zoals dat gebruikelijk is in Zuid Afrika. Eerst flink vuur en dan met veel bier wachten tot het hout kolen zijn geworden waarop gebraaid kan worden. De kinderen vermaken zich goed met donderjagen in de grote tuin en marshmallows braaien. De buurjongens hebben allebei een quad meegenomen en daarmee zitten de kinderen op en neer te rijden. Hier kan ook alles, mooi als je zoveel ruimte hebt en de ouders niet te bang aangelegd.

 

De volgende morgen zijn we vroeg op pad om nu eindelijk de Baviaanskloof te gaan rijden. De route is 200km lang, maar omdat we ook weer naar hier terug moeten, rijden we ongeveer tot halverwege en dan terug, zo’n 200 kilometer in totaal dus. We zijn hier aan de spectaculairste kant van de kloof en zien dan het mooiste gedeelte twee keer. Charmaine biedt nog aan dat Mariska dan wel op haar motor kan, dan kunnen we allebei rijden. Ze heeft ongeveer net zo’n motor als wij, maar veel nieuwer. Een BMW GS 650 Dakar. Laten we dat maar niet doen. Het is nogal een ruwe route. Onverhard en op sommige plekken steil. En met veel rivierdoorwadingen. Zal je net zien dat we met die geleende motor brokken maken. Maar dat ze zo aan wildvreemden hun motor aanbieden, weer eens ongelofelijk.

De route is erg mooi. Schitterende uitzichten en redelijk ruig op sommige plekken. Bergafwaarts zetten we de motor af en in z’n vrij en zo suizen we bijna geruisloos naar beneden. Daardoor zien we veel wild dat ons te laat hoort aankomen. Verschillende soort bokkies staan wat verbaasd midden op het pad. En bavianen natuurlijk. Prachtig. En zo stuiten we als we een bocht omkomen ook plotseling op een grote volwassen mannetjes buffel. Oei, daar sta je dan op je motortje. Het kolossale beest staat midden op het pad op nog geen twintig meter afstand naar ons te kijken en te snuiven, met zijn bijna één meter brede hoorns naar ons gericht. Dan verdwijnt het snel in de bosjes. Pfff, gelukkig. Het is één van Afrika’s meest gevaarlijke dieren. En vooral eenzame mannetjes kunnen nog wel eens agressief zijn.

We wisten niet hoeveel rivierdoorwadingen er zouden zijn. In een boekje lazen we 86 keer! De zwarte vrouwelijke ranger  bij de ingang vertelde ons slechts 1x. Volgens Peter is het zo’n 30x. Die zit er dichterbij lijkt ons. Maar veel water is er zeker. Het heeft de afgelopen tijd flink geregend, het slingerende riviertje waar we zo vaak door moeten staat hoog. Op sommige plekken moeten we zeker 100 meter lang door het water. Vaak is de ondergrond gebetonneerd, maar ook een aantal keren niet. Dan rij je over ronde rivierkeien.

Gelukkig weet Jan de motor overeind te houden. We spraken vooraf een motorijder die het niet aandurfde. Hij kent hier in de buurt een motorgarage die regelmatig een verzopen motor moet ophalen en het water weer uit het motorblok moet tappen.

De meest doorwadingen zijn niet dieper dan zo’n 30 à 40 centimeter, maar bij één wat langere doorwading gingen we plotseling wel erg diep. De motor maakte even een raar geluid maar bleef lopen, Jan hield het gas er aardig op. Mariska bleef achterop nog redelijk droog, alleen natte benen. Jan was gewoon doorweekt tot op zijn schouders. Gelukkig is het lekker warm weer en droogt alles snel weer op. We rijden tot Zandvlakte waar we wat drinken, en keren dan weer om naar Patensie. Het is een schitterende route waar we met de nodige stops toch de hele dag over doen.


Dat is toch zeker 100 meter over ronde rivierkeien en
niet wetende hoe diep het is!

 


Ultra light vliegtuigje van Johan en Charmaine.

Als we terug komen bij Johan en Charmaine wacht ons nog een verrassing. Johan blijkt in een kleine hangar op zijn erf een ultra-light vliegtuigje te hebben, een tweezitter. Hij neemt Mariska mee voor een vluchtje. Jan is helaas te zwaar voor zijn wat korte startbaan.

Het vliegtuigje is gemaakt van een stalen frame, omspannen met doek en allerlei staalkabels om de boel strak en stevig te houden. Op de bovenliggende hoofdvleugel zit een 52pk  2-takt 2 cilinder Rotax motorblokje gemonteerd, met een naar achteren gerichte duwende propeller. Het apparaat staat op drie kruiwagenwielen.

Eerst wordt hij zorgvuldig afgestoft. Wat tweetakt benzine erin en hij start direct. Eerst hobbelen ze samen de onverharde startbaan op en neer. Controle op modderplassen, stokken en stenen.

 

En dan maakt het ding vaart en vliegt langzaam klimmend over Patensie. Het reageert heel direct op de bewegingen van het stuur, en de eerste zwenking is dan ook even schrikken. Spectaculair is het wel. Johan maakt met Mariska een korte rondvlucht van zo’n kwartier, het begint al donker te worden.

Ondertussen gaan Jan en Charmaine ieders op een motor naar de overstromende Baviaansrivier kijken. Beide een dochtertje achterop. Zo klein als ze zijn, zijn ze absoluut niet bang op de motor, zelfs niet op deze ruwe zandweg. “Harder, harder” roept het dochtertje bij Jan achterop.

Erg ver kunnen we niet, de Baviaansrivier buldert over de brug en over het wegdek heen. Net als ze daar staan komt het vliegtuigje met Johan en Mariska laag overscheren.

Charmaine en Jan zijn net op tijd terug bij de landingsbaan om het kleine vliegtuigje te zien landen.

De landing ging heel soepel, “maar dat ligt vooral aan de piloot”, aldus de piloot. Mariska had gedacht met een aardige klap neer te komen, maar gelukkig was dit dus niet zo.

Het was kort, maar een unieke ervaring.


Piloot Johan.

 

Johan and Charmaine, thank you so much for this unforgettable and extreme unique experience!

 

Na Patensie gaan we nog twee dagen naar Addo Elephant Park. We waren hier al eens eerder geweest, tijdens de rondreis met Karel en Elleke, maar dat was toen erg kort.

We zien weer allerlei antilopen en zebra’s en een leeuw, maar ook eindelijk eens stokstaartjes van heel dichtbij. Ze lopen gewoon om onze wagen heen. Prachtige diertjes. Ze communiceren met elkaar via een constant zacht, grappig gemopper.

Ook is er iets aan de hand met de olifanten. Ze blijken zich allemaal te verzamelen. Op een bepaalde plek zien we er een paar honderd bij elkaar, en van verschillende kanten komen er nog meer aangesjokt. En dat is best vreemd om deze tijd van het jaar, waar overal water genoeg is in het park, en het overal groen is. Een prachtig gezicht, een vallei die langzaam volloopt met olifanten, de meesten roodbruin van de modder.

Na Addo rijden we verder naar het noorden, over de Zuurberg, de R335. Een prachtige route door de bergen, over de Zuurbergpas. Een niet al te breed pad, met hier en daar ruwe stenen en uitgespoelde geulen. Af en toe langs een behoorlijke afgrond.

We rijden door tot Graaff-Reinet, een mooi plaatsje met mooie oude huizen en een flinke kathedraal. In een boerenwinkeltje kopen we sap en melk, waarvoor je je eigen fles moet meenemen. Het wordt zo uit een vat getapt. Heerlijke guave en mango sap.

In Graaff-Reinet blijven we overnachten, en rijden dan door naar Camdeboo Nationaal Park. Daar bezoeken we eerst de Valley of Desolation een mooie route naar de top van een berg. Volgens een bordje verboden voor boven de 3,5 ton, maar de DAF tokkelt er wel tegenop, voor de zekerheid in de lage gearing.

Vanaf de top maken we een wandeling waarbij we een prachtig uitzicht hebben over eerst Graaff-Reinet (hoezo Desolation?)  en daarna over allerlei grillige rotsformaties, pieken en pilaren.

Het game-viewing gedeelte van het park stelt niet zoveel voor. We zien wat red hartebeest, springbokken, kudu’s, blesbokken, black wildebeest, vervet apen en struisvogels. Allen behoorlijk ver weg. En bij de Valley of Desolation nog wat klipdassies en landschildpadden.


Stokstaartje

 

Vanaf Camdeboo rijden we via Nieu-Bethesda richting Cradock om daar een rondje te rijden door het Mountain Zebra National Park. Landschappelijk een erg mooi park, met inderdaad veel Mountain zebra’s. Dit zijn erg mooie zebra’s met brede strepen en geen schaduwstrepen zoals de Burchell’s zebra’s. Stevig gebouwde zebra’s. Verder zien we nog black wildebeest en de gebruikelijke antilopen.


Burchell's Zebra

Mountain Zebra

 

We rijden langs Lake Arthur richting Tarkastad om vanaf daar weer een paar dagen een prachtig onverharde route te rijden. Het pad kronkelt door mooie valleien, over hoogvlakten en steeds omgeven door glooiende bergen bedekt met grassen en af en toe ruige rotspieken. Geen gevaarlijke smalle route langs brokkelrandjes maar goed begaanbare paden en bergpassen. Route: Cradock-Lake Arthur-Tarkastad-R344 Sterkstroom-R344 Dordrecht-linkroad naar R396-R396 Rossow-Barkley East-Rhodes-Naudes Neck pas.

 


Leuke ontmoeting met Chris en Lounie.

Prachtige bloemen bij ons bushcamp plekje.

Al een poosje zien we op het pad voor ons een bandenspoor met hetzelfde profiel als de banden die we zelf rijden. Dat is hier geen gebruikelijk profiel, en we rijden zeker ook geen rondjes. Net voorbij het dorpje Rhodes rijden we de bocht om en zien we een grote MAN overlandtruck staan met Zuid Afrikaans kenteken. We stoppen natuurlijk even en maken kennis met Chris en Lounie. Twee zeer hartelijke zestigers uit Vanderbijlspark. Ze zijn enthousiast om ook eens een andere overlandtruck te zien, en wij net zo, zeker een Zuid Afrikaanse. Dat is niet zo gebruikelijk hier. Zuid Afrikanen reizen vooral met 4x4’s met daktent of een off-road caravan.

Chris en Lounie nodigen ons uit voor een heerlijke lunch met warme worstenbroodjes en we bekijken elkaars truck. Die van hen is nu zeven jaar oud, maar ziet er werkelijk nog als nieuw uit. En erg groot. Ze hebben hem in Zuid Afrika laten bouwen door een Duitser, ene Klaus, die eerst voor Action Mobil werkte. Dit was gelijk de laatste truck van Klaus, want Klaus werd vermoord door zijn compagnon, die nu dus in de tronk zit.

Het klikt goed en we spreken af nog een stukje verder te rijden en vlak voor de top van Naudes Neck pas samen te gaan staan voor de nacht. Net als wij houden zij ook niet zo van campings en wildkamperen ze liever.

We vinden een mooi plekje op de berg, met een schitterend uitzicht. De twee wagens kunnen net achter elkaar staan. We pakken eerst niet eens onze stoelen en tafels, maar liggen languit in het gras met een koud biertje van het uitzicht te genieten. Het blijkt dat Chris en Lounie dezelfde hobbies hebben als ons: reizen, auto’s en motoren. Wel met een iets ander budget. Chris rijdt Ferrari FF en Lounie een Porsche 911 Turbo. Ze hebben al van alles gehad, van Aston Martins, verschillende Ferrari’s tot Lamborghini’s. En dan ook nog speciale uitvoeringen, zoals nummer 28 van een oplage van 40 Murcielago’s toen Lamborgini 40 jaar bestond en een Ferrari GTO, de enige in Zuid Afrika. Wauw, die mensen genieten er wel van zeg. Maar Chris is gekker op motorrijden, dus ook daar heeft hij een mooie collectie van. Van antieke motoren tot de nieuwste superbikes van BMW en Ducati.

Genoeg stof om over te praten dus. Het is een gezellige namiddag en avond, en we mogen mee-eten, want voor ze vertrokken had één van de huishoudelijke hulpjes thuis, een flinke maaltijd klaar gemaakt. Vanwege zijn werk (hij is producent van de bekende metaal-golfplaat waarmee onder andere de allerarmsten in Afrika hun hutjes bouwen, maar waarmee ook het dak van het internationale vliegveld in Johannesburg is bedekt) reizen ze nooit erg lang. Nu zijn ze op weg naar hun 2e huis in George, maar voor andere reizen laten ze een chauffeur hun MAN naar het land van bestemming rijden, waarna zij overvliegen om daar met de truck rond te reizen. Ongelofelijk, maar als je wel de centen hebt en niet de tijd, waarom niet? Ze zijn erg leuke en gewone mensen.

We kletsen de volgende dag nog zo lang dat het al bijna middag is als we afscheid nemen. We spreken af ze ergens in februari nog eens op te komen zoeken in hun woonplaats.

 

De route blijft onveranderd mooi. We komen op een gegevens moment door een smalle vallei met aan de ene kant een riviertje met vlakke kleine weiden. Uniek voor Zuid Afrika dat er eindelijk eens geen hek omstaat.

Het is 20 kilometer voor Mount Fletcher, we zijn nog niet zo lang op pad deze dag, maar het is er zo mooi, dat we besluiten te stoppen. Mariska struint wat rond tussen de rotsblokken door, terwijl Jan de remmen stelt. Wel zo veilig in dit berggebied, en met de nog hogere bergen van Leshoto voor de boeg.

Na een uur wordt het vrij plotseling erg donker in de lucht en begint het te regenen, jammer. Gelukkig was Jan net klaar met de remmen en we gaan samen buiten onder de achterklep zitten. Het is niet koud en na een uurtje is de regen voorbij.

De volgende ochtend staan er wat dames voor de deur. De dames spreken bijna geen Engels, maar Xhosa en Sotho. Hun gezichten zijn opgeschilderd met een okerpasta. Jan noemt het beauty-creme en de dames moeten er hard om lachen. Ze vragen sweeties. We geven ze Goldbeeren (had een Duitse toerist in Hermanus een zak vol van aan onze deur gehangen met de mededeling dat wij op onze reis vast wel mensen tegenkwamen die ze graag lusten). De dames praten erg luidruchtig. Ze staan pal naast elkaar maar schreeuwen alsof er een kilometer tussen zit. Ze gaan aan het werk. Met een schop en een pikhouweel geulen graven voor afwatering.  We moeten meekomen om foto’s te maken. Het terugzien van die foto’s vinden de mensen hier altijd prachtig. Jan probeert ook nog een stukje met de pikhouweel, maar het is verdomd zwaar werk. En dat doen hier de vrouwen!


Oker

face

 

Wij vervolgen onze weg en zo’n tien kilometer voor Mount Fletcher wordt de weg asfalt, en is de omgeving ook minder mooi. Glooiende heuvels gestippeld met huisjes en hutjes. In het dorpje Matatiele doen we boodschappen en kunnen we bij een blanke die een kantoorpand aan het bouwen is onze watertank vullen.

Na het dorp wordt de natuur weer mooier. Vlak voor de grens met Leshoto vinden we een prachtig bushcamp plekje op Qacha’s Neck. Het is er heerlijk rustig en we staan met de DAF op de rand van een afgrond met uitzicht over de diepe vallei onder ons en de enorme bergen van Leshoto er omheen. Ondanks de hoogte en de redelijke wind is het er niet koud. We eten buiten en worden getrakteerd op een spectaculaire zonsondergang met oranje en roze wolken.

 

 

 

Lesotho