Botswana deel 2

 

Zaterdag 22 juni 2013
We maken ’s morgens eerst nog een mooie rondwandeling langs de rivier. Wel oppassen, want we weten niet waar overal nijlpaarden kunnen zitten. Ook lopen we een stukje over de vlakte achter de campsite, waar wat impala’s rondscharrelen. De vlakte is drassig, dus we kunnen niet helemaal oversteken.

We rijden daarna door het park terug naar de hoofdweg, de B8, die helemaal door Bwabwata nationaal park door loopt. We rijden die weg af, maar zien niets geen wild meer, jammer.

In het plaatsje Divundu willen we tanken. We hebben niet veel contant geld meer, en de twee pinautomaten in het dorp doen het niet. We schrapen met zijn drieën al het geld dat we hebben bij elkaar en daar kunnen we net genoeg diesel tanken om morgen het eerste tankstation in Botswana te halen en voor wat over is naar een camping hier in de buurt.

We gaan naar Ngepi campsite, een mooie camping direct aan de oever van de Okavango rivier. Maar als we er aankomen vertellen ze dat ze volgeboekt zijn, ook al lijkt het nog zo goed als leeg. Maar we mogen op de parkeerplaats direct bij de bar staan, en krijgen nog korting ook.

Langzamerhand stroomt de hele camping vol. Het blijken allemaal deelnemers te zijn van de Zuid-Afrikaanse Put Foot Rally. Geen echte rally, maar een drieweekse jaarlijkse liefdadigheidsrit door verschillende buurlanden van Zuid-Afrika, waarbij de deelnemers schoenen uitreiken aan arme bevolking.


Eindelijk een plek met internet, dus even wat mailtjes naar het thuisfront sturen

 


Okavango rivier bij maanlicht

Ze geven dus geen geld, maar hebben daadwerkelijk een hele lading schoenen bij zich, aangeschaft met behulp van sponsoren en geld dat ze zelf hebben ingelegd om met de rally mee te doen. Er zijn van allerlei voertuigen bij. Flink uitgedoste Jeeps, Landrovers en Landcruisers, maar ook oude Mercedessen en Volkswagen T2 bussen.

We eten met zijn drieën bij de lodge van de campsite. Een buffet, geserveerd op het terras met uitzicht over Okavango rivier. Helaas is het al donker.

Jan gaat ’s avonds nog even een biertje drinken in de bar, want het zal er wel gezellig zijn met zoveel lui. Maar dat valt tegen, rond half tien zijn er nog maar een paar gasten.

Het feest blijkt pas veel later los te barsten, als we al in bed liggen. En het gaat door tot de vroege uurtjes. We kunnen er flink van meegenieten, want we staan immers net achter de bar. Van slapen komt dus niet veel. Een populaire plaat die ze veel draaien is “Tonight” van Fun! We lopen hopeloos achter met de “nieuwe” muziek en kenden het inmiddels twee jaar oude nummer dus niet, maar het klonk goed. Zal in Nederland ook vast wel een hit geweest zijn.

 

Zondag 23 juni 2013
Nog een beetje brak van de korte nacht, slepen we onze tafel en stoelen naar het zonneterras dat half boven de Okavango rivier gebouwd is. Daar ontbijten we heerlijk in het zonnetje, met een prachtig uitzicht over het water. In het water naast ons drijft een zwemkooi zodat je kunt zwemmen in de Okavango zonder door de krokodillen opgevreten te worden.

We lopen nog een stukje over de campsite. De douches en vooral toiletten zijn geweldig. Degene die ze aangelegd heeft, heeft wel een goed gevoel voor humor. Zo staat er voor een toiletgebouwtje een bordje met linksaf voor heren, rechtsaf voor dames. Je komt dan in dezelfde ruimte uit, waar aan de rechterkant de boel netjes wit betegeld is, een roze wc-mat voor de pot ligt, en het deksel voorzien is van een roze bontje. De linkerzijde van de ruimte is kaal grijs beton, met alleen een wc-borstel en een wc-pot waarvan de bril en het deksel omhoog staand met een slot is vastgemaakt, zodat de heren niet over de bril kunnen pissen.

Ook is er een “toilet of eden”. Een met riet omheind weelderig stuk bush, waar in het midden onder een boom een toiletpot staat opgesteld met een wastafel. En het is netjes schoon en werkt perfect.

Zo ook de “boskak”. Ook een afgeschermd gedeelte met een toilet in het bos, en een touwtje waar je aan moet trekken om de mestkevers te roepen als je klaar bent (doortrekken dus).

“Bathing with the stars”, is een grote zinken wastobbe met een kraan voor warm water, op een door een rieten omheining afgeschermd stuk bush, zo onder de open sterrenhemel.

En zo is er nog een hele variatie aan bijzonder sanitair. En ja, hier moet je dus gebruik van maken als je moet, want er is geen “gewoon” toilet.


Boskak 

Terug in Botswana 


Tsodilo Hills 

Dan rijden we weer verder de grens over met Botswana. Even wat gezeur over roadtax dat we opnieuw moeten betalen, maar het gaat over slecht 10,- euro, dus betalen en verder. Het hoort drie maanden geldig te zijn, maar ga je even de grens over, ook al is het maar een uurtje, dan vervalt de geldigheid. Afrikaanse logica.

Ook weer een wanstaltige poging tot controle van mond- en klauwzeer en een vadsige politieagent wil binnen kijken in het woongedeelte. Jan springt er in zonder trap, en reikt de man een hand toe om hem er ook in te laten klimmen. Maar de slappe vaatlap werkt niets mee en Jan krijgt het gewicht niet alleen omhoog. De agent laat het er maar bij en we kunnen verder.

We rijden naar de Tsodilo Hills. Een paar heuvels in het verder vlakke landschap van Botswana, waar onder andere oude rotstekeningen van de San (bosjesmannen) te zien zijn. Het staat op de lijst voor Unesco werelderfgoed. In onze vier jaar oude Lonely Planet was het nog gratis en kon je tussen de heuvels wandelen en vrij kamperen, maar tegenwoordig vragen ze per dag 50,- pula p.p. en 120,- voor de verplichte gids per wandeling. Kost ons dus 27,- euro samen. Ze weten wel van prijzen hier.

Het is al laat dus we besluiten dit morgen te aan doen en we wildkampen een paar kilometer terug in de bush.

Helaas komt er geen wild voorbij, nou ja, op een stuk of dertig parelhoenders na dan.

 

Maandag 24 juni 2013
Op tijd gaan we ’s morgens naar de entreepoort van de Tsodilo hills. We betalen en krijgen een gids aangewezen. Een vriendelijke oudere man, een echte San. De San zijn goed te herkennen aan hun iele bouw, lichte huidskleur en specifieke gelaatstrekken. Ze zijn heel anders dan de andere stammen in Afrika. Deze man zou qua uiterlijk ook gemakkelijk een Indonees kunnen zijn.

We hebben deze gids voor ons drieën en kunnen dus mooi op eigen tempo rond. Het is een erg aardige, lollige man, die echt veel weet te vertellen over de omgeving en de heuvels. Hij is er dan ook geboren en er zijn hele leven gebleven. Vroeger woonde hij met zijn ouders in een hut op de flank van de heuvels, maar sinds het onder Unesco valt kan dit niet meer en wonen ze in het dorp ernaast. Het is een mooie wandeling, eerst tussen de twee heuvels door, langzaam omhoog en dan klauterend over rotsen naar beneden. Er staat zo’n twee uur voor, maar Hedwig heeft wat last van haar knieën, dus we doen rustig aan en zijn zo’n drie uur onderweg.

De grotere heuvel is de man, de kleinere de vrouw, vertelt de gids. De kleinere glooiingen rondom zal dan het kroost wel zijn. De rotsen hebben prachtige pastelkleuren. Lichtroze, lichtgeel en lichtgroen. Her en der bekijken we rotstekeningen, sommige die we zonder gids niet hadden kunnen vinden. We zien neushoorns, giraffen, antilopen en zelfs een pinguïn en een walvis. Niet echt, maar getekend op de rotsen dan hè. Die pinguïn en walvis is wel opmerkelijk, omdat we erg ver van zee zitten hier. Dat geeft aan dat de San echte trekkers waren die meereisden op de seizoenen, waar op dat moment het meeste voedsel voor hen was. En hoe ze in contact stonden met andere San die in aangrenzende gebieden leefden.


Op pad met onze San gids. Ja, dit is nu een echte Bosjesman,
dat zie je toch zo!  
 

En dit zijn ze dan: de beroemde "dansende penissen"  

We zien ook een tekening van een paar mannetjes met speren die achter schildpadden aanzitten. Volgens onze gids de oudere mannen die alleen nog snel genoeg zijn om op schildpadden te jagen. Ook laat hij ons de beroemde rotstekeningen zien van de dansende penissen. Poppetjes met wijd uitgestrekte armen en enorme penissen. Ondersteboven hangend onder een steen waren we er zo door gebiologeerd dat de betekenis ons ervan is ontgaan. Waarschijnlijk een afbeelding van een feest vol extase na een voldane jacht. Over hoge rotsblokken klauteren we weer de heuvel af naar de DAF. Vooral voor Hedwig is dat nog een hele toer, maar dat doet haar goed. Ze klaagde al dat ze spierpijn had van het luieren.

Na afloop kijken we nog even in het kleine museumpje, en gaan dan buiten picknicken. De gids komt nog even langs, of we 20,- USD willen wisselen tegen Pula’s. Dat lukt en we nodigen hem uit voor een kopje rooibosthee, waar hij maar liefst acht scheppen suiker in kiept. Doet ons denken aan de mensen in Marokko. Maar de gids heeft wel hele mooie tanden, in Marokko zagen we vooral afgeknapte gele en rotte stompjes van alle suiker.

 

We geven de gids nog wat zakjes rooibosthee mee en wij rijden naar de uitgang en gaan nog even kijken bij de mooie hut waar de vrouwen uit het dorp hun zelfgemaakte spullen verkopen. Het zijn niet allemaal Sanvrouwen, het is een gemixt dorp. Er zijn ook wat hele donkere, vrij forse vrouwen bij.

Ze maken mooie dingen. Veel van zaden en gevlochten manden en korven. En voor heel nette prijzen. Geen idiote over de kop gehaalde toeristenprijzen, maar wel dusdanig dat ze er zelf ook nog genoeg aan verdienen. Hedwig koopt vijf mooie kettingen van aanééngeregen zaden en stukjes stekel van stekelvarkens. Mariska krijgt van haar een mooie geweven korf met deksel uit drie verschillende kleuren gras en een geweven onderzetter. Het gras wordt, voordat ze het vlechten, gekleurd door het te koken met een knol, bol of wortel van bepaalde planten. Het vlechtwerk is erg kunstig met mooie patronen, en erg strak en netjes.


Dames van het winkeltje en rechts de Oma die het laatste woord had.

Jan krijgt van Hedwig nog een traditionele boog met pijlen waar de San vroeger mee jaagden. Waarschijnlijk wel gemaakt voor verkoop aan toeristen, maar wel precies zoals ze die zelf gebruikten. Een kleine boog, veel kleiner dan die de indianen in Amerika gebruikten, en een pijlenkoker uit een stuk bamboe-achtig hout afgedopt door uitgeharde dierenhuid. De lichte pijlen uit een sterk soort rietstengel met een ijzeren punt. Dat zal vroeger wel een stenen punt geweest zijn. Het is beide erg mooi gemaakt, en een leuk aandenken aan dit interessante gebied en de reis samen met Hedwig door Botswana.

Natuurlijk is het een groot feest in de hut. Wat een kippenhok. Een gegiechel, gelach en gekwetter, maar sommige zijn heel verlegen en durven niets te zeggen. Alle vrouwen willen ons wat verkopen, en als we van de één wel wat kopen, is de ander weer teleurgesteld. Hedwig koopt dus van iedereen wat. Over de prijs moet onderhandeld worden. Soms weet de verkopende vrouw niet wat ze met het tegenbod aanmoet. Er is een oude San vrouw bij. Een oma op gympies. Die wordt regelmatig gevraagd door de vrouwen of de geboden prijs goed is. Oma knikt dan ja of nee.

Als we weer weg gaan willen ze allemaal nog met ons op de foto en ze zwaaien ons uitbundig na als we wegrijden. Ze zijn zichtbaar blij met de verkoop, en wij met de aankoop. We rijden een stuk verder en duiken in een zijpad van de hoofdweg af voor een plek voor de nacht, in de buurt van Sepupa.

Dinsdag 25 juni 2013
We rijden via Ikoga en Cada naar een lodge en camping op Guma Island, direct aan de Okavango delta. We hebben gehoord dat je vanaf hier goed een trip kunt maken met een mokoro de delta in. Een mokoro is een uit één boomstam gehakte platbodemkano, die voortbewogen wordt door een punter. Tegenwoordig worden toeristen vooral met polyester mokoro’s voortgepunterd, omdat er nog maar weinig bomen over zijn in Botswana waar zo’n mokoro in één stuk uit gehaald kan worden. Ook gaat een echte houten mokoro maar zo’n vijf jaar mee, en een polyester zo’n vijftien jaar, en is gemakkelijk te repareren. Gelukkig hebben ze de polyester mokoro’s wel zo gemaakt dat ze van een afstandje behoorlijk op een houten origineel exemplaar lijken.

Guma Island is te bereiken via een 12 kilometer 4x4 pad vanaf de hoofdweg. Het begint met mul zand door de bush, maar al snel staan we voor een flink onder water gelopen gebied. Het blijkt hier in het seizoen helemaal onder water te staan met hier en daar wat eilandjes. Nu zijn het ondiepe meertjes en moerasgebieden, waar we soms voor honderden meters door moeten rijden. De te rijden route is met wat houten staken aangegeven. Wel even spannend. Hoe diep is het, en is het heel sompig, zullen we er met het zware gewicht in wegzakken? (ja, we hebben het over de DAF, niet over ma).  Het gaat behoorlijk goed, de DAF trekt er goed door, we blijven nergens steken. We rijden zo door een zestal meertjes, maximaal een centimeter of veertig diep, soms zoekend naar de juiste richting. Het zijn namelijk niet allemaal rechte oversteken, maar vaak met een bocht of via eilandjes. Vlak voor we bij de lodge zijn moeten we eerst zijwaarts een smalle verhoogde dijk op tussen paaltjes door. Ook dit gaat goed. Dan nog een wat diepere watergeul oversteken en we staan op de campsite van de lodge.


Doorwading van één van de vele meertjes 

 


Boardwalk naar het kantoor van de lodge 

Vooraan is een barretje dat gelijk dienst doet als receptie. Er staan twee zwarte jongedames achter. Die we vragen naar de mogelijkheden van kamperen en een mokorotripje. Dat is weer eens best prijzig. Kamperen met ons drieën op de mooie, maar wel heel simpele camping komt op ruim veertig euro voor een nacht. En een tripje van een halve dag met een mokoro op 45,- euro per mokoro. Er kunnen maar twee personen in een mokoro, dus we moeten met ons drieën er twee huren. Dus een halve dag met een mokoro en een overnachting komt op 135,- euro. We vragen of er niet iets te regelen valt met de prijs. Misschien is er een driepersoons mokoro, of kunnen we in ieder geval gratis kamperen als we een tripje boeken. Met de dames valt niets te regelen, ze verwijzen naar de prijzen in de map die ze ons geven. We vragen naar de eigenaar of de manager, misschien dat we daar wel iets mee kunnen regelen. De dames verwijzen ons naar het hoofdgebouw van de lodge dat te bereiken is via een plankenbrug, een aardig eindje lopen van het camping gedeelte.

Daar worden we ontvangen door de manager/eigenaresse. Een blanke forse wat onverzorgde vrouw van middelbare leeftijd, aan wiens gezicht we kunnen zien dat het meestal op onweer staat. Maar nu trekt ze haar lachelastiekjes aan legt ons vriendelijk uit wat de mogelijkheden zijn. We leggen haar uit dat met zijn drieën het huren van  twee mokoro’s wel erg prijzig is. Ze doet ons een mooie aanbieding: een volledige dagtrip. Eerst met een snelle motorboot een aardig eind de delta in tot bij een eilandje. Vanaf daar met twee mokoro’s naar een ander eilandje waar we onze eigen lunch kunnen eten, en de punters annex gidsen ons een rondleiding geven. Dan weer terug punteren en terug met de speedboat. Van acht uur ’s morgens tot drie uur ’s middags. Ze maakt er een mooie totaalprijs van van 140,- euro. Ongeveer de prijs die we anders alleen voor twee mokoro’s zouden betalen. We boeken de trip. We hebben het maar niet met haar over de prijs van de camping, ze matst ons al genoeg met deze trip. We hebben heel wat mooie wildkampplekjes gezien op weg naar de lodge toe, we gaan daar wel ergens overnachten.

 

Ze geeft ons een bonnetje mee dat we aan de dames van de receptie moeten afgeven, en waarmee dan de trip geboekt is. Die dames vragen nog of we met haar gesproken hebben over het verblijf op de camping, maar we zeggen dat we dat niet gedaan hebben, dat we alleen de trip boeken, maar ergens anders overnachten. Dat is prima. We vragen nog of we nu moeten betalen, maar dat hoeft niet, dat kan morgen na afloop. We spreken met ze af om 8:00 uur bij de lodge.

We rijden een eindje terug door het moerasgebied en slaan dan af, een stukje het moeras in, langs de oever van een ondiep meertje. Mooi uit het zicht van het doorgaande pad. Het is wel even oppassen, want de ondergrond is hier en daar wat zacht, maar we zetten de DAF wat hoger neer, langs de rand van een paar bomen. Een prachtige plek. We hebben onderweg weer olifantensporen gezien, dus we hopen dat er nog wat langskomen. Ezeltjes waden in het water voor ons. Aan de takken boven en achter ons hangen prachtige rood-zwarte zaden. We zitten buiten tot het donker wordt. Als we binnen zitten horen we luid takken kraken. Olifanten! Jammer dat het al stikdonker is. We kunnen ze vanuit het raam niet zien, alleen horen. Naar buiten gaan nu in het donker is misschien niet zo verstandig.


Prachtig wildkamp plekje in het moeras 


Eindelijk zitten we dan in de mokoro

Woensdag 26 juni 2013
We vertrekken bijtijds. We zien dat de olifanten op het spoor van onze banden hebben gelopen. Ze waren erg dichtbij. Tegen 7:45 uur staan we bij de receptie van de lodge bij dezelfde twee meiden. “Alles is gecanceld, de trip gaat niet door”, melden ze. We vragen waarom. “Omdat jullie niet bleven overnachten”. We zeggen dat we dat toch duidelijk aan hen hebben doorgegeven. “Ja maar de bazin wist daar niets van”. “Ja nou, jullie zijn toch de receptie die de boekingen doen?” Met de meiden valt weer niet te praten, we gaan maar naar de eigenaresse/manager. Ze zegt dat ze ervan uitgegaan was dat we hier zouden overnachten. We zeggen dat we het daar helemaal met haar niet over gehad hebben, en zij heeft ook niet gezegd dat dat van haar kant een voorwaarde was voor de aanbieding. “Als je hier niet overnacht, ga ik geen punters voor de mokoro’s regelen, misschien komen jullie wel helemaal niet meer opdagen” zegt ze. Wel heb je ooit. We hebben nog gevraagd of we vooraf moesten betalen, dan had ze zeker geweten dat we terugkwamen.

Dat is van hun kant geweigerd. Met het mens valt niet te praten. Ze wil niet naar ons luisteren, ze laat ons niet uitspreken. Erger nog, ze beschuldigd ons ervan haar te hebben misleid, terwijl we met haar helemaal niet hebben gehad over overnachten, we hebben alleen een mokorotrip geboekt. En bij de receptie die de boekingen vastlegt duidelijk aangegeven dat we niet overnachten, maar wel de trip gaan doen. En dat vonden ze prima. En nu staan we er voor Piet Snot. En het mens blijft ons beschuldigen, het kan haar geen donder schelen of ze nog 140,- euro omzet of niet. We zijn flink pissig, en hebben eigenlijk helemaal geen zin meer in het tripje. In ieder geval niet hier. Aan de andere kant, als we nu verder gaan komen we tussen hier en Maun geen mogelijk voor zo’n trip meer tegen. In Maun is het een stuk duurder (schijnt) en zit je verder weg van de delta. En we zouden de dag vergooid hebben. We zeggen dat ze alsnog maar de punters moet regelen. Ze zegt dat die mensen van 18 kilometer moeten komen, lopend.

Dat wil ze wel, maar dat duurt twee uur, zegt ze. We vinden het best, we wachten wel. Ze roept via de radiozender de punters op. Er staan een paar safari-auto’s, maar ze zal echt niet de moeite doen om iemand op pad te sturen om de mensen te gaan halen.

En zo wachten we ruim twee uur op de camping. We zetten de tafel en stoeltjes buiten. Drinken koffie, genieten van de vogeltjes, en lezen een boekje. Hedwig en Mariska plukken de rode peperbosjes kaal om die pepertjes te gaan drogen. Eindelijk, na zeker twee uur zijn de punters er. We lopen het lange pad naar de lodge, als we halverwege teruggeroepen worden door één van de receptionistes. “Mevrouw wil dat jullie nu betalen”. “Mens, daar hebben we twee uur de tijd voor gehad. Nu zijn de punters er en u moet dat nog eerst gebeuren?” Kunnen we weer terug lopen naar de DAF om geld en creditcard te halen. We hebben niet zoveel Pula’s meer, dus we betalen liever met de creditcard, en dat kon, was ons gezegd. Maar eenmaal bij de balie zegt het akelige mens dat de creditcardmachine niet goed werkt. En inderdaad, we halen een paar keer het pasje er door, maar het ding krijgt geen verbinding. Daar gaat onze mokoro-tijd. We proberen het nog een paar keer. De vrouw zegt dat we het pasje maar achter moeten laten, dan probeert zij het nog een paar keer als we op de delta zijn. Doen we liever niet, maar voor deze keer gokken we het er op. Dan kunnen we in ieder geval nu op pad.

Als we bij de speedboat komen blijken er nog zo’n twaalf mensen mee te gaan. Maakt ons niet zoveel uit, maar het blijkt wel weer wat een slimme rat ze is. Als we vanmorgen waren vertrokken had ze ons apart op een boot moeten sturen, nu kan ze het mooi combineren. We vragen ons dus af of die punters echt twee uur lopen moesten, of dat dat gewoon een smoesje was om ons bij in deze boot te kunnen proppen.

Eenmaal op het water zijn we het ellendige mens snel vergeten. Het is een heerlijke tocht over glashelder water. Ondanks dat het best diep is, kun je de wortels van waterlelies volgen tot aan de bodem, meters er onder. De zijkanten van de vaargeulen zijn dicht begroeid met papyrus, hoog riet en andere grassen. In de bomen zitten mooie vogels, waaronder de Afrikaanse visarend.


We varen door metershoge papyrus"wouden"

Glashelder water met mooi gekleurde onderwater jungle.
Snorkelen zou hier geweldig zijn (vinden de crocs ook!).

We varen langs verschillende kleine eilandjes waar tegen een schuine helling half uit het water een grote krokodil ligt. Ook zien we nog een krokodil zwemmen in het heldere water.

Na een goed half uur varen op redelijke snelheid leggen we aan bij een klein eilandje. Aan de andere kant van het eilandje liggen de mokoro’s klaar. Hier splitsen we ons van de groep. Zij nemen een andere route en blijven op één van de eilandjes overnachten.

Hedwig en Mariska gaan voorop in een mokoro, Jan er achteraan in een andere. We krijgen een zitting van een plastic kantinestoeltje om op te zitten. We moeten stil zitten in het midden, het blijken behoorlijk wankele bootjes. Knap dat die punters er rechtop op kunnen staan. Het zijn aardige kerels die ons onderweg over allerlei planten wat uitleggen. Ze drukken ons tussen het hoge papyrus en riet door, dat zich links en rechts van de mokoro opensplijt. Af en toe steken we wat meer open vlaktes over. Tussen het dichte riet moeten ze best zwaar drukken. Het valt ons op hoeveel stroming er nog in het water zit. Soms wordt het met kracht onder de papyrusvelden uitgeperst en komt met wervelingen omhoog. En het is heerlijk stil. Het enige wat je hoort is het schuiven van het riet langs de boot, het zachtjes kabbelen van het water en af en toe een vogel. Om bij in slaap te vallen, maar dat zou zonde van het uitzicht zijn. Het is een schitterende tocht die we zeker niet hadden willen missen. Als je niet met een mokoro de delta op gaat, beleef je eigenlijk niets van de hele Okavangodelta. Ja, wel als je er met een vliegtuig overheen vliegt, maar als je er met de auto langsrijdt, heb je helemaal niet in de gaten dat hier de grootste binnenlandse delta ter wereld ligt.

Ook met de mokoro zie je maar en fractie, maar de beleving is geweldig. We hadden nooit gedacht dat het water zo helder zou zijn. Zo doorzichtig als kraanwater, we kunnen overal de bodem zien, meters diep soms. En overal waterlelies in bloei, prachtig.

Bij een eilandje leggen we aan. Jan helpt Hedwig met de stijve knieën uit de kano en onder begeleiding van de twee mannen maken we een wandeltocht over het eilandje. Ze laten ons onder andere een worstenboom zien. Deze vrij hoge boom krijgt enorme vruchten die eruit zien als grote worsten en wel tot tien kilo kunnen wegen. Ze laten ons er een voelen. Nooit onder kamperen dus! Het is een leuke korte wandeling. Er ligt her en der wel wat oude olifantenpoep, maar op een Afrikaanse visarend en een kleine bijeneter na zien we geen dieren. Terug bij de bootjes lunchen we onze eigen meegebrachte boterhammen. De punters hebben voor hen zelf ook een grote koelbox bij zich. Dan worden we weer terug gepunterd. Even moeten ze zoeken naar de juiste route, het is behoorlijk dichtgegroeid. Dan weer het laatste stuk terug met de motorboot.

Het loopt tegen vier uur als we aanmeren. Het was echt een heel mooie tocht. Terug bij “the English bitch” krijgen we weer gedoe. Ze heeft het niet voor elkaar gekregen om geld van onze creditcard af te schrijven, zegt ze. We zullen de afschrijvingen goed in de gaten houden. Nu moeten we met contant geld betalen. We zeggen dat we krap in de Pula’s zitten. We kunnen ook met USD betalen, zegt ze, en ze rekent even snel om hoeveel het dan moet zijn. We rekenen om met de koers die onze bank rekent, en we komen op een verschil van maar liefst 60,- USD! Op zo’n bedrag is dat belachelijk veel, en dat zeggen we dus ook. Op een zeer onvriendelijke toon zegt ze dat ze rekent met de koers die haar bank rekent. We schrapen alle Pula’s bij elkaar die we kunnen vinden. Dan komen we volgens ons nog 15,- USD te kort, maar hebben alleen een briefje van 20,- USD. Dat geven we, maar volgens haar met haar idiote koers moesten we nog 20,60 USD betalen, dus geen wisselgeld terug. We laten het er maar bij. We willen zo’n mooie dag niet laten bederven door zo’n enorme klantonvriendelijke bitch. Eigenlijk gunnen we haar het geld helemaal niet. Die arme punters krijgen nog geen 10,- USD uitbetaald, van de rest onderhoud zij haar pafferige lichaam.

We pakken de DAF en gaan weer op hetzelfde mooie plekje in het moeras staan als gisteren. Helaas laten de olifanten het deze keer afweten.


Hier hangen ze dan, de worsten in de "worstenboom" (Sausage tree)

Ontbijt aan de Thamalakane rivier

Donderdag 27 juni 2013
Via de hoofdweg rijden we naar Maun waar we boodschappen doen. Maun is een wat grotere stad en het uitgangspunt voor de Okavangodelta. Maar voor een toeristische plaats is het maar een ongezellig stoffig stadje. We hadden gehoopt op wat leuke terrasjes en een restaurantje waar je lekker kunt eten. Vooral na zoveel dagen, weken eigenlijk in de bush. Maar helaas.

We rijden naar het Cedia Hotel aan de rand van Maun. Volgens de LP kun je daar tegen een gunstige prijs ook kamperen op het grote stuk grond. Dit blijkt nog steeds zo te zijn, en we zetten de DAF aan de rand bij de rivier de Thamalakane. Die avond eten we van het goede buffet van het hotel, en zitten we nog gezellig buiten op het terras aan het zwembad.

 

Vrijdag 28 juni 2013
We gaan Maun weer in om de rest van de boodschappen te doen. Gisteren hadden we alleen maar wat voor het ontbijt gekocht. Ook gaan we nog even naar het kantoor van de Wildlife Parks. In Botswana moet je de entree en overnachtingen van alle wildparken vooraf boeken en betalen in de hoofdstad Gaborone of in Maun. Niet aan de poort van het park. Belachelijk en omslachtig. We willen nog naar het Central Kalahari Nationaalpark. We vragen de entreeprijzen van de parken en het blijkt dat ze allemaal 150,- USD per dag rekenen voor de toegang van de DAF, en dan nog 15,- USD per persoon per dag. En dit omdat we gasten van “oversea” zijn, buitenlanders dus!. Het zou al minder zijn als we uit Namibië of Zuid-Afrika zouden komen, en helemaal een stuk minder als we een Botswaans kenteken hadden. Een Botswaanse overlandtruck met twintig mensen aan boord betaalt maar 80,- USD. Een volgeladen Botswaanse personenauto betaald ongeveer 4,- USD.

Het is voor ons niet alleen erg duur, maar ook verschrikkelijk oneerlijk. We vullen maar weer eens een klachtenformulier in over dit apartheidssysteem.

Voor ons geen Kalahari Nationaalpark of Moremi Nationaalpark dus. Alleen Kgalagadi Transfrontier Nationaalpark is goedkoop. Dan kost de entree voor de DAF maar 4,- USD per dag! Dat komt om dat het een grensoverschrijdend nationaalpark is met Zuid-Afrika. Maar dat ligt op deze trip met Hedwig helaas te ver uit de richting. We komen daar later nog wel een keer.

Al met al weer ene boel tijd verstreken op dit kantoor. We blijven nog een nachtje staan bij Hotel Cedia, en lopen een mooi eindje langs de rivier. Aan beide kanten grenzen tuinen van mensen tot op zo’n vijftig meter van de oever. Sommige met erg mooie bomen en planten. Zo zijn de kerststerren hier zo groot dat het gewoon bomen zijn.

We zitten nog wat voor de camper en lezen een boekje. Tegen de avond krijgen we nog bezoek van een Amerikaan, die nu al drie jaar in Saudi Arabië werkt als leraar Engels voor kindertjes van rijke sjeiks. Het is fris, dus zitten we bij ons binnen. Hij blijft erg lang hangen, tot na negenen en we missen helemaal het buffet van het hotel. Dan zelf maar wat broodjes met worst maken.


Metershoge
Kerstster

 


Boteti rivier

Zaterdag 29 juni 2013
We rijden weer verder, of eigenlijk langzaam weer zuidwaarts richting Zuid-Afrika. Route: Maun-A3-Motopi-Xhumaga-Tsoe-Magodi. We rijden het hele stuk vanaf Motopi langs de Boteti rivier, die je helaas vanaf de weg niet kunt zien. In de buurt van Magodi nemen we een mul zandpad richting de rivier. We komen tot aan de oever en er staat warempel nog water in de rivier ook. Alle bomen en struiken in en aan de rand van de rivier op dit stuk zijn dood. Het ziet er sinister uit. Heel vreemd. Maar het is er rustig, en het ligt vol met olifantenpoep. We parkeren op de schuine zandoever langs het water, met één achterwiel op een boomstam om het schuine te compenseren, maar we staan nog steeds scheef.

We wandelen wat langs het water. Het stuk met dode bomen is maar klein, verderop is het erg mooi. Maar daar kunnen we met de vrachtwagen niet komen. Als we weer terug bij de wagen zijn is het al schemer. Dan horen we opeens getetter en luid gekraak van boomtakken uit de richting waar we net gelopen hebben. Een groep olifanten en we hebben ze net gemist, wat jammer. Ma blijft bij de auto en wij lopen met zijn tweeën nog een stuk terug in de richting van het geluid. Maar het wordt te snel echt donker, dus we besluiten maar weer terug te gaan. We horen ze nog lange tijd tetteren en plonzen in het water, maar ze komen niet onze kant op. Het zijn weer echt wilde olifanten, hier is geen nationaalpark.

 

 

Zondag 30 juni 2013
We maken nog een wandeling langs de Botetirivier. De andere kant op dan gisteren. Er is een mooie kleine krijtrotsklif langs de rivier. We zien weer geen dieren, maar het is een mooi stukje lopen.

We rijden verder de route Magodi-Rakops-Mopipi-Orapa-Mokobela pan. Helaas is 90% van Botswana landschappelijk hetzelfde. Laag struikgewas, vlak landschap met lange rechte wegen. Na een tijdje wordt dat nog wel eens saai. Orapa is een diamantmijnstadje langs de doorgaande weg. Je komt er niet in zonder speciale vergunning. Er zit een groot hek omheen. We melden ons bij de poort, maar we worden weer weggestuurd. Je moet dan kilometers omrijden tot je weer op dezelfde weg bent als die recht door de stad loopt.

Vanaf de hoofdweg kunnen we de weidse kuil die de Makobela pan vormt zien liggen. Het is nu een kale zanderige pan omringd met lage bush.

We nemen de afslag naar de pan en hobbelen over een door regenwater uitgesleten zandpad met flinke geulen. Aan de rand van de pan vinden we een mooi bushcampplekje. We zitten nog heerlijk buiten, wat lezen en het avondeten voorbereiden. Er komen nog drie jongens aan, twee wat kleinere en een knaap van een jaar of zeventien, met een grote blitse dameszonnebril op. Ze vinden onze buitenstoelen geweldig en liggen er languit op. Ze moesten eigenlijk van hun vader op zoek naar hun paarden of ezels om morgen een ritje te kunnen maken, maar ze kunnen de beesten niet vinden. We hebben ons dat al vaker afgevraagd of veel van het vee niet gewoon wegraakt, omdat het overal vrij kan rondlopen. Ja dus.


Hier wordt hard naar ezels gezocht!

De weg naar Serule

Maandag 1 juli 2013
We hebben weer genoeg over asfalt gereden en willen vanaf de Mokobela pan via een kleiner pad naar Serule rijden. Het pad staat wel op onze kaart, maar niet in de navigatie. Het is dus even zoeken en vragen voor we de juiste afslag vanaf het asfalt gevonden hebben. Het eerste deel van de route is erg mooi. Dan komen we bij een veterinair checkpoint, waar overigens niets gecontroleerd wordt, en moeten we linksaf een breed pad in. Dat is meer een brede brandgang dan een weg. Helaas is het rechttoe rechtaan over kilometers afstand, pal langs een hek. Met weer eindeloos dezelfde bosjes er langs. Eén keer zien we twee kleine antilopes, die bang geworden van ons, zo  het hek in lopen. Gelukkig ging het goed, zijn ze niet verwond. Midden in het pad staan soms grote bomen, en ook had ergens een bewoner een deel van het pad bij zijn erf aangetrokken. Zo plotseling een erfafscheiding midden op de weg, maar we kunnen er nog makkelijk langs.

We komen uit in Sese, op een asfaltweg zo’n tien kilometer boven Serule. Via Serule rijden we naar Selebi Phikwe, waar we wat rondstruinen over een marktje en Hedwig nog twee lekkere warme gebreide mutsen voor Casper koopt. We doen er wat boodschappen, maar kunnen nergens aan aardappels komen.

Vanaf hier staat een gravelweg aangegeven op onze kaart via Tobane naar Bobonong. Op de navigatie kunnen we hem niet vinden. Dat ding heeft behoorlijk kuren de laatste tijd. Dit komt door de idiote haakse USB stekkers die Garmin er bij levert. Die zorgen ervoor dat de aansluiting continu met een moment belast wordt, waardoor deze zich uiteindelijk loswrikt van het moederbord. En dat geeft vervelende storingen waardoor nu alle kaarten op de Garmin gelocked zijn.

Na wat zoeken en vragen vinden we toch de juiste weg, maar die blijkt inmiddels al asfalt te zijn. Vanaf deze weg nemen een zijpad waar we een plekje voor de nacht vinden. Geen geweldige plek, maar dat maakt niet zoveel uit. Het is al laat en we gaan direct naar binnen.

 

Dinsdag 2 juli 2013
We rijden naar Bobonong en lopen er even over het kleine marktje. Er staat een vrouw met een kraampje met allerlei traditionele geneesmiddelen. Kruiden en prut die je moet kopen als je naar de medicijnman gaat. De meest uiteenlopende vage dingen, en de vrouw legt enthousiast uit waarvoor het allemaal dient. Er ligt zelfs een olifantenkeutel tussen die je kunt kopen. Als je die aansteekt gaat hij erg roken en de rook moet je inhaleren, tegen verkoudheid (ja, ja…).

Ze heeft ook mooie handgesneden pollepels. Een hardhouten uitvoering kost maar 10,- Pula (+/- € 0,80 euro). Mariska krijgt een mooie rode hardhouten pollepel van Hedwig. Ze onderhandelen niet over de prijs, en spontaan zegt het vrouwtje: “dan mag je die er ook bij hebben”, en ze overhandigd Mariska een mooie wit-geel houten pollepel. Dat is erg aardig van haar.

We kunnen hier op de markt ook aardappels kopen en rijden daarna verder naar het Tuli Nationaalpark. Daar moet een lodge zijn met een betaalbare camping. Als we er tegen de avond aankomen blijkt de lodge gesloten te zijn voor renovatie. De toegangspoort zit op slot. Later horen we dat hier grote overstromingen zijn geweest, en de halve camping was weggespoeld.

We zetten de DAF maar vlak bij de ingang neer om daar te overnachten. Even later komt er nog een terreinwagen aangereden. We dachten dat het mensen van de camping zouden zijn, maar het blijken ook reizigers. Ze vragen ons of ze er ook bij kunnen gaan staan voor de nacht, en dat vinden we natuurlijk prima.


Wildebeest in Tuli Nationaalpark

Amethisten in het wild, zo in de rotswand

Woensdag 3 juli 2013
De andere reizigers zijn de volgende ochtend al weer weg als we de DAF uitkomen. Wij maken nog eerst een korte wandeling door de omgeving. Het is er erg mooi. Grillige rotsformaties en grote baobabs. We klauteren er wat tussendoor en gaan dan met de DAF een rondritje maken door het nationaalpark, op zoek naar wild. Het zijn allemaal kleine paadjes, niet al te best onderhouden, of het is nog schade van de overstroming. We zien wat impala’s, gnoe’s en zebra’s.

Als we een kleine droge rivierbedding moeten oversteken stoppen we even. Twee eksters in de auto zien wat glinsteren in de rivierbedding, en al gauw ontpoppen Hedwig en Mariska zich als ware diamantzoekers. Her en der zitten er heldere kristallen in de rivierbedding en ze vinden zelfs nog wat mooie paarse amethisten die ze uit de rivierwand lospeuteren. Met de zakken vol glinsterstenen rijden we verder. Onder een grote boom lunchen we wat en dan op naar de grensovergang bij Pontsdrift. Hedwig heeft nog tien dagen vakantie over, maar hier in zuidelijk Botswana is het niet zo interessant, dus we willen de laatste dagen spenderen op wat mooie plekken in Zuid-Afrika.

De grens zelf is de Limpopo rivier. Die moeten we doorwaden, maar het water staat niet diep in deze tijd van het jaar. Uitstempelen aan de Botswaanse kant is zo gebeurd...

 

Botswana deel 3