Zomaar een gebouwtje in het stadsparkje.

DONDERDAG 28 NOVEMBER 2013, aankomst in Dubai
We vliegen met Emirates van Johannesburg naar Schiphol, en daar zit een tussenstop in Dubai bij. We hebben het ticket zo geboekt dat we vier dagen in Dubai zijn om de stad te bekijken. Via internet hebben we een betaalbaar hotel gevonden niet ver van het centrum.

We komen ’s morgens behoorlijk vroeg in Dubai aan. Met een Pink Taxi, die worden gerund door vrouwen, rijden we naar het hotel. Onze kamer is pas vanaf 2 uur ’s middag beschikbaar, maar we zijn nog bekaf van de vlucht. Eerst hangen we wat in de kleine lobby, en dan mogen we even een uur of twee slapen op de relaxte banken in het kantoor van de manager.

Daar laten we ook onze tassen achter om alvast de stad te bekijken. De metro kost er haast niets, is schoon en luxe en brengt je naar de meeste bezienswaardigheden van de stad. Om de hoek van het hotel zit een terminal van de metro. Dat zijn al kunstwerken op zich.

We struinen wat langs bekende gebouwen in de stad, het ene gebouw nog gekker dan het andere. Met een lekker broodje Subway liggen we in een apestrak stadsparkje een beetje te luieren en vergapen we ons aan de auto’s die er over de aangrenzende rotonde rijden. Bentley’s, Rolls Royces, Ferrari’s, Lamborghini’s en meer spul dat je in Nederland eigenlijk alleen op de RAI ziet.

We bezoeken nog een grote overdekte markt vol met kramen fruit, vlees en vis. Hier geen luxe, maar wel een stuk schoner dan in Afrika.

 

Tegen de avond gaan we naar één van de mega grote shoppingcenters. Om vanaf het metrostation bij het shoppingcenter te komen, sta je zo’n twee kilometer op een lopende band in een glazen tunnel met airconditioning, welke boven over de straten loopt. Binnen het shoppingcenter één en al luxe. Alle bekende wereldmerken op het gebied van elektronica, mode en alle andere dingen die je eigenlijk niet nodig hebt zitten er met enorme ruime zaken. En vooral veel bijzonder spul, zoals een setje geluidsboxen van zo’n 40.000,- euro.

Op de bovenste verdieping is een complete kermis waar de kinderen zich kunnen vermaken.

Er lopen natuurlijk enorm veel westerlingen, expats, toeristen, tijdelijk werkvolk, maar interessant zijn toch de oorspronkelijke bewoners. De mannen in hun witte gewaden die bij elkaar thee zitten te drinken. De vrouwen geheel gehuld in een burka glurend door hun brievenbus. Wij noemen ze ninja’s. Je kunt zien dat het geen goedkope burka’s zijn. Ze zijn aan de mouwen afgezet met ingewikkelde patronen van zwarte pailletten, en onder hun arm dragen ze een tasje van Louis Vuitton of Prada. Onder de burka zijn nog net een paar hakken van Manolo of Jimmy Choo te zien en als je via de brievenbus stiekem naar binnen gluurt zie je dat ze flink zijn opgemaakt, en het lijkt allemaal lang niet lelijk wat daar onder zit. Die vrouwen lopen nooit alleen, maar meestal samen met nog een paar vrouwen, waarschijnlijk allemaal getrouwd met dezelfde man. Dan lopen er nog wat Fillipijnse nanny’s achteraan, vol gepakt met tassen van de nieuwe aankopen en met dubbele buggy’s van het merk Ferrari, waarin kleine moslimventjes van amper twee op een I-pad zitten te rammen, die in een standaardje op de buggy bevestigd zit. Vermakelijk allemaal.


Luxe shoppingcenter met links een waterval van zo'n
4 verdiepingen hoog.

 


IJsbaan in het shoppingcenter.

We vergapen ons links en rechts een beetje, en lopen opeens voorbij een enorme doorzichtige wand. Het is een gigantisch aquarium waarin haaien, roggen en scholen tonijnen rondzwemmen.

Als we een eindje verder lopen wordt het ineens wat kouder. Het blijkt dat we bij een schaatsbaan / ijshockeyveld zijn aangekomen, van olympisch formaat. Midden in het shoppingcenter, eromheen winkelend publiek. Er wordt net een ijshockeywedstrijd gespeeld. Het zijn allemaal westerlingen, waarschijnlijk expats.

Als de wedstrijd is afgelopen mag iedereen een poging wagen op het ijs. Dat is ook best lachen. Die lui in hun jurken op ijshockeyschaatsen. Ze bakken er niets van. In plaats van stoelen hebben ze steun aan een grote pinguïn met handvaten, die ze ploeterend vooruit duwen.

 

Buiten het shoppingcenter is een grote kunstmatige vijverpartij waar 's avonds om het halfuur een fonteinshow wordt gegeven, steeds op andere muziek. Het is de grootse fonteinshow ter wereld, en het is echt spectaculair. Soms is het net vuur in plaats van water. En de fonteinen komen onverwachts erg hoog, met een luide knal. De fonteinen staan voor de Burj Khalifa, ’s werelds hoogste gebouw, 880 meter hoog! Echt indrukwekkend hoog. En we hebben geluk, deze week bestaan de Verenigde Arabische Emiraten 42 jaar, en ter ere daarvan is de toren bijzonder verlicht. Hiervoor hebben ze een Zwitserse firma ingehuurd die de toren van drie kanten met honderden mega spots beschijnen, alles aangestuurd per computer waardoor ze de toren in allerlei patronen en kleuren kunnen zetten. Meestal is hij blauw verlicht, maar ze geven hem ook de kleuren van de nationale vlag.

We hebben dit vaker gedaan, zo’n overstop van een aantal dagen op een lange vlucht en grappig is dat dit nu de derde keer is dat we op zo’n overstop voor het op dat moment hoogste gebouw ter wereld staan. De 101 in Taipei, Taiwan, de Petronas Towers in Kuala Lumpur, Maleisië, en nu dus hier.

Je kunt er ook in, maar je mag maar tot halverwege. Het kost ook een lieve duit en je moet het al minstens drie dagen van te voren reserveren. Dat doen we dus maar niet.

We struinen nog wat rond buiten. Het is er druk, maar gezellig. Een heerlijk temperatuurtje ’s avonds en overal terrasjes, palmbomen en waterpartijen.


Fonteinshow voor de Burj Khalifa.

 

Burj Khalifa, in december 2013, met 880 meter, het hoogste gebouw ter wereld.

 


Het "zeilhotel".

Als we laat bij onze kamer komen vallen we direct als een blok in slaap. De kamer is erg groot, maar flink verouderd. Gelukkig is het sanitair wel net nieuw.

Als we wakker worden belt Jan de receptie voor het ontbijt. Dat zouden ze op de kamer komen brengen, want er is geen eetzaal. Aan de andere kant wordt gelachen. “Er is geen ontbijt meneer”. Jan wordt al pissig: “Dat zou er wel moeten zijn”. “Ja” zegt de man, “Dat was er ook, maar het is al 13:00 uur!”

Tsjonge, wat hebben wij vast en lang geslapen. Gelukkig is om de hoek ook een Subway.

En dan weer de stad in. We bekijken die dagen meer gekke gebouwen in de stad, zoals het hotel in de vorm van een groot zeil. Daar mogen we niet in, als niet-gast. Het staat op een klein eilandje met een dijkje verbinden met land, maar we komen het hele eilandje niet op. We lopen in de ontvangsthal van een ander designhotel ernaast, en zien dat er hier ook bewakers voor de liften staan. Jammer, we willen hier langs zee in een hoog gebouw klimmen om van daaruit het palmeneiland te zien liggen.

We zien een trapje dat leidt naar de 1e verdieping, en omzeilen zo de bewakers. Vanaf daar nemen we de lift omhoog naar de 25e verdieping. We hebben een schitterend uitzicht over de privé-stranden van de hotels en de privé jachthavens, maar kunnen helaas net het palmeneiland niet zien.

 

We gaan het palmen-eiland op met de zweefbaan. Ondanks dat je wat hoger over de straten huizen glijdt, kun je niet echt zien dat het eiland in de vorm van een palm is gemaakt.

Aan het einde stappen we weer uit bij een belachelijk groot hotel. Hotel Atlantis. Daar kunnen we deels in, in weer een klein shoppingcenter dat er onder ligt. Buiten kun je ook maar een klein stukje langs zee lopen, want de rest is geeft alleen toegang tot een waterpretpark. Zijn we dus snel klaar mee.


Hotel Atlantis. Eigenlijk best wel indrukwekkend!

 


Ze bouwen gewoon een 400 meter lange skipiste
in een shoppingcenter.

In de stad nemen we nog een kijkje bij een ander shoppingcenter waar binnen een 400 meter lange skipiste is. Daarbij een grote skiverhuurshop zoals wij ze in Oostenrijk nog niet gezien hebben. Waanzin midden in de woestijn. En ook weer een lachwekkend gezicht, die jurken op ski’s.

We lopen nog een best eind door de stad. Het is warm buiten, maar we stoppen af en toe even in een bushalte, die hebben airconditioning...

Elke avond hangen we weer rond in de nabijheid van Burj Khalifa. Je kunt er van alles snaaien in het foodcourt van het shoppingcenter, lekker.

Een eindje van de Burj Khalifa af zien we een soort marktje waar door een groep mannen, weer in witte gewaden, een traditionele dans word gehouden op irritante jengelmuziek. De mannen sjokken in het rond, zwaaiend met Kalasjnikovs en karabijnen. Daarbij kinderen op de schouders dragend. Eens wat anders dan de boerendansers.

 

Op een middag liepen we een heel stuk langs “The Creek”. Dit is een uitgediepte kreek zodat Dubai ook een beetje een rivier en een haven zou hebben. Bij het zogenoemde havengedeelte verbazen we ons wat voor schepen er liggen. Grote houten vrachtschepen. Het blijken Iraanse boten te zijn. Ze worden nog met de hand beladen, de kade ligt vol met voornamelijk Chinese producten, als autoaccu’s, koelkasten en vrachtwagenbanden. Dit laden gebeurt via krakkemikkige laddertjes, nog een aardig eind omhoog, want de boorden van de schepen steken nog een best eind boven de kade uit. Dit ondoenlijke werk wordt weer verricht door Pakistanen, die hier in Dubai onderaan de maatschappelijke ladder staan. Voor een vast bedrag laden ze het schip, in een dag of vijf.

Als we langs de boten lopen, die qua uiterlijk zo uit de 17e eeuw zouden kunnen komen, worden we door een paar mannen aan boord uitgenodigd. Het is de Iranese eigenaar met zijn crew. We krijgen een rondleiding door  het schip. Het ding is inderdaad volledig van hout. Overal mooi gegraveerde bloemmotieven in fraaie kleuren opgeschilderd als decoratie. Als aandrijving staat helemaal onderin onder een luikje een oude vettige 6 cilinder Yanmar die met touwtjes aan elkaar hangt.


Iraanse houten vrachtschepen met op de achtergrond een
kantoorpandje van Rolex.

 


Mooi bewerkte laadruimte van het houten vrachtschip.

Als toilet is op het achterdek een kleine overhang met een gat erin gemaakt. Zo plonst het spul zo in zee, niks geen moeilijk gedoe met vacuumtoiletten.

Op ditzelfde achterdek trekt de kapitein een luikje open. Er komt een boel stoom uit omhoog. Verbaast kijken we er onder. Het is de keuken. Er in staan kan niet, alleen zitten. Gehurkt zit de kok in een grote pot te roeren, die op een open vuur staat. We worden uitgenodigd om mee te eten, maar slaan dit toch vriendelijk af. Ook de boot ernaast roept dat we met hen mee kunnen eten. Erg vriendelijke mensen, die Iraniërs.

De stuurhut is haast te klein om in te zitten, en op halve hoogte er achter, is de kajuit. Dit is ook een ruimte waar je niet in kunt staan, alleen maar liggen. Er liggen kleden op de grond, en dit is waar de bemanning slaapt en leeft.  Met deze krakkemikkige schepen, die flink volgepakt worden varen ze in twee à drie dagen over de Arabische zee naar Iran.

Wat een contrast hoe deze mensen leven en werken, met tegen de achtergrond de duurste glimmende gebouwen ter wereld.

De laatste dag luieren we wat rond Burj Khalifa. We hebben de afgelopen dagen erg veel gelopen. Het was zeer interessant om eens te zien, maar vier dagen is meer dan zat in zo’n kunstmatige stad (eigenlijk in elke stad).

Op naar Nederland, het is al bijna Sinterklaas, we hebben zin in pepernoten en marsepein!

 

Een kort verslagje en wat foto's over ons bezoek aan Nederland zijn te zien onder: Terugblik op: Nederland 2013 -2014

 

 

Zuid Afrika deel 8