Malawi deel 2
|
De weg wordt weer eens erg smal. Maar we weten langs het uitgespoelde stuk te komen. |
DINSDAG 22 JULI 2014 We slaan maar eens een pad in, het binnenland in.
Het is direct een verademing. Een smal kronkelig zandpad door de
bergachtige natuur. Geen hutten, geen mensen maar rust. Helaas is het
pad niet zo heel best, vooral bij klimmen en afdalen wordt het door
uitgespoelde geulen aan weerszijden van de weg erg smal. Soms is
daardoor het pad net zo breed als de spoorbreedte van de DAF. Als die
kanten maar niet afbrokkelen, want de geulen ernaast zijn meer dan een
meter diep, op sommige plekken zelfs twee meter diep. En we hebben geen
zin om weer net als in Marokko met vier banden in de lucht te eindigen. Het gaat allemaal goed en we zijn al zo’n 500 meter
geklommen als we ongeveer halverwege het pad langs de kant kamp opslaan,
tegen een uur of drie ‘s middags. Rond een uur of vijf zijn ze meestal wel weer weg,
en dat is dus nu ook het geval. We maken een vuurtje buiten, en
roosteren er een lekkere boerewors op die we nog uit Zuid Afrika in de
vriezer hadden. Eindelijk weer eens genieten van de rust en de
(insecten)geluiden in het bos, in plaats van geschreeuw van mensen en
luide vervormde muziek. |
|
’s Morgens maken we eerst een mooie wandeling door
de bossen, over een pad dat lokalen gebruiken om van A naar B te komen.
Prachtig natuurlijk woud. Bomen met lange baardmossen. Helaas op sommige
stukken grote kale plekken wegens kappen, voornamelijk voor brandhout.
Jammer, hoelang zou het duren voordat ook dit bos is verdwenen? We rijden verder. Het pad is niet veel bereden, en
niet overal in een erg goede staat, maar de bruggen die we tot nu toe
gepasseerd zijn waren erg goed, en van beton. Tot we bij een betonnen
brug komen die precies in een bocht in de weg ligt. De brug zelf is wel
erg goed, en in het beton gekerfd staat het bouwjaar: 2005. Zo goed als
nieuw dus. Maar het is allemaal erg smal en het is even sturen om er
goed recht op te komen. De aanloop en uitloop zijn smal, deels wat weg
gebrokkeld door water. Links en rechts van de weg staat hoog riet,
waardoor het wat slecht zichtbaar is. We stappen dus eerst maar eens
uit. Trappen wat riet vlak en zien dat het best mogelijk is, om wat door
het riet te rijden. Het is een mooi riviertje dat hier stroomt.
Prachtige natuur eromheen. We manoeuvreren de DAF over de brug en geven
gas tegen de wat steilere opgang. Dan zien we direct erna nog een brug,
van hout... Waarom hebben we die net niet gezien??? Het is maar een korte brug van een meter of drie
lang, maar wel over een diepe kloof, zeker een meter of zes diep. We
stoppen maar eens om de brug te inspecteren. Bovenop liggen wat losse
planken. Jan gooit ze wat aan de kant om te zien wat er onder zit,
waarbij al gelijk twee planken doormidden breken. Hmmm, dat lijkt niet
best. We nemen het risico maar niet, als we erdoor
knappen, zijn we de vrachtwagen kwijt. Die klappert er dan zo hard
onderin dat er niet veel heel zal blijven, en bergen op deze plek is al
helemaal niet mogelijk. Maar keren kunnen we hier ook niet. Het pad is
daarvoor veel te smal. Dus eerst achteruit de betonnen brug weer over
manoeuvreren. Als dit gedaan is kunnen we nog steeds niet keren.
Daarvoor moeten we eerst een kleine kilometer achteruit de best steile
berg op. In de lage gearing achteruit lukt dit, langzaam maar goed. En
daar kunnen we, hetzij met een paar keer steken, de DAF draaien. Jammer
dat we deze route niet kunnen vervolgen. We snappen er niks van. De
eerste stuk of acht bruggen waren betrekkelijk nieuw en van degelijke
beton. Waarom hebben ze die kleine houten brug niet direct ook
meegepakt? |
Deze brug is echt niet te doen. Dus kunnen we omdraaien en ons weer langs de uitgesleten watergeulen zien te manoeuvreren. |
|
Uitzicht over Nkhata Bay. |
Om nog maar een middag en nacht van de rust te
genieten kamperen we weer ergens langs dit pad, nu op zo’n 15 kilometer
afstand tot de asfaltweg. Wij zien de overeenkomst niet. Hier geen wild te
bekennen zoals in St. Lucia, geen krokodillen, nijlpaarden, pelikanen,
saddle billed storks of wat dan ook te zien. Ook de setting is totaal
anders. Die lui van Lonely Planet hebben soms toch echt wel veel
fantasie. Wel is het een leuk gelegen plaatsje, aan een mooie baai. Een
soort kleine landtong eigenlijk, met aan twee kanten een baai. Het biedt
alleen geen mooie kampeerplek voor ons. We zetten de DAF aan het eind
van het dorp langs het water, direct aan de straat. Aan de andere zijde
van de straat is een duikshop met een heerlijk terras dat vanuit
comfortabele loungebanken een mooi uitzicht over de baai biedt. Ze serveren er simpele maar lekkere maaltijden, en
zo komen we de middag en avond wel door. We dachten er ’s avonds nog wat
langer rond te hangen en een beetje te lezen, maar helaas, de hele dag
was er in dit gedeelte van het dorp geen stroom, en bij de wakkerende
olielampen viel niet te lezen. Wel een aparte sfeer zo. Helaas geen
andere gasten dus weinig sfeer ’s avonds. Er kwam nog wel een klein
groepje duikers terug die een avondduik hadden gedaan, maar die waren zo
verkleumd dat ze niet op het terras bleven hangen. Omdat er geen stroom in het dorp is slapen we wel
erg rustig. Niet ver van ons af is een lokale bar, waar anders vast wel
enorme herrie uit zou zijn gekomen, tot diep in de nacht. |
|
Eindelijk eens een project geheel bedacht, opgezet
en nog steeds gerund door een lokale bewoner! Hoe kleinschalig het dan
ook is. Klapstuk van zijn show is toch wel zijn
zelfgemaakte grammofoonplatenspeler. Volgens hem een echte Afrikaanse
uitvinding. Een roestige spijker als naald is aan een holle gedroogde
kalebas geknoopt, die weer op een houten plank bevestigd is. Onder de
naald een ronde plank die draait rond een metalen pin, waarop een vaag
eeuwenoud singeltje ligt met een of andere russische polka.
Met de hand draait hij het singeltje rond, en verdomd, er komt
nog muziek uit ook. Ernaast is nog een hutje met daarin een heilige
“shrine” waar ze contact maken met de voorouders. Ook hier weer zang en
dans, onder begeleiding van de kinderen. Het liedje in hun eigen taal
wordt omgezet naar het Engels, waarbij de tekst ook weer erg grappig
blijkt te zijn. Natuurlijk mogen wij de “shrine” alleen betreden als we
een donatie geven. Vrouwen moeten geld in de ene pot stoppen, mannen in
een pot aan de andere kant. |
Kalebas platenspeler. |
|
Op de bamboe hangbrug is het lastig je evenwicht te houden. |
De bamboebrug is eigenlijk een grote hangmat over
de rivier. Een wiebelig geheel, waarbij je alleen op de dwarsliggers mag
stappen. Relingen om je aan vast te houden zijn er niet.
De kinderen rennen zo naar de overkant, maar wij
hebben toch wat moeite met het evenwicht. En het riviertje stroomt nog
best heftig ook. Toch is de mat zo breed, dat als je valt, je niet
overboord kiepert. De brug is volgens de overlevering gebouwd in 1904,
maar moet elk jaar uitvoerig worden gerepareerd. Vanwege de toenemende
populatie neemt de hoeveelheid bamboebos dramatisch af, en de bamboe
moet dus van steeds verder komen. Met de vrije donatie die toeristen
hier kunnen doen zorgen vrijwilligers onder leiding van de enthousiaste
oprichter dat de brug behouden blijft. Dan rijden we naar Livinstonia. Livingstonia is een
oude missiepost gevestigd op een hooggelegen plateau. De weg ernaartoe
is een gravelweg met zo’n 17 haarspeldbochten. Ergens bij de derde bocht
van onder is veel plek in de bocht, en daar parkeren we de DAF voor de
nacht. Het is er heerlijk rustig en we hebben een schitterend uitzicht
over het Malawimeer en de bossen vlak onder ons. De volgende ochtend
nemen we de motor verder de berg op naar Livingstonia. |
|
De missionarissen hebben er een grote kerk, een
hospitaal en een school gebouwd met verschillende bijgebouwen. Het is
opgericht in 1884 door ene dr. Laws. De gebouwen zijn nog steeds als
zodanig in gebruik. Bij het hospitaal is het een behoorlijke drukte.
Ondanks moderniseringen en nieuwe bijgebouwen ademt het nog steeds de
sfeer van 100 jaar geleden uit. Bij de kerk klimmen we in de
klokkentoren. Hoe hoger we komen, hoe gammeler de houten trap en
tussenliggende vlonders worden. Sommige balken zijn gewoon verrot. De
grote bronzen bel komt hier nog een keer naar beneden. Uiteindelijk
komen we bij een luikje dat ons met een beetje geklauter (het trapje
ernaartoe is amper een halve meter breed, en de leuning is gammel) op
het dak brengt, vanwaar we een mooi uitzicht over Livingstonia en het
diep onder ons gelegen Malawimeer hebben. In het voormalige huis van Dr. Laws is nu een
eenvoudig museum gewijd aan de historie van Livinstonia gevestigd.
Vooral de teksten bij de foto’s en voorwerpen zijn hilarisch. De
Malawiërs verwisselen in het Engels telkens de “R” en de “L” in hun
spraak, waardoor ze soms slecht te verstaan zijn, en je moet oppassen
dat je niet in de lach schiet. Maar zo hebben ze nu ook de teksten in
het museum opgeschreven. Zo hangt er een foto van de eerste “amburance”
en vinden we in een kastje een etensbord en twee vorken met daarbij de
tekst “plate and two folks” gebruikt door de president bij een bezoek
aan Livingstonia. Of was het nou de plesident? Je hebt best kans dat
Malawi eigenlijk Marawi heet... Ook is de uitleg bij verschillende voorwerpen van
een bedenkelijk niveau. Bij een nek-ketting hangt de tekst “necklace, to
wear alound the neck”. Bij een tape-spoelmachine: “tape winding machine,
to wind tape”. En ga zo maar door. Het is een in de basis mooi complex. Een mooie
bouwstijl uit rode baksteen opgetrokken. Grote hoge lokalen met flinke
ramen en een binnenplein met strak gras en zitbankjes. Op het moment dat we aankomen is het net
lunchpauze. De mensa is open en studenten lopen met hun eigen bord of
schaaltje om een prakkie bonen en rijst uit een gaarpot te laten
lepelen. In een grote lege ruimte, wat waarschijnlijk de aula is, hangt
een televisie, aangesloten op een schotel, afgestemd op CNN. Kijk, dat
is dan wel voorelkaar. |
Hospitaaltje in Livingstonia. |
|
Kerkje in Livingstonia. |
Zou het dan echt niet uit kunnen om een mannetje te
laten rondlopen die eens wat repareert? Op het terrein staat notabene
een groot gebouw met houtbewerkingsmachines. Leerlingen zouden hier als
opdracht hun eigen schoolbanken kunnen maken. Maar goed, wij zullen het
wel weer niet begrijpen. We eten nog een veel te duur hapje rijst met curry
bij een restaurantje, waar we weer een geflopt hulpproject mogen
aanschouwen. Er ligt voor een kapitaal aan zonnepanelen (van het
gerenommeerde merk BP-solar nog wel) op een houten stellage, deftig in
de zon, maar er zitten geen regelaar en accu’s op aangesloten. De
eigenaar legt ons uit dat dit buiten het budget van het project viel (of
dat deel van het budget is in de zak van een corrupt iemand verdwenen,
ze zullen toch wel geen half project afleveren?). De panelen liggen er
al twee jaar, de aansluitdraden bungelen er los onder. Tja, en dat
schiet lekker op zo. En dan te bedenken dat die accu’s, als ze al ooit
zullen komen, ook nog elke 4 à 6 jaar vervangen moeten worden. En er
zijn er nogal wat nodig, gezien het aantal panelen. En ze staan bij het
restaurantje, niet eens een kilometer verderop bij het hospitaal of de
“universiteit” welke beide nog in gebruik zijn!!! Wat moeten ze daar met
al die energie? Ze koken op de restjes van het overgebleven bos. We kopen nog wat snuisterijen bij een craftshop van
een oude opa, en een drankje bij de winkel van de weeskinderen, en dan
hebben wij onze bijdrage aan een voorspoedig Malawi wel weer geleverd. We pakken de motor een freewheelen op de
zwaartekracht terug naar de DAF, waar we nog tot het donker buiten
zitten. Het is hier dusdanig hoog dat er geen malariamuggen zitten, dus
dat is lekker. |
|
Vanaf Livingstonia rijden we naar Ngara. Onderweg
lopen we onze eerste bekeuring op. Althans, de eerste die we betalen.
Bij een politiecontrole worden eerst rijbewijs en verzekeringspapieren
gevraagd. Maar helaas heeft Jan zijn echte rijbewijs gegeven, niet de
kopie. Dan volgt een lampencheck, waarbij ook wordt gevraagd om de
achteruitrijverlichting. En tja, die hebben we niet. Op een militaire
DAF zit standaard geen achteruitrijverlichting, en dus ook geen
schakelaar op de versnellingsbak om dit mogelijk te maken. Maar bij de
opbouw van de camper hebben we de kleine standaard achterlampen
vervangen door wat grotere inbouwlampen, en daar zit wel een wit glaasje
voor achteruitrijlichten in. Ooit wilde Jan nog met een los
schakelaartje op het dashboard deze lampen aansluiten, maar dat is er
niet meer van gekomen. En de vrouwelijke beambte maakt daar nu een
probleem van. En ze zijn grappig hoor, we moeten er volgens haar
twee hebben, en je krijgt en bekeuring per lamp. Samen dus 6.000 Kwacha.
Dat is zo’n 12,- euro. We halen al onze trucen uit de kast om er
onderuit te komen. Dat we een geluidsignaal hebben om achteruit te
rijden, waarbij Jan claxonneert tijden het achteruit rijden. Dat het in
ons land niet verplicht is. Dat we niet geloven dat het in Malawi wel
verplicht is, dus dat ze dat maar eerst eens op papier moet aantonen. We
zeggen dat we geen geld bij ons hebben “Dan rij je toch eerst naar de
bank in het dorp verderop?” “Dat mag niet zonder rijbewijs”. “Dan neem
je toch een taxibusje”. Deze dame trapt nergens in, heeft overal een
antwoord op en ze geeft het rijbewijs niet terug voor we betalen. Ondertussen zien we hoe ze andere automobilisten
aanhouden, en hoe ze daar mee omgaan. Een heeft een kapotte koplamp, er
zit niet eens glas in, en dat is duidelijk niet van vandaag. Dat kost
hem 2.000,- Kwacha. Een koplamp kapot is dus goedkoper dan een
achteruitrijlamp. Vreemd. Bij een busje met wat gebreken loopt de
vrouwelijke beambte mee om het busje om zo uit het zicht van collega’s
wat geld van de bestuurder aan te nemen dat ze heimelijk in haar
broekzak stopt. Het busje mag direct doorrijden. Mariska ziet het en
zegt er wat van, ten overstaan van de collega’s. Ze blijven allen
ontkennen natuurlijk. Allemaal zijn ze net zo, anders houden ze niet
elkaar de hand boven het hoofd. En zo gebeuren er meer onwaarschijnlijke dingen in
de korte tijd dat we er staan. Uiteindelijk betalen we maar, ondanks dat
we weten dat we met de prijs genaaid worden. Uiteindelijk waren we fout,
en heeft ze het terecht ontdekt. We hadden ook smeergeld kunnen
proberen, maar we houden er niet van om de corruptie te steunen. |
Corrupte agente die net smeergeld aannam van het wegrijdende busje. |
|
Ze denken dat Jan niet kan peddelen, dus krijgt hij les. Links - rechts - links... |
En dat nog wel bij een controle waarbij we even
twijfelden of we wel zouden stoppen. Meestal als er geen politieauto of
motor staat, en er is geen slagboom, zwaaien we vriendelijk als ze ons
tot stoppen manen, en rijden we gewoon door. Gaat altijd goed. We moeten
ons hoofd er niet bij hebben gehad hier. In Ngara zoeken we een plekje aan het meer, en dat
hebben we ook snel gevonden, op een klein heuveltje met mooi uitzicht
rondom. Helaas bestaat het heuveltje uit erg mul zand, en rijden we bij
drie pogingen de DAF telkens vast. Hij komt net het heuveltje niet op,
en graaft zich dan in. Vanwege de zwaartekracht krijgen we hem wel zo
weer los in de achteruit. Als we de bandenspanning zouden verlagen
zouden we er zo tegenop kunnen rijden, maar we hebben geen zin in zoveel
moeite voor 1 nacht. Dus blijven we aan de voet van het heuveltje staan,
zonder mooi uitzicht op het meer. Als snel komen er wat dorpelingen van de nabij
gelegen hutjes rond de auto staan. Ze wijzen op de kano op het dak. Ze
vragen of we die ook gebruiken om mee te vissen, maar Mariska legt uit
dat Jan er steeds mee omkiept. Die kano is ruim vier meter lang, en lekker
stabiel, dus gemakkelijk om in te varen. Er gaat nog een vriend van
George mee. George denkt dan Jan niet peddelen kan, dus hij geeft hem
telkens aanwijzingen, links, rechts, links, rechts enz. We kletsen nog wat na met George en zijn vrienden.
Bedanken ze voor de boottocht en nemen dan afscheid en gaan naar binnen.
Wonder boven wonder gaan zij ook allen naar hun hut. We zijn de laatste
tijd gewend dat de mensen nog tot laat rondom de auto blijven hangen,
maar hier gelukkig dus niet. |
|
WOENSDAG 30 JULI 2014 Ook nog even het laatste internettegoed opgemaakt
om het thuisfront van de verdere reisplannen op de hoogte te stellen en
dan rijden we naar de grens met Tanzania, bij Songwe. We stempelen uit, vlot zonder problemen, en net als
ze de slagboom open willen doen komt het mannetje van de roadtax weer
terug. We moeten volgens hem nog 51,- USD roadtax betalen. Dat kan
volgens ons niet, dat zit namelijk in de prijs van de diesel. Daarom is
die die zo belachelijk hoog hier. De man zegt dat dat alleen geldt voor
Malawiërs, niet voor auto’s op buitenlands kenteken. Auw, weer zo’n
schop tegen ons zere been... Altijd die verschillen tussen eigen volk en
buitenlanders, we worden het een keer zat. Tuurlijk, bij ons geldt dat
ook. Nederlandse vrachtwagens betalen in Nederland belasting volgens de
houderschapsbelasting, en buitenlandse vrachtwagens moeten een vignet
kopen aan de grens. Maar dat betekent dus niet dat je dubbel betaalt. De man zegt dat buitenlandse trucks nooit tanken in
Malawi. Tsja vind je het gek voor 1,60 euro/liter? We zeggen dat wij dat
wel gedaan hebben, wat helaas nog waar is ook. Als bewijs wil hij het
bonnetje zien. En ja, dat hebben we natuurlijk niet. Meestal zeggen we
“laat maar zitten” als ze vragen of we een bonnetje willen. We kunnen
het toch nergens declareren. Nu zou het van pas zijn gekomen. |
Ondergaande zon met onweerswolken doen het altijd goed. |
|
Door een kleine onenigheid overnachten we pal voor de slagbomen van de grens. |
Natuurlijk kan de taxman geen officiële lijst laten
zien, geen enkel overzichtje zelfs, we moeten hem maar geloven op zijn
bruine ogen. Typisch Afrika. Wel geld verlangen, maar nergens een
overzichtje van tarieven, of vooraf iets kenbaar maken, altijd achteraf
en mondeling. Onverrichter zake komt Jan terug uit het kantoortje, Mariska is nog bij de DAF. Jan roept naar de mensen van de slagboom dat alles geregeld is. En... de sufferds geloven hem ook nog. Ze openen de slagboom en triomfantelijk rijden we er onderdoor. Snel op naar Tanzania...dachten we... Helaas is er 100 meter verderop nog een laatste slagboom aan Malawi-zijde. Daar willen ze weer allerlei gegevens in een dik nutteloos boek geschreven hebben. Jan weet niet hoe snel hij die er in moet zetten. Hij wil net weer in de DAF springen en de mannen maken al aanstalten om de slagboomboom open te doen, als er een beambte van het kantoor aangehijgd komt. We mogen niet weg, we moeten toch eerst de tax betalen. Pfff. We hebben er geen zin in. Het is al laat. Als we nu zouden betalen moeten we toch gelijk een
slaapplek zoeken, we kunnen net zo goed voet bij stuk houden en gewoon
hier op de grensovergang overnachten. De taxman is nog steeds
onvermurwbaar. Hij beweert morgenvroeg het officiële overzicht te
hebben. We wensen hem goedenacht toe. Ze vragen of we nog de DAF voor de
slagboom weg willen halen. Weer zeggen we dat de achteruit het niet
doet, dat ze de boom maar open moeten doen, of ons achteruit moeten
drukken. Dat doen ze niet, en zo brengen we de nacht aan de grens door.
Redelijk rustig was het niet, de grensbewakers zaten nogal wat te
kletsen naast onze auto. |
|
De volgende ochtend rond 7:30 uur, als wij nog aan
het ontbijt zitten, kringelen vrachtwagens met veel gemanoeuvreer om ons
heen, om via de slagboom voor binnenkomend verkeer het land te verlaten. Om 8:00 uur is de taxman er ook. Jan loopt met hem
mee naar zijn kantoor. Daar duurt het een poos om verbinding te krijgen
met internet, en via zijn Yahoo-mail haalt hij een foto van een
prachtige kleurenfolder binnen met de belastingtarieven van
verschillende voertuigcategorieën. Ze hebben dus heel professionele
folders, alleen liggen die niet bij de grenzen, maar ergens op een
hoofdkantoor in Lilongwe. De lijst op de folder laat een vreemd
overzichtje zien, het gaat eigenlijk alleen over bussen. Er zijn drie
soorten categorieën waar je in kunt vallen: 1: Mozambikaanse bussen.
Schijnbaar hebben ze daar een hekel aan want die betalen de hoofdprijs,
28,- USD/100km! Dan 2: Malawische bussen, en 3: bussen uit EAC/Comesa
landen, (East African Community) die dus 6,- USD/100km betalen. “Nou”
zegt Jan, “dat is dus heel duidelijk”. “We vallen onder geen van deze
categorieën, dus we hoeven niets te betalen.”
We zijn geen bus, en we komen uit geen van die landen. Dat is de
man natuurlijk niet met hem eens, we moeten gewoon 6,- USD/100 km
betalen. Zucht... Jan heeft zijn eigen laptop meegenomen in het
kantoortje, en daarop heeft hij op Mapsource de kortst mogelijke route
vanuit Zambia door Malawi uitgezet. Dat is iets meer dan 100 kilometer.
De man gaat ermee akkoord, zonder in onze papieren te checken waar we
werkelijk de grens zijn overgegaan. Hij schrijft een bon uit voor 7,-
USD, die Jan snel betaalt. Ditzelfde had Jan ook gisteren al aan de man
voorgelegd, maar toen wilde hij er niet aan. Waarschijnlijk wordt hij er
ook moe van. Alles is nu in een kwartiertje geregeld. Een hoop gezeur
weer, maar het scheelde toch 44,- USD, en natuurlijk speelt bij ons
nogal vaak het principe een rol. We hebben het al met de diesel betaald!
Tijdens dit hele gedoe stonden er natuurlijk veel lokalen omheen. De
meesten zeiden dat we gewoon moesten betalen, ze denken dat iedere
blanke sowieso miljonair is. Slechts één man kwam naar Mariska toe en
zei dat we gelijk hadden, dat we niet moesten betalen. De slagboom gaat omhoog, op naar Tanzania! Nog even een overzichtje betreffende
de politie in Malawi: |
Dat er nog flink in het wild wordt gescheten, maakt dit bord wel duidelijk. Allerlei hulporganisaties proberen al tussen de 50 en 100 jaar een beetje hygiëne bij te brengen in Afrika. Ik denk dat ze daar nog héél lang mee door moeten gaan. En zoals wij al hebben gezien, worden die toiletgebouwtjes die ze overal bouwen, voor heel andere doeleinden gebruikt. (Er staat: in het openbaar poepen is een schande, gebruik een toilet) |
Onderweg drinken we een bakkie koffie.
Als ze ons vragen of we er melk in willen,
slaan we dit toch maar vriendelijk af!